De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

De Oudheid F.G. Naerebout & H.W. Singor Begeleiding semester I blok I F.G. Naerebout GLTC/OCMW Maandag 9:00-11:00 Vriesh 2/002.

Verwante presentaties


Presentatie over: "De Oudheid F.G. Naerebout & H.W. Singor Begeleiding semester I blok I F.G. Naerebout GLTC/OCMW Maandag 9:00-11:00 Vriesh 2/002."— Transcript van de presentatie:

1 De Oudheid F.G. Naerebout & H.W. Singor Begeleiding semester I blok I F.G. Naerebout GLTC/OCMW Maandag 9:00-11:00 Vriesh 2/002

2 rooster •20 september: tot pagina 100: alles vóór Archaïsch Griekenland, prehistorie – 750 v.C. •27 september: pp : 750 – 500 v.C. •4 oktober: GEEN college •11 oktober: pp , : 750 – 500 v.C. en 500 – 338 v.C. •18 oktober: pp : 500 – 338 v.C.

3 Jaren B.P. (x ) Bron: Wikipedia Dateringen: Internat. Commission on Stratigrafy Ruimere context: zie Wikipedia, trefwoord Fanerozoicum

4 X B.P. = X before present = X  7-5 miljoen jaar B.P.: ontstaan van mensachtigen (einde Mioceen/begin Plioceen)  2,4-2,3 miljoen jaar B.P.: genus homo: de mens. Verschijnt ongeveer gelijk met het begin van het Kwartair en Pleistoceen.  jaar B.P.: homo sapiens  jaar B.P.: de moderne mens verspreidt zich vanuit Afrika  jaar B.P.: uitsterven van de homo Neanderthalensis  jaar B.P. ( v.C.): einde van het Pleistoceen, begin Holoceen, einde laatste Pleistocene glaciaal In archeologische termen (gebaseerd op werktuiggebruik) behoort het grootste deel van de mensheidsgeschiedenis tot het Paleolithicum, de Oude Steentijd. Op de overgang naar het Holoceen begint het Mesolithicum, de Midden-Steentijd, die op een gegeven moment (afhankelijk van de plaats) overgaat in het Neolithicum, de Nieuwe Steentijd

5 Neolithicum Neolitische revolutie & secondary products revolutionNB: evoluties Diffusie / zelfstandige ontwikkeling v.C.  Sedentisme (  nomadisme)  Domesticatie van planten en dieren  landbouw/tuinbouw  Gepolijste werktuigen  Aardewerk  Zuivelbereiding, textielfabricage, trek-, rij- en lastdieren  Eerste metallurgie

6 3000 v.C. Vroege staten en steden Vruchtbare Halve Maan Mesopotamië: Soemer EgypteNB: centrum-periferie Migraties: Semieten (Akkad); Indo-Europeanen Brons  Bronstijd NB: 3-perioden-systeem: steen, brons, ijzer Opnieuw: diffusie (en autonome ontwikkelingen) Schrift: cuneïform (spijkerschrift) hiërogliefen

7

8 Prehistorie  historie Vanaf het moment dat geschreven wordt (protohistorie?), of vanaf het moment dat dat in aanmerkelijke mate gebeurt, en ‘historische informatie’ wordt opgeschreven? Bronnen: primaat van geschreven bronnen Extern geheugen

9

10

11

12 2400 v.C.  Mesopotaamse hegemonieën Oeroek; Rijk van Sargon van Akkad; Oer 2000 v.C.  Komst van de Amorieten  Einde Soemer en opkomst van Babylon  Begin van geschiedschrijving in Mesopotamië  Begin van Minoïsche bloeiperiode; Helladisch  Komst van Grieken en van Italische volken 1700 v.C.  Babylon: Hammurabi: wetscodificatie

13

14

15 1600 v.C  Santorini/Thera/Thira  Opkomst van nieuwe machtsblokken Elam, Assyrië, Mitanni, Hittieten-rijk  Griekenland: Mycene 1500 v.C.  Einde Indusbeschaving  Opbloei van China: Shang; Chinees schrift: karakters  Grieken op Kreta: Lineair B  Egypte expansief in Nabije Oosten: Nieuwe Rijk

16

17

18

19 1200 v.C.  Ondergang Late Bronstijd-bestel, migraties Val van het Hittietenrijk, invallen door de Zeevolken, binnendringen van Arameeën in Mesopotamië en Nabije Oosten, begin van het einde voor MyceensGriekenland 1100 v.C.  China: Zhou 1000 v.C.  Successor states: Neo-Hittieten, Frygiers  Ontstaan van het alfabet-schrift 900 v.C.  Opkomst van Assyrië als grootmacht  In het Nabije Oosten: Fenicië, Filistijnen, Israel, Juda

20 750 v.C.  Griekse renaissance: Archaïsch Griekenland Contacten met Nabije Oosten, Egypte: vele ontleningen, waaronder het alfabetschrift  Assyrische expansie 722 Israel vernietigd, 670 Egypte veroverd 612 v.C.  Val van Niniveh; Nieuw-Babylonisch rijk; Neboekadnessar 587 inname Jerusalem, einde van Juda – Babylonische ballingschap 550 v.C.  Iran: de Meden verdrongen door de Perzen Perzische veroveringen: 545 Lydië, 539 Babylon, 525 Egypte

21

22 GRIEKENLAND Dark Age • De Griekse wereld van Homeros? • Migraties: Doriërs; oversteek naar Klein-Azië; Cyprus Archaïsch Griekenland • Ex oriente lux  o.m. alfabetschrift •Polis, poleis burgerschap / aristocratie / turannis •Bevolkingsgroei en ‘kolonisatie’ •Het Dorische model

23 Expansieve Griekse wereld tussen: • Italische volken & Etrusken • Karthago • Het Perzische Rijk  500 Ionische Opstand 490/480 Perzische Oorlogen 480 Himera 474 Kumē

24 ATHENE Rome 620 Drakōn ca 600 Etruskisch 590 Solōn 550 Peisistratos 510 Verdrijving van Hippias 510 Einde van de Koningstijd Kleisthenēs Republiek


Download ppt "De Oudheid F.G. Naerebout & H.W. Singor Begeleiding semester I blok I F.G. Naerebout GLTC/OCMW Maandag 9:00-11:00 Vriesh 2/002."

Verwante presentaties


Ads door Google