De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

ESR-seminarie voor de Vlaamse instellingen

Verwante presentaties


Presentatie over: "ESR-seminarie voor de Vlaamse instellingen"— Transcript van de presentatie:

1 ESR-seminarie voor de Vlaamse instellingen
18 November 2016 Sprekers: Thomas Stragier en Kris Van Cauter Nationale Bank van België

2 Inleiding Vlaamse Gemeenschap (Departement Financiën en Begroting) heeft aan het Instituut voor de Nationale Rekeningen (INR) gevraagd om enkele presentaties te geven over de opmaak van overheidsrekeningen Overheidsinstellingen krijgen steeds meer en meer rapporteringsverplichtingen Wie legt deze op? Waarom zijn deze zo uitgebreid? Waarvoor worden ze gebruikt? Praktisch: Vragen staat vrij tijdens de presentatie

3 Overzicht van de verschillende delen
Wat is het ESR? Waarom is het zo belangrijk? Wie maakt de cijfers op? Hoe wordt de overheidsperimeter afgebakend? Hoe wordt uit de economische hergroepering de niet-financiële rekeningen afgeleid? Boekhoudkundige aspecten en specifieke vraagstukken (aanrekeningsregels, code 8) : Specifieke topics: vastgoed (PPS), waardeverminderingen, swaps

4 Wat is het ESR?

5 Het Europees systeem van Rekeningen (ESR 2010)
Verordening (EU) nr 549/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 21 mei 2013 betreffende het Europees systeem van nationale en regionale rekeningen in de Europese Unie Wettekst Bijlage A : Beschrijving van het systeem van rekeningen Bijlage B : Transmissieprogramma van statistieken Boekhoudkundig kader van de EU dat een systematische en uitvoerige beschrijving geeft van een totale economie, de elementen waaruit hij is opgebouwd en haar betrekkingen met andere economieën → Niet louter een boekhoudkader voor overheden

6 Het Europees systeem van Rekeningen (ESR 2010)
Bijzondere wettekst Beschrijving van een boekhoudframework → Niet alles staat erin → Het is niet mogelijk om 1 paragraaf te isoleren om een letterlijke interpretatie te doen → Economische realiteit vs juridische vorm Coherent met System of National Accounts op mondiaal niveau

7 Het ESR is een systeem Het systeem bestaat uit:
De statistische eenheden en hun hergroepering Institutionele sectoren hergroeperen de eenheden volgens hun economische activiteit S11 Niet financiële vennootschappen S12 Financiële vennootschappen S13 Overheidssector S14 Huishoudens S15 Instellingen zonder winstoogmerk S2 Buitenland Bedrijfstakken voor het economisch productieproces te beschrijven Stromen en standen Economisch stroom weerspiegelen het ontstaan, transformatie, ruilen, overdragen of teloorgaan van economische waarden. Transacties en andere stromen Standen: momentopname van de activa en de passiva

8 Het systeem Het systeem bestaat uit:
Het systeem van sectorrekeningen en aggregaten (saldi van de rekeningen) Veel gelijkenissen met de jaarrekening van een bedrijf De input-output tabellen Beschrijft het productieproces (product per product of bedrijfstak per bedrijfstak) en wie de geproduceerde goederen en diensten gebruikt

9 De sequentie van rekeningen van een institutionele sector

10 Productierekening Eerste rekening: Registreert de operaties op producten in een geaggregeerde wijze Voorbeeld gemeenschappen en gewesten Output P1 voor overheid: moeilijk meetbaar Conventie som van de kosten Toegevoegde waarde: meet de bijdrage van het productieproces Periode 2012 2013 2014 2015 Productierekening (I) Middelen 34938 36024 36322 37243 Output (P.1) Marktoutput (P.11) 1033 1096 1119 1149 Output voor eigen finaal gebruik (P.12) 2051 2131 2043 2236 Overige niet-marktoutput (P.13) 31853 32796 33160 33858 Betalingen voor overige niet-marktoutput (P.131) 2010 2122 2099 2089 Overige niet-marktoutput, overige (P.132) 29844 30675 31060 31769 Bestedingen Intermediair verbruik (P.2) 7932 8199 8008 8256 Toegevoegde waarde (bruto) / Bruto binnenlands product (B.1g) 27005 27825 28314 28986 Verbruik van vaste activa (P.51C) 5286 5371 5430 5468 Toegevoegde waarde (netto) / Netto binnenlands product (B.1n) 21719 22454 22884 23518

11 Primaire inkomensrekening
Inkomensvorming rekening Bestemming van het primaire inkomen 2012 2013 2014 2015 Middelen 21719 22454 22884 23518 Toegevoegde waarde (netto) / Netto binnenlands product (B.1n) Bestedingen Beloning van werknemers (D.1) 21964 22709 23155 23794 Niet-productgebonden belastingen op productie (D.29) Niet-productgebonden subsidies (D.39) -245 -255 -271 -276 Exploitatieoverschot (B.2n) 0,0 2012 2013 2014 2015 Middelen 3131 3149 3004 -56 Exploitatieoverschot (B.2n) 0,0 Belastingen op productie en invoer (D.2) 4960 5126 5334 5482 Productgebonden belastingen (D.21) 3816 3874 4003 4194 Niet-productgebonden belastingen op productie (D.29) 1144 1252 1331 1288 Subsidies (D.3) -3072 -3200 -3282 -6717 Productgebonden subsidies (D.31) -194 -161 -108 -124 Niet-productgebonden subsidies (D.39) -2878 -3038 -3174 -6593 Inkomen uit vermogen (D.4) 1242 1223 953 1178 Rente (D.41) 729 709 785 794 Winstuitkeringen (D.42) 415 434 81 275 Inkomen uit grond en minerale reserves (D.45) 88 69 75 98 Bestedingen 1333 995 1127 1120 1327 990 1126 1119 Saldo primaire inkomens / Nationaal inkomen (B.5n) 1798 2154 1878 -1176

12 Secundaire inkomensverdeling
2012 2013 2014 2015 Middelen 47946 49158 49964 57195 Saldo primaire inkomens / Nationaal inkomen (B.5n) 1798 2154 1878 -1176 Belastingen op inkomen, vermogen, ... (D.5) 1174 1197 1159 5585 Netto sociale premies (D.61) 5222 5482 5595 5434 Overige inkomensoverdrachten (D.7) 39752 40325 41332 47352 Bestedingen -8 7 2 Sociale uitkeringen, exclusief sociale overdrachten in natura (D.62) 5846 6101 6268 13154 10060 10503 10807 11159 Beschikbaar inkomen (B.6n) 32048 32547 32886 32881

13 Tertiaire inkomensverdelingsrekening
2011 2012 2013 2014 Tertiaire inkomensverdelingsrekening (II.3) .. Middelen 32048 32547 32886 32881 Beschikbaar inkomen (B.6n) Bestedingen Sociale overdrachten in natura (D.63) 22096 21995 22281 26660 Alternatief beschikbaar inkomen (B.7n) 9952 10551 10605 6221 Inkomensbestedingsrekening (II.4) Rekening voor besteding van het beschikbaar inkomen (II.4.1) Consumptieve bestedingen (P.3) 33387 34147 34693 39070 Individuele consumptieve bestedingen (P.31) Collectieve consumptieve bestedingen (P.32) 11291 12152 12412 12411 Correctie voor mutaties in voorzieningen pensioenverzekering (D.8) -36 -39 -45 Besparingen (B.8n) -1303 -1562 -1762 -6145

14 Accumulatierekeningen
Periode 2012 2013 2014 2015 Accumulatierekeningen (III) - Kapitaalrekening (III.1) .. Rekening voor mutaties in het vermogenssaldo a.g.v. besparingen en kapitaaloverdrachten (III.1.1) Mutaties in passiva -786 -1239 -1554 -5561 Besparingen (netto) (B.8n) -1303 -1562 -1762 -6145 Kapitaaloverdrachten, ontvangen (D.9R) 2951 3636 3264 3204 Vermogensheffingen (D.91R) 2739 3335 3095 3068 Investeringsbijdragen (D.92R) 1 4 14 Overige kapitaaloverdrachten (D.99R) 99 67 44 32 Kapitaaloverdrachten, betaald (-) (D.9P) 113 234 125 104 Mutaties in activa Mutaties in het vermogenssaldo a.g.v. besparingen en kapitaaloverdrachten (B.10.1) Kapitaalvormingsrekening (III.1.2) Investeringen in activa (bruto) (P.5) 4809 4929 5234 5638 Verbruik van vaste activa (P.51C) -5286 -5371 -5430 -5468 Veranderingen in voorraden (P.52) 8 18 -6 11 Saldo aan- en verkopen van kostbaarheden (P.53) Saldo aan- en verkopen van niet-geproduceerde niet-financiële activa (NP) 29 59 78 Vorderingenoverschot of -tekort (-) (B.9) -337 -900 -1416 -5808

15 Het ESR 2010 Registratie van de operaties zoals ze gebeuren
4-voudige boekhouding (geen provisies – wie is de tegenpartij?) Soms nodig om de registraties te wijzigen om de economische realiteit beter te weerspiegelen → Omleiding (rerouting) Een operatie tussen A en C wordt opgesplitst tussen twee operaties tussen A en B en B en C. (vb. Patronale bijdragen) → Splitsing van de operaties (partitioning) Opsplitsing van 1 operaties tussen twee eenheden (vb. Betaling interesten) → Vaststelling van de principaal van een transactie Eenheid verricht een transactie ten behoeve van een andere eenheid (de principaal). Fiduciair beheer van participaties Financieringswet

16 De sequentie van de rekeningen
De sectorrekeningen zijn opgebouwd uit een sequentie van rekeningen die met elkaar verbonden zijn. Voor de eenheden die gehergroepeerd worden per institutionele sector Lopende rekeningen, accumulatierekeningen en patrimonium rekeningen. De lopende rekeningen behandelen de productie, de vorming/verdeling/herverdeling van inkomen alsook de besteding van dit inkomen onder de vorm van finale consumptie. De accumulatierekeningen omvatten de variaties in activa (niet-financieel en financieel) en de passiva. De patrimonium rekeningen geven de stock aan activa en passiva weer. Elke rekening laat toe om een belangrijk saldo te berekenen zoals de toegevoegde waarde, exploitatieresultaat, beschikbaar inkomen, sparen en het vorderingensaldo.

17 De sequentie van rekeningen
Een rekening registreert: De stromen volgens economische aard (productie, vorming/verdeling/herverdeling van inkomen, bestedingen) van de eenheid of de sector Twee kolommen Bestedingen/ middelen Mutaties in activa / Mutaties in passiva Activa / Passiva Elke rekening heeft een saldo dat wordt overgedragen naar de volgende rekening Het geheel van rekeningen vormt de sequentie van rekeningen van een institutionele eenheid

18 Financiële rekeningen
Verklaren hoe de financieringscapaciteit van bepaalde sectoren ter beschikking wordt gesteld van entiteiten die een financieringsnood hebben Saldo = netto financieringsbehoefte

19 Publicaties Volledige sectorrekeningen worden gepubliceerd voor geheel van gemeenschappen en gewesten Maar niet voor individuele entiteiten (zoals de Vlaamse Gemeenschap) door dataproblemen (bv. Afschrijvingen) Alternatieve presentatie (eenvoudiger) Ontvangsten, uitgaven, vorderingensaldo (B.9) Financiering (Financiële rekeningen) Gepubliceerd voor de Vlaamse Gemeenschap sinds 2010

20 Publicaties INR – synoptische tabellen

21 NBB.Stat (vroegere Belgostat)
Zelfde structuur voor de gepubliceerde gegevens als op papier

22 Waarom is het ESR zo belangrijk?

23 Waarom is ESR zo belangrijk?
ESR is een statistisch kader Belangrijk en nuttig zoals andere statistieken Zeer uitgebreide statistische reeksen Niet specifiek overheden Europees begrotingskader maakt het deel overheidsrekeningen belangrijker Kennisgevingen in het kader van de Procedure bij Buitensporige Tekorten (PBT) – Excessive Deficit procedure (EDP) Officiële schuld en tekort in het kader van Europese beoordeling begrotingen Tekort (ESR saldo B9F) <3% bbp Schuld < 60 % bbp Detailleert ook de regels als het toepassingsgebied van de notificatie Twee notificaties per jaar (momenteel eind maart/eind september) Te rapporteren variabelen (Voorziene en effectief overheidstekort, overheidsschuld, bbp, investeringsuitgaven) Het aantal te rapporteren jaren (n, n-1, n-2, n-3), etc.) Overschrijden van doelstelling kan leiden tot boetes

24 Procedure Buitensporige Tekorten
Het in de PBT gebruikte saldo stemt overeen met het ESR-saldo B9 Dus nadat de investeringen volledig in rekening zijn gebracht Het concept van (maastricht)schuld verschilt sterk van het concept van passief in de financiële rekeningen volgens het ESR Overheidsschuld: is de nominale waarde van alle uitstaande bruto verplichtingen op het einde van het jaar van de overheidssector, met uitzondering van de verplichtingen waarvan de overeenstemmende financiële activa worden aangehouden door de overheidssector. Overheidsschuld: is samengesteld uit de verplichtingen van de overheid in de volgende categorieën: chartaal geld en deposito’s (AF.2); schuldbewijzen (AF.3) leningen (AF.4) Waardering verschilt: schuld is gelijk aan de nominale waarde van de verplichtingen op het einde van het jaar als de faciale waarde

25 Andere statistische rapporteringen
Six pack Lidstaten publiceren begrotingsgegevens op kasbasis (of, bij het ontbreken daarvan, overeenkomstige gegevens uit de overheidsboekhouding) op maandelijkse basis Informatie over contigent liabilities Overheidsgaranties Niet-performante leningen Uitstaande verplichtingen van publieke vennootschappen Engagementen gekoppeld aan uitstaande PPS projecten Niet via het INR, maar via FOD Budget en Beheerscontrole behalve indien INR informatie nodig heeft voor andere doeleinden

26

27 Andere verordeningen Two-Pack, 2013, wil de economische integratie en convergentie tussen LS versterken. Gemeenschappelijke kalender Oktober, LS moeten hun begrotingsplannen overmaken. De commissie onderzoekt deze plannen en formuleert advies LS moeten in december hun begroting voor het komende jaar opmaken Lidstaten in EDP moeten meer informatie overmaken Het INR is niet bevoegd voor rapporteringen over de begroting

28 Nood aan specifieke regels voor overheidsrekeningen (S.13)
ESR is een statistisch kader Belangrijk en nuttig zoals andere statistieken Niet specifiek overheden Europees begrotingskader maakt overheidssector (S.13) belangrijker Voornamelijk door de Procedure bij buitensporige tekorten S.13 heeft de capaciteit om zijn vorderingensaldo te gaan beïnvloeden S.13 heeft er belang bij om zijn rekeningen te beïnvloeden door de normen Nood aan specifieke regels voor de overheidsrekeningen Nood aan onafhankelijke nationale statistische instituten Nood aan Audits op cijfers door Europa (Eurostat)

29 Manual on government deficit and debt
Naast het ESR is er nood aan verduidelijking van de regels voor de overheden → Manual on government deficit and debt vanaf 2000 Geen Europese verordening “Jurisprudentie” van de toepassing van de regels voor operaties uitgevoerd door overheden Regelmatig aangepast/vernieuwt MGDD – implementation of ESA th edition 2014 +/- 400 pages Annex 1 Legal texts (references and links) Annex 2 EDP Notification tables

30 Manual on government deficit and debt
Part I : Delimitation of the general government sector (GG) Part II : Time of recording Part III : GG and corporations controlled by government Part IV : Relations between government and financial sector Part V : Sale of assets Part VI : Leases, licenses and concessions Part VII : Debt related transactions and guarantees Part VIII: Measurements of GG debt

31 Wie zijn de verantwoordelijken voor de opmaak?

32 Het Instituut voor de Nationale Rekeningen
Het Instituut voor de Nationale Rekeningen (INR) werd opgericht bij de wet van 21 december 1994, gewijzigd door de wet van 8 maart 2009 en wet van 28 februari 2014 Verantwoordelijk voor de opmaak van statistieken (financiële en niet-financiële rekeningen), vooruitzichten en economische analyse (niet evaluaties of normen) Het INR bestaat uit 3 partners: de Nationale Bank van België (NBB), het Federaal Planbureau en de Afdeling Statistiek en Economische Informatie (ADSEI, voormalig NIS) Het INR staat zelf niet in voor de opmaak van de statistieken, dit gebeurt door personeelsleden van de drie partners voor rekening van het INR

33 Structuur van het Instituut voor de Nationale Rekeningen Taakverdeling in de wet
Nationale Bank van België Federaal Planbureau Afdeling Statistiek en Economische Informatie Niet-financiële rekeningen Financiële rekeningen Kwartaal rekeningen Regionale rekeningen Statistieken buitenlandse handel Jaarlijkse en kwartaalstatistieken van de overheidssector (In samenwerking met het Federaal Planbureau) EDP statistieken Economische begroting Input-output tabellen Data provider Prijsobservatorium

34 Het Instituut voor de Nationale Rekeningen: 2016 interfederalisering
Samenwerkingsakkoord betreffende de nadere regels voor de werking van het interfederaal instituut voor de statistiek, van de raad van bestuur en de wetenschappelijke comités van het INR Deelgebieden in de raad van bestuur (hoge ambtenaren van hun statistische autoriteit Creatie van een nieuw wetenschappelijk comité voor de overheidsrekeningen Opvolging van de werkzaamheden van het begeleidingscomité van de Bank (adviezen) Analyse van de perimeter Vertegenwoordigers NBB, ambtenaren

35 Opdracht van het INR / de NBB
Opstellen en rapportering van de statistieken m.b.t. de overheidsfinanciën in België volgens het ESR, maar ook voor de Buitensporige Tekorten Procedure (Excessive Deficit Procedure) Rapportering eind maart en eind september (Niet noodzakelijk onmiddellijk publicatie) Kwartaalrapportering t+90 dagen Informatie wordt ook gebruikt voor de rapportering over contingent liabilities in deel six-pack Beslissen over de classificatie van eenheden en over de statistische behandeling van bepaalde uitgaven/ontvangsten

36 Opdracht van het INR / de NBB
Onderzoek van de boekhoudkundige gevolgen van overheidsprojecten  advies van het INR Consultatie Eurostat in bepaalde gevallen Equipe VTE personen

37 Opdracht van Eurostat statistische autoriteit => controle van de rekeningen en interpretatie van de boekhoudkundige regels Eurostat-besluiten zijn beschikbaar op internet Eurostat kan voorbehoud maken of zijn fiat weigeren voor de door een lidstaat verstrekte gegevens en die vervangen door eigen cijfers Momenteel is er een reserve op de Belgische cijfers wegens de sectorclassificatie van de ziekenhuizen

38 Verordening 479/2009 en 679/2010 (2) Eurostat-bezoeken (tweejaarlijks) - ook "Upstream" belang van externe controle op de aan het INR aangeleverde cijfers Methodologische bezoeken (ernstige risico's) Art.16 De lidstaten zien er op toen dat de nationale bureaus voor de statistiek toegang verkrijgen tot alle relevante informatie die ze nodig hebben om hun taken uit te voeren Verordening 1173/2011 Commissie kan aanbevelen aan de Raad om boetes op te leggen voor fraude of incompetentie die leiden tot een verkeerde voorstelling van het vorderingensaldo of de schuld. Delegated act van 29 juni 2012 Onderzoeksprocedure Omvang boetes (maximum 0,2% bbp) Madeira, Valencia, Regio van Salzburg

39 Interactie INR en dataleveranciers
Protocol tussen INR en overheden betreffende het doorsturen van gegevens voor het opstellen van de rekeningen van overheden en voor de procedure van buitensporige tekorten (17 juli 2013) Regelt gegevens aanlevering Verantwoordelijkheid Communicatie/informatieverstrekking Gegevens aanlevering: meer standaardisatie Beschreven in fiches die de bestaande rapportering omvatten en geplande Maximaal gebruik van bestaande kanalen (rol algemene gegevensbank opgericht door samenwerkingsakkoord van 1 oktober 1991) De overheidsinstellingen zenden de Gegevens door volgens het formaat, met de kwaliteit en volgens de frequentie die vereist worden door de Europese verordeningen en de commissie INR heeft het recht ad-hoc vragen te stellen

40 Interactie INR en dataleveranciers
Fiches Economische hergroepering Trimestriële economische hergroepering Financiële rekeningen Gedetailleerde kruistabellen economische/functionele uitgaven Publiek-private samenwerkingsverbanden (PPS) Garanties Code 8-verrichtingen Lokale overheden Register van publieke eenheden Rapportering van publieke eenheden buiten de overheidssector Punt 3: Financiële rekeningen volop in ontwikkeling (building blocks) Niet-financiële rekeningen Overheidsperimeter

41 Interactie INR en dataleveranciers
Informatieverplichtingen van het INR (rechtstreeks met overheden) 1. wederzijdse informatievergaderingen (wijzigingen Manuals, interpretaties) 2. de vraag naar het verstrekken van ex-ante advies 3. het verstrekken van informatie bij belangrijke beslissingen (overheidsinstelling dient binnen de 10 kalenderdagen zijn standpunt te kennen te geven) 4. Toelichtingsvergaderingen (toelichtingen bij overgangstabellen) INR enige correspondent met Eurostat Eigen initiatief advies inwinnen Creatie van een centraal aanspreekpunt Substantiële verbetering communicatie Stroomlijning informatie

42 Datacollectie, verwerking en rapportering
Eurostat NBB/INR Algemene gegevensbank federale overheid Gemeenschappen en gewesten Toezichthoudende overheden Lokale overheden Overige informatiebronnen

43 Afbakening van de overheidsperimeter

44 Disclaimer Deze presentatie dient uitsluitend voor informatieve doeleinden en verbindt het INR niet tot bepaalde beslissingen over de classificatie van eenheden. De analyse van die classificatie gebeurt steeds op individuele basis. Ze geeft enkel de algemene principes weer i.v.m. de sectorclassificatie van publieke eenheden en heeft niet als doel alle bijzondere gevallen te behandelen.

45 Inhoud Inleiding Autonomie Zeggenschap Markt-/niet-marktcriteria
Niet-financiële vennootschappen Financiële vennootschappen Lijst van publieke eenheden

46 Inhoud Inleiding Autonomie Zeggenschap Markt-/niet-marktcriteria
Niet-financiële vennootschappen Financiële vennootschappen Lijst van publieke eenheden

47 Inleiding Methodologische referenties voor de rekeningen van de overheid
Verordening 549/2013 van 21 mei 2013: Het Europees systeem van nationale en regionale rekeningen (ESR2010) Jurisprudentie Eurostat: ESR2010 Manual on Government Deficit and Debt (Laatste editie: maart 2016, regelmatig geüpdatet)

48 Inleiding Basisprincipe: De economische realiteit ESR2010, §20.164: “Bij de classificatie van een transactie legt de benaming van de transactie in de overheidsrekeningen of in de boekhouding van een vennootschap geen beperking op aan de opstellers van de nationale rekeningen. […] Het vastleggen van de economische realiteit waar die afwijkt van de rechtsvorm is een fundamenteel boekhoudkundig beginsel dat bedoeld is om te zorgen voor een consistentie en om te garanderen dat transacties van vergelijkbare aard hetzelfde effect op de macro-economische rekeningen hebben, ongeacht de rechtsregeling.”

49 Overheid Overheidsector volgens het ESR (code S.13) 4 subsectoren
Institutionele eenheden die niet-markactiviteiten verrichten en die worden gefinancierd uit verplichte betalingen door eenheden uit andere sectoren (ESR 2010 § 2.111) Institutionele eenheden die zich bezig houden met de herverdeling van inkomen (ESR 2010 § 2.111) 4 subsectoren S.1311 Federale overheid S.1312 Deelstaatoverheid S.1313 Lagere overheid S.1314 Sociale zekerheidsfondsen S.1312 wordt door INR/NBB opgesplitst in 9 deelgebieden 1 Niet verdeeld (viapass, vitrufin,…) S.1313 wordt door INR/NBB onderverdeeld volgens type en toezichthoudende overheid Onderverdelingen gebeuren omwille van een binnenlandse vraag zoals HRF

50 Classificatie van eenheden binnen overheid Beslissingsboom (ESR2010, §20.17)

51 Inhoud Inleiding Autonomie Zeggenschap Markt-/niet-marktcriteria
Niet-financiële vennootschappen Financiële vennootschappen Synthese Lijst van publieke eenheden

52 Autonomie

53 Autonomie Algemeen: Autonome beslissingsbevoegdheid bij de uitoefening van haar hoofdfunctie (ESR 2010, §2.12) Voorwaarden om als institutionele eenheid erkend te worden: Het recht zelf goederen en andere activa te bezitten Economische activiteiten uitoefenen waar de eenheid zelf voor verantwoordelijk is In eigen naam verplichtingen aangaan en contracten afsluiten Een volledige boekhouding voeren

54 Autonomie: specifieke gevallen
De volgende eenheden (niet-exhaustieve lijst) worden geacht geen zelfstandige beslissingsbevoegdheid te hebben en moeten daardoor geconsolideerd worden met de eenheid waar ze van afhangen  S.13 in het geval dat de eenheid waar ze van afhangt ook binnen S.13 geklasseerd wordt Hulponderneming (ESR 2010 § 2.26, 3.12 et 20.24) Eenheden die hulpdiensten leveren (reiniging, it-infrastructuur, beveiliging, enz.) aan hun moedervennootschap of een andere eenheid van dezelfde groep Het ESR 2010 bevat geen exhaustieve lijst met hulpactiviteiten Voorbeeld: Koninklijke Munt van België (hangt af van de schatkist)

55 Autonomie: specifieke gevallen
Kunstmatige dochterondernemingen ESR2010, §2.24: Een onderneming die is opgericht voor het verlenen van diensten aan de moeder of andere ondernemingen binnen de groep, om op die manier technische voordelen te verkrijgen (belastingen te vermijden, de verplichtingen bij een faillissement tot een minimum te beperken, etc.) special purpose entities (SPV)

56 Inhoud Inleiding Autonomie Zeggenschap Markt-/niet-marktcriteria
Niet-financiële vennootschappen Financiële vennootschappen Lijst van publieke eenheden

57 Zeggenschap

58 Zeggenschap De bevoegdheid bezitten om het algemene ondernemingsbeleid te bepalen (≠ autonomie) Indicatoren : In het bezit zijn van meer dan de helft van de stemgerechtigde aandelen Zeggenschap in de raad van bestuur of een ander bestuursorgaan Het recht om belangrijk personeel te benoemen of te ontslaan of om zijn benoeming tegen te houden Controle over belangrijke commissies In het bezit zijn van een gouden aandeel Er is speciale regelgeving De overheid is hoofdafnemer De overheid heeft leningen verstrekt Overige (beperking van de activiteiten, goedkeuring nodig om de statuten te wijzigen, volledige of nagenoeg volledige financiering door de publieke sector, …) ! Dit is een niet-exhaustieve lijst (“voornaamste indicatoren”); soms volstaat één enkele indicator, soms moeten meerdere indicatoren in rekening worden genomen

59 Zeggenschap Indicatoren van zeggenschap voor Instellingen zonder winstoogmerk (IZW): (ESR2010, §2.15) Benoeming van de functionarissen Andere verplichtingen in het bevoegdheid verlenende instrument (verplichtingen in het statuut van de izw) Contractuele overeenkomsten De mate van financiering De mate van blootstelling aan risico’s Voorbeeld: vrije universiteiten Overheidsfinanciering… … gecombineerd met een controle op hun activiteiten Overheidscommissaris: respecteren van de wetgeving en gezonde financiën Inschrijvingsgeld Studiedomeinen Plafond loonkosten ….

60 Inhoud Inleiding Autonomie Zeggenschap Markt-/niet-marktcriteria
Niet-financiële vennootschappen Financiële vennootschappen Lijst van publieke eenheden

61 Markt-/niet-marktcriteria

62 Markt-/niet-marktcriteria
Belangrijk om eerst onderscheid te maken tussen niet-financiële en financiële vennootschappen: Niet-financiële vennootschappen: Hanteren van economisch significante prijzen Financiële vennootschappen: Aanwezigheid van risico in de activiteiten van de vennootschap

63 Inhoud Inleiding Autonomie Zeggenschap Markt-/niet-marktcriteria
Niet-financiële vennootschappen Financiële vennootschappen Lijst van publieke eenheden

64 Markt-/niet-marktcriteria Niet-financiële vennootschappen
Economisch significante prijs = prijs die aanzienlijke invloed heeft op de hoeveelheid producten die geproduceerd worden en op de vraag naar die producten Hoe economisch significante prijzen vaststellen? Kwalitatief criteria Kwantitatief criterium → Het kwalitatief criterium moet voldaan zijn alvorens te kunnen overgaan naar het kwantitatief criterium, vandaar de noodzaak van een individuele analyse

65 Markt-/niet-marktcriteria Niet-financiële vennootschappen
Kwalitatieve criteria: wie is de voornaamste afnemer? Verkopen aan eenheden buiten de overheid> 50% van de totale productie Verkopen aan de overheid > 50 % van de totale productie, maar de producent staat in concurrentie met private producenten (openbare aanbesteding) ! Enkel wanneer er aan de kwalitatieve criteria is voldaan, kunnen de verkopen in aanmerking genomen worden voor de markttoets Kwalitatief criteria: nieuw in het ESR 2010 (oorzaak van veel wijzigingen) Intergemeentelijke samenwerkingsverbanden Autonome gemeentebedrijven Jobpunt Vlaanderen

66 Markt-/niet-marktcriteria Niet-financiële vennootschappen
Kwantitatief criterium: markt-/niet-markttoets: 50% test Om een marktproducent te zijn, moet de eenheid over een ononderbroken periode van meerdere jaren (minimum 3 jaren) ten minste 50% van haar kosten door verkopen dekken. Verkopen en kosten volgens het ESR2010: Verkopen: Opbrengsten uit geproduceerde goederen en diensten , zonder subsidies Kosten: Intermediair verbruik + verloning personeel + verbruik van vaste activa + niet-productgebonden belastingen + netto-rentelast - productie voor eigen gebruik Vertaling naar Belgische jaarrekeningen (benadering!) Verkoop: Kosten: 600/ /8 + ( ) ( ) als>0

67 Markt-/niet-marktcriteria Niet-financiële vennootschappen
Markt-/niet-markttoets: Bijzondere gevallen Indien er subsidies worden gegeven op basis van de output of de kostprijs van de productie én elke producent op de markt krijgt deze subsidies, dan moeten ze niet van de verkopen worden afgetrokken Herwaarderingsmeerwaarden, investeringsbijdragen, kapitaaloverdrachten en aankoop van deelnemingen worden niet meegerekend in de verkopen De aan- en verkopen van terreinen worden niet meegerekend in de kosten en verkopen, aangezien het niet-geproduceerde activa betreft Huuropbrengsten uit terreinen zijn geen verkopen maar inkomen uit vermogen (parallel voor het zelf huren van terreinen, Betaalde huur voor gronden worden ook niet inbegrepen in het intermediair verbruik en dus in de kosten Vastgoed valt onder vaste activa en het aankopen en verkopen, leidt tot respectievelijke stijgingen en dalingen van de bruto investeringen in vaste activa en betreffen dus geen kosten of opbrengsten

68 Markt-/niet-marktcriteria Niet-financiële vennootschappen
Voorbeelden: vrije universiteiten Subsidies verbonden aan het aantal leerlingen… … Variabel binnen een gesloten enveloppe Geen verkopen volgens het ESR Niet-voldaan aan 50% criterium

69 Inhoud Inleiding Autonomie Zeggenschap Markt-/niet-marktcriteria
Niet-financiële vennootschappen Financiële vennootschappen Lijst van publieke eenheden

70 Markt-/niet-marktcriteria Financiële vennootschappen
Financieel intermediatie: Het overhevelen van financiële middelen van derden met een overschot aan middelen naar die met een tekort aan middelen Een financiële intermediair neemt zelf risico door voor eigen rekening verplichtingen aan te gaan en deze te zoeken op een open markt Hoe een financiële vennootschap herkennen? beide zijden van de balans bestaan voornamelijk uit verschillende financiële instrumenten

71 Markt-/niet-marktcriteria Financiële vennootschappen
De markt-/niet-markttoets kan niet gebruikt worden voor financiële vennootschappen Belang aanwezigheid van risico: Welke indicatoren voor blootstelling aan risico? In aanmerking te nemen Niet in aanmerking te nemen S.13 stelt garanties ter beschikking voor geleden verliezen op de actiefzijde (= vergoeding van verliezen) S.13 is een dominante aandeelhouder S.13 geeft garanties op de schulden, deze garanties zijn voorwaardelijk en bijgevolg geen voldoende voorwaarde * * Moet wel in aanmerking genomen worden in geval van financiële Instelling binnen concernverband (cf. infra)

72 Markt-/niet-marktcriteria Financiële vennootschappen
Specifieke gevallen: Financiële instellingen binnen concernverband Instellingen die niet aan financiële intermediatie doen, en waarvan het grootste deel van de activa en passiva dus niet op een open markt worden verhandeld De activiteiten zijn beperkt tot een beperkte range van operaties Beperkte onafhankelijkheid: onafhankelijkheid= de mate van controle op de activa en de passiva en de risico’s en beloningen die ermee verband houden beperkingen op de activa: niet kunnen aanhouden van bepaalde activa, specifieke karakteristieken, beperkt rendement, investeringen in bepaalde specifieke domeinen. beperkingen op de passiva: goedkeuring van leningen, financiering door overheden, leningen gegarandeerd door overheden Streeft geen winstmaximalisatie na, maar heeft objectieven gekoppeld aan overheidsbeleid Voorbeelden: Sociaal Woningfonds/Erkende kredietmaatschappijen

73 Markt-/niet-marktcriteria Financiële vennootschappen
Voorbeelden VPM PMV-LRM Gefinancierd door overheden Geen financiële intermediatie

74 Inhoud Inleiding Autonomie Zeggenschap Markt-/niet-marktcriteria
Niet-financiële vennootschappen Financiële vennootschappen Lijst van publieke eenheden

75 Lijst van eenheden van de publieke sector
Lijst opgesteld door de NBB voor rekening van het INR Raad van bestuur keurt de lijst goed Lijst weerspiegelt in welke sector publieke entiteiten zijn gegroepeerd Gebruikt voor de opmaak van de nationale rekeningen Verwijst naar het laatste jaar waarvoor de statistieken zijn opgemaakt Lijst van publieke eenheden (<> institutionele eenheden <> Overheidsinstellingen)

76 Lijst van eenheden van de publieke sector
Individuele eenheden Gegroepeerde eenheden Scholen, verplichte verzekeringen van de ziekenfondsen, plaatselijke werkgelegenheidsagentschappen, enz.

77 Lijst van eenheden van de publieke sector
2 X per jaar gepubliceerd op de website van het INR

78 Lijst van eenheden van de publieke sector
Bepaalde eenheden worden gegroepeerd opgenomen Lijst in ontwikkeling

79 Lijst van eenheden van de publieke sector
Vaak gestelde vragen/opmerkingen Er staan inactieve eenheden op de lijst Verantwoordelijkheid overheden Meerdere KBO nummers Eenheden zonder ondernemingsnummer Stel je bijzondere zaken vast: informeer gerust de NBB

80 Opmaak niet-financiële rekeningen

81 Opmaak niet-financiële rekeningen
Economische hergroepering van de ontvangsten en de uitgaven Overgang naar ESR-concepten Correcties op de economische hergroepering Nieuwe economische hergroepering juni 2015

82 Het ESR als systeem Basisbron: economische hergroepering

83 Algemene gegevensbank
Opgericht door samenwerkingsakkoord van 1 oktober 1991 – (Interministeriële conferentie van Financiën en begroting (ICFB)) Secretariaat FOD Budget en Beheerscontrole Doel AGB na staatshervormingen een breuk te voorkomen in de homogeniteit van de gegevens over de Belgische openbare financiën; de vergelijkbaarheid van de begrotingsgegevens te waarborgen; de economische en functionele classificatie en hergroepering van de begrotingsverrichtingen volgens gemeenschappelijke criteria toe te passen; de aanrekening van de budgettaire gegevens van de gefedereerde entiteiten op elkaar af te stemmen. Boekhoudsystemen overheden niet geharmoniseerd, data-aanlevering aan INR/NBB wel

84 Algemene gegevensbank
Beheer van de economische hergroepering - Methodologische wijzigingen aan economische hergroepering Fiche 1 en 2 van protocol Termijnen rapportering aan het INR 15/02 voorlopige afsluiting (t-1) 15/04 Verwezenlijkingen (t-2) 15/05 afsluitingen Transmissiekanaal gegevens Geen controle/audit! Transmissie van de gegevens zoals ze ontvangen werden

85 Datacollectie, verwerking en rapportering
Eurostat NBB/INR Algemene gegevensbank federale overheid Gemeenschappen en gewesten Toezichthoudende overheden Lokale overheden Overige informatiebronnen

86 Economische hergroepering
Gebaseerd op de Benelux economische classificatie van de ontvangsten en uitgaven van 1981 (ESR 1979) Synthese volgens economische indeling van begrotingsoperaties en aanverwante (verrichtingen met fondsen, publieke administratieve instellingen) van de betrokken entiteit Consumptie Overdrachten van inkomen Investeringen Toepassingsgebied is dus ruimer dan de begrotingsverrichtingen, maar strekt zich ook uit naar de extra-budgettaire operaties zoals de voorfinancieringen en de verrichtingen van fondsen en autonome instellingen

87 Economische hergroepering (indeling)
Decimaal systeem (dus verschillend van ESR-codes) 1ste cijfer: van 1 tot 4 zijn lopende verrichtingen; 8 tot 9 zijn kapitaalverrichtingen 2de cijfer: 1 tot 5 zijn uitgaven; 6 tot 9 ontvangsten 3de cijfer en soms 4de cijfer geven bijkomend detail Terugstorting = zelfde code als de initiële transactie maar met een negatief teken Interne registraties: registratie van investeringen gerealiseerd in eigen beheer Boekhoudkundige registraties: beheer van voorraden en schuldannuleringen Gebruikt in begrotingen van verschillende overheden (niet Vlaamse Gemeenschap)

88 Economische hergroepering (indeling)

89 Opmaak niet-financiële rekeningen
Economische hergroepering van de ontvangsten en de uitgaven Overgang naar ESR-concepten Correcties op de economische hergroepering Nieuwe economische hergroepering juni 2015

90 Van de economische hergroepering naar het ESR (overgangstabel)
ESR-Code Benaming Code EH 2009 P11 Marktoutput 16 partim+18 partim P12 Output voor eigen finaal gebruik - P131 Betalingen voor niet-markt output P2 Intermediair verbruik P5 Bruto vaste kapitaalvorming 13+7 partim (dép.) –17- 7 partim (rec.) P1 Productie (niet-marktproducenten= som van de kosten) D1+P2+P51c+D29-D39 +B2n P3 Finale consumptieve bestedingen P1-P11-P12-P131+D632 B2n Netto-exploitatieresultaat P51c Verbruik van vaste activa

91 ESR-Code Benaming Code EH 2009 D1 Beloning van werknemers D2r Belastingen op productie en invoer 36 D3p Subsidies D4r Inkomen uit vermogen D4p Inkomen uit vermogen (betaald) 21+24 D5r Belastingen op het inkomen en vermogen enz. 37 partim D61r Sociale bijdragen D6p Sociale prestaties 34 partim D62 Sociale prestaties uitkeringen (exclusief overdrachten in natura) D632 Sociale overdrachten in natura – aangekochte productie bij marktproducenten D7r Andere lopende ontvangen overdrachten (ont) D7p Andere betaalde lopende overdrachten 33+34 partim (uitg)-44

92 ESR-Code Benaming Code EH 2009 D9r Ontvangen kapitaaloverdrachten (ontvangsten) D91r Vermogensheffingen 56 D9p Betaalde kapitaaloverdrachten (uitg)+8 partim (uitg) NP Saldo aan- en verkopen van niet-geproduceerde activa 7 partim (uitgaven) 7 partim (ontvangsten) OTE Totaal van uitgaven P2+D1+D4+D62+D632+D3+D29p+D5p+D7+D8+P5+NP+D9p OTR Totaal van ontvangsten D2+D5+D91r+D61r+P11+P12+P131+D3r+D4r+D7r+D9r B9 Vorderingensaldo OTR-OTE

93 Economische hergroepering
Code 8: verrichtingen op financiële activa Code 9: verrichtingen op financiële passiva Working balance voor Eurostat= totaal ontvangsten exclusief code 9 – totaal uitgaven exclusief code 9 ! Wordt gepubliceerd in jaarverslag AGB Working balance in België= totaal ontvangsten exclusief code 9 en 8– totaal uitgaven exclusief code 9 en 8 Belang van een goede codificatie van de verrichtingen Code 8 verrichtingen: financiële verrichtingen zonder impact op het vorderingensaldo Code 4 en 6: interne verrichtingen die statistische verschillen kunnen introduceren in de saldi

94 Working balance: Vlaamse Gemeenschap (in miljoenen euro’s)
2013 2014 2015 Uitgaven Algemeen totaal 28064 29741 39382 Totaal zonder aflossingen 26959 28369 38915 Overheidsschuld (code 9) 1105 1372 466 Kredietverleningen en deelnemingen (code 8) 52 452 831 Ontvangsten 28831 28547 42696 Totaal zonder leningen 28823 28490 41581 8 57 1116 1785 1045 3669 Saldo Netto te financieren saldo 1864 121 2665 Financieringssaldo van de economische hergroepering 132 -471 -173

95 Opmaak niet-financiële rekeningen
Economische hergroepering van de ontvangsten en de uitgaven Overgang naar ESR-concepten Correcties op de economische hergroepering Nieuwe economische hergroepering juni 2015

96 Correcties op economische hergroepering
Correcties nodig op cijfers economische hergroepering om in overeenstemming met het ESR te brengen met impact op het saldo Communicatie naar de deelgebieden (publicatie op een geaggregeerd niveau) Communicatie naar Eurostat Andere correcties zonder impact op het saldo maar op de economische aggregaten

97 Correcties uit te voeren (met impact op saldo)
Economische hergroepering omvat niet volledige S.1312 (voorbeeld Vlaamse gemeenschap Herindelingen in sector Praktische moeilijkheden Maar maximaal via economische hergroepering 2013 2014 2015 1. Verschillen qua perimeter 180,2 243,9 280,9 PMV (vanaf 2014 rechtstreeks geconsolideerd) 8,2 Universiteiten en Hogescholen 27,7 47,3 78,5 PMV Re Vinci (vanaf 2014 rechtstreeks geconsolideerd) -0,6 Lak Invest (vanaf 2014 rechtstreeks geconsolideerd) 0,8 Lijninvest (vanaf 2014 rechtstreeks geconsolideerd) 0,1 FWO (vanaf 2014 rechtstreeks geconsolideerd) 3,5 Andere overheidseenheden die niet zijn opgenomen in de economische hergroepering (VMSW, woningfonds) 140,5 196,6 202,4

98 Correcties uit te voeren (met impact op saldo)
Financiële operaties die wijzigen in niet-financiële verrichtingen Code 8 verrichtingen Alternatieve financieringen 2013 2014 2015 2.1 operaties geherklasseerd in niet-financiële operaties 2,2 -21,7 -14,6 Andere kredietverleningen en deelnemingen -1,5 Amoras (vanaf 2014 rechtstreeks in EH) 3,7 0,0

99 Correcties uit te voeren (met impact op saldo)
Verschillen in moment van registratie Boekhoudingsystemen van overheden Belastingen 2013 2014 2015 2.3. Verschillen qua tijdstip van registratie -892,1 -339,2 -3204,9 Verschuivingen van de belastingen 15,1 12,0 0,0 Verschil tussen betaalde interesten en interesten op batenbasis 8,5 Tijdstip aanrekening investeringsbijdragen VIPA/UZ Gent -766,9 -283,0 -2,8 Emissierechten 24,2 76,4 22,2 Overheidsactiva binnen het kader van PPS -129,2 -181,5 -240,1 Voorschot sluis Gent-Terneuzen 120,0 Aandeel verkoop telefonielicenties 2013 43,2 Rapport rekenhof juli 2014 (aanrekening subsidies aan de exploitanten van een openbaar waterdistributienetwerk) 67,3 -45,9 -21,4 Rapport rekenhof juli 2014 (aanrekening investeringen) 28,4 Gestandaardiseerde garanties -8,7 -11,7 -13,3 Impact regionale opcentiemen -2832,0 Zesde staatshervorming (transacties door technische operatoren) -4,7

100 Correcties uit te voeren (met impact op saldo)
Niet-financiële verrichten die wijzigen in financiële verrichtingen Superdividenden Verschillen in inhoud Schuldovernames/ vastgoedtransacties 2013 2014 2015 3. Verschillen qua inhoud 107,3 -0,7 -20,6 UP 36 invest 9,7 0,0 Gedelegeerde opdrachten rollend fonds - pmv -0,5 Verkeerde registratie vastgestelde rechten 36,1 reponsabiliseringsbijdrage pensioenen 62,0

101 Correcties uit te voeren (zonder impact op saldo)
Macro-economische aanrekeningen Investeringen in software en databases, R&D, FISIM S.1312 vaak in niet-verdeelde sector (met uitzondering FISIM) Geimputeerde sociale bijdragen (verhogen loonmassa) – pensioenen ambtenaren Splitsen van bepaalde verrichtingen: Verkeersbelastingen (Belasting op productie – belasting op vermogen) Verkeerde aanrekeningen (identificatie tegenpartij)

102 Identificatie en bronnen van correcties
Identificatie mogelijke problemen Adviesaanvragen Belangrijke transacties (pers, begrotingen) Tijdreeksanalyse leiden tot vragen Rapporten Rekenhof over de rekeningen van overheden Bijvoorbeeld rapport rekenhof 2014 over rekeningen Vlaamse Gemeenschap Specifieke rapporteringen Code 8 – verrichtingen PPS – constructies Overheidsgaranties

103 Bronnen voor correcties
Tijdstip belastingen: Belastingadministraties Perimeter: Overheden leveren meer informatie zelf aan (niet noodzakelijk via economische hergroepering Aangevuld met beschikbare informatie van de Balanscentrale Correctie aard van transacties: INR vraagt stelselmatig volledig detail op van de economische hergroepering(basisallocatie) Overheden leveren veel van de informatie zelf aan Soms specifieke onderzoeken Code 33 overdrachten naar instellingen zonder winstoogmerk

104 Oorsprong correcties Economische hergroepering is gestandaardiseerd
… maar niet de overheidsboekhoudingen, dus correcties verschillen per deelgebied Vlaamse gemeenschap transactiebasis, maar niet altijd correct Aanrekening pensioenbijdrage VIPA Wie bepaalt de codes: gecentraliseerd (kennen de concepten beter) Gedecentraliseerd (kennen de aard van de werkelijk uitgaven beter)

105 Opmaak niet-financiële rekeningen
Economische hergroepering van de ontvangsten en de uitgaven Overgang naar ESR-concepten Correcties op de economische hergroepering Nieuwe economische hergroepering juni 2015

106 Meer transacties worden als investeringen beschouwd
R&D aankopen (niet eigen productie) ESR 1995 verwerkt als lopende aankopen van goederen en diensten (code 12) aankopen van wapensystemen ESR 1995 verwerkt als aankopen van duurzame militaire goederen (code 13) aankopen van databases aankopen van kleine gereedschappen (die langer dan een jaar worden gebruikt) die een drempel niet overschrijden (500 euro tegen de prijzen van 1995) ESR 2010 verwerkt als investeringen (bruto-investeringen in vaste activa) (code 74) => doet het bbp stijgen (via het verbruik van vaste activa) => geen weerslag op het saldo Mee

107 Intereststromen verbonden aan swaps
Voor 2014 werden intereststromen verbonden aan swaps als interesten beschouwt in de EDP procedure (niet ESR) => economische code 21 of 26 EDP procedure werd gelijktijdig met ESR 2010 aangepast en coherent gemaakt => economische code of 86.70

108 Andere wijzigingen Identificatie van stromen tussen overheden
Systematische identificatie van de tegenpartij bij overdrachten tussen overheden (codes 4 en 6) Vroeger vaak op basis van financieringsmechanisme (dotatie,…) of groep van entiteiten Nu wie is de concrete tegenpartij? Deelnemingen/vereffeningen binnen de overheidssector Nood aan codes omwille van ruimere perimeter Codes voor voorraadbeheer en investeringen uitgevoerd in eigen beheer (facultatief)

109 Andere wijzigingen Nieuwe bijlagen (vaak voorkomende vragen)
Registratie gedelegeerde opdrachten – fiduciair beheer Definitie onderzoek en ontwikkeling Boeking van EU-subsidies

110 Vergelijking ESR en (overheids)boekhoudingen
ESR aanrekeningsregels en overheidsboekhoudingen Correcties op de economische hergroepering Belastingen Kredietverleningen en participaties Leningen Superdividenden EU-subsidies

111 Aanrekeningregels in het ESR
Algemeen principe: Waardering in monetaire termen op basis van marktprijzen Stromen worden op transactiebasis geregistreerd: dit is op het ogenblik dat de economische waarde tot stand komt, wordt gewijzigd of verloren gaat, dan wel op het moment dat aanspraken en verplichtingen tot stand komen, worden getransformeerd of worden geannuleerd Afhankelijk van het type transactie, verdere verduidelijkingen: Transacties in producten: Output (P.1) moet worden geregistreerd op het moment dat deze in het productieproces ontstaat. Intermediair verbruik (P.2) wordt geregistreerd op het moment dat ze in het productieproces worden verbruikt. Investeringen (P.51) wanneer de (economische) eigendom wordt overgedragen ESR 3.55 Bouwwerken worden aan het eind van elke periode behandeld alsof ze verkocht zijn Voorraden (P.52) op het moment dat ze aan de voorraden worden toegevoegd

112 Aanrekeningregels in het ESR
2. Verdelingstransactie: Beloning van werknemers (D.1): geregistreerd op het tijdstip dat de arbeid wordt verricht. Incidentele premies worden geregistreerd op het moment dat ze verschuldigd zijn (13 de maand) Belastingen op productie en invoer (D.2) op het ogenblik dat de activiteiten, transacties of andere gebeurtenissen zich voordoen Subsidies (D.3): geregistreerd op het moment dat de transactie die aanleiding geeft tot de subsidie plaatsvind (productieproces, verkoop, invoer, enz.) Bijzonder geval; subsidies ter dekking van een geleden verlies: op het ogenblik dat de overheid besluit het verlies te compenseren Rente (D.41): rente wordt geregistreerd naar rato van de periode waarin de hoofdsom heeft uitgestaan Winstuitkeringen (D.42): is het tijdstip van het ogenblik dat de aandelenprijs wordt genoteerd ex-dividend Belastingen op inkomen en vermogen (D.5) worden geregistreerd op het ogenblik dat het inkomen wordt verworven of de transacties of andere gebeurtenissen plaatsvinden In principe als inkomen wordt verworven, maar als het bedrag slechts achteraf kan worden vastgesteld is er enige soepelheid. Sociale prestaties (D.6) Uitkeringen in geld worden geregistreerd op het ogenblik dat hierop aanspraak wordt verkregen Uitkeringen in natura worden geregistreerd op het moment dat de diensten worden verleend

113 Aanrekeningregels in het ESR
Verdelingstransactie (vervolg): Inkomensoverdrachten tussen overheden (D.73) geregistreerd op het ogenblik dat deze volgens de geldende voorschriften dienen plaats te vinden Inkomensoverdrachten i.v.m. internationale samenwerking (D.74): geregistreerd op het ogenblik dat deze volgens de geldende voorschriften dienen plaats te vinden (verplichte overdrachten), dan wel op het moment dat ze werkelijk plaatsvinden (vrijwillige overdrachten) Overige inkomensoverdrachten (D.75) op het moment dat de financiële verplichting ontstaat (boetes) of anders geregistreerd op het ogenblik dat zij plaatsvinden Ambigue formulering Investeringsbijdragen (D.92): geregistreerd op het tijdstip dat de betaling verschuldigd wordt: Ambigue formulering, wordt door sommige landen gebruikt om registratie op kasbasis te verantwoorden Maar is afwijking van het principe op transactiebasis, wordt uitgeklaard op Europees niveau, INR volgt transactiebasis (belangrijk VIPA, A1/A3, Crac) Overige kapitaaloverdrachten worden geregistreerd als betaling verschuldigd is Eveneens ambigue Maar meer verduidelijkingen in MGDD, bijvoorbeeld voor uitspraken rechtbanken duiden aan dat hier ook een registratie op transactiebasis gebeurt die verschilt van de effectieve betalingen (behalve indien bedragen onzeker zijn) Soms onduidelijke formuleringen, maar richtlijnen Eurostat bevestigen concept vastgestelde rechten

114 Verschillen tussen het ESR en de (begrotings)boekhoudingen
Overheidsboekhoudingen evolueren: Vroeger enkel begrotingsboekhouding (behalve lokale overheden) Aangevuld met algemene boekhouding De consolidatiekring Begrotingen registreren budgettaire stromen, stromen zonder budgettaire gevolgen worden vaak niet geregistreerd Schuldkwijtscheldingen Overdrachten in natura Begrotingen registreren vaak op basis van juridische aard Aankopen van aandelen

115 Algemene principes in België
Wet van 22 mei 2003 houdende de organisatie van de begrotingen en de Rijkscomptabiliteit: Art. 7. Elke verrichting wordt aan het boekjaar of aan het begrotingsjaar gehecht tijdens hetwelk ze heeft plaats gehad. Om evenwel tot een boekjaar of een begrotingsjaar te behoren moeten de rechten zijn vastgesteld gedurende die jaren. De vastgestelde rechten die evenwel niet vóór 1 februari van het volgende jaar door de dienst zijn geboekt, behoren tot een volgend jaar. Art. 8 Een recht is vastgesteld wanneer aan de volgende voorwaarden wordt voldaan :   1° zijn bedrag is op nauwkeurige wijze vastgesteld;   2° de identiteit van de schuldenaar of van de schuldeiser is bepaalbaar;   3° de verplichting om te betalen bestaat;   4° een verantwoordingsstuk is in het bezit van de betrokken dienst.   Op voordracht van de Minister van Begroting, bepaalt de Koning de modaliteiten voor het vaststellen van de rechten.

116 Principes De betalingsverplichting, die een noodzakelijk element is voor de vaststellen van een recht, wordt geacht te bestaan in een aantal gevallen, los van de vervaldag van de vordering of de schuld.  1° Voor lonen pensioenen, occasionele premies: op het moment van de prestatie, ongeacht het jaar waarop ze betrekking hebben; 2° Voor de uitvoering van werken, leveringen van diensten en goederen, met uitzonderingen van huur en abonnementen: op het moment dat de diensten of goederen werden uitgevoerd en aanvaard (?ESR); 3° Voor de verwerving/ verkoop van onroerende goederen: op het ogenblik dat de verkoop is voldaan; 4° Voor subsidies waarbij de toekenning is bepaald door organieke bepalingen: op het ogenblik dat ze verschuldigd zijn volgens deze organieke bepalingen; 5° Voor andere subsidies: op de datum van het besluit of de inwerkingtreding van de toekenningsakte;

117 Principes 6° Voor de bijdragen aan internationale organisaties in de context van de uitvoering op basis van de contractuele bepalingen; 7° Voor de vrijwillige bijdragen aan internationale organisaties: op de datum van het besluit of de inwerkingtreding van de toekenningsakte; 8° Voor kredietverleningen en participaties: op de datum van in werking treding van het besluit of de toekenningsakte; 9° Voor de rechterlijke uitspraken en besluiten of andere akten die geschillen beëindigen: op de datum dat deze aktes van uitwerking worden; 10° Voor fiscale ontvangsten: op de datum van de bepaling van het te innen bedrag overeenkomstig de wetten, decreten of andere bepalingen; behalve indien de inning van de ontvangst deze datum vooraf gaat; 11° Voor de fiscale ontheffingen en terugstortingen: op de datum van de bepaling van het bedrag.

118 Andere overheden Sommige entiteiten hebben adviescommissies
Iedereen verwijst naar zelfde federale wet Zelfde algemeen principe: maar verschillende vertalingen VG: intermediair verbruik op ogenblik dat levering plaatsvond (correcter vanuit ESR oogpunt) Niet iedereen al in de praktijk geïmplementeerd Tijdstip van registratie: in grote lijnen verenigbaar met het ESR: behalve Belastingen Vastgesteld recht bij subsidies/investeringen? Concept van voorwaardelijkheid Sommige entiteiten hebben adviescommissies Vlaamse adviescommissie voor boekhoudkundige normen De Commissie voor de openbare comptabiliteit (niet operationeel)

119 Vergelijking ESR en (overheids)boekhoudingen
ESR aanrekeningsregels en overheidsboekhoudingen Correcties op de economische hergroepering Belastingen Kredietverleningen en participaties Leningen Superdividenden EU subsidies Onderlinge stromen Eurostat adviezen

120 Belastingen De in de rekeningen geregistreerde bedragen aan belastingen worden ontleend aan twee bronnen: kohiers en aangiften, of kasgegevens. a) Worden bedragen uit kohiers en aangiften gebruikt, dan wordt op die bedragen een coëfficiënt toegepast, teneinde rekening te houden met bedragen die wel in de kohiers en aangiften zijn opgenomen, maar nooit zijn of worden geïnd. De hoogte van de coëfficiënten wordt vastgesteld op basis van de opgedane ervaringen en de huidige verwachtingen met betrekking tot de geraamde niet-geïnde bedragen. Zij zijn specifiek voor de verschillende soorten belastingen. b) Worden kasgegevens als bron gebruikt, dan wordt een correctie in de tijd toegepast om ervoor te zorgen dat de bedragen worden toegerekend aan de periode waarin de activiteit die tot de belastingplicht heeft geleid, heeft plaatsgevonden. Deze correctie wordt gebaseerd op het gemiddelde tijdsverloop tussen de activiteit en de inning van het bedrag.

121 Belastingen Praktijk: kasgegevens voor alle belangrijke belastingen
Sociale bijdragen transactie basis Strikte (strenge) methode: uiteindelijk cijfer = kasontvangsten (over een periode van 3 jaar) die verband houden met een bepaald jaar Akkoord Eurostat nodig voor wijzigingen: Dit is conform de Europese verordening 2516/2000 tot wijziging van de gemeenschappelijke beginselen van het Europees systeem van nationale en regionale rekeningen in de Gemeenschap ten aanzien van belastingen en sociale premies, die stelt dat eventuele herzieningen in de methodes voor de aanrekening van de belastingen dienen te worden neergelegd in een overeenkomst tussen de Lidstaat en Eurostat. Vastgestelde rechten in economische hergroepering niet altijd weerhouden

122 Registratie- en successierechten in 2015
Vlaamse gemeenschap neemt de inning over van de Federale overheid Registratierechten Belastingen op productie en invoer (D.2) op het ogenblik dat de activiteiten, transacties of andere gebeurtenissen zich voordoen Dit is het tijdstip van de onderliggende verkoop Vroeger betaling ongeveer gelijk aan de verkoop Nu langere tijd tussen betaling en verkoop (structureel en tijdelijk) Correctie nodig Successierechten Kapitaalheffing (registratie op het ogenblik van de inkohiering) Langere procedure, leidt tot vertraging in de vaststelling Geen correctie nodig

123 vergelijking ESR en (overheids)boekhoudingen
ESR aanrekeningsregels en overheidsboekhoudingen Correcties op de economische hergroepering Belastingen Kredietverleningen en participaties Leningen Superdividenden EU subsidies Interrelaties Eurostat adviezen

124 Analyse van kapitaalinjecties door overheden
Kapitaalinjecties = veel verschillende vormen (aandelen, leningen, overdrachten) sommige worden beschouwd als overdrachten (impact op het vorderingensaldo) andere als financiële transacties (geen impact op het vorderingensaldo) Specifieke regels in MGDD, hoofdstuk “Capital injections into public corporations” onderscheid: Capital injection test Niet alleen in publieke entiteiten!

125 Kapitaal injectietest
Als de overheid, in dezelfde hoedanigheid als een private aandeelhouder fondsen verstrekt en contractueel iets ontvangt (zoals aandelen of schuldinstrumenten) van gelijke waarde en verwacht een voldoende rendement op de investering te halen (in de vorm van dividenden of interesten, of een meerwaarde) wordt de transactie als een financiële transactie beschouwd De overheid beoogt niet altijd winstgevende activa te verwerven, maar volgt ook sociale of collectieve beleids objectieven waarvoor geen privaat kapitaal beschikbaar is. Een kapitaaloverdracht dient te worden geregistreerd in de volgende gevallen: De overheid ontvangt niet iets van gelijke waarde in ruil De fondsen worden verstrekt zonder dat er voldoende rendement wordt op verwacht. De fondsen worden verstrekt aan vennootschappen die reeks van verliezen heeft geregistreerd.

126 Kapitaal injectietest: aandelen
Nemen er private aandeelhouders deel? Nee Zijn er geaccumuleerde verliezen? Ja algemene regel minimum het gedeelte van de geaccumuleerde verliezen is een overdracht Is een markrendement waarschijnlijk? Financiële transactie Niet financiële transactie Zijn het genoteerde aandelen? Algemene regel financiële transactie Nee Zijn de drie voorwaarden voldaan? 1. Significant deel privé? 2 Privé sector heeft gebruikelijke invloed 3. Gelijke risico en rechten Nee, Denk verder (zie geval zonder privé partners Ja Financiële transactie

127 Marktrendement Voldoende rendement?
In principe een marktrendement, maar minstens: “When governement is the only investor in the corporation, as a general rule, long term (10 years) government bond rates.” De overheid verliest geen geld ten opzichte van zijn eigen financiering Indicaties uit het verleden kunnen worden gebruikt, als de kapitaalinjectie niet leidt tot een breuk in de activiteit Financiële plannen; geaudit Rendement zonder rekening te houden met subsidies

128 Analyses INR Code 8 = Kredietverleningen en deelnemingen
Betreffen in principe financiële verrichtingen en dus geen impact op het saldo INR verifieert systematisch op basis van individuele gegevens of het gaat om financiële transactie. Specifieke rapportering fiche 7 – code 8 verrichtingen Vraagt overzicht van alle deelnemingen en kredietverleningen en terugbetalingen Wordt geleidelijk vervangen door het project Building Blocks BBA_shares en BBA_loans Reeds van toepassing voor leningen Vanaf 2017 ook voor aandelen (test in augustus 2016) Rapportering voor 15 februari (voorlopige beslissing voor eerste notificatie mogelijk)

129 Analyses INR BBA_shares beperkt verlies aan informatie
voor de deelnemingen: het bedrag de identificatie van de tegenpartij (benoeming, ondernemingsnummer) de beschrijving van de transactie de eventuele deelneming van privé-partner(s) aan de transactie (naam, percentage, financieringsvorm, enz.) de jaarrekeningen van de ondernemingen van de drie laatste jaren een financieel plan het verwachte rendement BBA_shares beperkt verlies aan informatie

130 BBA_Shares and Reporting “Codes 8”
ID_REPORTING1 IDENTIFIERS Name of the reporting unit ID_REPORTING2 National number of the reporting unit DATE_OPENING Date of the opening balance sheet DATE_CLOSING Date of the closing balance sheet CAT_INSTR1/2 Categories of instruments ISIN_CODE ISIN code of the instrument ESA_INSTR* Type of shares ID_COUNTERP1 Name of the counterpart ID_COUNTERP2 National number of the counterpart ESA_COUNTERP* ESA2010 Counterpart OPENING_VALUE STOCKS = OPENING OUTSTANDING CAPITAL INJECTIONS ON A CASE-BY-CASE BASIS (PUBLIC SECTOR PARTNER, LOSSES, CONVERSION, ETC.)  DOCUMENTATION ASKED FOR DETERMINED CASES OPENING_% EQUITY_ACQUISITION_VALUE TRANSACTIONS EQUITY_ACQUISITION_% PUBLIC SECTOR_PARTNER PRIVATE SECTOR_PARTNER INJECTIONS_KIND EQUITY_DISPOSAL_VALUE EQUITY_DISPOSAL_% PUBLIC SECTOR_ACQUISITION CONVERSION WITHDRAWAL DIVIDENDS LIQUIDATION OTHER CHANGES REVALUATION CLOSING_VALUE STOCKS = CLOSING OUTSTANDING CLOSING_% CHECK CONSISTENCY

131 BBA – aanvullende informatie
Volledige informatie zal moeten worden doorgezonden: Transacties uitgevoerd door de Main States (en gedelegeerde opdrachten) Transacties met publieke partners Conversies Geaccumuleerde verliezen Drempel (?)

132 Analyses INR Beslissing wordt genomen op het ogenblik van de kapitaalinjectie Geen correctie indien achteraf wordt vastgesteld dat onderneming failliet gaat (behalve bij misleidende informatie), ook niet als ze rendabel wordt Tijdstip: als het kapitaal wordt opgevraagd In praktijk Zijn er andere nieuwe investeerders? Bijzonder aandacht voor reconversies van leningen Jonge startups (biotech) Vaak verlieslatend, maar andere investeerders Recurrente injecties zijn een signaal Vaak trachten nog iets te recuperen Kapitaalinjecties in natura = neutraal Desinvestering (ontvangst) en kapitaaloverdracht indien geen rendement Anders herschikking van activa

133 Analyses INR Is het werkelijk de aankoop van een aandeel in een vennootschap? Omwille van fiscale redenen wordt vastgoed soms verhandeld via het creëren van aandelen Het INR erkent niet dat het gaat om een vennootschap Aankoop van infrastructuur wordt geregistreerd.

134 Kapitaalinjectie: leningen
Het geven van een lening is doorgaans een financiële transactie Zelfs als de rentevoeten zeer laag zijn (guidance note Eurostat) De overheid verwacht dat de ontlener in een positie is om de lening terug te betalen volgens een afgesproken schema Geen impact op het saldo Uitzondering: als de kans op terugbetaling als zeer laag wordt ingeschat Leningen die steeds worden vernieuwd

135 Leningen ESR kent geen waardeverminderingen op leningen
Dit komt omdat het actief van de ene partij het passief is van de andere Betalingsverplichting bestaat nog steeds In tegenstelling tot andere boekhoudingen Hoe kan een lening verdwijnen? Terugbetaling van de lening: financiële transactie Failliet van de onderneming: uitspraak rechter Geen transactie – geen akkoord van de beide partijen Geen impact op het vorderingensaldo Schuldherschikking/kwijtschelding Transactie Impact op het vorderingensaldo

136 Schuldkwijtscheldingen
Doorgaans niet geregistreerd in de economische hergroepering Geen financiële stroom Rapporteringen Building Blocks vragen naar Write off: faillissement Debt cancellation schuldkwijtschelding Ook bijzondere aandacht voor reconversie van leningen naar aandelen Kritiek van investeringsmaatschappijen Stelling: In het ESR is het beter om vennootschappen te laten failliet gaan Kapitaalinjecties of gedeeltelijke schuldkwijtscheldingen in het kader van herstructureringen zijn immers vaak kapitaaloverdrachten Enge benadering: enkel focus op saldo

137 Module 3 vergelijking ESR en overheidsboekhoudingen
ESR aanrekeningsregels en overheidsboekhoudingen Correcties op de economische hergroepering Belastingen Kredietverleningen en participaties Leningen Superdividenden EU subsidies Interrelaties Eurostat adviezen

138 Superdividenden Definitie: dividenden (D.421) zijn een vorm van inkomen uit vermogen waarop bezitters van aandelen (AF.5) recht krijgen wanneer zij bijvoorbeeld middelen ter beschikking van vennootschappen hebben gesteld, ESR: Onder dividenden (D.421) vallen geen superdividenden In het geval van overheidsondernemingen zijn superdividenden hoge, onregelmatige uitkeringen of uitkeringen die het inkomen uit bedrijfsuitoefening over de betreffende verslagperiode overschrijden; zij worden bekostigd uit opgebouwde reserves of de verkoop van activa. Onttrekking van deelnemingen (F.5) Overheidsboekhoudingen: volgen juridische logica

139 Vergelijking ESR en overheidsboekhoudingen
ESR aanrekeningsregels en overheidsboekhoudingen Correcties op de economische hergroepering Belastingen Kredietverleningen en participaties Leningen Superdividenden EU-subsidies Interrelaties Eurostat adviezen

140 EU-subsidies Gaat over diverse subsidie programma’s
Europees Fonds voor regionale ontwikkeling Europees Sociaal Fonds Cohesiefonds Europees Landbouwfonds voor plattelandsontwikkeling Europees Fonds voor maritieme zaken en visserij Recent aandachtspunt van Eurostat Wegens nieuwe periode (programmaperiode ) Nieuwe instrumenten dan subsidies (leningen, aandelen, garanties,…) Vragenlijsten worden rondgestuurd naar de overheden Vaak in combinatie met medefinanciering door overheden

141 EU-subsidies EU keert subsidies uit die doorgaans transiteren via rekeningen aangehouden door de overheden. Vaak grote bedragen die vooraf of achteraf worden overgemaakt Algemene regel (MGDD) EU overdrachten zullen geen impact hebben op het vorderingensaldo van de overheid – tijdsverschillen tussen ontvangsten en uitgaven moeten worden gecompenseerd Statistische behandeling hangt af van de uiteindelijke begunstigde Overheidsinstelling Andere De stromen worden geregistreerd tussen de EU en de uiteindelijke begunstigde

142 EU-subsidies In principe dienen dus enkel de EU subsidies met een begunstigde als overheid te worden geregistreerd en dit om het moment van de uitgaven (lonen, intermediair verbruik,…) Wordt in de praktijk momenteel niet zo geregistreerd in economische hergroeperingen Afhankelijk van de overheden (sommige registreren alle stromen zelfs als de overheidsinstelling niet de begunstigde is) Bijlage 4 economische hergroepering (artificiële verrichtingen – voorschotten onder code 9 (leningen)) Administraties vragen soms om EU subsidies waar ze zelf niet de begunstigde zij toch te kunnen registreren (03-08 interne verrichtingen)

143 EU-subsidies Project binnen het INR
Staatshervormingen hebben het volgen van de stromen zeer complex gemaakt Vragenlijsten verstuurd (wie zijn de betrokkenen, wat wordt geregistreerd) Market regulatory agency’s (vroeger BIRB) en voorraden Nationale agentschappen die werken voor rekening van de Europese unie of andere eenheden en die een markt en herverdelingsactiviteit hebben Onderscheid eenheden die vooral subsidies geven Eenheden die vooral voorraden aanleggen en verkopen Eenheden die beide doen kunnen worden gesplitst (anders voornaamste activiteit (niet overheid indien marktwerking > 80% van de kosten)

144 EU-subsidies In België maken ze deel uit van de overheid.
Maar MGDD raadt aan om quasi-vennootschap te maken buiten de overheid om voorraden te beheren. Voorraden dus altijd geen deel van overheid

145 Vergelijking ESR en overheidsboekhoudingen
ESR aanrekeningsregels en overheidsboekhoudingen Correcties op de economische hergroepering Belastingen Kredietverleningen en participaties Leningen Superdividenden EU subsidies Interrelaties

146 Interrelaties Consolidatie binnen 1 overheid
Vaak door de overheid zelf Codes 41/46 en 61/66 Maar onderlinge verkopen en geleverde diensten Moeten niet worden geconsolideerd/ maar wel gelijk zijn Indirecte consolidatie door het INR Codes 44 (onderwijs) Consolidatie tussen overheden Gebeurt door het INR Probleem: enkel codes voor overdrachten, niet voor subsidies Codes 45/49

147 Interrelaties Zeer complex probleem:
Zowel tussen de instellingen binnen 1 overheid Als tussen overheden Hoe stromen tussen verschillende entiteiten op hetzelfde ogenblik registreren Vaak niet het geval in (overheids)boekhoudingen Vraagt veel verificatie: stroom per stroom afstemmen Soms gemakkelijk 1 stroom Soms complex (universiteiten)

148 Investeren in vastgoed

149 Investeringen: inleiding
Overheidsinvesteringen zijn een belangrijke factor voor de ondersteuning van de economische groei Vroeger doorgaans door constructie door de overheid Besparingen in de jaren ‘80 systematische onderinvesteringen Volgens nationale en internationale organisaties nood aan investeringen Belgische situatie: Hoge overheidsschuld en hoge uitgavenquote, maar lage investeringen

150 Investeringen: inleiding
Sinds een tiental jaar: meer en meer gezocht naar alternatieve financieringswijze Alternatieve financiering: realisatie van het actief, maar spreiding van de uitgaven in de tijd over het vorderingensaldo en geen onmiddellijke aanrekening in de schuld PPS huurcontracten Concessies

151 Het ESR als systeem

152 Aanrekeningsregels Investeringen (P.51) wanneer de (economische) eigendom wordt overgedragen ESR 3.55 Bouwwerken worden aan het eind van elke periode behandeld alsof ze verkocht zijn Investeringen in vastgoed hebben een onmiddellijke impact op het vorderingensaldo (B.9) volgens het ritme van de werken Op het moment dat het bestaande gebouw wordt aangekocht Het ESR kent het concept afschrijvingen en zelfs een saldo B.8.N Neemt de afschrijvingen in plaats van investeringen als uitgaven Europees parlement heeft er voor gekozen dit concept te gebruiken Afschrijvingen moeilijk meetbaar (volledige investeringshistoriek) Overheden zouden investeringen kunnen overdrijven Macro-economisch niet sterk verschillend

153 Investeringen en afschrijvingen (gezamenlijke overheid, miljoenen euro’s)

154 Alternatieve financieringen
Overheden zoeken naar manieren om de activa niet te beschouwen als overheidsactiva ESR is soepeler dan IPSAS en IFRS IPSAS is gericht op controle (overheid wil publiek vastgoed) Wie beslist hoe de activa worden gebruikt Allocatie op het einde van het contract Alle PPP op de balans van de overheid ESR is gebaseerd op economische eigendom Economische eigendom = wie draagt de risico’s en wie heeft de voornaamste voordelen Verschillend van juridische eigenaar en controle Als zowel economische risico’s als voordelen bij een private partner liggen dan geen overheidsactief Jaarlijkse betalingen van de overheid zijn dan aankopen van goederen en diensten

155 Alternatieve financieringen
Vaak voorkomende vormen: Operationele leasing – huurcontracten Publiek-private partnerschappen Concessie Verschillende manieren om economische eigendom vast te stellen

156 Operationele leasing Bijvoorbeeld standaardhuurcontract
Analyse van contracten om te zien wie de economische eigenaar van de activa is Indien overheid eigenaar: financiële leasing Aanrekening overheidsinvestering en schuld Jaarlijkse betalingen opgesplitst in schuldaflossing en interestlasten Indien private partner economische eigenaar: operationele leasing Aanrekening in de overheidsrekeningen van de jaarlijkse betaling als intermediair verbruik Operationele leasing gebouwen: enkel voor niet-specifieke infrastructuur (typisch kantoorgebouw; verhuurbaar aan privé-sector) Blijft eigendom van de private partner na huurperiode Huurperiode kan niet te lang zijn (?< 20 jaar) (Adviezen Lak-invest/Sicafi) Structureel onderhoud en belastingen bij private partner (liften, airco,…)

157 Operationele leasing (vervolg)
Financiële lease Private partij is eerder financieel van aard Vliegtuigen op de balans van banken Te lange duurtijd, reduceert risico’s/voordelen private partij Specifieke gebouwen: ongeacht duurtijd gaat overheid belangrijk deel van de investeringswaarde betalen

158 Publiek-private partnerschappen (PPP)
Wordt gebruikt voor uiteenlopende types van contracten ESR 2010: Lang lopende complexe contracten tussen een private partner en de overheid Gaan gepaard met een aanzienlijke kapitaaluitgave (creatie actief) Vervolgens exploitatie door de private partner en verlening van diensten aan de overheid of aan het grote publiek Overheid doet de voornaamste betalingen aan de private partner Anders concessies Verschil met operationele leasing: kan voor specifieke publieke infrastructuur Gevangenissen Wegen Scholen

159 Publiek-private partnerschappen (PPP)
Langere duur dan leasings: maar meer dienstencomponent Leggen meer risico’s en voordelen bij private partner Type contracten: Design, build, finance and maintain (DBFM) Design, build, finance, maintain and operate (DBFMO) Statistische wereld spreekt zich niet uit over de opportuniteit van de projecten

160 Publiek-private partnerschappen (PPP)
Analyse van economische risico’s en voordelen om te bepalen of het gaat om een overheidsactief of een actief van de private partner Nooit geen volledige overdracht van de risico’s Oordeelkundige analyse van de individuele contracten Most of the risks and is also entitled to receive most of the benefits ESA10: If doubt, use control Eerste stap analyse van de basisrisico’s aangevuld met andere elementen Bouwrisico Beschikbaarheidsrisico Vraagrisico Basisregel: het actief kan enkel als een actief van de private partner worden beschouwd als de private partner Het bouwrisico draagt en het beschikbaarheidsrisico of het vraagrisico

161 PPP: vele andere elementen mee te nemen in analyse
Door vele criteria worden beslissingen zeer “judgemental” Verduidelijkingen: new guide to the statistical treatment of PPPs

162 Concessies Het gaat hier om lange termijncontracten waarbij een (specifiek) actief wordt opgericht De gebruiker betaalt meer dan 50% direct aan de uitbater Vaak in het kader van de constructie van wegen Franse Péages Onder ESR95 initieel eenvoudige analyse (50%-criterium) – voorbije jaren complexer Duidelijk in het dossier Oosterweel In het geval private partner “off-balance” aangewezen via openbare aanbesteding Geen garanties op rendement of meer dan 50% op de schulden van de entiteit Gesloten overmachtslijst

163 Concessies In het geval van een publieke entiteit
Veel vragen bij de autonomie van de eenheid Kan deze zonder akkoord van de controlerende overheid het contract tekenen Kan hij andere concessies aangaan of kan hij ze stopzetten Kan hij zelf beslissen wanneer grote onderhoudswerken plaatsvinden Als 1 criterium niet wordt gerespecteerd heeft de entiteit geen autonomie en wordt ze geconsolideerd bij de controlerende overheid

164 Rapportering INR: PPS projecten
Fiche 5 : rapportering PPS-projecten Ruimer dan PPS, ook concessie en ESCO Volledige informatie: Geen informatie = overheidsactief Lokale overheden systematisch overheidsactief; behalve bij expliciete vraag tot analyse

165 Bedankt voor uw aandacht! Vragen?


Download ppt "ESR-seminarie voor de Vlaamse instellingen"

Verwante presentaties


Ads door Google