De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

Wetenschap en Verslavingszorg Nieuwe Ontwikkelingen Wim van den Brink Academisch Medisch Centrum Universiteit van Amsterdam Amsterdam Institute for Addiction.

Verwante presentaties


Presentatie over: "Wetenschap en Verslavingszorg Nieuwe Ontwikkelingen Wim van den Brink Academisch Medisch Centrum Universiteit van Amsterdam Amsterdam Institute for Addiction."— Transcript van de presentatie:

1 Wetenschap en Verslavingszorg Nieuwe Ontwikkelingen Wim van den Brink Academisch Medisch Centrum Universiteit van Amsterdam Amsterdam Institute for Addiction Research 20 e Forum Alcohol en Drugs Onderzoek (FADO) Utrecht, 17 november 2010

2 Inhoudsopgave Denken over Verslaving * van morele zwakte naar hersenziekte * van verslaving aan middelen naar gedragsverslaving Preventie * van universele naar selectieve en geindiceerde preventie Behandeling * van inzichtgevende therapie naar gedragsverandering via training * van medicatie naar polyfarmacie en neuromodulatie * van expert based en ervaring naar evidence based met richtlijnen Indicatiestelling * van intuïtie naar stagering en profilering Conclusies

3 Denken over Verslaving van morele zwakte naar hersenziekte

4 1. Morele Model 2. Farmacologische Model 3. Symptomatische Model 3. Ziekte Model 4. Leertheoretisch Model 5. Sociale Model 6. Hersenziekte Model Ideologisch Empirisch Geschiedenis van het Concept Verslaving 1976: Edwards en Gross Biopsychosociaal Model Alcohol Afhankelijkheidssyndroom

5 Science, 1997 Charles O’Brien Nora Volkow Verslaving: Behandelbare Hersenziekte

6 Verslaving ook een hersenziekte Genetische Kwetsbaarheid, bijv % erfelijk Biologische risicofactoren, bijv. anhedonia Hersenafwijkingen, bijv. weinig DA receptoren NcA Effectieve neurobiologische interventies Effectieve neurobiologische preventie

7 Verslaving ook een hersenziekte Genetische Kwetsbaarheid, bijv % erfelijk Biologische risicofactoren, bijv. anhedonia Hersenafwijkingen, bijv. weinig DA receptoren NcA Effectieve neurobiologische interventies Effectieve neurobiologische preventie

8 Genetische Factoren Gedeelde Omgeving Unieke Omgeving Experimenteren40% (chromosome 6, 10, 14) 55%5% Aantal Sigaretten50% (chromosome 3, 10) 30%20% Nicotine Afhankelijkheid 75%0%25% 2005 Variatie in het experimenteren met (legale) drugs wordt vooral verklaard door gedeelde omgevingsfactoren, terwijl verslaving aan (legale) drugs vooral wordt bepaald door genetische en unieke omgevingsfactoren

9 Erfelijkheidsschattingen Agrawal & Linskey, 2008 Genetische bijdragealcohol afhankelijkheid50-70% nicotine afhankelijkheid 50-75% cannabis afhankelijkheid35-75% cocaine afhankelijkheid35-80% heroine afhankelijkheid40-60%

10 Verslaving ook een hersenziekte Genetische Kwetsbaarheid, bijv % erfelijk Biologische risicofactoren, bijv. anhedonia Hersenafwijkingen, bijv. weinig DA receptoren NcA Effectieve neurobiologische interventies Effectieve neurobiologische preventie

11 Liability Alcoholism Alcoholism Alcoholism Spectrum Conflict Monitoring Disinhibition Attentional bias Conditioning etc. candidate genes Ooteman et al (2006) adapted from Gottesman & Gould (2003) OPRM1 DRD1 GRIN2B DRD2 GABRA6 HTR1B SERT MAOA CNR1 GABRB2 GABRG2 COMT Reward Deficiency Low alcohol response Fenotype Endofenotype Genotype Sociale Steun Inzichtgevende Psychotherapie CGT Medicatie Neuromodulatie Farmaco- Genetica Gentherapie

12 Verslaving ook een hersenziekte Genetische Kwetsbaarheid, bijv % erfelijk Biologische risicofactoren, bijv. anhedonia Hersenafwijkingen, bijv. weinig DA receptoren NcA Effectieve neurobiologische interventies Effectieve neurobiologische preventie

13 FunctiesStructurenNeurotransmitters Initiatie Anhedonie Ventral Tegmental Area (VTA) Nucleus Accumbens (NcA) Endorfines (  -receptors) Dopamine Conditionering Craving Nucleus Accumbens (Ventrale Striatum) Amygdala Thalamus Prefrontal Cortex (OFC, ACC) Dynofhines (  -receptors) Dopamine CRH Glutamaat Importantie Attentional Bias OFCDopamine GewoontevormingPutamen, NcCaudatus (Dorsale Striatum)Dopamine Disinhibitie Conflictregistratie DLPFC ACC Noradrenaline, 5HT GABA, Glutamaat Onthoudings- symptomen Locus Ceruleus (LC)Noradrenaline Glutamaat Van den Brink, 2005, 2006; Van Ree, 2002; de Vries and Schippenberg, 2002; Kreek et al, 2002; Kosten and George, 2002; Koob, 2003 Hersenfuncties, Hersenstructuren en Neurotransmitters

14 A1: ACC activatie tijdens conflict trials; A2: ACC activatie tijdens error trials D: correlatie ACC activatie eerdere trial en activatie PFC huidige trial

15 2004

16 Controles Rokers Gokkers Activatie in reactie op fouten gedurende Stop Task Significant minder activatie van de dACC na fouten bij pathologische gokkers dan bij tokers en normale controles. Error Monitoring ND en PG de Ruiter, Goudriaan, Veltman, van den Brink (submitted)

17 Onderactivatie van de ACC in volwassen met ADHD

18 Salience Control Memory Control DriveSalienceDrive STOPGO Non-Addicted Brain Addicted Brain Het Verslaafde Brein

19 Volkow, 2006 Hersenstructuren en Hersenfucties bij Verslaving

20

21 Detectiedrempel Disinhibitie Attentional Bias Cue-Reactiviteit Craving Relapse Conflict Registratie Herhaalde Beloning Attentional Bias-Cue-Reactiviteit Craving-Terugval

22 Verslaving Ook een Hersenziekte Genetische Kwetsbaarheid, bijv % erfelijk Biologische risicofactoren, bijv. anhedonia Hersenafwijkingen, bijv. weinig DA receptoren NcA Effectieve neurobiologische interventies Effectieve neurobiologische preventie

23 Detection Threshold Disinhibition Attentional Bias Cue-Reactivity Craving Relapse Conflict Registration Repeated Reward Antagonist Anti-Craving Drug Cognitive Enhancer Agonist Farmacotherapie Alcoholafhankelijkheid

24 Detection Threshold Disinhibition Attentional Bias Cue-Reactivity Craving Relapse Conflict Registration Repeated Reward Antagonist Anti-Craving Drug Cognitive Enhancer Agonist Farmacotherapie Opiaatafhankelijkheid

25 1997

26 Denken over Verslaving van verslaving aan middelen naar gedragsverslaving

27 Verslaving aan middelen en Gedragsverslavingen

28 PG: ICS of Verslaving?

29 Criteria voor Classificatie Vergelijkbare symptomen Frequente comorbiditeit tussen PG en SUD Gedeelde familaire/genetische belasting Vergelijkbare omgevingsrisico’s Vergelijkbare temperamentskenmerken Gedeelde (neurobiochemische) biomarkers Vergelijkbare cognitieve stoornissen Vergelijkbaar neurobiologisch substraat Vergelijkbaar beloop Overeenkomsten in effectiviteit van behandelingen

30 Vergelijkbare Neurocognitieve Stoornissen

31 Cognitieve Stoornissen Reviews 2010

32 Study Sample Overeenkomsten tussen alcoholisten en pathologische gokkers suggereert gemeeschappelijke neurocognitieve etiologie. PG is niet alleen maar ICS! 2006

33 Vergelijkbaar Neurobiologisch substraat

34 Neuroimaging in PG Review

35 Error Monitoring Neural correlates of error monitoring in problem gambling and nicotine dependence Michiel de Ruiter, Wim van den Brink, Dick J Veltman, Anneke Goudriaan, Jaap Oosterlaan (submitted)

36 OR Error Monitoring Stop Task

37 Error Monitoring De Ruiter et al. submitted Geen ACC activiteit  geen PFC activiteit  Impulsiviteit

38 Cue-Reactivity and Craving in PG, ND and NC

39 Cue Reactiviteit Visuele Stimuli Gokken Neutraal Roken

40 Cue Reactiviteit Gokstimuli Gambling Cue-Reactivity ControlesRokersGokkers Positieve correlatioes in PG groep tussen subjectieve craving and BOLD activatie in VLPFC, anterior Insula and Caudatus.

41 PG is Verslaving, maar … Alcohol en drugs zijn altijd belonend als positieve of als negatieve bekrachtiger! MAAR..... Gokken leidt lang niet elke keer tot beloning. Wat maakt gokken dan toch zo belonend? (a) intercurrent belonen is meest belonend, maar waarom? (b) bijna winst is verlies, maar wordt toch beleefd als winst. (c) gokken resulteert altijd beloningsverwachting.

42 Rol van bijna-winst Near-miss outcomes show similar activations as winning outcomes: bilateral ventral putamen and right anterior insula + enhance motivation 2009 pay line

43 PG en Beloningsanticipatie The role of reward and reward anticipation in pathological gambling Ruth J van Holst, Wim van den Brink, Dick J Veltman, Anna E Goudriaan (submitted) Probabilistic reward and reward anticipation task with monetary feedback in PGs (n=20), ADs (n=20) en HCs (n=19). Reward task (Yacubian et al., 2006): Probability of reward varies and there is time between gamble and reward

44 Gokken en Beloningsanticipatie Anticipatie van 30% of 70% kans om te winnen Uitkomst Winst of verlies WACHT

45 PG en Beloningsanticipatie Probleemgokkers < ControlesProbleemgokkers > Controles DLPFC: PG minder cognitieve processing Putamen and Striatum: PG meer beloningsanticipatie

46 Vergelijkbaar Effect Behandeling

47 Vergelijkbare Response op Behandeling Psychosociale Behandeling 12-step (Stewart & Brown, 1988; Petry, 2003) MET (Hodgins et al., 2001; Petry et al., submitted) CBT (Ladouceur et al., 2003; Petry et al., 2006) Medicamenteuze Behandeling SSRIs: Hollander et al., 2000, Blanco et al, 2002, Kim et al, 2002, Grant et al., 2003 (inconsistente resultaten – vgl SUD) Stemmingsstabilisatoren bij BP (Hollander et al., 2005) Naltrexon (Kim et al., 200; Grant et al., 2008) Nalmefeen (Grant et al, 2004, 2006) N-Acetyl-Cysteine (Grant et al., 2007) Memantine (Grant et al., 2010)

48 Conclusions 2008 Familiegeschiedenis met alcoholproblemen voorspelt een positief effect van Een behandeling met naltrexon/nalmefeen bij pathologische gokkers.

49 Andere Gedragsverslavingen SUD  PG PG  Compulsive internet use (gaming) Compulsive overeating (obesity) Compulsive hair pulling (trichotallomania) Compulsive shopping Compulsive sex (sex addiction) Compulsive working (workaholism)

50 Preventie van universeel naar selectief en geindiceerd

51 Verslaving ook een hersenziekte Genetische Kwetsbaarheid, bijv % erfelijk Biologische risicofactoren, bijv. anhedonia Hersenafwijkingen, bijv. weinig DA receptoren NcA Effectieve neurobiologische interventies Effectieve neurobiologische preventie

52 Genetische Factoren Gedeelde Omgeving Unieke Omgeving Experimenteren40% (chromosome 6, 10, 14) 55%5% Aantal Sigaretten50% (chromosome 3, 10) 30%20% Nicotine Afhankelijkheid 75%0%25% 2005 Voorkomen van experimenteren moet zich richten op ouders (niet op kinderen) MAAR Voorkomen van verslaving moet zich richten op biologisch kwetsbare kinderen!

53 Genetische en Omgevingsfactoren Erfelijkheid sensatiezoekend, impulsief of agressief gedrag Erfelijkheid stoornissen die kunnen leiden tot verslaving, bijv. ADHD Erfelijkheid van verslaving Slechte schoolprestaties, spijbelen Prijs, reclame, leeftijdsgrenzen voor gebruik, beschikbaarheid Wonen in een “slechte buurt” Roken, alcohol- en druggebruik ouders Regels thuis ten aanzien van gebruik door kinderen Ouderlijk ruzies, weinig toezicht op kinderen “Slechte” vrienden Vroegkinderlijke verwaarlozing, misbruik Gebruik van alcohol, drugs door moeder tijdens zwangerschap

54 Genetische en Omgevingsfactoren Erfelijkheid sensatiezoekend, impulsief of agressief gedrag Erfelijkheid stoornissen die kunnen leiden tot verslaving, bijv. ADHD Erfelijkheid van verslaving Slechte schoolprestaties, spijbelen Prijs, reclame, leeftijdsgrenzen voor gebruik, beschikbaarheid Wonen in een “slechte buurt” Roken, alcohol- en druggebruik ouders Regels thuis ten aanzien van gebruik door kinderen Ouderlijk ruzies, weinig toezicht op kinderen “Slechte” vrienden Vroegkinderlijke verwaarlozing, misbruik Gebruik van alcohol, drugs door moeder tijdens zwangerschap Jeugdzorg en Kinder- en Jeugdpsychiatrie

55 ADHD SUD CD ASP Genen ODD BIPOLAIR BORDERLINE PS Genetica van Externaliserende Stoornissen

56 2007 Significante associatie tussen ADHD-LT en SUD ook na controle voor CD voorafgaand aan SUD en andere potentiele confounders  ADHD is onafhankelijke risicofactor voor SUD (OR adj = 9.12) Maar ook: Disney et al., 1999 Molina et al., 1999

57 ADHD SUD CD ASP Genes ODD BIPOLAIR BORDERLINE PS Genetica van Externaliserende Stoornissen

58 Model voor de Planning van Preventie drug naief exp. gebruik Sensatiezoekend gedrag Gebruikspatroon ouders Huisregels Beschikbaarheid, prijzen Impulsief gedrag, ADHD Agressief gedrag, ODD, CD Slechte buurt Slechte vrienden Familiaire belasting verslaving ADHD, ODD, CD, ASP Vroegkinderlijke verwaarlozing/misbruik Slechte vrienden misbruik afhankelijkheid exp. gebruik misbruik Vooral genetisch Vooral gedeelde omgeving Vooral unieke omgeving

59 Model voor de Planning van Preventie drug naief exp. gebruik Sensatiezoekend gedrag Gebruikspatroon ouders Huisregels Beschikbaarheid, prijzen Impulsief gedrag, ADHD Agressief gedrag, ODD, CD Slechte buurt Slechte vrienden Familiaire belasting verslaving ADHD, ODD, CD, ASP Vroegkinderlijke verwaarlozing/misbruik Slechte vrienden misbruik afhankelijkheid exp. gebruik misbruik Vooral genetisch Vooral gedeelde omgeving Vooral unieke omgeving Universele Preventie: - massamediale campagnes - voorlichting op scholen - voorlichting/training ouders - prijsmaatregelen Selectieve Preventie - buurtinterventie - behandeling afw. gedrag - behandeling CD/ ADHD Geindiceerde Preventie - behandeling druggebruik

60 Model voor Planning van Preventie drug naief exp. gebruik Sensatiezoekend gedrag Gebruikspatroon ouders Huisregels Beschikbaarheid, prijzen Impulsief gedrag, ADHD Agressief gedrag, ODD, CD Slechte buurt Slechte vrienden Familiaire belasting verslaving ADHD, ODD, CD, ASP Vroegkinderlijke verwaarlozing/misbruik Slechte vrienden misbruik afhankelijkheid exp. gebruik misbruik Universele Preventie: - massamediale campagnes - voorlichting op scholen - voorlichting/training ouders - prijsmaatregelen Selectieve Preventie - buurtinterventie - behandeling afw. gedrag - behandeling CD/ADHD Geindiceerde Preventie - behandeling druggebruik

61 Vormen van preventie Mrazek & Haggerty, 1994

62 Universele Preventie Mrazek & Haggerty, 1994 Universal

63 Universele Preventie Opvoeding Sterkste associaties

64 Universele Preventie Opvoeding 2009 Huisregels vooral belangrijk om te voorkomen dat kwetsbare jongeren (33%) al op zeer jonge leeftijd alcohol gaan gebruiken. DRD2 A1 allel is nl geassocieerd met verminderde DA receptor dichtheid in de basale ganglia.

65 Universele Preventie Schoolprograma

66 Universele Preventie Schoolprogramma Het programma de “Gezonde School” lijkt te leiden tot: * Latere start en aanvankelijk minder roken, maar effect na 3 jaar weg! * Latere start en minder alcoholgebruik, maar verschil na 3 jaar klein (6%) * Aanvankelijk iets minder cannabisgebruik, maar na 3 jaar iets meer! * Niets bekend over voorkómen misbruik/afhankelijkheid  wrsch. niet!! 2002

67 Selectieve Preventie Mrazek & Haggerty, 1994 Selective

68 ADHD SUD CD ASP Genen ODD BIPOLAIR BORDERLINE PS Voorkomt behandeling ADHD Verslaving?

69 Selectieve Preventie Effect MPH op voorkomen SUD bij ADHD AJP, 2008 Cohortstudie: 176 kinderen met ADHD Behandeling: MPH vanaf lft 6-12 jaar FU: 18 jarige en 25 jarige leeftijd Incidentie SUD: N=80 (45%); N=49 AUD; N= 64 DUD Voorspellers SUD: Alleen leeftijd start MPH behandeling: Hoe eerder start, hoe kleiner kans op SUD ‘Bij diagnose ADHD niet meteen aan de pillen’ Van onze verslaggeefster Malou van Hintum op op 7 november 2009 AMSTERDAM - Kinderen met een diagnose ADHD moeten niet te snel aan de ritalin. Hun omgeving, van leraren tot ouders, kan namelijk ook factor in gedragsproblemen zijn. Dat zegt scheidend hoogleraar jeugdpsychiatrie Frits Boer van het AMC in Amsterdam vandaag in de Volkskrant.

70 Selectieve Preventie Medicatie ADHD Behandeling van kinderen met ADHD met behulp van MPH reduceert de kans op verslaving 5 jaar later met 70% Wilens et al., 2008

71 Selectieve Preventie Medicatie ADHD Het effect van MPH is na 10 jaar weg! Langer behandelen? Medicatie combineren met coaching?

72 ADHD SUD CD ASP Genen ODD BIPOLAIR BORDERLINE PS Voorkomt behandeling ADHD Verslaving?

73 2007 Probleem/Behandeling Roken (LMP)Cannabis (LTP)Delinquentie Agressie/TAU42%35%1.5 Agressie/UCPP17%13%1.2 Normaal/Geen20%13%1.2 Populatie: 77 agressieve 8-13 jarigen met ADHD en/of ODD en/of CD Behandeling: UCPP of TAU Follow-up: 61 patiënten na 5 jaar Externe controle groep: 61 kinderen UCPP = Utrecht Coping Power Program (Minder Boos en Opstandig)

74 Geïndiceerde Preventie Mrazek & Haggerty, 1994 Indicated

75 Geïndiceerde preventie E-Health voor beginnende problemen

76 Behandeling

77 van inzicht naar gedragsverandering

78 Individual Drug Counseling (behavior therapy) more effective than Cognitive or Supportive Expressive (psychodynamic) Therapy in terms of reduced drug use.

79 2003 Verschillende psychotherapieën niet geassocieerd met verschillende processen. Inhoud psychotherapie minder belangrijk dan focus op gedragsverandering!!

80 InterventionEffectRemarks Contingency Management+/++effect size d=0.66 CBT+moderate effect size only CRA+mainly one research group Motivational interviewing+only in less severe cases Relapse prevention+small effect size only 12 step facilitation±limited evidence Cue-exposure therapy±no clear evidence Residential treatment?/±no RCTs Psychotherapy-/±inconsistent findings Detoxification only-ineffective 2007

81 2008

82 Attentional Bias Modification Training leidt bij alcoholisten tot minder attentional bias en waarschijnlijk ook tot minder terugval.

83 Behandeling van enkelvoudige medicatie naar polyfarmacie

84 Polypharmacy Kiefer et al., 2003Feeney et al., 2006

85 Behandeling van abstinentie medicatie naar substitutie

86 Substitutiebehandeling Nicotineafhankelijkheid nicotinevervangers, varenicline, (bupropion) Opiaatafhankelijkheid methadon, SROM, buprenorfine, heroïne Cocaineafhankelijkheid modafinil, d-amfetamine, methamfetamine Cannabisafhankelijkheid Sativex (THC+CBD)?

87 Behandeling van medicatie naar neuromodulatie

88 EEG NeuroFeedback fMRI NeuroFeedback Transcranial Magnetic Stimulation Deep Brain Stimulation Neuromodulatietechnieken

89 EEG NeuroFeedback fMRI NeuroFeedback TMS DBS EEG Neurofeedback

90 Neurofeedback is bij de behandeling van verslaving waarschijnlijk effectief en verdient een plek als laatste behandelmogelijkheid, met name in patienten met co-morbide ADHD. Neurofeedback en Verslaving 2008

91 2006

92 EEG NeuroFeedback fMRI NeuroFeedback Transcranial Magnetic Stimulation DBS Transcraniele Magnetische Stimulatie (TMS)

93

94 TMS bij Cocaineverslaving

95 Deep Brain Stimulation Deep Brain Stimulation (DBS)

96 2007

97

98 DBS en Verslaving

99 DBS in Amsterdam

100 DBS en Ethiek Webredactie Labyrint Diep in de hersenenDiep in de hersenen: deep brain stimulation,deep brain stimulation interviewinterview, Peter-Paul VerbeekPeter-Paul Verbeek 9 maart 2010 ‘Je echte ik bestaat niet’. Een interview met filosoof van mens en techniek Peter-Paul Verbeek De techniek komt steeds dichter bij ons te staan. Bij Deep Brain Stimulation (DBS) versmelt het zelfs met ons lichaam. Dit zorgt voor nieuwe verantwoordelijkheden en roept nieuwe vragen op. Is deze man nog wel zichzelf? Verbeek: “Er is bijna niet meer vast te stellen wat zijn echte persoonlijkheid is. Als zijn stimulator aan staat, is hij voor een deel meer zichzelf. Hij kan sociaal en fysiek weer meedoen. Als de batterij uit staat, is hij niet per definitie zichzelf. Misschien wordt hij dan heel erg depressief. Dan maak je ook weer andere keuzes. Wat je echte ‘ik’ is? Die is er dus niet! Dat is altijd een ik die tot stand komt door bepaalde omstandigheden en in een bepaalde context.”

101 Behandeling van expert based naar evidence based

102 Evidence Based Richtlijnen

103 Zorgtoewijzing Van intuïtie naar stagering en profilering

104 Zorgtoewijzing Stagering

105 Stagering in de Oncologie TNM Systeem T = Tumor size (0=in situ; 1-4) N = Nodes (regional) (1-4) M = Metastasis (0 vs.1) G = Grade (differentiation) (1-4) R = Resection (0-2) c = staging based on clinical information p = staging based on pathologist information y = staging after adjuvant therapy

106 TNM Systeem Verslaving ONCOLOGIE T = Tumor size N = Nodes M = Metastasis G = Grade R = Resection c = clinical inform p = pathologist inform y = adjuvant therapy VERSLAVING Stadium stoornis Psychische/somatische comorbiditeit Sociaal dysfunctioneren Verslavend middel Reactie op (eerdere) behandeling Klinische (fenotypische) informatie Endofenotypische/genetische informatie Gecombineerde behandeling

107 Stagering en Neurobiologie van Verslaving STAGES HERSENFUNCTIES/STRUCTUREN Geen gebruik Experimenteel gebruik Beloning: VTA, NcAcc (V Striatum) Gecontroleerd matig gebruik Beloning: VTA, NcAcc (V Striatum) Misbruik Impulsiviteit: DLPFC, ACC Schadelijk gebruik Impulsiviteit: DLPFC, ACC Afhankelijkheid Craving/Salience: OFC, V Striatum Verslaving Gewoontevorming: D Striatum

108 Stagering en Neurobiologie van Verslaving FunctieHersenstructurenNeurotransmitters Beloning Anhedonie Ventral Tegmental Area (VTA) Nucleus Accumbens (NcAcc) Endorphines (  -receptors) Dopamine Disinhibitie Impulsiviteit DLPFC ACC Norepinephrine, 5HT GABA, Glutamate SalienceOFC VMPFC Dopamine Conditionering Craving NcAcc (Ventral Striatum) Amygdala Thalamus Prefrontal Cortex (OFC, ACC) Dynorphines (  -receptors) Dopamine CRH Glutamate Gewoonte- vorming Putamen, NcCaudatus (Dorsal Striatum) Dopamine OnthoudingLocus CeruleusNorepinephrine, CRH Glutamate Naief Experimenteren Matig Gebruik Bingen Misbruik Schadelijk Gebruik Afhankelijkheid (craving) Verslaving (compulsief gebruik) Van Ree, 2002; de Vries and Schippenberg, 2002; Kreek et al, 2002; Van den Brink, 2006; Volkow, 2004; Koob and Volkow, 2010

109 TNM Verslaving T0 = asymptomatisch met risicocfactoren, bijv. begin gebruik op jonge leeftijd T1 = frequent bingen maar voldoet niet aan diagnose misbruik T2 = misbruik met patroon van overmatig en/of ongepast gebruik van middelen T3 = afhankelijkheid met hunkering en vaak tolerantie/onthouding T4 = verslaving met compulsief gebruik en verlies van positieve belevingen N0 = geen bijkomende psychiatrische of somatische pathologie N1 = lichte psychiatrische (angst/depressie) of somatische (SOA) problemen N2 = matig ernstige psychiatrische (ADHD) of somatische (HIV) problemen N3 = ernstige psychiatrische (psychose) of somatische (cirrhose) problemen N4 = zeer ernstige psychiatrische (dementie) of terminale somatische ziekte M0 = geen of milde sociale beperkingen M1 = matige of ernstige sociale problemen

110 cT 0-2 N 0-1 M 0 R 0 cT 3-4 N 2 M 0 R 1 cT 3-4 N 3 M 1 R 2 cT 3-4 N 3-4 M 1 R 2

111 Zorgtoewijzing Profilering

112 Profilering in de Oncologie T = Tumor size (0=in situ; 1-4) N = Nodes (regional) (1-4) M = Metastasis (0 vs.1) G = Grade (differentiation) (1-4) R = Resection (0-2) c = staging based on clinical information p = staging based on pathologist information y = staging after adjuvant therapy

113 Profilering bij Verslaving ONCOLOGIE T = Tumor size N = Nodes M = Metastasis G = Grade R = Resection c = clinical inform p = pathologist inform y = adjuvant therapy VERSLAVING Stadium stoornis Psychische/somatische comorbiditeit Sociaal dysfunctioneren Verslavend middel Reactie op (eerdere) behandeling Klinische (fenotypische) informatie Endofenotypische/genetische informatie Gecombineerde behandeling

114 Profilering bij Verslaving ONCOLOGIE T = Tumor size N = Nodes M = Metastasis G = Grade R = Resection c = clinical inform p = pathologist inform y = adjuvant therapy VERSLAVING Stadium stoornis Psychische/somatische comorbiditeit Sociaal dysfunctioneren Verslavend middel Reactie op (eerdere) behandeling Klinische (fenotypische) informatie Endofenotypische/genetische informatie Gecombineerde behandeling

115 Diagnose  Diagnostische Formulering Slechts 3 van de 30 klinische variabelen waren voorpellend voor uitkomst

116 VoorspellerBehandelingInteractie VXB Ernst lichamelijke afhankelijkheidP=0.155P<0.000P=0.975 Ernst van de cravingP<0.000 P=0.626 Positieve familie-anamneseP=0.301P<0.000P=0.294 Leeftijd ontstaan alcoholproblemenP=0.519P<0.000P=0.599 Angst bij aanvang behandelingP<0.000 P=0.705 Twee voorspellers van beloop (craving, angst), maar geen voorspellers van behandeleffect

117 Profilering bij Verslaving ONCOLOGIE T = Tumor size N = Nodes M = Metastasis G = Grade R = Resection c = clinical inform p = pathologist inform y = adjuvant therapy VERSLAVING Stadium stoornis Psychische/somatische comorbiditeit Sociaal dysfunctioneren Verslavend middel Reactie op (eerdere) behandeling Klinische (fenotypische) informatie Endofenotypische/genetische informatie Gecombineerde behandeling

118 Diagnose  Diagnostische Formulering Duur PG verklaart 24% van variantie in de uitkomst Zelf-rapportge over impulsiviteit en gevoeligheid voor beloning hebben geen toegevoegde waarde MAAR Neurocognitieve maat impulsiviteit (SSRT) en besluitvorming (CPT) voegen 31% verklaarde variantie toe, waardoor totale verklaarde variantie 55% wordt. 2007

119 Cue-geindiceerde activatie van de mPFC is geassocieerd met de hoeveelheid gebruikte alcohol en met de kans op terugval. Alcoholgebruik en terugval hingen niet samen met klinische variabelen zoals craving. mPFC

120 Δ = 30%  NNT = 3-4 Δ = 15%  NNT = 7-8 A/G, G/G =32% AA = 68% Oslin et al McGeary et al Anton et al Kim et al Ooteman et al Gerlernter et al Tidey et al Farmacogenomics

121

122 Diagnose  Diagnostische Formulering 133 SNPs voorspellend voor stoppen met roken bij 550 behandelde rokers 41 SNPs specifiek voor NRT 66 SNPs non-specifiek 26 SNPs specifiek bupropion 2010

123 Conclusies

124 Verslaving is (ook) een chronische hersenziekte Verslaving omvat waarschijnlijk ook gedragsverslavingen Voorkomen van verslaving vraagt om selectieve preventie Behandeling van verslaving gaat primair om gedragsverandering via training, medicatie en neuromodulatie (naast rehabilitatie) Traditionele zorgtoewijzing moet vervangen worden door systeem gebaseerd op stagering en profilering Onderzoek naar verslaving en de behandeling van verslaafden is spannender dan ooit!

125 Dank U voor Uw aandacht


Download ppt "Wetenschap en Verslavingszorg Nieuwe Ontwikkelingen Wim van den Brink Academisch Medisch Centrum Universiteit van Amsterdam Amsterdam Institute for Addiction."

Verwante presentaties


Ads door Google