De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

College anatomie/fysi ologie Basisjaar V&V J Bügel Noorderpoortcollege Winschoten ZINTUIGEN.

Verwante presentaties


Presentatie over: "College anatomie/fysi ologie Basisjaar V&V J Bügel Noorderpoortcollege Winschoten ZINTUIGEN."— Transcript van de presentatie:

1 College anatomie/fysi ologie Basisjaar V&V J Bügel Noorderpoortcollege Winschoten ZINTUIGEN

2 J Bügel Noorderpoortcollege Winschoten ZINTUIGEN

3  Algemeen: Zorgen voor contact met de buitenwereld  Factoren die een rol hierbij spelen  De zintuigcel is slechts gevoelig voor bepaalde prikkels  De zintuigcel kan niet alles waarnemen  Je kunt de aandacht van de zintuigen sturen  Bij uitval nemen andere zintuigen taken gedeeltelijk over TAAK VAN DE ZINTUIGEN J Bügel Noorderpoortcollege Winschoten

4  Harde oogvlies  Vaatvlies  Iris  Pupil  Netvlies  Ooglens  Hulporganen van het oog J Bügel Noorderpoortcollege Winschoten HET OOG

5 J Bügel Noorderpoortcollege Winschoten HET OOG

6  Wit en hard  Voorkant is het hoornvlies/doorzichtig  Geeft stevigheid en bescherming J Bügel Noorderpoortcollege Winschoten HARDE OOGVLIES

7  Voorziet het oog van bloed  Veel bloedvaten  Voorkant is iris/regenboogvlies  Gat in iris=pupil J Bügel Noorderpoortcollege Winschoten VAATVLIES

8 In de iris zitten kleurstoffen. Deze geven de kleur aan je iris. Een albino heeft deze kleurstoffen niet. Dus een rode iris J Bügel Noorderpoortcollege Winschoten IRIS EN PUPIL

9  Hele dunne laag ( ong 0,2 mm)  125 miljoen staafjes  Zien zwart/wit  7 miljoen kegeltjes  Zien kleur  Gele vlek is meest lichtgevoelige plek met alleen kegeltjes  Blinde vlek is de plek waar de oogzenuw het oog verlaat. J Bügel Noorderpoortcollege Winschoten NETVLIES

10 J Bügel Noorderpoortcollege Winschoten BLINDE VLEK

11  Is de opening in de iris  Kan zich groter en kleiner maken dmv lengtespiertjes in de iris  Groter bij minder licht  Kleiner bij veel licht  Is een reflex (is dus een onwillekeurige spier) J Bügel Noorderpoortcollege Winschoten PUPIL

12  Kan zich platter of boller maken.  Platter voor veraf zien  Boller voor dichtbij zien J Bügel Noorderpoortcollege Winschoten ACHTER DE PUPIL ZIT DE OOGLENS

13  Veraf zien  Platte lens  Kost niet veel energie  Dichtbij zien  Bolle lens  Kost meer energie  Rond de ooglens zit een kringspier die de lens boller of platter kan maken  Bij het ouder worden gaat dat steeds moeilijker  Remedie: Leesbril J Bügel Noorderpoortcollege Winschoten OOGLENS

14  Oogleden-bescherming  Oogspieren(6)-zorgen voor beweging van het oog  Traanklier-bacteriedodend/bevochtiging  Wenkbrauwen-opvangen stof en vocht J Bügel Noorderpoortcollege Winschoten HULPORGANEN VAN HET OOG

15 https://www.youtube.com/watch?v=_tfic_F_04g FILMPJE J Bügel Noorderpoortcollege Winschoten

16  Witte staar is een afwijking van de lens.Het is een vertroebelde lens  Is te verhelpen J Bügel Noorderpoortcollege Winschoten WITTE /GRIJZE STAAR

17  Teveel oogkamervocht  Hierdoor te hoge druk op het netvlies  Hierdoor slechter zien  Kan leiden tot blindheid  Remedie:toedienen van oogdruppels waardoor de druk afneemt. J Bügel Noorderpoortcollege Winschoten GROENE STAAR/GLAUCOOM

18 J Bügel Noorderpoortcollege Winschoten GROENE STAAR

19  Uitwendig oorprikkelopvang  Middenoorprikkelgeleiding  Binnenoorprikkelverwerking J Bügel Noorderpoortcollege Winschoten OOR

20  Geluidsgolven  Zijn schommelingen in de luchtdruk  Hebben een snelheid van 330 m/sec  Gaan in alle richtingen J Bügel Noorderpoortcollege Winschoten ADEQUATE PRIKKEL VOOR HET GEHOORORGAAN

21 J Bügel Noorderpoortcollege Winschoten OOR

22 J Bügel Noorderpoortcollege Winschoten OOR

23  Oorschelp  Uitwendige gehoorgang  2.5 cm lang  Trommelvlies  De hamer (het eerste middenoorbeentje) zit aan het trommelvlies vast J Bügel Noorderpoortcollege Winschoten UITWENDIG OOR

24  Middenoorbeentjes  Hamer  Aambeeld  Stijgbeugel  Brengen de geluidsgolven over van het trommelvlies op het ovale venster  Versterken het geluid 20 x J Bügel Noorderpoortcollege Winschoten MIDDENOOR

25  Vormt de verbinding tussen het middenoor en de keelholte  Voornaamste taak  Luchtdruk aan weerszijden van het trommelvlies gelijk maken  Kans op middenoorontsteking J Bügel Noorderpoortcollege Winschoten BUIS VAN EUSTACHIUS

26 J Bügel Noorderpoortcollege Winschoten BUIS VAN EUSTACHIUS

27  Slakkenhuis  Omzetting van geluidsgolven in elektrische impulsen  3 halfvormige kanalen + voorhof  Rotatiezintuig en evenwichtsorgaan J Bügel Noorderpoortcollege Winschoten BINNENOOR/LABYRINT

28  Omzetting van geluidsgolven in zenuwimpulsen  Stijgbeugel grenst aan het ovale venster  Het ovale venster is het begin van het slakkenhuis J Bügel Noorderpoortcollege Winschoten SLAKKENHUIS

29 J Bügel Noorderpoortcollege Winschoten SLAKKENHUIS

30  Opgerolde buis gevuld met vloeistof  Deze vloeistof beweegt door de bewegingen van het ovale venster  In het slakkenhuis zitten zintuigcellen, die bewegingen van de vloeistof omzetten in elektrische impulsen.  Via de gehoorzenuw gaan deze impulsen naar de hersenen J Bügel Noorderpoortcollege Winschoten WERKING SLAKKENHUIS https://www.youtube.com/watch?v =ioTaOhGD-OQ

31  Voorhof=evenwichtszintuig  3 halfvormige kanalen=rotatiezintuig J Bügel Noorderpoortcollege Winschoten EVENWICHTSORGAAN

32  Groen=zoet  Paars=zuur  Blauw=zout  Rood=bitter J Bügel Noorderpoortcollege Winschoten PROEVEN

33 J Bügel Noorderpoortcollege Winschoten RUIKEN

34  Kan alleen maar via de neus in het reukslijmvlies.Dit ligt boven in linker en rechter neusholte  Gasvormige stoffen  Neus is erg gevoelig  Kan reacties oproepen  Braken  Productie speeksel of maagsap J Bügel Noorderpoortcollege Winschoten RUIKEN

35 J Bügel Noorderpoortcollege Winschoten RUIKEN/PROEVEN

36  Zie lessen verplaatsingstechnieken en college Huid J Bügel Noorderpoortcollege Winschoten TAST

37  Lens minder elastisch  Arcus senilis=afzetting van cholesterol in het hoornvlies  Degeneratie van het netvlies= afname van kegeltjes op de gele vlek  Groene staar  Witte /grijze staar J Bügel Noorderpoortcollege Winschoten OUDERDOMSVERSCHIJNSELEN VAN HET OOGZINTUIG

38  Geleidingsstoornis  Oorsmeerprop  Gaatjes in het trommelvlies  Afwijking van de gehoorbeentjes  Middenoorontsteking  Pus in het middenoor.Geeft druk op het trommelvlies J Bügel Noorderpoortcollege Winschoten GEHOORSTOORNISSEN

39  Waarnemingsstoornis  Ouderdomsslechthorendheid  Gehoorcellen in het slakkenhuis gaan in functie achteruit  Beschadiging gehoorzenuw  Beschadiging gehoorcentrum hersenen  Lawaai doofheid  Gehoorcellen zijn onherstelbaar beschadigd -eenmalig(ontploffing) -langdurig(harde muziek of werklawaai) J Bügel Noorderpoortcollege Winschoten GEHOORSTOORNISSEN

40  Afname evenwichtszin  Langere gewenning na veranderen van positie  Afname reuk en smaakzin  Kwaliteitsverlies van het leven  Kan gevaarlijk zijn(reukverlies) J Bügel Noorderpoortcollege Winschoten OUDERDOMSVERSCHIJNSELEN


Download ppt "College anatomie/fysi ologie Basisjaar V&V J Bügel Noorderpoortcollege Winschoten ZINTUIGEN."

Verwante presentaties


Ads door Google