De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

DOELSTELLINGEN Kunnen opsporen van chronisch en acuut nierfalen Kunnen behandelen en/of doorverwijzen van patiënt met nierfalen Kunnen verzorgen van patiënt.

Verwante presentaties


Presentatie over: "DOELSTELLINGEN Kunnen opsporen van chronisch en acuut nierfalen Kunnen behandelen en/of doorverwijzen van patiënt met nierfalen Kunnen verzorgen van patiënt."— Transcript van de presentatie:

1 DOELSTELLINGEN Kunnen opsporen van chronisch en acuut nierfalen Kunnen behandelen en/of doorverwijzen van patiënt met nierfalen Kunnen verzorgen van patiënt met nierfalen binnen de context van het zorgtraject nierfalen Bronnen: ABV Domus Medica en RL Nederlandstalige Belgische Vereniging voor Nefrologie

2 NIERINSUFFICIËNTIE is…. Onvoldoende werking van de nier.

3 VORMEN Acute nierinsufficiëntie = VRIJ PLOTS ONTSTAAN EN SNELLE EVOLUTIE (uren, dagen) Door nieuwe/acute oorzaak OF plotse verslechtering bestaande aandoening Chronische nierinsufficiëntie = ZEER GELEIDELIJK ONTSTAAN MET SLUIPENDE EVOLUTIE (jaren) Door aantasting van de nieren door een chronische aandoening Definitie: nierbeschadiging (proteïnurie of hematurie) of verminderde werking (GFR) die minstens drie maand aanhoudt

4 OORZAKEN Onvoldoende aanvoer bloed naar de nieren = PRE-RENAAL hypovolemie : bloeding, sepsis, dehydratatie (vb diuretica!) cardiovasculair: AMI, HF Onvoldoende werking van de nieren = RENAAL glomerulair: systeemaandoening (SLE, Henoch-Schonlein, HUS), nefropathie (DIABETES! HYPERTENSIE! IgA), cystische nieren, ongekende oorzaak (20%), vasculair: renale arteriestenose (atherosclerose of ACEi), embolie, vasculitis tubulo-interstitieel: RHABDOMYOLYSE, pyelonefritis, acute tubulusnecrose (zw, tox, isch), geneesmiddelen Onvoldoende afvoer urine met stuwing = POST-RENAAL obstructie: BPH, tumor, lithiase,… leiden tot hydronefrose

5 ROL HUISARTS BIJ NI Diagnose stellen en kijken of de nieraandoening reversibel is Verdere achteruitgang van de nierfunctie tegengaan – Progressiefactoren: hypertensie, albuminurie, eiwitintake, dyslipidemie, hyperglycemie, overgewicht, roken Complicaties van nierinsufficiëntie opvangen – Complicaties: hypertensie, anemie, vit D-deficiëntie, hyperfosfatemie, metabole acidose, hyperkaliëmie, jicht, hart- en vaatziekten De dosis van de medicatie aanpassen aan de nierfunctie IN EIGEN BEHEER of via DOORVERWIJZING

6 Doelstelling 1OPSPOREN

7 HOEKSTEEN DIAGNOSE = LABO Aandoening van de nieren kan zich uiten op 3 manieren: – Afwijkingen in het urinesediment misvormde RBC cilinders – Verlies van eiwit in de urine Micro-albuminurie = > mg/l of mg/24u of 2,5 – 25 M/3,5 - 35V mg/mmol Creat Proteïnurie = > 200 mg/l of > 300 mg/24u of > 25M/35V mg/mmol Creat – Afname van de GFR  ↑serumcreatinine / ↑ serumureum < 60 ml/min = nierinsufficiëntie (60 omwille van leeftijdsvariaties) < 15 ml/min = nierfalen

8 DIAGNOSE STELLEN Meestal: toevallige vondst – Bij bloedonderzoek (routine of voor andere aandoeningen) – Bij urineonderzoek (routine of voor andere aandoeningen) Vaak: door screening bij risicogroepen Soms: na onderzoek op basis van symptomen of klachten “RF = NOT A FIELD DIAGNOSIS” !!! D.W.Z. ALTIJD B.O. NODIG = praktisch LABO ALS STARTPUNT

9 TOEVALLIGE VONDST bij onderzoeken in routine, preoperatief of in kader van bepaalde aandoening Op bloedanalyse – GFR ( < 60 ml/min) – Indien geen GFR gekend: Verdacht bij – Creatinine ↑ – Ureum ↑ – Hemoglobine ↓ (andere oorzaken anemie!!) In urine – Verdacht bij: Stix: Alb +++ MUO: cilinders Urine/dosage: Eiwit + Toevallige vondst Bij screening Bij symptomen

10 SCREENING WIE? – Diabetes mellitus – Hypertensie – Cardiovasculaire aandoeningen – Familiale anamnese nierziekten of ernstige NI – Nefropathie (obstructie / reflux) – niet aanbevolen door DM – Systemische en autoimmuunziekten (vb. SLE, Sjögren, RA, vasculitis) – niet aanbevolen door DM WANNEER? – Jaarlijks, best bij de periodieke bloedcontrole voor deze aandoeningen – Bij de start of opvolging nieuwe nefrotoxische behandelingen (vb. NSAID, ACEi, lithium) – Bij pre-operatieve evaluatie of voor contrastonderzoek HOE? – Bloedonderzoek: serumCreat/eGFR(MDRD) Jaarlijks bij alle risicogroepen – Urineonderzoek: microalbuminurie of proteïnurie Vaak is het praktischer te werken met stix In labo – Op portie: microalbuminurie » Jaarlijks bij DM (best ochtendurine) – Op portie: proteinurie » Jaarlijks bij andere risicogroepen behalve DM (best ochtendurine) » Na 2x positieve stix (intervakl enkele weken) Toevallige vondst Bij screening Bij symptomen

11 SYMPTOMEN: CNI -beginnend -beginnend : vaak asymptomatisch -vervolgens: -vervolgens: weinig specifieke klachten/symptomen (vermoeidheid, verminderde eetlust, vermageren, verminderd libido…) DUS: MOEILIJKE KLINISCHE DIAGNOSE -gevorderd: -Klachten/symptomen ten gevolge van ophoping van afvalstoffen in het lichaam -Metaalsmaak in de mond -Hoofdpijn -Jeuk -Nausea -Dyspnee -Spierkrampen – Klachten/symptomen ten gevolge van verminderde afvoer water en zouten Oedeem (ogen, handen, enkels, longen) Hypertensie (door volume-overbelasting) -Klachten/symptomen ten gevolge van nierbeschadiging -Anemie (door daling EPO) Toevallige vondst Bij screening Bij symptomen

12 SYMPTOMEN: ANI HET ALARMTEKEN ANI = ANURIE!! MAAR: SLUIT DISTALE OBSTRUCTIE UIT (GLOBUS?) GEVORDERD: GEVOLG VAN OPSTAPELING TOXISCHE STOFFEN EN ZOUTEN: -hyperventilatie -verwardheid, sufheid -nausea, braken, diarree, convulsies ANDERE SYMPTOMEN HANGEN VAAK SAMEN MET DE ONDERLIGGENDE OORZAAK – Prerenaal (AMI, hartfalen, ondervulling) dorst, droge mond, hypotensie (OV) oedemen, hypertensie (HF) – Renaal (beschadiging van de nieren) hypertensie ( vb bij granulomatose, trombose ), rash ( vb bij lupus ) – Postrenaal (obstructie) Nierkolieken

13 DIAGNOSE N.I. – WAT DAN? 1e) sluit ANI uit!! – SNELHEID EN EVOLUTIE: vergelijk met vorige labo’s – ANEMIE Vermoeden CNI indien – GEEN ijzerdeficiëntie, normale bloedformule, lage reticulocytose, – Blijvende anemie na correctie andere mogelijke oorzaken/afwijkende labowaarden (hyperPTH, hypothyroidie, vit B12-deficientie, FZ-deficientie) – ONDERLIGGENDE OORZAKEN? ANAMNESE: – Heb zeker aandacht voor (zelf)medicatie (NSAID!!) – Lang op de grond gelegen? (denk aan rhabdomyolyse) – Recente urineweginfectie? LICHAMELIJK ONDERZOEK – Parameters: BD, cor, AH, t° (denk aan pyelonefritis) – Palpatie abdomen: nieren? Nierslagpijn (denk aan PN of hydronefrose)? globus? 2 e ) herhaal labo na 45d 3 e ) herhaal labo na 90d (GFR) 4 e ) stel diagnose CNI en stadium 5 e ) vraag een echografie bij progressieve nierinsufficiëntie (eGFR-daling > 5/jaar of > 10/5 jaar) macroscopische hematurie; obstructie van de urinaire tractus; familiale atcd van polycystische nierziekten bij patiënten > 20jr GFR < 30 TOEVALLIGE VONDST > SCREENING> SYMPTOMEN> Hemoglobine (GFR<45) Creatinine (GFR<60) natrium, kalium, chloor calcium, fosfor, bicarbonaat (GFR<30) PTH, 25 OH-vitamine D (GFR<30)

14 CASUSSEN M, 59 Reden voor consult: DM2-follow up Medicatieprofiel: -Pantomed -Metformax -Unidiamicron -Asaflow -Adalat Oros -Burinex -Cozaar Anamnese: pijnlijke schouder, chronisch F.O.: drukpijn bicepspees, verder normaal Labo:

15 V, 98 Reden voor consult: intake WZC Antecenten: -Perifeer vaatlijden -Cholecystectomie -Alzheimer Medicatie: -Asaflow -Allopurinol -Temesta -Burinex -D-vital forte Sociaal: geen familie meer Anamnese: niet gericht F.O.: geen bijzonderheden

16 Doelstelling 2 KUNNEN BEHANDELEN EN / OF DOORVERWIJZEN

17 ACUTE NIERINSUFFICIËNTIE: AANPAK DOOR DE HUISARTS ANURIE/OLIGURIE (na uitsluiten globus) of UITGESPROKEN SYMPTOMEN DRINGENDE VERWIJZING NAAR SPOEDGEVALLENDIENST NORMALE URINEPRODUCTIE EN WEINIG SYMPTOMEN Verwijderen omkeerbare oorzaken indien gekend kan in eigen beheer maar: bij hyperK  ECG (verlengd QT?) Verwijzen naar nefroloog indien oorzaken niet gekend

18 BELEID CNI complicaties en achteruitgang tegengaan AFHANKELIJK VAN STADIUM EN LEEFTIJD RISICOPATIENTEN (DM,HF,…) NIET-RISICOPATIENTEN GFR > 60 ml/min HUISARTS 45 < GFR < 60 HUISARTS 30 < GFR < 45 DOORVERWIJZING NEFROLOOGNEFROLOOG BIJ PROGRESSIE GFR < 30 ml/min DOORVERWIJZING NEFROLOOG ALBUMINURIE (cfr DM) DOORVERWIJZING NEFROLOOG VERMOEDEN NIERZIEKTE DOORVERWIJZING NEFROLOOG Kinderen ALTIJD doorsturen naar nefroloog! Vermoeden nierziekte bij: -auto-immuunziekte, recidiverende pyelonefritis, nefrectomie, anti-refluxoperaties -nierziekte in de familie -Persisterende afwijkingen in het sediment (cilinders, misvormde RBC)

19 CHRONISCHE NIERINSUFFICIËNTIE: AANPAK DOOR DE HUISARTS < 65 jaar≥ 65 jaar GFR > 60 ml/min met micro-albuminurieNa 1 jaar: BD, Alb, GFR Indien stabiel: geen verdere opvolging nodig Indien ↑Alb: advies nefroloog + aanpassing medicatie Na 1 jaar: BD, Alb, GFR Indien stabiel: geen verdere opvolging nodig Indien ↑Alb: advies nefroloog + aanpassing medicatie 45 < GFR < 60 ml/minBeleid ifv advies nefroloog eGFR om de 6 maanden Jaarlijks: BD, Glu, Alb, GFR Behandeling DM, AHT, HC Advies: Rookstop Dieetadvies (EW↓ ?, cal ↓ z.n.) Aanpassing medicatie Voldoende drinken (?) Opletten met contrast Indien ↑ Alb of ↓↓ GFR: advies nefroloog 30 < GFR < 45 ml/minBeleid ifv advies nefroloog eGFR om de 6 maanden Beleid ifv advies nefroloog eGFR om de 6 maanden GFR < 30 ml/minBeleid ifv advies nefroloog eGFR minstens om de 3 maanden Beleid ifv advies nefroloog eGFR minstens om de 3 maanden

20 CHRONISCHE NIERINSUFFICIËNTIE: AANPAK DOOR DE HUISARTS HYPERTENSIE streefdoel: < 130/80 mm Hg (125/75 bij proteinurie) aanbevolen medicatie: ACEi en/of thiazidediureticum zonder albuminurie of diabetes: eerst thiazide met albuminurie of diabetes: eerst ACEi jaarlijkse controle Creat (GFR/MDRD) en Proteinurie (evt. stix) DIABETES normaal schema, doch bij GFR < 50 ml/min geen metformine! jaarlijkse controle Creat (GFR/MDRD) en microalbuminurie (portie) HYPERCHOLESTEROLEMIE Aanbevolen medicatie: statine jaarlijkse controle Creat (GFR/MDRD) AANPASSING MEDICATIE VERLAGEN DOSIS of VERLENGEN INTERVAL VAN: (niet uitsluitende lijst, individueel) – Digoxine, de hydrofiele ß-blokkers (zoals atenolol, nadolol, sotalol), ACE-inhibitoren (vooral bij ernstige nierinsufficiëntie), kaliumsparende diuretica, acetazolamide, tranexaminezuur, fibraten. – Alizapride, H 2 -antihistaminica. – Allopurinol, bisfosfonaten. – Bepaalde anti-epileptica (primidon, vigabatrine), paroxetine, lithium, bepaalde H 1 -antihistaminica (ebastine, fexofenadine). – Insuline en insuline-analogen, metformine, langwerkende hypoglykemiërende sulfamiden, acarbose. – Nitrofurantoïne, bepaalde antivirale middelen (aciclovir, famciclovir, ganciclovir, valaciclovir) en bepaalde antibacteriële middelen zoals de cefalosporines, amoxicilline, de associatie amoxicilline + clavulaanzuur, de chinolonen, trimethoprim. (Nederlandstalige Belgische Vereniging voor Nefrologie, via )www.nbvn.be

21 Doelstelling 3 ZORGTRAJECT NIERINSUFFICIËNTIE

22 ZORGTRAJECT WAT? Organiseert de aanpak, de behandeling en de opvolging van een patiënt met een chronische ziekte, Berust op de samenwerking tussen 3 partijen: patiënt, huisarts en specialist. Begint na ondertekening van een contract door de 3 partijen en loopt gedurende 4 jaar.

23 ZORGTRAJECT WAAROM? Uitgangspunt: probleem van de vergrijzing  Noodzaak tot gecoördineerde zorg – Vooral voor complexe aandoeningen met grote prevalentie: Diabetes Mellitus Chronische Nierinsufficiëntie ……..

24 ZORGTRAJECT VOOR WIE? Patiënten met – Chronische nierinsufficiëntie – Diabetes type 2 Tijdens bepaalde fasen van die ziekten.

25 ZORGTRAJECT VOORDELEN Voor de patiënt – Raadplegingen HA en spec volledig terugbetaald. – Betere toegang tot specifiek materiaal en raadplegingen paramedische hulpverleners. – Persoonlijk zorgplan – Garantie samenwerkingen HA en spec Voor de huisarts € 80/jaar per patiënt onder zorgtraject (RIZIV) Goede samenwerking met specialist Betere, meer gecoördineerde opvolging van de patiënt.

26 ZORGTRAJECT CNI VOORWAARDEN – Medische voorwaarden GFR < 45 ml/min, 2X bepaald door bloedanalyse of proteïnurie > 1g/d, 2X bepaald door urineonderzoek – Andere voorwaarden > 18 jaarGMD binnen het jaar Niet in dialysemin. 2X/jr raadpleging HA Geen niertransplantatiemin. 1X/jr raadpleging spec ambulant!

27 ZORGTRAJECT CNI: STAPPEN EERSTE CONSULT HUISARTS – Nakijken inclusievoorwaarden – Overlopen van het contract – Ondertekenen van het contract – Doorverwijzen naar de nefroloog TWEEDE CONSULT HUISARTS – Ontvangen door nefroloog ondertekend contract – Origineel in GMD Noteer zeker in het dossier: – bloeddruk, renale diagnose, hemoglobine, creatinine, eGFR, PTH – Kopie naar adviserend geneesheer DERDE CONSULT HUISARTS – Nadat patiënt goedkeuring adviserend geneesheer heeft gekregen – Aanmaken voorschriften Bloeddrukmeter (tussenkomst RIZIV €60) Medicatie (kies geneesmiddelen uit groep CNI: geen a priori goedkeuring meer nodig) Diëtist

28 ZORGTRAJECT CNI: CONTRACT KLEVER ZIEKENFONDS

29 ZORGTRAJECT CNI: VERWIJSBRIEF

30 ZORGTRAJECT CNI: VOORSCHRIFTEN R/ Aprovel 150 mg DT/ 28 co S/ 1/dag ZORGTRAJECT CNI R/ bloeddrukmeter ZORGTRAJECT CNI

31 ZORGTRAJECT CNI: OPVOLGING

32 ZORGTRAJECT CNI: BLOEDDRUK- REGISTRATIE

33 ZORGTRAJECT CNI: MEDICATIE

34 ZORGTRAJECT CNI: BIJZONDERE SITUATIES Patiënt volgt de voorwaarden niet. – Het traject en de voordelen stoppen automatisch. De huisarts stopt met zijn praktijk. – De huisarts moet de continuïteit garanderen en de patiënt aan een opvolger helpen. Deze tekent daar een nieuw contract voor de resterende duur van het zorgtraject. Patiënt verandert van huisarts. – De patiënt tekent nieuw contract voor resterende duur van het zorgtraject. Patiënt moet in de loop van zijn zorgtraject aan de dialyse. – Hij blijft in het traject met alle voordelen! Inwoners van een Woon- en Zorgcentrum (WZC) – Kunnen opgenomen worden in een zorgtraject Indien aan de inclusievoorwaarden voldaan – Dus ook: ambulante bezoeken aan huisarts en specialist,


Download ppt "DOELSTELLINGEN Kunnen opsporen van chronisch en acuut nierfalen Kunnen behandelen en/of doorverwijzen van patiënt met nierfalen Kunnen verzorgen van patiënt."

Verwante presentaties


Ads door Google