De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

1 tijd lexicaal aspect grammaticaal aspect. 2 discourse relaties adverbia spelen op tijdsniveau, aspectueel niveau en discourse niveau.

Verwante presentaties


Presentatie over: "1 tijd lexicaal aspect grammaticaal aspect. 2 discourse relaties adverbia spelen op tijdsniveau, aspectueel niveau en discourse niveau."— Transcript van de presentatie:

1 1 tijd lexicaal aspect grammaticaal aspect

2 2 discourse relaties adverbia spelen op tijdsniveau, aspectueel niveau en discourse niveau

3 3 Variatie in betekenis Adverbia en zo

4 4 Leuk feitje La grotte disparaissait sous l’assaut des feuillages. En bas, des rangées de roses trémières semblaient barrer l’entrée d’une grille de fleurs rouges, jaunes, mauves, blanches, […] Puis, c’était un élan prodigieux, grimpant en quelques bonds, les jasmins, étoilés de leurs fleurs suaves… De grot verdween onder de aanval van gebladerte. Onderaan, rijen stokrozen die de ingang met een rooster van rode, gele, paarse, witte bloemen leken af te sluiten. Daarna was er een wonderbaarlijke opwelling, opklimmend in enkele sprongen, de jasmijnbloemen, bezaaid met milde bloemen als sterren…

5 5 op 23 mei 2012 gisteren om 6 uur rond dezelfde tijd Vragen: > Kan je deze adverbia met elke tijd combineren (i.e. verleden/heden/toekomst)? > Kan je deze adverbia met elke aspectuele klasse combineren? > Welke adverbia kan je out-of-the-blue gebruiken en welke niet? Gebruik voorbeelden! Zoek vergelijkbare adverbia!

6 6 Op 23 mei 2012 Op 23 mei 2012 bestudeerden we tijdsadverbia. Op 23 mei 2012 – dus vandaag – bestuderen we tijdsadverbia. Op 23 mei 2012 zullen we tijdsadverbia bestuderen. Out-of-the-blue Op 23 mei 2012 zullen we gelukkig zijn. Op 23 mei 2012 zullen we dansen. Op 23 mei 2012 zullen we een boot schilderen.

7 7 Gisteren Gisteren bestudeerden we tijdsadverbia. Gisteren bestuderen we tijdsadverbia. Gisteren zullen we tijdsadverbia bestuderen. Out-of-the-blue Gisteren waren we gelukkig. Gisteren zongen we. Gisteren hebben we een kilometer gewandeld.

8 8 Om 6 uur Om 6 uur bestudeerden we tijdsadverbia. Om 6 uur bestuderen we tijdsadverbia. Om 6 uur zullen we tijdsadverbia bestuderen. Out-of-the-blue Om 6 uur waren we gelukkig. Om 6 uur zongen we. Om 6 uur hebben we een kilometer gewandeld.

9 9 Rond dezelfde tijd Rond dezelfde tijd bestudeerden we tijdsadverbia. Rond dezelfde tijd bestuderen we tijdsadverbia. Rond dezelfde tijd zullen we tijdsadverbia bestuderen. Out-of-the-blue Rond dezelfde tijd waren we gelukkig. Rond dezelfde tijd zongen we. Rond dezelfde tijd hebben we een kilometer gewandeld.

10 10 Overzicht

11 11 Op 23 mei 2012 vs. om 6 uur 23 mei 2012 geen interactie met tijd op het werkwoord 6 uur om 6 uur zijn we opgestaanom 6 uur gaan we eten interactie met tijd op het werkwoord

12 12 Anaforische tijdsadverbia > anaforische adverbia: laten ons toe een gebeurtenis te verankeren op de tijdsas door een bepaalde relatie met een contekstueel bepaald moment aan te geven Rond dezelfde tijd

13 13 Deictische tijdsadverbia > deictische tijdsadverbia: afhankelijk van moment van spreken > alleen compatibel met ‘passende’ werkwoordstijden > adverbium verankert gebeurtenis op tijdsas, via het punt S, dat is vastgelegd door spreeksituatie Gisteren

14 14 Cyclische tijdsadverbia > eerstvolgende/laatste instantiatie van punt/interval gedefinieerd in cyclus van 24 uur, week, jaarkalender > compatibel met verleden/toekomende tijd > adverbium verankert gebeurtenis op tijdsas, tense bepaalt of het de eerstvolgende of de laatste instantiatie is Om 6 uur

15 15 Absolute tijdsadverbia > punt op tijdsas, niet deictisch afhankelijk > compatibel met alle werkwoordstijden > adverbium verankert gebeurtenis op tijdsas Op 23 mei 2012

16 16 Welk type? morgen op donderdag met Kerst na tien minuten op 29 januari 1986 nu in de lente vijf minuten daarvoor

17 17 Nog enkele weetjes… Cyclische adverbia… …lenen zich voor habituele/kwantificationele interpretaties op vast terugkerende momenten. Op donderdag speel ik (altijd) tennis. Van twaalf tot half één is er (altijd) pauze. In de zomer ga ik (meestal) met vakantie naar het strand.

18 18 Nog enkele weetjes… Hoe weten we waar een anaforisch adverbium temporeel aanhecht? Normaliter laatstgenoemd tijdstip, of laatstgenoemde gebeurtenis. Soms kan een ander tijdstip/gebeurtenis het referentiepunt zijn, soms gaat dat mis, en ontstaat er verwarring..

19 19 Nog enkele weetjes… Studenten en medewerkers van de faculteit bouwkunde zijn vandaag weer aan de slag gegaan. In tenten. Vorige week brandde hun gebouw uit. Op hetzelfde moment begon de sloop van het faculteitsgebouw. Bouwkunde laat er geen gras over groeien. Nog geen week na de grote brand komen de bovenste etages al naar beneden.

20 20 Nog enkele weetjes… Binnen drie dagen komt de nieuwe collectie binnen en zijn de koopjes voorbij. Uiterlijk gisteren moet ik dus nog snel op koopjesjacht. Gerrit deed zijn presentatie de dag erna nog een keer. Nu ging het al veel beter. Sommige deictische uitdrukkingen blijken minder deictisch dan andere…

21 21 in vijf minuten vijf minuten lang al Vragen: > Kan je deze adverbia met elke tijd combineren (i.e. verleden/heden/toekomst)? > Kan je deze adverbia met elke aspectuele klasse combineren? > Welke adverbia kan je out-of-the-blue gebruiken en welke niet? Gebruik voorbeelden! Zoek vergelijkbare adverbia!

22 22 Duuradverbia > Duuradverbia meten tijdsduur van state/proces, of periode waarin event culmineert. > Zijn gevoelig voor aspectuele klasse. Petra dronk een glas wijn in vijf minuten/#vijf minuten lang. Petra dronk urenlang wijn/#wijn in een uur. Petra dronk wijn/#een glas wijn van zes tot tien/vanaf tien uur/tot middernacht. Petra dronk wijn/#een glas wijn vanaf tien uur/tot middernacht.

23 23 Fase-adverbia > Fase adverbia geven transitie aan tussen een positieve/negatieve fase van een gebeurtenis, of het ontbreken van zo’n transitie. Eva woont al/nog niet op kamers. Eva woont nog thuis/niet meer thuis. ?? Eva woont nog niet thuis. ?? Eva woont niet meer op kamers, ze woont eindelijk thuis.

24 24 Fase-adverbia > Fong > Already geeft een state aan die volgt op of voorafgaat aan een tegenovergestelde state/event. already she’s just started beating the eggs she has (just) stopped beating the eggs. she’ll soon start beating the eggs she’ll soon stop beating the eggs

25 25 Fase-adverbia > Fong > Merk op dat Fongs analyse misschien niet helemaal overeenkomt met je intuïtie… ‘In sentences like The mice have already eaten the cheese, the first phase is one where the mice have not yet eaten the cheese; in the second phase they have.’ E not-E,R

26 26 Tijd voor een overzichtje

27 27 Overzicht > Er zijn adverbia die ons helpen bij het lokaliseren van gebeurtenissen op de tijdsas. > tijdsadverbia > Er zijn adverbia die ons inzicht geven in de interne structuur van gebeurtenissen. > aspectuele adverbia

28 28 Overzicht > tijdsadverbia > absolute tijdsadverbia (identificeren unieke momenten zonder verwijzing naar het spreekmoment) > deictische tijdsadverbia (identificeren unieke momenten met verwijzing naar het spreekmoment) > cyclische tijdsadverbia (identificeren niet-unieke momenten, spreekmoment speelt een rol) > anaforische tijdsadverbia (identificeren unieke momenten, context speelt een rol)

29 29 Overzicht > aspectuele adverbia > duuradverbia (geven inzicht in de duur van een bepaalde eventualiteit, stellen aspectuele eisen) > fase-adverbia (geven twee-fase structuur aan > complexe eventualiteiten)

30 30 Intermezzo: een blik op discourse

31 31 De rol van tijdsadverbia > Tijdsadverbia overrulen DRT regels voor states/events > Om zes uur begonnen de kinderen aan de avondvierdaagse. Het regende pijpestelen. > Om zes uur begonnen de kinderen aan de avondvierdaagse. Om zeven uur regende het pijpestelen.

32 32 De rol van aspectuele adverbia > Hebben effect op aspectuele klasse en bijgevolg ook op discourse. > Om zes uur kwam hij aan. Hij lachtte. Hij bereidde zijn magnetronmaaltijd, at hem met veel tegenzin op en ging naar bed. > Om zes uur kwam hij aan. Hij lachtte gedurende vijf minuten, bereidde zijn magnetronmaaltijd, at hem met veel tegenzin op en ging naar bed.

33 33 Nog meer…

34 34 Kwantificerende adverbia > Tellen events. > Ik ben twee keer naar de film geweest. > Ik heb veel gewandeld tijdens de vakantie. > Speciaal type: frequentie-adverbia tellen events en relateren de som aan een interval op de tijdsas. > Ik ga twee keer per maand naar de film. > Ik ga vaak naar de film.

35 35 Temporele connectieven > leiden een bijzin van tijd in die in zijn geheel functioneert als een bijwoord > Nadat hij zijn magnetronmaaltijd verorberd had ging Jan naar bed. > Voordat hij naar bed ging, verorberde Jan zijn magnetronmaaltijd. > Toen Jan aankwam was heel het dorp in rep en roer.

36 36 Temporele connectoren Temporele connectoren linken gebeurtenissen aan elkaar. We nemen een terrasje, en vervolgens gaan we lekker eten. Maandag en dinsdag is het nog heet, daarna wordt het koeler. Er ontstaat een ruzie en iedereen loopt boos weg, alleen Nina blijft achter. Dan komt Konstantin op met een afgeschoten meeuw en geeft die aan Nina.

37 37 Connectoren in SDRT Analyse van puis in Bras et al. (2001): puis markeert retorische relatie van Narration. Eerst even terug naar SDRT..

38 38 Beperkingen van DRT (i) Niet altijd temporele opeenvolging met events. Soms gelijktijdigheid (e1  e2). Het was een prachtig concert (s1). Pauline zong een opera (e2), en Jan speelde de begeleiding op de piano (e3). Le concert était magnifique (s1). Pauline chanta un opéra (e2), et Jean l’accompagna au piano (e3).

39 39 Beperkingen van DRT (ii) Niet altijd temporele opeenvolging met events. Soms zelfs omgekeerde volgorde (niet altijd!!). Pauline botste tegen Jan aan (e1). Hij viel (e2). e1 < e2 Jan viel (e1). Pauline botste tegen hem aan (e2). e2 < e1 Pauline poussa Jean (e1). Il tomba (e2). e1 < e2 Jean tomba (e1). Pauline le poussa (e2). e1 < e2 Jean tomba (e1). Pauline l’avait poussé (e2).

40 40 Retorische structuur Asher & Lascarides (1993): aspect onderspecificeert temporele structuur. Rhetorische relatie tussen zinnen bepaalt temporele structuur.

41 41 Narratie Narration: De default discourse relatie die een nieuwe zin  aangaat met een al verwerkte zin  is die van narration. Als Narration ( ,  ), dan e  < e . Pauline botste tegen Jan aan (e1). Hij viel (e2). Narration, dus e1 < e2

42 42 Connectoren in SDRT Puis leidt altijd tot successie in tijd. Bras et al: puis dwingt relatie van Narration af. (  [puis]  )  Narration( ,  ) In woorden: als je een zin  waarin puis voorkomt aanhecht aan een zin  die al in de tekststructuur  is geanalyseerd, leg dan een relatie van Narratie tussen  en .

43 43 Connectoren in SDRT Hoe kunnen we met zekerheid vaststellen dat puis Narration afdwingt? Door te checken of het zich gedraagt zoals Narration zich gedraagt (i.v.m. de no- significant-gap-constraint en occasion). Door te checken of het compatibel is met specifiekere discourse relaties die dezelfde temporele structuur opleggen.

44 44 Discourse relaties narration elaboration explanation background result (contrast)

45 45 Puis en Result Als we kunnen aantonen dat Puis niet compatibel is met result, tonen we aan dat het: 1. gevoelig is voor discourse relaties 2. (door eliminatie) enkel compatibel is met Narration L’acide tomba dans le liquide. *Puis le mélange réagit en explosant. Het zuur viel in de vloeistof. PUIS reageerde het mengsel door te ontploffen.

46 46 Hoog tijd voor een volledig overzicht

47 47 Overzicht > tijdsadverbia > aspectuele adverbia > kwantificerende adverbia > temporele connectieven > temporele connectoren (die wel of niet de uitdrukking kunnen zijn van een specifieke discourse relatie)

48 48 tijd lexicaal aspect grammaticaal aspect

49 49 discourse relaties adverbia spelen op tijdsniveau, aspectueel niveau en discourse niveau


Download ppt "1 tijd lexicaal aspect grammaticaal aspect. 2 discourse relaties adverbia spelen op tijdsniveau, aspectueel niveau en discourse niveau."

Verwante presentaties


Ads door Google