Engels Alles nog even herhalen hoofdstuk 13 Nu Engels boek B

Slides:



Advertisements
Verwante presentaties
Redekundig ontleden Over waarom, wat en hoe....
Advertisements

Herhaling van hoofdstuk
Grammar Chapter 1-G3 Vragen.
Grammar Chapter 4 – G4 Meervoud.
Bijvoeglijk gebruikt werkwoord
Persoonsvorm Saskia Hoekx.
Stepping Stones II Chapter 6 Grammar.
Engels periode 3 en 4 MOH 2 en MOH 3.
Everything you need to know for your test in the test week!
Adjectives and Adverbs
Grammar Chapter 4 – G2 If + past simple. Je wist al dat je voor het woordje als in het Engels if kunt gebuiken. We gaan hier even mee verder. Het kan.
Grammar Chapter 3 – G2 Meervoud. Meervoud Je weet al hoe je woorden in het Engels in het meervoud zet, nl: Je weet al hoe je woorden in het Engels in.
Persoonsvorm Saskia Hoekx.
Meervouden one car – four cars one schoolbag – two schoolbags
Adverb = bijwoord (beschrijft bijvoeglijk naamwoord of werkwoord)
Plurals meervouden.
bijwoorden en bijvoeglijke naamwoorden
bijwoorden en bijvoeglijke naamwoorden
She is beautiful/beautifully.
Meervoud in het Nederlands / Engels
All Right 3hv Unit 1 Grammar 4.1
WERKWOORDSPELLING Hoe doe je dat ?.
Trappen van vergelijking
Wat gaan we doen vandaag?
Woordsoorten Maud Hutten.
Present Simple Tegenwoordige Tijd.  Om aan te geven dat iets nu een gewoonte is. Er zijn een aantal woorden die aangeven dat het om een gewoonte gaat.
Hoe gebruik je een woordenboek?
Bijvoeglijk naamwoord Functie: zegt iets over het zelfstandig naamwoord voorbeeldde grote auto la grande voiture het blauwe boek le livre bleu.
Past simple Als je over iets wilt praten dat in het verleden is gebeurd en ook is afgelopen, dan gebruik je de past simple.
Present Simple >< Present Continuous
Nederlands Woensdag 6 januari 2va.
VRIJDAG 4 MAART NEDERLANDS. PROGRAMMA 15 minuten lezen Herhalen hoofdstuk 4 Oefeningen maken (TEST of oefenen op de site NN)
Lidwoord Bijvoeglijk naamwoord Zelfstandig naamwoord
Werkwoordspelling -d of –t?
De tussenklank in samenstellingen spelling
Allesvoorengels.nl. 1. Wat zijn bijvoeglijke naamwoorden? 2. Wat zijn bijwoorden? 3. Oefening 4. Hoe maak je bijwoorden? 5. Samenvatting allesvoorengels.nl.
SPELLING BIJVOEGLIJK GEBRUIKT DEELWOORD HOOFDLETTERGEBRUIK.
PERSOONLIJK EN BEZITTELIJK VOORNAAMWOORD Hoofdstuk 3 Grammatica woordsoorten © Noordhoff Uitgevers bv havo/vwo 2E.
 Grammar year 1 Everything you need to know for your test in the test week!
SPELLING BLOK Uitleg en voorbeelden Basis leerjaar 4.
Present perfect Voltooid tegenwoordige tijd. Bevestigende zinnen De present perfect bestaat uit have / has + voltooid deelwoord. I, you, we, they have.
Spelling 1 3 vwo Op niveau, 1e druk (2014)
De Onvoltooid Verleden Tijd
Hoofdstuk 3 Grammatica woordsoorten
Woordbenoemen Groep 6 en 7.
Bijwoorden van tijd allesvoorengels.nl.
Zelfstandig naamwoord
Meervoud allesvoorengels.nl.
Present Simple (t.t.) allesvoorengels.nl.
Hoofdstuk 2 Grammatica woordsoorten
Tussenletters in samenstellingen
Present Continuous (T.T.)
Present simple Grammar.
Past Continuous (V.T.) allesvoorengels.nl.
Today: Chapter 2 Discuss SO 2 What to study for your test?
Hoofdstuk 5 Grammatica en spelling
Hulpwerkwoorden Hoofdwerkwoorden vs hulpwerkwoorden
Meervoud: regelmatig & onregelmatig
New Interface Grammar: Unit 1.
Bijvoeglijk naamwoord
Grammatica en spelling 4.1 en 4.2
NEW INTERFACE UNIT 2 : GRAMMAR
Bijvoeglijk gebruikt deelwoord hoofdlettergebruik
Chapter 6 Sounds cool! Grammar Stepping Stones 2 t/hv.
Stappenplan werkwoordspelling
THEME 12 TOPIC 1 Repetitie Theme 12.
Hoofdstuk 4 Taalverzorging
Woordbenoemen Zelfstandig naamwoord, eigennaam, lidwoord, bijvoeglijk naamwoord, voorzetsel, telwoord.
WOORDSOORTEN HAVO-2.
Adverbs and Adjectives
Transcript van de presentatie:

Engels Alles nog even herhalen hoofdstuk 13 Nu Engels boek B Opdrachten online. Gemaakt door studenten 2017

13.1 Basic spelling rules. In het Engels kun je bij meervoudsvorming en werkwoordsvervoegingen te maken krijgen met afwijkende spelling. Na een sisklank (s) (sj) (tsj) krijgt een woord “es” in plaats van “–s”. Zoals bij: bus- buses. Na een “o” krijgt een aantal woorden “es” i.p.v. “s”. Zoals bij: hero- heroes. Do- she does. Sommige woorden op f(e) krijgen “ves” in het meervoud. Zoals bij: knife- knives. In het meervoud verandert “y” vaak in “ie”’. Zoals bij: lady-ladies. To try- he tries. En “e” op het eind valt weg voor de uitgangen “ed, er, est, en, ing”. Zoals bij: simple, simpler, simplest: to share, shared, sharing. “ie” aan het eind van een werkwoord verandert in “y” voor de uitgang “ing”. To lie- lying.

13.2 Zelfstandige naamwoorden (enkelvoud en meervoud) Zelfstandige naamwoorden zijn: die mensen, dieren of dingen aanduiden. En waar je de,het of een voor kunt zetten. Zelfstandige naamwoorden hebben soms afwijkende spellingregels als je ze in het meervoud zet. De standaard regel is: zet er “s” of “es” achter, maar er zijn ook uitzonderingen. Bijvoorbeeld: child-children, foot-feet, deze moet je uit je hoofd leren. Oefening

13.3 Adjectives and adverbs (bijvoeglijke naamwoorden en bijwoorden) Een bijvoeglijk naamwoord zegt iets over het zelfstandig naamwoord: short people, technical information. Een bijwoord zegt hoe iets gebeurt: listen carefully. Ook kan een bijwoord iets zeggen over een bijvoegelijk naamwoord: she is very beautiful. Of een ander bijwoord: she sings very beautifully. Oefening