De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

Deel 2 Blokken, apart en gestapeld Inleiding tot de sociologie.

Verwante presentaties


Presentatie over: "Deel 2 Blokken, apart en gestapeld Inleiding tot de sociologie."— Transcript van de presentatie:

1 Deel 2 Blokken, apart en gestapeld Inleiding tot de sociologie

2 4. Blokken uit de sociologische blokkendoos Over sociaal handelen, interactie en communicatie, posities en relaties, rol en status.

3 2 Beoogde leercompetenties •Microsociologie als domein kunnen begrijpen. •De sociologische basisbegrippen: -sociaal handelen -interactie -communicatie -positie -status -en rol kunnen toepassen en illustreren.

4 3 Gezin, samenlevingscontract, kaartclub, huwelijk, hulpverleningsrelatie... (sociale relaties, ‘face to face’, onmiddellijke sociale omgeving) Macro Meso Micro Sociaal handelen actoren / interacties in het dagelijkse leven Actor Structuur

5 4 Macro Micro Actor Structuur Sociaal handelen Interactie Communicatie Sociale relaties Positie Rol en status Bouwstenen

6 5 Sociaal handelen Interactie Communicatie Sociale relaties Positie Rol en status Microsociologie Een conceptueel sociologisch kader

7 4.1 Sociaal handelen

8 7 Sociaal handelen Interactie Communicatie Sociale relaties Positie Rol en status Samenleven betekent elkaar voortdurend ‘ontmoeten’. = ‘afstemmen’ handelen op elkaar = (zinvol) betrokken op andere(n) = rekening houden met ‘de anderen’ (subjectieve betekenis in verband met anderen) Vier typen: • Affectief (emotioneel) • Traditioneel • Waarderationeel • Doelrationeel

9 8 Vier grondcategorieën van sociaal handelen volgens Weber ( ) • Affectief (emotioneel) • Traditioneel • Waarderationeel • Doelrationeel

10 9 Grondcategorieën ‘sociaal handelen’ (1) •Affectief -Niet doelgericht is, refereert niet aan een waarde. -Uitdrukking van een instinctieve, zintuiglijke, emotionele of passionele toestand. -Emotie is wel aan regels onderhevig, verschillend naar cultuur. •Bv. woede, angst, haat, passie of verdriet …, wel sociologisch gestuurd. •Traditioneel •Waarderationeel •Doelrationeel

11 10 Grondcategorieën ‘sociaal handelen’ (2) •Affectief •Traditioneel -Gedrag via overlevering, ingewortelde gewoonten -Het staat heel dicht bij en gaat soms over de grens van wat nog ‘zinvol’ handelen is. •Bv. -Beleefdheidsregels en ‘etiquette’ -Mensen die niet meer ‘kerks’ zijn, toch nog een kerkelijke huwelijksviering willen of hun kinderen laten dopen. •Waarderationeel •Doelrationeel

12 11 Grondcategorieën ‘sociaal handelen’ (3) •Affectief •Traditioneel •Waarderationeel -Geïnspireerd door de overtuiging dat het handelen een intrinsieke waarde of betekenis bezit “op zich” heeft. -Het gebeurt omwille van het “waardevolle” van het handelen zelf, onafhankelijk van het resultaat dat het eventueel oplevert. •Bv. Bidden, een gezellig samenzijn met vrienden of een partijtje tennis •Doelrationeel

13 12 Protestantse marsen waren een voorbeeld van traditioneel en waarderationeel handelen “Orange Order marches date back to the 18th century”

14 13 Grondcategorieën ‘sociaal handelen’ (4) •Affectief •Traditioneel •Waarderationeel •Doelrationeel -Rationeel verwezenlijken van weloverwogen doelstellingen. -Omdat de verschillende mogelijke doelstellingen tegenover elkaar worden afgewogen, maar ook omdat - eens een doelstelling gekozen - de middelen en de mogelijke neveneffecten rationeel worden beoordeeld in functie van deze doelstelling. •Bijvoorbeeld: anticonceptiva -Het verwachte gedrag van de andere mensen wordt daarbij als voorwaarde of middel gehanteerd om de geselecteerde doelstelling te bereiken. -Het is de “logica” van het “kapitalistische economische handelen” (maar milieuvraagstukken ?) of van een “bureaucratische organisatie”.

15 4.2 Interactie en communicatie

16 15 Interactie en communicatie Sociaal handelen Interactie Communicatie Sociale relaties Positie Rol en status Voortdurende wisselwerking tussen mensen. Hoe? Zinvol op mekaar betrokken handelen, is voortdurende wisselwerking • Realisatie externe doelen • Beleven van waarden • Volgen affecten en tradities Waarneembaar Meedelen rationele, emotionele informatie Processen van sociaal handelen

17 Interactie •Het waarneembare gedrag van de sociaal handelende personen. •Essentiële karakteristieken -De wisselwerking •‘inter’ (met elkaar) •‘agere’ (handelen) -Anticipatie op het handelen van de andere. -De gemeenschappelijke (gedeelde) interpretatie van het sociale handelen ‘verstehen’, maakt sociaal handelen mogelijk door actoren. •Vooral zichtbaar voor het tussenmenselijk verkeer in kleinere groepen -Sociogram

18 17 Interactie: karakteristieken •Frequentie •Regelmaat •Uitgebreidheid •Coördinatie •Richting •Directheid A B C D E Sociogram

19 18 Mechanismen om interacties met anderen te ‘ordenen’: dramaturgische benadering (E. Goffman, ) •‘Front stage’ en ‘back stage’ -De scène en de coulissen van de samenleving. •Het afbakenen van persoonlijke ruimte (proxemics) -Intieme, persoonlijke, sociale of publieke afstand (Edward T. Hall, 1959) •De ongerichte interacties •Het tussen haakjes plaatsen (‘bracketing’) •‘Beleefde inattentie’

20 19 Persoonlijke “ruimte” en interactie (proxemics) De “fysieke” ruimte tussen ons (lichaam) en de anderen is “sociaal” gestuurd, afhankelijk van de interactie (cultuurbepaald). Intieme afstand Persoonlijke afstand Sociale afstand Publieke afstand

21 20

22 21 Beleefde inattentie

23 22 Concept ‘interactie’ en paradigma’s? PerspectiefFocusInzichten Functionalisme Ondersteunende interacties bij ruil (‘exchange’), Interconnecties en samenwerking. Bij ruil betalen wij een ander om bijvoorbeeld een huis te bouwen; Bij samenwerking, werken wij samen om dit huis te bouwen. Conflict Oppositionele interacties: competitie en conflict Bij competitie, willen wij winnen, echter terwijl we de spelregels volgen (bv. voetbal); Bij conflict, trachten wij ten koste van alles de andere uit te schakelen. Interpretatieve (symbolisch interactionisme) Interpretatie van interacties: wat bedoelen actoren met ‘symbolen’? Bij constructieve interacties, zien wij de positieve ‘intenties’, achter het gedrag, acties en hun woorden; Bij oppositionele interacties, zien wij anderen als minder waardevol, minder te respecteren en gaan daar ook tegen in.

24 Communicatie •Omvat -het op anderen overdragen (meedelen) van gedachten, gevoelens, wensen en strevingen -zodat die anderen worden geïnformeerd over wat men denkt, voelt of wenst. •Boodschap die van A (de zender) naar B (de ontvanger) gaat. •Complement van interactie -Communicatie kan gevolgd door interactie -Interactie omvat communicatie •Voorwaarde: gedeelde sociale codes (binnen cultuur) -anders pseudo-communicatie •Verbale en niet-verbale communicatie -V-teken, vuist ballen … •Niet alle communicatie = meedelen -Bv. roddelen (wel functioneel) Gezichtsuitdrukking

25 24

26 25 Bekijk •mms://video.ua.ac.be/Henderickx_Erik/intro_sociolog ie/Interactienstructuren.wmv (V)mms://video.ua.ac.be/Henderickx_Erik/intro_sociolog ie/Interactienstructuren.wmv -Van sociale interactie naar structuren (synthese theorie) •http://www.youtube.com/watch?v=amNiOJv1RyU&fe ature=related sociale interactie (V)http://www.youtube.com/watch?v=amNiOJv1RyU&fe ature=related •mms://video.ua.ac.be/Henderickx_Erik/sociology_en _psychologieBA1/ch03_reallife.wmv (V)mms://video.ua.ac.be/Henderickx_Erik/sociology_en _psychologieBA1/ch03_reallife.wmv - Communicatie is meer dan woorden !

27 26 Zeven functies van de non-verbale communicatie 1.Herhaling van hetgeen verbaal is medegedeeld •tegelijkertijd ja zeggen en knikken, de weg uitleggen en wijzen 2.Vervanging van de verbale communicatie •ja knikken, nee schudden, vragende gezichtsuitdrukking, embleemgebaren 3.Tegenspreken van de verbale communicatie •iets bevestigen maar daarbij twijfelend het hoofd schudden of de schouders ophalen 4.Affectieve (gevoelsmatige) ondersteuning van het gesproken woord •bezorgde frons of bemoedigend schouderklopje 5.Informatie over de onderlinge relatie •glimlachen, oogcontact, aanraken, afstand, lichaamshouding 6.Beklemtonen van de verbale communicatie •wijzen met een priemende vinger in de lucht als je een beschuldiging uit of met luide toon verwijten maken en driftig op tafel slaan 7.Structureren en reguleren van de verbale communicatie •de punten en komma's van de gesproken zinnen: hummen, aankijken en wegkijken, spreekpauzes en ondersteunende handgebaren

28 • 55% van de communicatie bestaat uit lichaamstaal,55% • 38% wordt geuit door de stemklank en slechts38% • 7% wordt gecommuniceerd door middel van woorden7%

29 28

30 4.3 Sociale relaties en posities, sociale rol en status

31 30 Sociale relaties en posities, sociale rol en status Sociaal handelen Interactie Communicatie Sociale relaties Positie Rol en status. Sociaal adres binnen een sociaal netwerk De structurele neerslag van communicatie en interactie. Regieaanduidingen, het scenario dat bij die posities hoort (los concrete individu). Maatschappelijke waardering in termen van hoog en laag, vaak zichtbaar via ‘uiterlijkheden’.

32 4.4 Sociale relaties

33 32 Sociale relaties (1) Sociaal handelen Interactie Communicatie Sociale relaties Positie Rol en status Een relatie is de kans dat mensen op een bepaalde wijze (zinvol ten opzichte van elkaar) zullen handelen. Zo ontstaan vaste patronen interactie en communicatie zich tot min of meer autonome entiteiten met een eigen dynamiek die het sociaal handelen van mensen sturen, binnen sociale relaties sturen. Geeft waarschijnlijkheid aan de interactie, verwachtbaar gedrag.

34 33 Sociale relaties (2) Sociaal handelen Interactie Communicatie Sociale relaties Positie Rol en status Structurele neerslag van communicatie en interactie. De kanalen die in de bedding van de sociale werkelijkheid worden gegraven door steeds wederkerende interactie en communicatie (continuïteit) = routines en patronen

35 34 Waarom verlopen interactie en communicatie volgens “vaste patronen” (relaties)? Paradigma’s Uitgelegd als … Symbolisch interactionisme Doorheen de interactie zelf, in een proces van zoeken en tasten, van “zin” geven en aanpassen Functionalisten De sociale ruil (of sociale goederen) kunnen van materiële en van immateriële aard zijn, zoals hulp en erkenning en bepalend voor de relatie Functionalisten Bestaande ‘consensus’ tussen de mensen Conflictsociologie Conflicten verlopen vaak volgens bepaalde patronen Bv. sociaal overleg binnen arbeidsverhoudingen

36 35 Typen sociale relaties: korte en lange •Primaire (‘korte’) •Sterk •Kort •‘Face to face’ •Totale persoon •Emotioneel •Privaat / primair •Secundaire (‘lange’) •Zwak •Lang •Functioneel/ rationeel •Positie •Rationeel •Publieke scène Micro, ‘gemeinschaftliche’, associaties … Meso / macro, ‘gesellschaftliche’, ‘organisatie’

37 4.5 Sociale posities

38 37 Sociale posities •Een plaats in een netwerk van sociale relaties of verhoudingen -Een knooppunt van sociale relaties -Een ‘sociaal adres’ (‘hoog’ of ‘laag’ in het netwerk) -Plaats van waaruit we (sociaal) handelen •Wij ontmoeten de ‘andere’ niet als een persoon, wel als ‘representant’ van een sociaal netwerk waarbinnen die een positie heeft (Onafhankelijk van de concrete mensen) •Dus enkel gedefinieerd door een verwijzing naar andere sociale posities. •Bouwsteen van de structuur van het samenlevingsverband. •Positiestellen -Sets van posities

39 38 Hoe op een positie terecht komen? (1) 1.Toewijzing (‘ascription’ / vererving) -Op basis van ‘oneigenlijke’ criteria •Bv. sociale afkomst, geslacht, ethnische origine, leeftijd. •Als individu geen greep op de voorwaarden die nodig zijn voor de toegang tot zo’n positie. -Vooral in traditionele, gesloten samenlevingen (beroep van ‘vader’ op ‘zoon’) •Gevolgen samenleving: niet de meest geschikte personen komen in een bepaalde positie terecht, wat ook economisch een minder dan optimale toestand is. (zwarten USA of ZA, vrouwen, stemrecht …)

40 39 Hoe op een positie terecht komen? (2) 1.Toewijzing (‘ascription’ / vererving) 2.Verwerving (‘achievement’) -Op basis (eigen) inspanning •Sociale kwalificaties (een diploma, een sociaal netwerk) om een bepaalde positie te kunnen bekleden. -Typerend voor moderne, open samenlevingen. Zogenaamde verworven posities zijn voor een belangrijk deel ook ‘toegewezen’ Sociale afkomst blijft dominante variabele = de sociologische wetmatigheid

41 4.6 De sociale status

42 41 De sociale status •De positie = statusbepalend •Binnen elke verzameling van posities bestaan immers ‘meer’ en ‘minder’ gewaardeerde posities -Leidt tot rangorde van posities met een hogere en met een lagere sociale status. -Cruciaal bij centrale maatschappelijke posities -‘Hoog' en 'laag' op de denkbeeldige sociale ladder -Géén eigenschap van mensen die een bepaalde positie bekleden, maar wel positie zelf •Wel ‘sociaal aanzien ’ •Er is een samenhang tussen sociologische variabelen zoals: -Beroepsstatus (diploma, inkomen …) en … -bv. studiekeuze, vrijetijdsbesteding … (statuscongruentietheorie)

43 3.7 Statuscongruentie-these

44 43 De status(in)congruentietheorie (stelling in de sociologie) •Individuen zullen bij het aangaan van min of meer duurzame sociale engagementen rekening houden met de weerslag die dit heeft op hun maatschappelijke status. •Zij zullen zich bewegen naar sociale posities met een status die verzoenbaar lijkt met hun globale sociale status. •Omgekeerd zullen zij posities mijden waarvan de status maatschappelijk wordt gedefinieerd als onverzoenbaar met hun globale status. •In beide bewegingen zullen ze in niet-onbelangrijke mate worden gestuurd door hun sociale omgeving. •Statuscongruentie -Een toestand in ‘evenwicht’ -= voorspelbaarheid en vlot functioneren van het ‘sociaal verkeer’

45 4.8 De sociale rol

46 Rol (functionalistisch) en identiteit RolIdentiteit Situering binnen ‘een’ sociaal netwerk Wie ben ‘ik’ binnen het sociale netwerk / samenlevingsverband?

47 De samenleving als een ‘theater’ • Komedie • Drama • Tragedie • Horror Rolspelers hebben enige speelruimte.

48 47 De sociale rol (theater) •Op grond van de posities die we bekleden, worden bepaalde gedragingen van ons verwacht en zijn andere uitgesloten -Een collectief geaccepteerd verwachtingspatroon dat sociaal handelen van actoren programmeert / regisseert in een gedragspatroon. •Regieaanduidingen, het scenario dat bij die posities hoort en dat losstaat van het concrete individu dat op die plaats terechtkomt. •Positiegebonden karakter: sociaal handelen worden min of meer voorspelbaar -Sociale norm van de reciprociteit -Als ‘ik’ goed wordt behandeld, doe ik dit ook, met de ‘andere’. •Gericht op een maatschappelijk evenwicht (functionalisme) •Conformisme aan maatschappelijke verplichtingen (verbonden met rol). •‘Het masker’ voor / binnen diverse sociale situaties. -Geleerd via ‘socialisatie’ ‘Doordat het individu sociale posities bekleedt, wordt hij deel van het drama dat de samenleving waarin hij leeft, geschreven heeft. Met elke positie overhandigt de samenleving hem een rol, die hij moet spelen’ (Dahrendorf, 1958/1965)

49 48 Dahrendorf (1958/1965) Muss- Erwartungen Niet aan te onttrekken, op straffe van juridische sanctionering (afdwingbaar). Wetten, decreten … rode licht … Soll-Erwartungen Afdwingbaar via het sociaal verkeer. Sociale controle is ‘sturend’, sociale sanctionering / uitsluiting (bv. roddel, negatie) Zeden, ‘mores’, tradities, … Kann- Erwartungen Strikt niet verplicht, maar geeft wél een positieve beoordeling. Gewoonten, ‘folkways’ … mms://video.ua.ac.be/Henderickx_E rik/Dahrendorf.wmv

50 49 Een rollenstel (‘role set’) •Rollen niet alle hetzelfde sociale belang. •Hiërarchie m.b.t. verwachtingen die aan posities gekoppeld zijn, een hiërarchie die het duidelijkst tot uitdrukking komt in het soort van sancties dat toegepast wordt bij het niet naleven ervan. -Afweging tussen verschillende rollen -Beoordeeld door ‘anderen’ Elke rol bestaat uit een verschillende mengeling van deze drie soorten van verwachtingen.

51 50 Determinanten rol Wetgeving / beleid Zeden / moraal Prima verbanden Rol

52 51 Concept ‘rollen’ en paradigma’s Rolverschillen ‘gender’? PerspectiefFocusInzichten Functionalisme Verschillende roldefinities ‘man’ en ‘vrouw’, als basis voor sociale ongelijkheid. Mannen vervullen instrumentele rollen, vrouwen expressieve rollen, zodat het gezin (en bij uitbreiding de maatschappij) functioneert. Bv. vroeger éénkostwinnersgezin. Conflict Verlangen van de man om vrouwen ‘uit te buiten’, als basis voor ‘gender’ ongelijkheid. De economische en seksuele uitbuiting door mannen, draagt bij tot ‘gender’-ongelijkheid. Bv. Vrouwenhandel. Symbolisch interactionisme De interacties tussen man en vrouw zijn uitdrukking van ‘gender’ ongelijkheid. Bij interseksuele interacties zijn mannen agressiever en willen zij meer bij een vrouw bekomen, waardoor de ‘gender’ ongelijkheid (her)bevestigd wordt.

53 52 Van traditioneel, naar moderne en nu postmoderne identiteit? TraditioneelModernPostmodern GegevenGedetermineerd en structureel gestuurd Eigen keuze (?) Gewoon als evident aanvaard Gepolariseerd, dichotoom Meervoudig, gefragmenteerd Machtig, maar voorspelbaar VoorspelbaarChaotisch EssentieelWerd essentieelNiet meer duidelijk

54 53 Rol en identiteit (functionalisme) (1) Wie ben ik? Wie zijn wij? … -Verwijzing naar ‘verwacht’ rolgedrag binnen sociale verbanden. = Een sociale structuur van gedeelde ervaringen en innerlijke kenmerken. = Een collectief gevoel continuïteit tussen generaties = Gedeelde herinneringen = Een collectief bewustzijn gemeenschappelijke lotsbestemming.

55 54 Rol en identiteit (functionalisme) (2) Herbert Mead -Personen ontwikkelen zelfbegrip door naar zichzelf zoals de rolbeoordelaars (‘significante anderen’). •‘Taking the role of the other’ -geïnternaliseerde publieke verwachtingen •‘Generalized other’ -Richt: keuzes, gedachten, gevoelens, handelingen … = Samenleving = de ‘andere’ (= samenleving) is medebepalend -Essentieel in identiteitsontwikkeling = Coherent zelfbeeld •Mensen hebben een ‘meervoudige’ identiteit -‘Schoonzoon’, ‘overspelig’, ‘student’ …

56 Rolconflicten •Bij elke positie horen meerdere rollen -Wellicht uiteenlopende of tegenstrijdige verwachtingen •Dus hiërarchie (ouders zijn belangrijker dan buren, acceptabel gedrag voor de ‘baas’, eerder dan collega’s … bv.) -Geen psychologisch, wel structureel fenomeen •tegenstrijdige verwachtingen -die met elkaar worden geconfronteerd -die op een of andere wijze afdwingbaar zijn via sociale sancties •Twee typen •Intern rolconflict: divergente verwachtingen tussen rollen binnen één positie •Extern rolconflict: conflict tussen rollen bij verschillende posities

57 56 Typen rolconflict Positieset / role set Positie 1Positie 2 Rol A1Rol A2Rol B1Rol B2 Intern rolconflict Extern rolconflict Persoon • Rolambiguïteit • Stress • … Conflict tussen verschillende rollen die bij éénzelfde positie horen Conflict tussen rollen die bij verschillende posities horen

58 De stabiliteit van rollenstellen: hoe omgaan met weerstand? •Slechts sprake ‘rol’ wanneer … -Zekere mate van collectieve overeenstemming is over de inhoud ervan en wanneer sancties zijn voorzien -Mensen pogen om een persoonlijke interpretatie te geven aan de wijze waarop ze de rol spelen •binnen bepaalde marges is dat ook mogelijk. -Vervolgens biedt de rol de mogelijkheid aan mensen om zich te verbergen; mensen kunnen strategisch gebruik maken van rollen. -Sommige rollen geven een duidelijke stempel op de identiteit van mensen, andere rollen dan niet zo veeleisend. Wat zijn de sociale mechanismen, die aan rollenstellen de nodige stabiliteit geven ? (Merton, 1957)

59 58 •Belangrijkste tegenspelers domineren rol -Rollenspeler zal zich dan vooral richten op die tegenspelers voor wie zijn handelen binnen het rollenspel het belangrijkst is (hiërarchie rollen) •Verschillen macht en gezag tussen de personen uit het rollenstel -Kunnen een vrij grote autonomie voor de positiebekleder garanderen (coalities) -Bv. Oprichten van een vakbond (collectieve belangenbehartiging). •Rolbetrokken gedrag afgeschermd -Minder invloed voor sociale druk. •Positiebekleder bevrijd situatie van “één tegen allen” -Wanneer de uiteenlopende en soms tegengestelde eisen aan hem/haar worden gesteld. •Bekleders van gelijkaardige posities -Onderlinge steun zoeken, door het oprichten van verenigingen (solidariteit) -Of het afdwingen van statuten •Rollenstel ‘inperken’ -Waardoor vanzelf een grotere consensus totstandkomt Strategieën?

60 4.9 Rolattributen en statussymbolen

61 60 Rolattributen en statussymbolen Waarneembare dimensie rol en status -Rolattributen •Herkenning van een positiebekleder / voorwerpen die nodig zijn om een rol te kunnen vervullen. -Rolattributen = communicatieve functie en een utilitaire functie. = Doorzichtigheid van het sociale leven -Statussymbolen •Verwijzingen naar een ‘schaars sociaal goed’ dat zich ‘achter’ de sociale positie bevindt •Beïnvloeden zo het ‘zelfbeeld’ (identiteit) en het gevoel van eigenwaarde dragers, die “trots” zijn op hun positie •Middelen voor sociale controle •Dragen ertoe bij dat de sociale afstand tussen ‘hoog’ en ‘laag’ in stand wordt gehouden.

62 61 Voorbeelden rolattributen

63 62 Sociaal handelen Interactie Communicatie Sociale relaties Positie Rolattributen en statuskenmerken De microsociologie (synthese)

64 63 Volledigheidshalve: twee dimensies binnen sociale handelen •Positionele dimensie / netwerken (dit hoofdstuk) -‘Plaatsen’ binnen samenlevingsverband en verbindingen tussen mensen •Zichtbaar via interactie en communicatie, vaak gevolgd door relaties -Geheel posities = sociale netwerk (volgend hoofdstuk) •Culturele dimensie -‘Zin’ die mensen geven aan sociale handelen en sociale verbanden (‘verstehen’) •Uitdrukking cultuurpatronen = (gestructureerde gehelen van waarden, normen, verwachtingen en doelstellingen) •Status = waardering voor sociale positie Netwerken en cultuurpatronen zijn altijd met elkaar verbonden.

65 64 Ter uitleiding microsociologie •Sociale handelen is doelgericht, maar ook in onze (post)moderne samenleving komt nog traditioneel handelen voor, of handelen dat om zichzelf gebeurt. •Sociaal handelen -Interactie (de handelingscomponent) -Communicatie (het (mee)delen). •Sociale relaties (primaire en secundaire) -Verbindingen tussen knooppunten = sociale posities (verworven of vererfd) •Elke positie heeft -Waardering (status) -Stel verwachtingen omtrent het gedrag van de positiebekleder (rollen). Deze verwachtingen sturen in belangrijke mate het handelen van de positiebekleders; de eigen opvattingen over hoe men zich kàn gedragen, worden erdoor beperkt. -Posities worden hoger / lager gewaardeerd in termen van status. •Sociale verschillen tussen mensen in de samenleving •Sociaal weefsel - netwerken - is een verzameling posities met relaties aan elkaar.


Download ppt "Deel 2 Blokken, apart en gestapeld Inleiding tot de sociologie."

Verwante presentaties


Ads door Google