De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

1 SOCS Hoofdstuk 2  Elektronica  Transistorgeheugens  Geheugenmedia (hulpgeheugens)  Organisatie  Snelheid.

Verwante presentaties


Presentatie over: "1 SOCS Hoofdstuk 2  Elektronica  Transistorgeheugens  Geheugenmedia (hulpgeheugens)  Organisatie  Snelheid."— Transcript van de presentatie:

1 1 SOCS Hoofdstuk 2  Elektronica  Transistorgeheugens  Geheugenmedia (hulpgeheugens)  Organisatie  Snelheid

2 2 Hoofdstuk 2  Elektronica  Transistorgeheugens  Geheugenmedia  Organisatie  Snelheid

3 3 Elektronica  Digitale Logica  Begrippen uit de elektriciteit  Transistoren  Schakelingen  Schakelalgebra

4 4 Begrippen u/d elektriciteit  + stroom I spanningsbron E I = E R weerstand R electronen e 

5 5 Begrippen u/d elektriciteit  Elektrische lading  Eenheid: Coulomb C  Atoom  Positieve kern  Negatieve elektronen  Elektrisch veld  Kracht die eenheidslading zou ondervinden  Elektrische spanning  Potentiaalverschil tussen 2 punten  Is arbeid nodig om eenheidslading van het ene punt naar het andere te verplaatsen  Eenheid: Volt V

6 6 Begrippen u/d elektriciteit  Elektrische stroom  Transport van ladingen doorheen medium  Stroomsterkte = hoeveelheid ladingen die zich per tijdseenheid door een doorsnede van de geleider verplaatsen  Eenheid: ampère A  Elektronenstroom = verplaatsing van electronen  Wet van Ohm  Stroomsterkte doorheen geleider evenredig met de spanning over de geleider  Weerstand:  Eenheid: ohm 

7 7 Begrippen u/d elektriciteit  + stroom I spanningsbron E I = E R weerstand R electronen e 

8 8 Geleiders vs Isolatoren  Geleiders  Elektronen zwak gebonden aan atomen  Bewegen gemakkelijk doorheen materiaal  Isolatoren: geleiden niet  Half-geleiders (Si, Ge) + vreemde atomen (Sb, As, P, …)  p-type: plaats voor extra elektronen  n-type: elektronen op overschot  sandwich structuur

9 9 Transistor n-type p-type n-type emitter collector basis n-p-n Er bestaat ook p-n-p

10 10 Transistor +Vcc Veel toepassingen: o.a. snelle binaire schakeling V uit V in C E B 0V

11 11 Transistor +5V 0V 5V +5V 5V 0V basisstroom collector- emitter stroom TRANSISTOR = geslotenTRANSISTOR = open 0V

12 12 Transistor +Vcc V uit V in NIET poort V in V uit 0+Vcc +Vcc0 V in V uit onwaarwaar waaronwaar

13 13 Transistor V 1 V 2 V uit 00+Vcc +Vcc00 0+Vcc0 +Vcc+Vcc0 +Vcc V uit V1V1 V2V2 NOF poort

14 14 Transistor V 1 V 2 V uit 00+Vcc +Vcc0+Vcc 0+Vcc+Vcc +Vcc+Vcc0 +Vcc V uit V1V1 V2V2 NEN poort

15 15 MOS Transistor  Metal Oxyde Semiconductor  PMOS, NMOS, CMOS  Voordelen:  minder plaats op chip  verbruiken minder energie compactere  minder storend t.o.v. buren schakelingen  goedkoper te maken  Nadeel:  trager

16 16 Schakelingen inuitin1in2uitin1in2uit in1in2uitin1in2uit NIET NOF NEN EN OF Basis-operaties

17 17 Schakelalgebra  Logische variabele: waar (1) of onwaar(0)  Basisbewerkingen: EN(.), OF(+), NIET( )  Logische functie in n variabelen  voorstellen via waarheidstabel ABA  B(XOR) A.B + A.B

18 18 Schakelalgebra ABABA.BA.BA.B+A.B A  B A B A  B A.B

19 19 Schakelalgebra  Vereenvoudigingen WetEN-vormOF-vorm Identiteit1.A = A0+A=A Nulwet0.A = 01+A=1 IdempotentieA.A = AA+A=A InversieA.A = 0A + A = 1 CommutatieveA.B = B.AA+B = B+A DistributieveA+B.C = (A+B).(A+C)A.(B+C) = A.B+A.C AbsorbtieA.(A+B) = AA+A.B = A De MorganA.B = A + BA+B = A. B

20 20 Schakelalgebra  Voorbeeld: OF ABA + B A.B + A.B + A.B= A.B + A.(B+B) [distributie] = A.B + A.1 [inversie] = A.B + A [identiteit] = (A+A).(B+A) [distributie] = 1.(B+A) [inversie] = B+A [identiteit] A.B + A.B + A.B

21 21 Schakelalgebra  Elke schakeling kan met uitsluitend NEN- poorten (NOF-poorten) gemaakt worden A A A B B A.B A+B A

22 22 Geïntegreerde Schakelingen -O 2 smelten ±15cm oxidatie lichtgevoelige laag masker (negatief) + belichting ontwikkelbad etsbad

23 23 Geïntegreerde Schakelingen dopering tot n/p-type oxidatie enz. verzagen = chips pinnetjes testen behuizing

24 24 Geïntegreerde Schakelingen  Classificatie Klasse#poorten SSISmall Scale Integration1..10 MSIMedium Scale Integration LSILarge Scale Integration VLSIVery Large Scale Integr.>

25 25 Hoofdstuk 2  Elektronica  Transistorgeheugens  Bipolaire FLIP-FLOP  SRAM en DRAM  Leesgeheugens  Geheugenmedia  Organisatie  Snelheid

26 26 Bipolaire Flip-Flop  Schakeling met 2 stabiele toestanden

27 27 Bipolaire Flip-Flop  Lezen Bit “1” “0”

28 28 Bipolaire Flip-Flop  Schrijven “1 schrijven” “0 schrijven”

29 29 Bipolaire Flip-Flop  1-bit geheugencel B P = puls = normaal 0, tijdens “schrijven” 1

30 30 Transistorgeheugens  Matrixstructuur  Individuele bits  Adresdecodering (selectie van bits) … … … …

31 31 SRAM  Static RAM  Bouwstenen: Bipolaire flip-flops  Snelste  Duurste  Gebruik:  CMOS SRAM (batterijvoeding: weinig energie)  Voorgeheugens (caches: snelheid)

32 32 DRAM  Dynamic RAM  Bouwstenen: Condensatoren (20 fF = 20 x F)  Geladen: “1”  Ontladen: “0” woordlijn bitlijn FET FET = Field Effect Transistor

33 33 DRAM  Nadelen:  Lezen = destructief (dus herschrijven)  Lekstroom (dus opfrissen) 10 ms

34 34 Vergelijking SRAMDRAM Toegangstijd… 10 ns … ns Cyclustijd… 12 ns … ns Capaciteit# 100 kbits Mbit toegangstijd Lees Resultaat geheugencyclustijd Lees Decodering adres Schakeltijd van poorten (Herschrijven) (Opfrissen) Uitdoven parasietsignalen

35 35 Optimisaties  Reductie van geheugencyclustijd  Geheugenspreiding  2 geheugenmodules  EDO (Extended Data Output)  Lezen van opeenvolgende woorden  SDRAM (Sychronous burst DRAM)  Gelijkaardig even adressen oneven adressen

36 36 SIMM en DIMM  SIMM = Single In-line Memory Module  DIMM = Dual In-line Memory Module (2-zijdig)

37 37 Leesgeheugens (ROM)  ROM = Read Only Memory  Verschillende varianten:  ROM (bij constructie gevuld)  PROM (Programmable ROM)  slechts eenmaal beschrijfbaar (speciaal apparaat)  EPROM (Erasable PROM)  kan gewist worden via UV-licht  EEPROM (Electrically EPROM)  ter plaatse wissen  FLASH: variante van EEPROM (grote blokken wissen) venster

38 38 Hoofdstuk 2  Elektronica  Centraal Geheugen (RAM)  Geheugenmedia  Magneetschijven  Optische Schijven  Magneto-Optische Schijven  Magneetbanden/Cassettes  Organisatie  Snelheid

39 39 Magneetschijven  Harde Magneetschijf  Geperfectioneerde magneetschijven  Soepele Schijven  Alternatieven

40 40 Harde Magneetschijf  Fysisch voorkomen holle as plaat (glas/aluminium) magnetiseerbare laag cm cm < 3 cm t/min

41 41 Harde Magneetschijf  Werking schrijven … I I lezen geleider in bewegend magnetisch veld 0,1.. 0,2  m  m

42 42 Harde Magneetschijf

43 43 Harde Magneetschijf menselijk haar 50  m rookdeeltje 5  m vingerafdruk 3  m magnetiseerbare laag 2.5  m lees/schrijfkop vlieghoogte 0.5  m

44 44 Harde Magneetschijf  Lees/schrijfkop  zweven boven oppervlak (< 1  m)  stofvrij zoniet headcrash  Winchester-schijven  platen + koppen in hermetisch afgesloten doos  bij stilzetten: landen op landingszone

45 45 Harde Magneetschijf  Spoor = { sectoren } sector spoor HD … data … ECC sporen/cm spoorbreedte =  m 512b.. 4kb data # sectoren / spoor = vast (niet optimaal) of = neemt toe naar buiten

46 46 Harde Magneetschijf  Werking kam cilinder = { sporen onder lees/schrijfkoppen voor bep. stand kam } lees/schijfkop

47 47 Harde Magneetschijf

48 48 Harde Magneetschijf Lees/Schrijf (CILINDER, KOP, SECTOR) a)Positioneren (= zoektijd, seektime)  spoor-spoor: 1 ms  gemiddeld: 10 ms b)Rotationele wachttijd (= latency time)  wachten tot juiste sector onder de kop  gemiddeld = ½ toer (4.. 8 ms) c)Lezen/Schrijven  debiet = Mb/s (kortstondig!)

49 49 Geperfectioneerde Schijven  Hogere Snelheid  Hogere Betrouwbaarheid  tegen verlies van informatie  RAID  Redundant Array of Inexpensive Disks  Redundant Array of Independant Disks Controller

50 50 RAID technologie... Strip 4 Strip 0... Strip 5 Strip 1... Strip 6 Strip 2 … Strip 7 Strip 3 RAID 0 • disk striping • I/O in parallel... Strip 4 Strip 0... Strip 5 Strip 1... Strip 6 Strip 2 … Strip 7 Strip 3... Strip 4 Strip 0... Strip 5 Strip 1... Strip 6 Strip 2 … Strip 7 Strip 3 RAID 1 • disk striping • disk mirroring • schrijven duurt even lang • lezen kan sneller Data 0Data 2 Data 1Data 3

51 51 RAID technologie RAID 2 • Hamming code (4 bits  7 bits) • bits in parallel • armpositie & rot. positie gesynchroniseerd... Bit 1... Bit 2... Bit 3 … Bit 4... Bit 5... Bit 6... Bit 7... Bit 1... Bit 2... Bit 3 … Bit 4... Pariteit RAID 3 • Pariteitsbit (4 bits  5 bits) • bits in parallel • armpositie & rot. positie gesynchroniseerd

52 52 RAID technologie... Strip 4 Strip 0... Strip 5 Strip 1... Strip 6 Strip 2 … Strip 7 Strip 3... P4-7 P0-3 RAID 4 • disk striping • pariteits-strip • disk crash: herstel • 1 strip wijzigen: • 2 x Lezen + 2 x Schrijven... Strip 4 Strip 0... Strip 5 Strip 1... Strip 6 Strip 2 … P4-7 Strip 3... Strip 7 P0-3 RAID 5 • = RAID 4 • verspreid pariteit strip

53 53  Floppy Disk, Diskette  Afmetingen  5.25 “ en 3.5”  Kop raakt oppervlak  Sleet + Warmte  Start /Stop: ±½ s Soepele Schijven

54 54 Soepele Schijven

55 55 Magneet Schijven  Harde Magneetschijf  Geperfectioneerde magneetschijven  Soepele Schijven  Alternatieven:  ZIP (100MB/250MB), JAZ (1GB/2GB), SuperDisk (120MB) (Imation)  HiFD (100MB) (Sony) ... Drive compatibel met 3.5” FD

56 56 Optische Schijven  Voorloper: Video-disk (30 cm)  Audio CD  CD-ROM  CD-R  CD-RW  DVD (DVD-ROM, DVD-R, …)

57 57 Audio CD  1980 (Philips & Sony)  12 cm , 1.2 mm dik  Informatie Digitaal  16-bit sampling, 44,4 kHz  Red Book  tot 74 min. muziek

58 58 Compact Disc  Productie:  branden van putjes in glasplaat  maken van matrijs  persen van CD  dunne laag aluminium  laklaag  label

59 59 Compact Disc  Afspelen: m.b.v. laser infrarood 0.78  m

60 60 Compact Disc

61 61 Compact Disc  1: overgang, 0: geen overgang

62 62 Compact Disc  Spiraal (binnen naar buiten)  omwentelingen (± 600 per mm)  Constante bitstroom 530 T/min  200 T/min = Constant Linear Velocity

63 63 CD-ROM  1984 (Philips & Sony)  CD voor opslag van data: CD-ROM  Compact Disc, Read-Only Memory  Compatibel met audio CD  Yellow Book  Formaat van Data  Extra Foutenbescherming

64 64 CD-ROM Symbool: 8 bits  14 bits symbolen Frame (588 bits) • 24 data bytes • rest: fouten+synch. 98 frames DATAECCH 16 bytes 2048 bytes 288 bytes Sector • Mode 1 • Mode 2 16 bytes 2336 bytes DATAH 00ffffffffffffffffffff00 min:s:sect:mode

65 65 CD-ROM  Foutencontrole: 3 niveaus  Per symbool (1-bit fout)  Per frame (# opeenvolgende fouten)  ev. per sector (Cross Interleaved Reed-Solomon code)  Efficientie:  98 x 588 bits = bits  2048 x 8 = bits

66 66 CD-ROM  Capaciteit:  ± sectoren (550 MB MB)  Debiet:  75 sect. / s = 150 kB (mode 1) = 171 kB (mode 2)  x2, x4, …, x32, …  Hogere snelheden  CAV (constant angular velocity) aan binnenzijde  Zoektijd:  controller: berekening van plaats + zoeken  100 ms

67 67 CD-I  Compact Disc, Interactive  Philips, 1986  Speler verbonden met TV  MPEG video, geluid, …  Green Book  Toepassing:  Spelletjes  Educatieve programma’s

68 68 CD-R  Compact Disc, Recordable  1989  WORM, Write-Once, Read Many  Groef met sinusoidale rand (snelheid)  Uitzicht: Goudkleurig i.p.v. zilverkleurig Label Beschermlaag Reflecterende Au-laag Doorzichtige Kleurstof Substraat 1.2 mm

69 69 CD-R  Schrijven:  Laser: Hoog vermogen (verkleuring)  Lezen:  Laser: Laag vermogen (donkere plek: minder reflectie)  ook te lezen op gewone CD-ROM lezen  Beschrijven:  in een continue operatie beschrijven, zonder stoppen

70 70 CD-R  Orange Book  CD-R  CD-ROM/XA (incrementeel beschrijven)  Toepassing:  PhotoCD  Backup  Piraterij!  verkeerde lengte, verkeerde ECC, …

71 71 CD-RW  Compact Disc, ReWritable  Zoals CD-R, kleurstof vervangen door legering  twee stabiele toestanden: kristallijn & amorf

72 72 CD-RW  Schrijven:  Laser: hoog vermogen  legering smelt, koelt af tot amorf  Laser: medium vermogen  legering omgezet naar kristallijn  Lezen:  Laser: laag vermogen  kristallijn: veel reflectie  amorf: weinig reflectie  Duurder dan CD-R (kan niet gewist!)

73 73 DVD  Digital Video Disk, Digital Versatile Disk  Zelfde formaat CD-ROM (120 mm schijf)  Capaciteit: 4.7 GB Debiet: 1.4 MB/s CD DVD

74 74 DVD  Compressie: MPEG-2 (4 Mbps)  afhankelijk van detail & hoeveelheid beweging  Audio  24-bit sampling, 96 kHz  DigitalSurround (5 kanalen + 1 subwoorfer-kan.)  Films  meerdere talen (<= 8) + ondertiteling  meerdere verhaallijnen (te selecteren)  meerdere gezichtspunten  kinderslot

75 75 DVD  4 Formaten:  single-sided, single-layer4.7 GB  single-sided, dual-layer8.5 GB  double-sided, single-layer9.4 GB  double-sided, dual-layer17 GB Semi-reflectieve laag Aluminium reflector

76 76 Magneto-Optische Schijven  Legering  Boven Curiepunt (Tc): magnetisatie wijzigen  Onder Curiepunt: magnetisatie bevroren  Schrijven:Lezen: Kerr effect  Concentrische sporen, sectoren, CAV  Verwijderbaar medium, vaak 5.25” laser B polarisatie

77 77 Magneto-Optische Schijf

78 78 Magneetbanden  Spoel-tot-spoel  1”, 1/2” breed, 2400 ft lang  capaciteit: … 180 MB...  9 sporen (1 byte + pariteit)  lees en schrijf koppen

79 79 Magneetbanden  Blokken van variabele lengte  hiaat (½ - 1”): start/stop  dichtheid: 1600 B/duim, 6250 B/duim  debiet: tot 3 MB/s  terugspoelen: 50 s tot 3 min hiaat

80 80 Cassettes

81 81 Cassettes  Cartridge  vaak streaming mode  blokken van ½kB.. 1 kB met heel klein hiaat  backup: data compressie (tot 2 x zoveel op tape)  sporen  vaak serieel beschreven (serpentine recording)

82 82 Cassettes  Types  ½” cartridge  4 GB.. 35 GB  1 MB/s.. 5 MB/s  ¼” cartridge (QIC)  vooral op PCs  400 MB.. 4 GB  125 kB/s MB/s  heel veel incompatibele formaten

83 83 Cassettes  Types (helical scan)  8 mm (videoband)  3 GB.. 25 GB  500 kB/s.. 6 MB/s  4 mm (DAT)  2 GB.. 12 GB  50 kB/s.. 1 MB/s

84 84 Massageheugens  JukeBox met CDs  Speciale Cassette lader 200 CDs 20 Cassettes

85 85 Hoofdstuk 2  Geheugenmedia  Organisatie  Bussen  Pijplijnen  Voorgeheugens  Snelheid

86 86 Bussen  Transport van gegevens tussen lokaties  serieel vs parallel (8, 16, 32, 64, …)  Implementatie  punt-tot-punt verbinding (duur!)  gemeenschappelijke verbinding (bus) CPU RAM Video Bestuurder Harde Schijf Bestuurder CD-ROM Bestuurder...

87 87 Bussen  Verschillende lijnen  Adressen  Gegevens  Controlesignalen (Opdrachten)  Voorbeelden  (E)ISA (Extended Industry Standard Architecture)  PCI (Peripheral Component Interconnect) ...

88 88 Bussen CPU RAM... PCI bridge Video Bestuurder SCSI Bestuurder SCSI Schijf ISA bridge Drukker Bestuurder Geluid kaart Modem ISA bus PCI bus SCSI bus

89 89 Interne bussen Registers Rekeneenheid

90 90 Bussen  Bus breedte  # adreslijnen  20 lijnen: max. 1M (PC/XT)  24 lijnen: max. 16 M (ISA)  32 lijnen: max. 4G (EISA/PCI)  64 lijnen: max. 16 E (PCI)  # datalijnen  8, 16, 32, 64 lijnen  ev. 32 bits ophalen over 8-bit bus = 4 x lezen  multiplexed bus: adres/datalijnen gemeensch.

91 91 Bussen  Participanten  Meester = apparaat dat comm. initieert  CPU, DMA-apparaat,...  Slaaf = andere partij  geheugen,... CPU RAM Lees xyz Data   = Bus cyclus  + 

92 92 Bussen  Werking:  Synchroon  op kadans van een klok  bus cyclus = geheel # klokcycli  ISA (8.33 Mhz), PCI (33 MHz/66MHz)  Asynchroon  bus toegang slechts zo lang als nodig  Bus Protocol:  Hoe bus werkt  Hoe “meester” worden, Welke signalen + Timing...

93 93 Synchrone Bus ADRES DATA MIN MAX MREQ READ WAIT (Geheugen)

94 94 Bus Arbitratie  Hoe “meester” worden  Gecentraliseerd  schakeling in CPU, aparte arbiter chip, …  Gedecentraliseerd App. 1 App. 2 App. 3 App. 4 Arbiter aanvraag OK NOK

95 95 Bus Cycli  Lees cyclus  Meester: Lees xyz  Slaaf: Data  Schrijf cyclus  Meester: Schrijf data xyz  Slaaf: OK  Block transport  Meester: Lees xyz...  Slaaf: Data, data,...  Lees/Wijzig/Schrijf cyclus  Meester: Lees xyz  Slaaf: Data  Meester: Schrijf Data* xyz  Slaaf: OK  Interrupt cyclus ...

96 96 RAM Pijplijnen  Soort lopende band in processor HIA.wR1,10 OPTR1,100 BIGR1,2(R3+) LEZ DRU HIA.w R1,10OPT R1,10BIG R1,2(R3+)LEZ DRU Analyseer Bereken adresHaal operand opVoer uit

97 97 Pijplijnen  Complex!  Indexatie  sprongbevelen  voorspellen, meerdere pijplijnen HIA.wR1,10 OPTR3,100 BIGR1,2(R3+) LEZ DRU Compiler : • herordenen van instructies • inlassen van NOP

98 98 Voorgeheugens  RAM relatief traag t.o.v. CPU  Extra snel voorgeheugen (cache memory) CPU cache RAM SRAM DRAM Kopie van gedeelte van RAM

99 99 Voorgeheugens CPU RAM Lees a in VG? JA! CPU RAM Lees b a b     in VG? NEE!  

100 100 Voorgeheugens  Lokaliteitsprincipe  lokaliteit in tijd  x nodig op tijd t  x nodig op tijdstip t+dt lussen, tussenresultaten  lokaliteit in ruimte  x nodig op tijdstip t  x+dx nodig op tijdstip t+dt programma’s, rijen, velden van records, …  daarom: lijnbreedte (8 bytes, 16 bytes, …)  Voorgeheugen  90%.. 98% succes!

101 101 Voorgeheugens  Ontwerpkeuzen:  grootte (16 kB, 32 kB, … 512 KB, …)  lijnbreedte (8B, 16B, 32B, …)  hoeveel tegelijk ophalen uit RAM  hoe georganiseerd  gemeenschappelijk VG versus gescheiden VG voor data en instructies  aantal voorgeheugens (1, 2 of meer)

102 102 Voorgeheugens  Organisatie  direct afgebeeld voorgeheugen  elk RAM “lijn” heeft vaste plaats in het VG  tag duidt aan over welke geheugen-lijn het gaat (de meest beduidende bits van het adres)  associatieve voorgeheugens  een RAM lijn kan om het even waar in het VG  tag duidt aan over welke geheugen-lijn het gaat  associatief: alle tags tegelijk vergelijken!

103 103 Voorgeheugens  Direct afgebeeld voorgeheugen tag RAM VG adres =?

104 104 Voorgeheugens  Associatieve Voorgeheugens tag RAM VG adres =? Tegelijk vergelijken!

105 105 Voorgeheugens  Schrijven in VG  wegschrijven doorheen het VB  onmiddellijk hoofdgeheugen aanpassen  uitgesteld wegschrijven  alleen in VG aanpassen, pas later in hoofdgeheugen  schrijven als niet in VG  alleen in hoofdgeheugen  eerst in VG brengen

106 106 Voorgeheugens Performantie ???  Toegangstijden: T RAM, T VG  Succesratio: s  Gemiddeld: T G = s * T VG + (1-s) * T RAM  Voorbeeld: T RAM = 100 ns T VG = 10 ns s = 95% T gem = 0.95 * * 100 = = 14.5 ns Kostprijs ???  Capaciteiten: C RAM, C VG  Prijs: K RAM, K VG  Totaal: K = C RAM * K RAM + C VG * K VG  Voorbeeld: C RAM = 128 MB K RAM = 250 BEF/MB C VG = 128 kB K VG = BEF/MB K = 128 * /8 = = x sneller, slechts 6 % duurder

107 107 Voorgeheugens  Meerdere niveaus CPU Cache L1 RAM Cache L2 16 kB 512 kB 128 MB

108 108 Hoofdstuk 2  Geheugenmedia  Organisatie  Snelheid  MIPS  MFLOPS  Experimenteel testen

109 109 Snelheid  MIPS  Million Instructions Per Second  MFLOPS  Million Floating Point Instructions Per Second  Merk Op:  niet alle instructies even veel tijd!  niet alle instructie-sets even uitgebreid  niet altijd uitgebreide datatypes  MIPS/MFLOPS = relatieve maat binnen computerfamilie

110 110 Snelheid  Experimenteel testen  Standaard testen  Whetstone: tech. wetenschappelijke programma’s  Dhrystone: zonder bewegende komma operaties  SPEC: { programma’s van verschillende constructeurs }  Gebruikersstandpunt  Responstijd = tijd eerste resultaat - tijd opdracht ingegeven  Verblijftijd = tijd afgewerkt - tijd opdracht ingegeven  Doorvoer = # afgewerkte programma’s / tijdseenheid


Download ppt "1 SOCS Hoofdstuk 2  Elektronica  Transistorgeheugens  Geheugenmedia (hulpgeheugens)  Organisatie  Snelheid."

Verwante presentaties


Ads door Google