Download de presentatie
1
Behandeling van sinustrombose
plaatje
2
P : patient met cerebrale sinustrombose
I : antistollings therapie C : geen antistolling / placebo O : functionele outcome / mortaliteit
3
Anticoagulation for cerebral sinus thrombosis Stam/de Bruijn/DeVeber Cochrane Library
Einhaupl et al (the Lancet 1991) De Bruijn / Stam (Stroke 1999)
4
Einhaupl et al (the Lancet 1991)
“randomised, blinded, placebo-controlled trial” 20 patienten , angiografische diagnose Heparine iv (bolus 3000 IU, daarna IU, gedoseerd op geleide PT) of placebo (zoutinfuus) 1° outcome: klinische toestand na 3 mnd 2° outcome: intracraniele bloeding (CT-screening) Death Minor deficit Complete recovery Haemorrhage Heparine 2 8 Placebo 3 6 1
5
De Bruijn / Stam (Stroke 1999)
“randomised, blinded, placebo-controlled trial” 59 patienten, angiografische of MRI/A diagnose Nadroparine (=fraxiparine) 180 IE/kg/24 uur in injecties sc. gedurende 3 weken, of placebo. Nadroparinebehandeling wordt na 3 weken voortgezet met Sintrom gedurende 10 weken. 1° outcome: Barthelindex na 3 weken (blind), Oxford handicapscale na 12 weken (niet-blind) 2° outcome: symptomatische intracraniele bloeding
6
Death BI <15 BI>15 Nadroparine 2 (7%) 4 (14%) 24 (79%) Placebo
3 weken Death BI <15 BI>15 Nadroparine 2 (7%) 4 (14%) 24 (79%) Placebo 3 (11%) 22 (75%) 12 weken Death OHS 3-5 OHS 0-2 Nadroparine 2 (7%) 26 (86%) Placebo 4 (14%) 23 (79%) In beide groepen geen symptomatische intracraniele bloedingen
7
Anticoagulation for cerebral sinus thrombosis Stam/de Bruijn/DeVeber Cochrane Library
8
Conclusie Behandeling van sinustrombose met antistolling :
Er is niet meer dan een, weliswaar duidelijke, trend naar een risicoreductie van overlijden/afhankelijkheid
Verwante presentaties
© 2024 SlidePlayer.nl Inc.
All rights reserved.