De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

Hoe ga je te werk bij aardrijkskunde?. 1. Wat moet je altijd bij je hebben? Basisboek Lesboek Werkboek Multomap met papier of schrift (kleur)potloden,

Verwante presentaties


Presentatie over: "Hoe ga je te werk bij aardrijkskunde?. 1. Wat moet je altijd bij je hebben? Basisboek Lesboek Werkboek Multomap met papier of schrift (kleur)potloden,"— Transcript van de presentatie:

1 Hoe ga je te werk bij aardrijkskunde?

2 1. Wat moet je altijd bij je hebben? Basisboek Lesboek Werkboek Multomap met papier of schrift (kleur)potloden, gum en (kleur)pennen Rekenmachine Geodriehoek of lineaal Atlas (thuis)

3 Het basisboek Bevat algemene basiskennis die steeds terugkomt in klas 1,2 en 3 Gebruik het basisboek als naslagwerk Basisboeknummers die je moet gebruiken in een bepaald hoofdstuk moet je ook leren voor de toetsen!

4 Het lesboek Bevat verdieping en toepassing van de basisstof De teksten die horen bij de paragrafen uit het lesboek moet je leren voor de toetsen (ook het bronnenmateriaal)

5 Het werkboek Voor het trainen van: - kennis (kennisvragen) - inzicht (inzichtvragen) - vaardigheden (toepassingsvragen) zoals atlasvragen, het maken van grafieken enz.

6 Het werkboek Aan het einde van iedere paragraaf staat een overzicht van de kennis en vaardigheden waarover je moet beschikken in het kader “kennen en kunnen” Tevens vind je hier begrippenlijsten

7 2. Hoe ga je aan de slag met een paragraaf? 1.Luister goed naar de instructie van je docent (indien van toepassing). 2.Lees de tekst uit het lesboek aandachtig door en zoek begrippen die je niet kent op (in je basisboek bijvoorbeeld). 3.Bekijk de foto’s en figuren goed. Welke informatie geven die?

8 Hoe ga je aan de slag met een paragraaf? 4. Als je moeite hebt met grote stukken tekst, lees dan steeds een klein stukje (alinea of kolom) en leg daarna in je eigen woorden de tekst aan jezelf uit (tip: schrijf dit ook op). Of maak gebruik van de 5 ‘geovragen’: Wat? Waar? Waarom daar? Wat zijn de gevolgen? Wat vind ik daarvan?

9 Voorbeeld 5 geovragen: 1.Wat? Aardbevingen. 2.Waar? Op plaatsen waar aardplaten bij elkaar komen. 3.Waarom daar? Platen schuiven langs of tegen elkaar. 4.Wat zijn de gevolgen? Gebouwen, bruggen etc. storten in. 5.Wat vind ik daarvan? Eigen mening

10 Hoe ga je aan de slag met een paragraaf? 5. Heb je tussendoor (gerichte) vragen? Stel ze dan aan je docent. 6. Ga vragen uit je werkboek maken. Lees de vragen heel goed. Overtuig jezelf ervan dat je de vraag begrepen hebt voordat je antwoord geeft. Geef altijd antwoord, zet evt. een vraagteken voor een vraag die je niet zeker weet.

11 Hoe ga je aan de slag met een paragraaf? 7. Kijk je gemaakte werk kritisch na. Neem niet zomaar antwoorden over, maar kijk naar wat je goed en fout hebt gedaan en leer hiervan. Begrijp je niet waarom je iets fout hebt gedaan? Vraag je docent en plan Daltonuren. Lees en maak je paragrafen zoveel mogelijk zelfstandig en in alle rust, daar leer je het meest van!

12 3. Toetsen Er zijn 3 verschillende soorten vragen: 1.Kennisvragen (kun je uit je hoofd leren) 2.Toepassingsvragen (kennis toepassen, atlasvragen of vragen over een grafiek bijvoorbeeld) 3.Inzichtvragen (vragen over verbanden tussen verschillende zaken)

13 Toetsen In een SO overheersen kennisvragen, leer daar dus heel goed voor! In een repetitie zullen naast kennisvragen meer toepassingsvragen en inzichtvragen worden gesteld dan op een SO Regel: eerst kennis hebben, dan pas komt toepassen en inzicht

14 Hoe bereid je je voor op een toets? 1.Leer de tekst uit je lesboek (ook de bronnen en figuren) 2.Leer de basisboeknummers 3.Leer je begrippenlijst 4.Leer je samenvatting en/of geovragen 5.Leer je werkboekopdrachten (herken de 3 verschillende soorten vragen!) 6.Check tot slot kennen en kunnen

15 Tips voor het maken van de toets 1.Lees de toets heel goed door. 2.Lees de vragen heel goed, overtuig jezelf dat je de vraag goed snapt voordat je antwoord geeft. 3.Sta niet te lang stil bij vragen die je niet weet, sla ze even over en kom er later op terug. Maak eerst de vragen die je wel weet.

16 Tips voor het maken van de toets 4. Vul altijd iets in, je weet maar nooit. Controleer of je niet per ongeluk iets hebt opengelaten. 5. Ben je klaar? Wacht dan rustig tot iedereen klaar is. Gun je klasgenoten de rust om te werken

17 Succes verzekerd? Als je alle stappen uit deze powerpoint serieus doorloopt is het voor iedereen mogelijk om een voldoende te halen voor aardrijkskunde. Bovendien train je zo je zelfstandigheid en zelfverantwoordelijkheid. Dit zijn heel belangrijke studievaardigheden voor nu en in de rest van je studiecarrière. Succes!


Download ppt "Hoe ga je te werk bij aardrijkskunde?. 1. Wat moet je altijd bij je hebben? Basisboek Lesboek Werkboek Multomap met papier of schrift (kleur)potloden,"

Verwante presentaties


Ads door Google