De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

Teylingen College 2012 Bloemen, vruchten, zaden. Bouw van de Bloem • Kroonbladeren lokken insecten • Kelkbladeren beschermen de bloem in de knop tegen.

Verwante presentaties


Presentatie over: "Teylingen College 2012 Bloemen, vruchten, zaden. Bouw van de Bloem • Kroonbladeren lokken insecten • Kelkbladeren beschermen de bloem in de knop tegen."— Transcript van de presentatie:

1 Teylingen College 2012 Bloemen, vruchten, zaden

2 Bouw van de Bloem • Kroonbladeren lokken insecten • Kelkbladeren beschermen de bloem in de knop tegen koude en uitdroging • Meeldraden maken stuifmeel (mannelijk) • Stamper (vrouwelijk) heeft in het vruchtbeginsel zaadbeginsels zitten. – In elk zaadbeginsel zit één eicel.

3 Bestuiving • Wanneer het stuifmeel op de stempel van een andere bloem van de zelfde soort terecht komt noemen we dit bestuiving. 1)Géén bestuiving 2)Kruisbestuiving 3)Zelfbestuiving 4)Géén bestuiving

4 Insectenbloemen • Insecten zorgen voor de bestuiving (dus NIET voor het verspreiden van de zaden!) • Grote, gekleurde kroonbladeren. • Ruw en plakkerig stuifmeel. • Weinig stuifmeel. • Nectar. • Meeldraden en stamper in de bloem. • Bloemen geuren.

5 Windbloemen • Stuifmeel wordt verspreid door de wind. • Kleine, onopvallende (vaak groene) kroonbladeren. • Licht en glad stuifmeel. • Veel stuifmeel. • Geen nectar. • Meeldraden en stamper vaak buiten de bloem. • Grote, veervormige stempels.

6 Bevruchting Na de bestuiving: 1)Stuifmeelbuis, met daarin de kern van de stuifmeelkorrel, groeit door de stijl. 2)Stuifmeelbuis groeit in het vruchtbeginsel vervolgens naar het zaadbeginsel. 3)Kern van de stuifmeelkorrel smelt samen met de eicel in het zaadbeginsel (=bevruchting).

7 Bevruchting • Bevruchte eicel  Kiem. • Zaadbeginsel  Zaad. • Vruchtbeginsel  Vrucht. • Kiem groeit uit tot een kiemplantje. • Zaad dient als reserve voedsel voor de kiem. • Vrucht zorgt voor de verspreiding van het zaad.

8 Vruchten en Zaden • Voor elk zaad is één zaadbeginsel nodig. Bij een vrucht met 8 zaden zijn er dus 8 zaadbeginsel bevrucht. • Voor elke vrucht is er één vruchtbeginsel en één bloem nodig. • Wordt een zaadbeginsel niet bevrucht groeit deze ook NIET uit tot een zaad, dit zaadbeginsel verschrompelt.

9 Vruchten en Zaden • Na de bevruchting zwelt het vruchtbeginsel op. • De kroonbladeren vallen af. • De kelkbladeren en meeldraden verschrompelen. • Het steeltje is aan de ene kant van de vrucht nog zichtbaar. Aan de andere kant zit het kroontje (resten van de stijl).

10 Vruchten en Zaden • Eetbare zaden:

11 Vruchten en Zaden • Eetbare vruchten:

12 Vruchten en Zaden • Zowel vrucht als zaad is eetbaar:

13 Vruchten met één zaad

14 Vruchten met meerdere zaden

15 Verspreiding van vruchten en zaden • Door dieren • Door de wind • Door de plant zelf

16 Geslachtelijke voortplanting • Voortplanting waarbij bevruchting plaats vind. • Al het voorgaande wat besproken werd is ‘geslachtelijke voortplanting’.

17 Ongeslachtelijke voortplanting • Is eigenlijk een soort ‘klonen’ • Kan doormiddel van: – Knollen – Uitlopers – Wortelstok – Stekken – Bollen

18 Knollen

19 Uitlopers

20 Wortelstok

21 Stekken

22 Bollen Rok Bolschijf

23 Eenslachtig - Tweeslachtig • Eenslachtig = Mannelijke óf vrouwelijke bloem – Mannelijke bloem  Alleen meeldraden – Vrouwelijke bloem  Alleen stamper. • Tweeslachtig = Meeste gevallen, zowel mannelijk als vrouwelijk. – Heeft stamper én meeldraden.

24 Tot slot • Nog één keer het filmpje: • YsGdqHs YsGdqHs


Download ppt "Teylingen College 2012 Bloemen, vruchten, zaden. Bouw van de Bloem • Kroonbladeren lokken insecten • Kelkbladeren beschermen de bloem in de knop tegen."

Verwante presentaties


Ads door Google