De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

Thema 2 Planten Basisstof 4 K4. -Als de stuifmeelkorrel op een stempel van een plant van dezelfde soort is gekomen, vormt die stuifmeelkorrel een buis:

Verwante presentaties


Presentatie over: "Thema 2 Planten Basisstof 4 K4. -Als de stuifmeelkorrel op een stempel van een plant van dezelfde soort is gekomen, vormt die stuifmeelkorrel een buis:"— Transcript van de presentatie:

1 Thema 2 Planten Basisstof 4 K4

2 -Als de stuifmeelkorrel op een stempel van een plant van dezelfde soort is gekomen, vormt die stuifmeelkorrel een buis: de stuifmeelbuis.

3 -De stuifmeelbuis groeit door de stijl naar een zaadbeginsel in het vruchtbeginsel. -Door de stuifmeelbuis gaat de kern van de stuifmeelkorrel naar het zaadbeginsel. -Als de buis een zaadbeginsel bereikt, barst de top van de stuifmeelbuis open.

4 -Dan dringt de kern van de stuifmeelkorrel de eicel binnen. -En versmelt met de eicelkern. -Er is bevruchting. -En er ontstaat een bevruchte eicel.

5 -Uit de bevruchte eicel ontstaat een kiem. -Uit het zaadbeginsel ontstaat een zaad. -Uit een kiem kan een kiemplantje ontstaan.

6 -Hiernaast zie je dat meer stuifmeelbuizen kunnen groeien. -In elk zaadbeginsel kan een eicel worden bevrucht. -Uit elke bevruchte eicel, ontstaat een zaad. -Er kunnen dus meer zaden ontstaan. Geen bevruchting in zaadbeginsel = geen zaad

7 -Na bevruchting verandert er veel in de bloem: -kroonbladen vallen af -kerkbladen en meeldraden verschrompelen. -Overblijfselen hiervan zitten vaak aan vrucht. -De wand v/h vruchtbeginsel wordt groter en dikker. -Het vruchtbeginsel groeit uit tot een vrucht.

8 Ontwikkeling van een vrucht

9 -In de vrucht zitten zaden. -Die zijn ontstaan uit zaadbeginsels waarvan de eicel is bevrucht. -Zaadbeginsels waarvan de eicel niet is bevrucht, verschrompelen.

10 Filmpje bevruchting asperge: erges02 erges02

11 -Soms spelen andere bloemdelen een rol: -Bij de appel ontstaat het vruchtvlees uit de bloembodem.

12 -Uit het vruchtbeginsel van een appelbloem ontstaat het klokhuis v/d appel. -Hierin zitten de appelpitten. -Dit zijn de zaden ontstaan uit de zaadbeginsels. -Verschrompelde kerkbladeren en meeldraden vormen het kroontje. -Het steeltje van de appel is ontstaan uit de bloemsteel.

13 -Er ontstaan veel zaden aan een plant of boom. -Deze kunnen niet gewoon op de grond vallen. -Dan is er te weinig ruimte. -Ze moeten dus verspreid worden. -Liefst een eind van de ouderplant. -Vruchten zorgen ervoor dat zaden verspreid worden.

14 -Dat verspreiden kan op verschillende manieren: -Door de wind -Door dieren -Door de plant zelf -(Door water)

15 -Zij hebben hulpmiddelen om lang te blijven zweven.

16

17 -Dan hebben de vruchten vaak sappig vruchtvlees, zodat ze voor dieren aantrekkelijk zijn om te eten. -De zaden verteren niet en komen met de uitwerpselen van de dieren ergens anders terecht.

18 -Sommige planten zorgen zelf voor verspreiding. -Bv doordat de vruchten openspringen. -Door de kracht worden zaden weggeslingerd.

19 -Bij meiose worden de chromosomen van elk chromosomenpaar over de dochtercellen verdeeld. -Elke dochtercel bevat de helft van het aantal chromosomen. -Bij bevruchting versmelten 2 geslachtscellen. -Alle nakomelingen hebben andere genotypen.

20 Huiswerk -Maak opdr. 13, 14, 16, 17 en 18 in je werkboek. Bevruchting tomaat: 0108_tomaten01


Download ppt "Thema 2 Planten Basisstof 4 K4. -Als de stuifmeelkorrel op een stempel van een plant van dezelfde soort is gekomen, vormt die stuifmeelkorrel een buis:"

Verwante presentaties


Ads door Google