21.3 PCR-techniek Dubbelstrengs DNA verhitten, resultaat: enkelstrengs DNA Afkoelen Binding complementaire DNA-primers op specifieke plekken los DNA.

Slides:



Advertisements
Verwante presentaties
Genregulatie en Epigenetica.
Advertisements

DNA Korte herhaling.
Hoofdstuk 3: DNA Eiwitten zijn belangrijk als bouwstof en het regelen van processen. In DNA zit de informatie voor het maken van eiwitten. DNA kan gebruikt.
Communicatie tussen cellen
De wondere wereld van de cel
Eiwitsynthese Klik hierop Klik hierop 1 uur 2 uur Jaak Smeets.
1 van genotype tot fenotype
In deze presentatie ga je kijken hoe van aanwijzingen van het DNA
DNA en chromosomen (4.6).
EIWITSYNTHESE.
de erfelijke blauwdruk
Vertaalslagen in een cel
Transcriptie DNA overschrijven.
Hoe gebeurt het kopiëren of de replicatie?
1 van genotype tot fenotype
Hoofdstuk 10 : Van DNA tot eiwit
EIWITSYNTHESE.
Nucleïnezuren en DNA-replicatie
DNA Replicatie 1. Origineel DNA molecuul: dubbele streng
Transcriptie en translatie van het DNA
Computer – DNA Een vergelijking. Computer DNA Hardware: elektronische verbindingen in chips Code binair(2-tallig): 0 en 1 Hardware: rug van suiker en.
De Cel, DNA.
Leer van de cellen.  Plantaardige cellen ◦ Zonnenergie (en water) omzetten in suikers ◦ Tijdens proces zuurstof afgeven  Dierlijke cellen ◦ Verbuiken.
Workshop Bio-informatica
Centrale vraag Hoe kunnen inzichten in de moleculaire biologie helpen om ziektes te begrijpen, te voorkomen en te genezen?
Genexpressie = de mate waarmee het DNA van een gen gekopieerd wordt naar mRNA en mRNA vertaald wordt naar een aminozuursequentie.
DNA Erfelijke materiaal. Twee nucleotiden ketens
Keuze-opdracht 3-1.
Industrie op miniformaat Video: The inner life of a cell
DNA en eiwitten.
Paragraaf 3.3 DNA vertaald.
HIV replicatie.
Genexpressie = de mate waarmee het DNA van een gen gekopieerd wordt naar mRNA en mRNA vertaald wordt naar een aminozuurvolgorde.
DNA 5 havo 2014.
Thema 7 Genexpressie DEEL 3 Gentisch materiaal en celdelingen.
Hoofdstuk 14 Chemie van het leven.
Thema 8 Moleculaire genetica
Thema 8 Moleculaire genetica
Vandaag Goedemorgen allemaal. Ik heb niet echt een stem vandaag, vandaar deze powerpoint. Ik kan wel individueel uitleg geven. Ps. Wil zeker niet zeggen.
Thema 8 Moleculaire genetica
BIO 42 Transcriptie.
BIO 42 Replicatie “hoe het DNA in een cel wordt verdubbeld”
MBI12 Moleculaire Biologie 1.
of de synthese van eiwitten
Moleculaire mechanismen van genexpressie
Transcriptie (bij pro- en eukaryoten) Splicing, gewoon en alternatief
9. DNA & CHROMOSOMEN Structuur en replicatie. Inleiding Chromosomen (fig A): Chromosomen (fig A): in de kern van elke lichaamscel (bij de mens 23 paar)
From Gene to Protein (CHMBCM21) College 2, CHMBCM21
Expressie van het DNA De translatie vindt plaats in het cytoplasma.
DNA, RNA en Eiwitsynthese
B5 translatie en eiwitsynthese
Genexpressie B6.
Genexpressie Deel 2.
13.4. t/m De ruimtelijke vorm van eiwitten Nadat een eiwit in de cel is aangemaakt, vouwt het zich spontaan in een kluwen, die kenmerkend is voor.
6A1-Stofwisseling. B4 Eiwitsynthese (les3). Hoe haal je de INFO van het DNA? Volgorde van de ‘letters’ A-T-G-C = info. Één gen bevat de info voor één.
B4 TRANSCRIPTIE. DEZE LES Uitleg B4 Transcriptie Nakijken opdrachten B3 Opdrachten maken B4.
Thema 4 DNA. Genotype - Fenotype genotype: de erfelijke eigenschappen die vastliggen in het DNA (in de genen). fenotype: alle uiterlijk waarneembare kenmerken.
2 DNA ©JasperOut.nl.
Celorganellen Een celorganel is een klein celonderdeel met een specifieke taak of taken Er zijn veel verschillende soorten organellen. Voor dit jaar moet.
NIBI 2017 – Eiwitsynthekenen
Genregulatie eukaryoten
6A1-Stofwisseling. B4 Eiwitsynthese (les3).
Biotechnologie. Veredeling : kruisingen en selectie planten gunstige eigenschappen combineren Weefselkweken: voor produceren van medicijnen, insecticiden.
6A1 Stofwisseling B5 Regulatie van de genexpressie. B6 Mutaties.
Verschil tussen RNA en DNA
Eiwit synthese.
Dierlijke cel 1=lysosoom; 2=celmembraan; 3=mitochondrium; 4=endoplasmatisc reticulum (ER); 5=cytoplasma; 6=kernmembraan; 7=kernporie; 8=kern; 9=kernlichaampje;
DNA, RNA en Eiwitsynthese
Transcript van de presentatie:

21.3 PCR-techniek Dubbelstrengs DNA verhitten, resultaat: enkelstrengs DNA Afkoelen Binding complementaire DNA-primers op specifieke plekken los DNA Taq-polymerase verlengt DNA-strengen vanaf de primers Proces wordt doorlopend herhaalt, resultaat: miljoenen identieke DNA-fragmenten Wat is hier de functie van?

PCR-techniek

PCR-techniek www.youtube.com/watch?v=HMC7c2T8fVk&feature=related

Het vormen van een eiwit Transcriptie (het maken van een DNA-mal = m(essenger) RNA) Splicing (het verwijderen van introns uit het pre-mRNA, de exons blijven over en vormen het rijpe mRNA) Transport van rijp mRNA door een kernporie naar het celplasma Translatie ( het aflezen en omzetten van de mRNA-code in eiwit met behulp van ribosomen) Later wordt het eiwit in het endoplasmatisch reticulum afgewerkt

21.4 Transcriptie/Translatie

Transcriptie (aflezen DNA in kern) www.youtube.com/watch?v=5MfSYnItYvg&feature=relmfu

Splicing: pre-mRNA wordt omgezet in rijp mRNA in de kern

Splicing: een gen kan meerdere eiwitten opleveren www.youtube.com/watch?v=FVuAwBGw_pQ

Epigenetica Histonen bevatten een erfelijke code op de eiwitstaarten Dit zijn chemische groepen: methylgroep, acetylgroep, fosforgroep en het eiwit ubiquitine DNA kan hierdoor aan of uit staan Deel code wordt na de bevruchting van de eicel verwijderd Signalen in cel veroorzaken nieuwe code

epigenetica 2 Gedurende specialisatie verandert code Code speelt een rol in de ontwikkeling van het organisme Ook DNA methylering heeft effect op het aflezen van genen www.youtube.com/watch?v=s7dDd1bvNfA

Translatie ( het aflezen en omzetten van de mRNA-code in eiwit met behulp van ribosomen) De translatie begint met de initiatie van de eiwitsynthese: het mRNA bindt zich aan de kleinste subeenheid van het ribosoom Hieraan bindt het eerste tRNA (AUG Met(hionine)) Daarna bindt de grootste subeenheid van het ribosoom zich aan dit complex

Translatie (vervolg) tRNA op p-site nieuw tRNA op a-site fosfaat afsplitsen aminozuurketen wordt verbonden met nieuw aminozuur ribosoom schuift op (kost E) t-RNA zonder eiwit/aminozuur komt op e-site en laat los t-RNA kan een nieuw aminozuur halen

Translatie

Binding tRNA aan het aminozuur = specifiek

Translatie (het ribosoom)

Translatie (einde aflezen mRNA) De e-site van het ribosoom nadert het stopcodon op het stopcodon past maar 1 eiwit: de releasing factor Het eiwit wordt ontkoppeld, het complex valt uiteen.

Translatie (vervolg)

Overzicht eiwitsynthese 1. 1. 2. 2. 3. 3. 4. 4. 5. 5. 7. 6. 6. 7.

Mutaties