Halfgeleiders - Opbouw diode - Werking diode

Slides:



Advertisements
Verwante presentaties
Draaistroommotor: ster- en driehoekschakeling
Advertisements

Meten met de multimeter
Bio-esthetiek vaktechnologie Mevr. Thyssen. 6de jaar 1ste trim.
Elektriciteit.
Luidsprekers behoort bij open leertaak OT 6.2.1
ELEKTRONICA: HF 2 De diode
Bouw van atomen & ionen Klas 4.
De wisselschakeling..
Opwekken van een sinusvormige wisselspanning
Elektrische schakelingen
Tijdvolgordediagram.
De halfgeleiderdiode.
Polariteit scheikundeblok.
Verbindingen Klas 4.
Elektrochemische cel.
Hoofdstuk 2 Samenvatting
© 2013 | Noordhoff Uitgevers bv
De effectieve waarde en topwaarde
LED’s.
Relais.
Weerstand klimmen = weerstand.
PIR sensor.
Halfgeleider.
Elektrische verschijnselen
Geleiding in vaste stoffen
Samenvatting H 8 Materie
Elektrische schakelingen
Warmte.
Hoofdstuk 8 Elektrische energie
1.2 Het atoommodel.
Marc Bremer Natuurkunde Marc Bremer
Instructieprogramma Behoort bij OPEN LEERTAAK OT 1.3.1
ELEKTRONISCHE SCHAKELAARS
Basis schakelingen - wandcontactdoos - enkelpolige schakeling
Inzichtvragen elektriciteit.
Stukje theorie De anode mag nooit meer vermogen dissiperen als aangegeven. 12AX7 Ra=100k Als er geen stroom Loopt staat er 300V Op de Anode. Bij 3mA Valt.
Techniek Explora Werken met leds Wim Broos Sofie Cobbaert Swa Cremers
N4H_05 voorkennis.
Conceptversie.
Energie De lading van een atoom.
Chemische bindingen Kelly van Helden.
Rekenen aan de transformator
De condensator - De condensator - De condensator op wisselspanning
Weerstand, spoel en condensator op wisselspanning
Serie/Parallel Schakelingen
HET RELAIS START.
Stroom, Spanning & Weerstand
Tekeningen - Stroomkringschema.
Contactor schakelingen
Halfgeleiders 1 - Opbouw diode - Werking diode
De elektrische stroomkring
Motorschakelingen - Werking 3 fase motor - Aan – uitschakeling
Motorschakelingen - Werking 3 fase motor - Aan – uitschakeling
N4H_05 voorkennis.
Ster - driehoek schakeling
Ster - driehoek schakeling
Motorschakelingen - Omkeerschakeling
H 3 Elektriciteit De wet van Ohm Ing W.T.N.G. Tomassen Elektriciteit.
HET RELAIS.
HOOFDSTUK 1 STOFFEN.
ELEKTRONICA BIBBERSPIRAAL
Elektriciteit.
Oefeningen Elektriciteit 2 AH
§4.1 LEERDOELEN Uitleggen van de begrippen: stroomkring, stroommeter/-sterkte, geleiders, spanningsbron, spanningsmeter, weerstand, wet van Ohm, elektrisch.
Bewerkt door: P.T.M. Feldbrugge
H 8.5 Elektrische stromen Natuurkunde Overal 2 AH :22
Elektrische stroomsterkte Natuurkunde Overal 2VMBO-t/HAVO
Oefeningen Elektriciteit 2 TH
Meten met de multimeter
Elektrische stroomsterkte Natuurkunde Overal 2 Hav0 Atheneum
Transcript van de presentatie:

Halfgeleiders - Opbouw diode - Werking diode Klik op het onderdeel waarvan je meer wil weten - Opbouw diode - Werking diode - Karakteristiek van een diode - De thyristor - De triac - De diac - De zenerdiode

Diode P silicium De diode bestaat uit twee stukjes silicium (zand) bestaat uit atomen die een elektron te weinig hebben Hierdoor is het materiaal positief geladen negatieve vaste ionen positieve vrije holten

Diode N P N silicium De diode bestaat uit twee stukjes silicium (zand) bestaat uit atomen die een elektron te veel hebben. Hierdoor is het materiaal negatief geladen positieve vaste ionen negatieve vrije elektronen

Diode N P P N De diode bestaat uit twee stukjes silicium (zand) met negatieve vaste ionen positieve vrije holtes N met positieve vaste ionen negatieve vrije elektronen

Diode Als deze twee materialen tegen elkaar komen wordt het middenstuk neutraal. N De positieve (gaatje) en negatieve vrije elektronen heffen elkaar op. Er ontstaat een sperlaag (isolerende stof) P P Elektronen te kort N Elektronen te veel

Diode We sluiten een spanning aan. (Plus op P en min op N). P elektronen te kort N elektronen te veel sperrichting Elektronen stroom Elektronen stroom - + - - - - - - + + De teveel aan elektronen aan de N kant worden naar de + getrokken elektronen stroom vult de te korten bij de p kant aan Sperlaag (isolatie) wordt groter

Diode We sluiten een spanning aan. (Plus op N en min op P). P elektronen te kort N elektronen te veel doorlaatrichting Elektronen stroom Elektronen stroom - + - - - - + + + - - Er ontstaat een nog groter elektronen te kort omdat de elektronen naar de plus wegstromen De teveel aan elektronen wordt aangevuld Sperlaag weg

- + Diode P N Symbool diode anode katode elektronen te kort N elektronen te veel doorlaatrichting Elektronen stroom Elektronen stroom - + anode katode Voor te onthouden. Een diode is geleidend als katode negatief is en anode positief is

Doorlaatrichting diode Om te onthouden: KNAP + - Anode katode KNAP = Doorlaatrichting diode

Doorlaatrichting diode Om te onthouden: KNAP EINDE + - Anode katode KNAP = Doorlaatrichting diode

Geen stroom diode spert Werking van een diode Een diode laat de stroom maar in een richting door. A K Geen stroom diode spert

Werking van een diode Een diode laat de stroom maar in een richting door. A K De stroom richting

Werking van een diode Een diode laat de stroom maar in een richting door. Een wisselspanning wordt dus gedeeltelijk doorgelaten. A K De stroom richting Sper richting animatie

Werking van een diode Een diode laat de stroom maar in een richting door. Een wisselspanning wordt dus gedeeltelijk doorgelaten. A K De stroom richting

Werking van een diode Een diode laat de stroom maar in een richting door. Een wisselspanning wordt dus gedeeltelijk doorgelaten. A K De stroom richting

Werking van een diode Een diode laat de stroom maar in een richting door. Een wisselspanning wordt dus gedeeltelijk doorgelaten. A K De stroom richting

Werking van een diode Een diode laat de stroom maar in een richting door. Een wisselspanning wordt dus gedeeltelijk doorgelaten. A K Sper richting

Werking van een diode Een diode laat de stroom maar in een richting door. Een wisselspanning wordt dus gedeeltelijk doorgelaten. A K Sper richting

Werking van een diode Een diode laat de stroom maar in een richting door. Een wisselspanning wordt dus gedeeltelijk doorgelaten. A K Sper richting

Werking van een diode Een diode laat de stroom maar in een richting door. Een wisselspanning wordt dus gedeeltelijk doorgelaten. A K De stroom richting

Werking van een diode Een diode laat de stroom maar in een richting door. Een wisselspanning wordt dus gedeeltelijk doorgelaten. A K De stroom richting

Werking van een diode Een diode laat de stroom maar in een richting door. Een wisselspanning wordt dus gedeeltelijk doorgelaten. A K De stroom richting

Werking van een diode Een diode laat de stroom maar in een richting door. Een wisselspanning wordt dus gedeeltelijk doorgelaten. A K Sper richting

Werking van een diode Een diode laat de stroom maar in een richting door. Een wisselspanning wordt dus gedeeltelijk doorgelaten. A K Sper richting

Werking van een diode Een diode laat de stroom maar in een richting door. Een wisselspanning wordt dus gedeeltelijk doorgelaten. A K Sper richting

Werking van een diode Een diode laat de stroom maar in een richting door. Een wisselspanning wordt dus gedeeltelijk doorgelaten. A K De stroom richting

Werking van een diode Een diode laat de stroom maar in een richting door. Een wisselspanning wordt dus gedeeltelijk doorgelaten. A K De stroom richting

Werking van een diode Een diode laat de stroom maar in een richting door. Een wisselspanning wordt dus gedeeltelijk doorgelaten. A K De stroom richting

De vorm van de spanning over de lamp Werking van een diode Om heel de wisselspanning te gebruiken maken we een twee fase gelijkrichter. De stroom richting De vorm van de spanning over de lamp animatie

Werking van een diode 4 diodes in een brugschakeling Om heel de wisselspanning te gebruiken maken we een twee fase gelijkrichter. De stroom richting De vorm van de spanning over de lamp 4 diodes in een brugschakeling

Werking van een diode 4 diodes in een brugschakeling Om heel de wisselspanning te gebruiken maken we een twee fase gelijkrichter. De stroom richting De vorm van de spanning over de lamp 4 diodes in een brugschakeling

Werking van een diode 4 diodes in een brugschakeling Om heel de wisselspanning te gebruiken maken we een twee fase gelijkrichter. De stroom richting De vorm van de spanning over de lamp 4 diodes in een brugschakeling

Werking van een diode 4 diodes in een brugschakeling Om heel de wisselspanning te gebruiken maken we een twee fase gelijkrichter. De stroom richting De vorm van de spanning over de lamp 4 diodes in een brugschakeling

Werking van een diode 4 diodes in een brugschakeling Om heel de wisselspanning te gebruiken maken we een twee fase gelijkrichter. De stroom richting De vorm van de spanning over de lamp 4 diodes in een brugschakeling

Werking van een diode 4 diodes in een brugschakeling Om heel de wisselspanning te gebruiken maken we een twee fase gelijkrichter. De stroom richting De vorm van de spanning over de lamp 4 diodes in een brugschakeling

Werking van een diode 4 diodes in een brugschakeling Om heel de wisselspanning te gebruiken maken we een twee fase gelijkrichter. De stroom richting De vorm van de spanning over de lamp 4 diodes in een brugschakeling

Werking van een diode 4 diodes in een brugschakeling Om heel de wisselspanning te gebruiken maken we een twee fase gelijkrichter. De stroom richting De vorm van de spanning over de lamp 4 diodes in een brugschakeling

Werking van een diode 4 diodes in een brugschakeling Om heel de wisselspanning te gebruiken maken we een twee fase gelijkrichter. De stroom richting De vorm van de spanning over de lamp 4 diodes in een brugschakeling

Werking van een diode 4 diodes in een brugschakeling Om heel de wisselspanning te gebruiken maken we een twee fase gelijkrichter. De stroom richting De vorm van de spanning over de lamp 4 diodes in een brugschakeling

Werking van een diode 4 diodes in een brugschakeling Om heel de wisselspanning te gebruiken maken we een twee fase gelijkrichter. De stroom richting De vorm van de spanning over de lamp 4 diodes in een brugschakeling

Werking van een diode 4 diodes in een brugschakeling Om heel de wisselspanning te gebruiken maken we een twee fase gelijkrichter. De stroom richting De vorm van de spanning over de lamp 4 diodes in een brugschakeling

Werking van een diode 4 diodes in een brugschakeling Om heel de wisselspanning te gebruiken maken we een twee fase gelijkrichter. De stroom richting De vorm van de spanning over de lamp 4 diodes in een brugschakeling

Werking van een diode 4 diodes in een brugschakeling Om heel de wisselspanning te gebruiken maken we een twee fase gelijkrichter. De stroom richting De vorm van de spanning over de lamp 4 diodes in een brugschakeling

Werking van een diode 4 diodes in een brugschakeling Om heel de wisselspanning te gebruiken maken we een twee fase gelijkrichter. De stroom richting De vorm van de spanning over de lamp 4 diodes in een brugschakeling

Werking van een diode Aan de vorm van de diode kun je zien wat de kathode is of de anode is of het staat er op gedrukt.

Werking van een diode EINDE Aan de vorm van de diode kun je zien wat de kathode is of de anode is of het staat er op gedrukt. EINDE

Karakteristiek van een diode Elke diode heeft zijn eigen karakteristiek. Dit wordt weergegeven in een grafiek. Spanning waarbij de diode doorslaat (gaat stuk) Diode laat door Diode is stuk gegaan hij laat ook door in sper stand lekstroom Diode spert drempelspanning Is een kleine stroom die door de diode gaat in sper stand Is een kleine spanning die nodig is om de diode te laten geleiden

Karakteristiek van een diode Elke diode heeft zijn eigen karakteristiek. Dit wordt weergegeven in een grafiek. EINDE Spanning waarbij de diode door slaat (gaat stuk) Diode laat door Diode is stuk gegaan hij laat ook door in sper stand lekstroom Diode spert drempelspanning

Thyristor Een thyristor is een speciale diode. Hij kan pas gaan geleiden als hij wordt ontstoken. Daarvoor is de derde aansluiting de gate. Symbool Thyristor Gate katode anode doorlaatrichting

Werking van een thyristor De thyristor is niet ontstoken De lamp blijft uit A K g

Werking van een thyristor De thyristor wordt ontstoken en gaat geleiden De lamp gaat branden A K g

Werking van een thyristor De thyristor is ontstoken en blijft geleiden De lamp blijft branden A K g

Werking van een thyristor De stroomkring word verbroken de thyristor dooft De lamp gaat uit. A K g

Werking van een thyristor De stroomkring word weer gesloten maar de thyristor is gedoofd de lamp blijft uit. A K g De thyristor heeft altijd een minimale stroom nodig om te blijven geleiden. Dit heet de houdstroom.

Werking van een thyristor De thyristor is niet ontstoken De lamp blijft uit De thyristor wordt ontstoken en gaat geleiden De lamp gaat branden A K g A K g De thyristor is ontstoken en blijft geleiden De lamp blijft branden De stroomkring word verbroken de thyristor dooft De lamp gaat uit A K g A K g

Werking van een thyristor De ontsteking van de thyristor is afhankelijk van: A K g De grootte van de ontsteekstroom (de gate stroom moet groot genoeg zijn om de thyristor te ontstekken) De grootte van de aangesloten spanning (hoe groter de spanning, hoe eerder de ontsteking van de thyristor)

Werking van een thyristor De thyristor aangesloten op wisselspanning A K Bij een wisselspanning zal de thyristor telkens ontstekken en doven (blokkeren) g Door de weerstand voor de gate te veranderen zal de thyristor sneller ontstekken. Dit noemen we de stuurhoek animatie

Werking van een thyristor De thyristor aangesloten op wisselspanning A K g

Werking van een thyristor De thyristor aangesloten op wisselspanning A K g

Werking van een thyristor De thyristor aangesloten op wisselspanning A K g

Werking van een thyristor De thyristor aangesloten op wisselspanning A K g

Werking van een thyristor De thyristor aangesloten op wisselspanning A K g

Werking van een thyristor De thyristor aangesloten op wisselspanning A K g

Werking van een thyristor De thyristor aangesloten op wisselspanning A K g

Werking van een thyristor De thyristor aangesloten op wisselspanning A K g

Werking van een thyristor De thyristor aangesloten op wisselspanning A K g

Werking van een thyristor De thyristor aangesloten op wisselspanning A K g

Werking van een thyristor De thyristor aangesloten op wisselspanning A K g

Werking van een thyristor De thyristor aangesloten op wisselspanning A K g

Werking van een thyristor De thyristor aangesloten op wisselspanning A K g

Werking van een thyristor De thyristor aangesloten op wisselspanning A K g

Werking van een thyristor De thyristor aangesloten op wisselspanning A K g Als de stuurhoek groter wordt zal de lamp minder fel branden (dimmen) De stuurhoek Dimmen lamp

Werking van een thyristor De thyristor aangesloten op wisselspanning A K g Als de stuurhoek groter wordt zal de lamp minder fel branden (dimmen) De stuurhoek Dimmen lamp

Werking van een thyristor De thyristor aangesloten op wisselspanning EINDE A K g Als de stuurhoek groter wordt zal de lamp minder fel branden (dimmen) De stuurhoek

Aansluitingen heten niet meet anode en katode maar T1 en T2 Triac De triac bestaat uit twee thyristoren die tegengesteld aan elkaar parallel zijn geschakeld. De gates zijn als één uitgevoerd. De triac word voor wisselspanning gebruikt. Symbool Triac G Aansluitingen heten niet meet anode en katode maar T1 en T2 T2 T1 doorlaatrichting doorlaatrichting

Werking van een triac De triac aangesloten op wisselspanning g Ook de het negatieve deel van de wisselspanning wordt gebruikt.

De triac aangesloten op wisselspanning Werking van een triac De triac aangesloten op wisselspanning EINDE g

Diac Een diac bestaat uit twee diodes die tegengesteld aan elkaar parallel zijn geschakeld. De diac wordt vaak gebruikt om een triac aan te sturen. Symbool diac De doorlaatspanning van een diac is meestal +/- 30V zijn. T1 T2 doorlaatrichting doorlaatrichting

Werking van een triac De triac en diac aangesloten op wisselspanning De doorlaatspanning van een diac is meestal +/- 30V Veel gebruikt voor het aansturen van een triac 30V 30V

Werking van een triac EINDE De triac en diac aangesloten op wisselspanning De doorlaatspanning van een diac is meestal +/- 30V Veel gebruikt voor het aansturen van een triac EINDE g 30V 30V

Werking van een zenerdiode Een Zenerdiode werkt het zelfde als een gewone diode met één verschil. Als in sper de doorslagspanning bereikt wordt dan zal hij niet stuk gaan. Symbool zenerdiode A K Doorlaatrichting na bereiken zener spanning (doorslag spanning) doorlaatrichting

Karakteristiek van een zenerdiode Elke zenerdiode heeft zijn eigen karakteristiek. De zener spanning is zeer verschillend Dit word weergegeven in een grafiek. Spanning waarbij de zenerdiode door slaat Zener spanning Diode laat door lekstroom Diode spert drempelspanning Is een kleine stroom die door de diode gaat in sper stand Is een kleine spanning die nodig is om de diode te laten geleiden

Karakteristiek van een zenerdiode Elke zenerdiode heeft zijn eigen karakteristiek. De zener spanning is zeer verschillend Dit word weergegeven in een grafiek. Spanning waarbij de zenerdiode door slaat Zener spanning EINDE Diode laat door lekstroom Diode spert drempelspanning

© A. A. M. Schilders, H. H. T. J. M. Doedee, P. P. A © A.A.M. Schilders, H.H.T.J.M. Doedee, P.P.A. Siroen 2008 Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar worden gemaakt door middel van druk, fotokopie of op andere wijze ook, zonder voorafgaande toestemming van de uitgever. De uitgever kan niet aansprakelijk worden gesteld voor persoonlijke of materiële schade, veroorzaakt door onjuistheden in deze uitgave. Intellectuele eigendomsrechten: In deze lesstof bevatten elementen waarop intellectuele eigendomsrechten van derden rusten, te denken is onder andere aan: logo’s, teksten, beelden, tekeningen, animaties, foto’s en grafische vormgeving. Mede om de belangen van derden te beschermen is de inhoud van deze lesstof alleen bestemd voor persoonlijk, informatief en niet commercieel gebruik conform de educatieve doelstelling. Voor elk ander gebruik is vooraf uitdrukkelijke schriftelijke toestemming van de auteur vereist.