De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

Röntgenologie Ik zie, ik zie wat jij niet ziet………… en het is onzichtbaar.

Verwante presentaties


Presentatie over: "Röntgenologie Ik zie, ik zie wat jij niet ziet………… en het is onzichtbaar."— Transcript van de presentatie:

1 Röntgenologie Ik zie, ik zie wat jij niet ziet………… en het is onzichtbaar

2 Wat is röntgenstraling?

3 Straling Straling is er altijd en overal  vanuit de ruimte, de zon, de mobiele telefoon, medische diagnostische apparatuur, een gloeilamp, etc Slechts een klein deel is schadelijk! Röntgenstraling behoort tot dit kleine deel!!! Elektromagnetische golven  stroom “energiepakketjes” (fotonen/quanten) die zich in een golfbeweging voortbewegen

4 4 Straling Zichtbaar licht dankt zijn zichtbaarheid aan reflectie. Andere soorten straling spoor je op met hulpmiddelen. Violet Blauw Groen Geel Oranje Rood

5 Straling Hoe hoger de frequentie (dus hoe kleiner de golflengte)  des te groter de energieinhoud  hardere straling Welke straling bevat meer energie: infrarood straling of röntgenstraling?

6 Eigenschappen van röntgenstraling

7 1. Doordringbaarheid Absorptie Passage Verstrooiing  strooistraling!!!

8 1. Doordringbaarheid Afhankelijk van: – Object: Dikte Dichtheid Atoomnummer – Meegevoerde energie (energetische waarde)

9 2. Werking op fotografische plaat Röntgenstralen belichten film (samen met fluorescerende lichtstralen die ontstaan.... komt hierna aan bod) Hoe meer stralen de film bereiken des te zwarter wordt dat stukje film (ook zichtbaar licht heeft dit effect  cassette goed dicht laten!!!)

10 3. Luminescentie Sommige stoffen lichten op bij bestralen met röntgenstralen. Licht dat ontstaat heeft grotere fotografische werking dan röntgenstralen zelf. Versterkingsscherm

11 4. Biologisch effect Afhankelijk van: – Aard van de straling – Diersoort – Organen – Bescherming Carcinogeen Mutageen Teratogeen = kankerverwekkend = chromosoom- / gen-beschadigend = veroorzaakt misvormingen bij een ongeboren vrucht

12 4. Biologisch effect Straling die zijn energie overdraagt aan het weefsel kan dit weefsel beschadigen (ionisatie) Effect bij röntgenstraling is aanwezig: – Groeibelemmering – Epitheelverwoestend – Ontstekingverwekkend – Genenbeschadigend Met name sneldelend weefsel en weefsel met een hoog stofwisselingsniveau gevoelig

13 4. Biologisch effect Beschadigingen kunnen zich opstapelen (cumulatie) om uiteindelijk toch tot uiting te komen Hiervoor is een bepaalde drempelwaarde nodig, geldt niet voor tumorvorming Tumorvorming heeft een lange latentieperiode.

14 De röntgenapparatuur

15 15 Ontstaan van de straling de röntgenbuis = thermoschakelaar= olie= glazen omhulling= kathode= anode= loden omhulsel = buisvenster

16 16

17 Bediening d.m.v. knoppen Kilovolt (kV) – knop – Verandert het spanningsverschil tussen kathode en anode – kV hoger instellen  meer en hardere stralen Milli-ampère (mA) – knop – Verandert de stroomsterkte in de kathode-draad – mA hoger instellen  meer stralen Seconden (s) – knop – langere belichtingstijd  meer stralen (mAs-knop: combinatie van vorige 2 knoppen)

18 Hulpmiddelen Cassette – Versterkingsscherm in de cassette (zet röntgenstralen om in zichtbaar licht) Strooistralenrooster (geeft streping op de film, behalve bij Bucky-rooster)

19 19 Stralingdoorlaatbare voorkant Versterkingsscherm Röntgenfilm Versterkingsscherm Opvulmateriaal (drukt film vast) Loden achterkant Deksel Klem doorsnede van een gevulde cassette met 2 versterkingsschermen.

20 20 Strooistralenroosters Gebruiken als het lichaamsdeel > 15 cm – Dus alles dikker dan een kattenbuik Welke roosters zijn er?: – Loodfolie – Strooistralenroosters Wel / niet gefocusseerd – Bucky-rooster

21 Bescherming tegen röntgenstraling

22 Bescherming tegen straling Directe straling  nooit met de handen in de primaire bundel!!! Strooistraling  – Minimaliseren hoeveelheid straling: Goed focussen en diafragmeren Gebruik versterkingsschermen – Persoonlijke bescherming: Loden schort, handschoenen, schildklierbescherming

23 Bescherming tegen straling – Hulpmiddelen: Cassettehouder, touwtje – Afstand houden – Deskundigheid (zo min mogelijk mislukte foto’s) – Zo min mogelijk mensen in de ruimte

24

25 Kwadratenwet

26 Veiligheidsmaatregelen Eisen aan de röntgenapparatuur: – Maximale capaciteit < 100 kV anders vergunning nodig – Jaarlijkse controle functioneren en lekstraling Eisen aan de ruimte: – Afsluitbare ruimte + evt rode lamp – Wanden en deuren voorzien van lood – Kan de buis kantelen  zwaardere eisen Gebruikte rood/gele stickers:

27 Wettelijke aspecten Kernenergiewet Besluit stralenbescherming – Iedereen aangifte, > 100 kV vergunning nodig – Deskundigheid: Wie zijn er deskundig? – Dosislimieten: Hoeveel mag je als paraveterinair “binnen krijgen”? Wat doe je als je zwanger bent? – Persoonlijke controlemiddelen: TLD-meters – Instructie / veiligheidsmaatregelen – Jaarlijkse controle röntgenapparatuur

28

29 Een röntgenfoto maken

30 Röntgen- en ontwikkelapparaat aanzetten Cassette klaar leggen: – Juiste afmeting – Film erin – Links/rechts aangeven – In of op de tafel? Instellen lichtvizier Instellen kV- en mAs-waarde Beschermingsmiddelen aantrekken Patiënt positioneren

31 Regels voor het maken van een röntgenfoto Neem voldoende veiligheidsmaatregelen Zorg voor een zo rustig mogelijk dier De zieke zijde van het dier zo dicht mogelijk op de filmcassette (waarom?) – De zieke zijde steeds het dichtst bij de film om zo min mogelijk vertekening te krijgen. (hoezo zo min mogelijk vertekening?) Diafragmeer (waarom?) – Diafragmeer zo veel mogelijk, dus maak een zo klein mogelijke opname  minder strooistralen.

32 Regels voor het maken van een röntgenfoto Centreer op de verwachte afwijking (waarom?) – Centreer de röntgenbundel op dat deel waar je de afwijking verwacht. Bij het bekijken van een röntgenfoto verwachten we de afwijking in het midden en niet aan de rand. (wat is het nadeel van het beoordelen van structuren aan de rand van de opname?) Altijd 2 opnamen maken (waarom?) – Er worden standaard 2 opnamen gemaakt in loodrecht op elkaar staande richtingen om een 3-dimensionaal beeld te krijgen en om geen afwijkingen te missen. Houd een constante buis-filmafstand (bijv. 1 meter), zodat gebaseerd op deze afstand een lijstje met belichtingswaarden opgesteld kan worden.

33 Ontwikkelen van röntgenopnamen Donkere kamer (doka) Ontwikkelen: – Chemische reaktie: elektron van Br af en naar Ag – Constante temperatuur (18-24 °C ) – Constante ontwikkeltijd (afhankelijk van temp) – Film op en neer halen – Ontwikkelaar voor gebruik roeren – Ontwikkelaar na gebruik afdekken Tussenspoelen: – Ontwikkelaar is alkalisch: spoelen voor neutralisatie en stoppen ontwikkeling (stopbad) – Op en neer bewegen gedurende 1 minuut

34 Ontwikkelen van röntgenopnamen Donkere kamer (doka) Fixeren: – In eerste instantie ongeveer 3 minuten totdat de niet belichte plaatsen doorzichtig zijn. Spoelen en nat bekijken Nafixeren – Ongeveer 15 minuten Naspoelen – Gedurende een half uur in stromend water Drogen

35 handmatig ontwikkelen van röntgenfoto’s

36 36

37 Identificatie Naam eigenaar Naam dier en diersoort Object Opnamedatum Opnamerichting Instellingen (mAs en kV) Waarom printen? Hoe? – (x-rite of printbriefje met afgeschermd hoekje)

38 Röntgenbeeld

39 De kwaliteit van een röntgenfoto beoordelen

40 Het beoordelen van een röntgenfoto 1.Positie 2.Belichting 3.Contrast 4.Scherpte 5.Centrering en diafragmering 6.Artefacten: ontwikkelfouten, vertekening

41 Hoe beoordelen we of een foto goed gelukt is? 1.De positie van het dier: ligt het dier goed recht? 2.De belichting: is de foto niet te wit (= onderbelichting) of te zwart (= overbelichting)? 3.Het contrast: vertoont de foto veel grijstinten (contrastarm), of vallen eigenlijk alleen de kleuren zwart en wit op (harde of contrastrijke foto)? 4.De scherpte: Is de foto niet bewogen door bijv. een beweging van het dier of door de ademhaling? 5.De centrering en diafragmering: staat het gewenste (te onderzoeken) deel van het dier op de foto en is het mooi gecentreerd (in het midden)? Staat er niet teveel of te weinig op de foto? 6.Artefacten: is er bijvoorbeeld sprake van ontwikkelfouten?

42 Belichting Foto te wit  = onderbelicht  te weinig stralen  kV 15% omhoog of mAs verdubbelen Foto te zwart  = overbelicht  te veel straling  kV 15% omlaag of mAs halveren

43 Contrast regelen: 15% regel 15% kV toename = 2 x mAs = dezelfde extra zwarting 15%-regel: – Verlaging van de kV met 15% – geeft in combinatie met een verdubbeling van de mAs- waarde – eenzelfde foto wat zwarting betreft, maar met een mooier contrast – Dit geldt met name voor foto’s van botten

44 44

45 45 Wat is hier aan de hand?

46 Vingers met ontwikkelvloeistof

47 Vuil in cassette

48 Vouw in film

49 Vuile vacht


Download ppt "Röntgenologie Ik zie, ik zie wat jij niet ziet………… en het is onzichtbaar."

Verwante presentaties


Ads door Google