De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

Meten en meetkunde les 4: samengestelde grootheden

Verwante presentaties


Presentatie over: "Meten en meetkunde les 4: samengestelde grootheden"— Transcript van de presentatie:

1 Meten en meetkunde les 4: samengestelde grootheden
Rekenen periode 3 Meten en meetkunde les 4: samengestelde grootheden

2 Weekplanning periode 3 Huiswerk is deze periode weer verplicht om te mogen toetsen.

3 Doel van deze les Doel: Jullie kunnen complexe berekeningen maken met samengestelde grootheden Jullie oefenen: • herleiden van uren, minuten en seconden en berekenen van tijdsduur en afstanden. • herleiden van km/u naar mijl per uur en omgekeerd. • rekenen met snelheid in toepassingssituaties. • het gebruik van grafieken bij het rekenen met snelheid. • met het rekenen met samengestelde grootheden in toepassingssituaties

4 Kim Holland danst met de Chinezen mee
M (m1) dus iedere sprong 10 M2 dus iedere sprong 100 M3 dus iedere sprong 1000

5 Onthouden!!! 1 dm3 = 1L 1m3 = 1kl 1cm3 = 1ml (cc)

6 Hoofdrekenen  oefenen
33 mg = 0,033 g. 3 gram + 0,033 gram = 3,033 gram 3.033 9130 350 0,35 x 1000 = 350L

7 Belangrijk! Een auto rijdt 120 km/uur, dit betekent Een auto legt 120 km af, als hij een uur rijdt (=60min) Je rent 5 m/s, dit betekent: Je legt 5 meter af in één seconde

8 Belangrijk deze les Omrekenen van km/uur naar m/s en andersom:
Een auto rijdt 30 m/s, hoeveel km/uur is dat: 30x3,6 = 108 km/uur Een auto gaat 120 km/uur, hoeveel m/s is dat? 120:3,6 = 33,3 m/s

9 Uur, minuut en seconde 1 uur is 60 minuten 1 minuut is 60 seconden
1 uur is 3600 seconden Uren naar minuten omrekenen: x 60 Voorbeeld: 4 uur  4 x 60= 240 minuten Van minuten naar seconden omrekenen: x 60 Voorbeeld: 5 minuten  5x60 = 300 seconden Let op: wanneer je te maken hebt met verschillende tijdseenheden in één som, reken dan om naar de kleinste eenheid. Voorbeeld: 1:11:35  de seconden zijn het kleinst, dus hier reken je naar terug 1 uur = 3600 seconden 11 minuten  11 x 60 = 660 seconden 35 seconden Totaal: = 4295 seconden

10 Oefenen 57,9 208,3 57,851 x 3,6 = 208,3 Let op! Niet tussendoor afronden Meter Seconde 70m 57,851 m 1,21sec 1 sec

11 Oefenen De spoorlijn tussen Rotterdam en Breda is 49,4 km lang. De intercity doet 32 minuten over deze afstand. De gemiddelde snelheid is dan …… km/u. Rond af op één decimaal Stap 1: vul de gegevens die je weet in de verhoudingstabel Afstand Tijd 49,4 km 92,625 km 32 min. 60min Stap 2: maak de berekening (visje)  60 x 49,9:32 = 92,625 Stap 3: Rond af op één decimaal, dus 92,6 km/uur

12 0efenen 220 Stap 1: maak een verhoudingstabel en vul de gegevens in die je weet Afstand Tijd (in seconden!) 5,13 km 219,546 km 84,119 sec 3600 sec. Stap 2: maak de berekening (visje)  3600 x 5,13 :84,119 = 219,546 km Stap 3: lees in de som hoe je moet afronden  heel getal, dus 220 km/uur

13 Aan de slag! Huiswerk: Les 4 + Lestoets 4


Download ppt "Meten en meetkunde les 4: samengestelde grootheden"

Verwante presentaties


Ads door Google