De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

Meerjarenprogramma 3b. Financiering van de welzijnszorg in Vlaanderen: De financiering van de residentiële ouderenzorg. Het perspectief van de voorzieningen.

Verwante presentaties


Presentatie over: "Meerjarenprogramma 3b. Financiering van de welzijnszorg in Vlaanderen: De financiering van de residentiële ouderenzorg. Het perspectief van de voorzieningen."— Transcript van de presentatie:

1 Meerjarenprogramma 3b. Financiering van de welzijnszorg in Vlaanderen: De financiering van de residentiële ouderenzorg. Het perspectief van de voorzieningen Prof. dr. Jozef Pacolet & Annelies De Coninck HIVA – KU Leuven Brussel, 14 januari 2016 Kabinet Minister Jo Vandeurzen, toelichting voor stakeholders

2 Opzet en doelstelling  Opstellen sectormonografie met overzicht financieringsmechanismen  Opstellen van een analysedatabank, vertrekkende van de beschikbare databanken bij de administratie  Analyse van de determinanten van kosten, ontvangsten en resultaten 2

3 FINANCIERINGSMECHANISMEN Deel I 3

4 Financieringsmechanismen en bronnen –RIZIV: zorgkosten  Dagforfait: complex maar gedetailleerd  Tegemoetkoming derde luik: gelijkschakeling lonen ziekenhuissector  Tegemoetkoming eindeloopbaanmaatregel: VAP-dagen –Vlaams Agentschap Zorg en Gezondheid: werkingskosten  Animatie  Werkingskosten dagverzorgingscentra en centra voor kortverblijf –VIPA: woonkosten  Infrastructuur van woonzorgcentra, DVC en CKV –Subsidies lokale besturen –Overige kanalen: Tewerkstellingsmaatregelen  Sociale Maribel  GESCO’s  PWA  Dienstencheque 4

5 Financieringsmechanismen en bronnen  Illustratie complexiteit dagforfait: –A1: Personeelsnorm op basis forfaitcategorieën –A2: Bovennormpersoneel tot max 9,74% van het normpersoneel –B: Verzorgingsmateriaal –C: Tegemoetkoming van de palliatieve functie –D: Tegemoetkoming voor de beheerskosten en de kost voor gegevensoverdracht –E: Tussenkomst voor de functiecomplement –F: Coördinerend geneesheer –G: Bijkomende financiering voor Kortverblijf –H: Bijkomende vorming van het personeel op het vlak van dementie 5

6 Personeelsnorm (Vlaanderen) versus financieringsnorm (RIZIV): twee potentiële vormen van onderfinanciering WZC (per 15 bewoners)RVT (per 30 bewoners) Directeur1 per voorziening Verplegend personeel2,5 VTE verpleegkundig en verzorgend personeel, waarvan 1 VTE verpleegkundige 5 VTE, waarvan 1 VTE hoofdverpleegkundige Verzorgend personeelZie verpleegkundig personeel5 VTE Kiné/ergo/logo 1 VTE Personeel voor reactivering 0,1 VTE Onderhouds- en keukenpersoneel 1 VTE Animatie1 VTE (vanaf 120 bewoners + 0,25 per schijf van 30 6 O- zorgprofiel A-zorgprofielB- zorgprofiel C- zorgprofiel Cd- zorgprofiel Cc- zorgprofiel D- zorgprofiel Woonzorgcentra (ROB) - Verpleegkundige - Verzorgende - Personeelslid voor reactivering 0,25 1,2 1,05 2,1 4 0,35 4,1 5,06 0,385 4,1 6,06 0,385 1,2 4 1,25 Rust- en verzorgingstehuis (RVT) - Verpleegkundige Verzorgende 5,26,26,712 - Personeelslid voor reactivering 0,10,6 1,5 - Kinesitherapeut en/of ergotherapeut en/of logopedist 1111 Financieringsnorm (personeelsnorm) RIZIV per 30 bewoners, uitgedrukt in fulltime equivalenten (geldig op 1 januari 2012). Personeelsnorm Vlaanderen – vereiste basiserkenning 6

7 Personeelsnorm (Vlaanderen) versus financieringsnorm (RIZIV): twee potentiële vormen van onderfinanciering WZC (per 15 bewoners)RVT (per 30 bewoners) Directeur1 per voorziening Verplegend personeel2,5 VTE verpleegkundig en verzorgend personeel, waarvan 1 VTE verpleegkundige 5 VTE, waarvan 1 VTE hoofdverpleegkundige Verzorgend personeelZie verpleegkundig personeel5 VTE Kiné/ergo/logo 1 VTE Personeel voor reactivering 0,1 VTE Onderhouds- en keukenpersoneel 1 VTE Animatie1 VTE (vanaf 120 bewoners + 0,25 per schijf van 30 7 O- zorgprofiel A-zorgprofielB- zorgprofiel C- zorgprofiel Cd- zorgprofiel Cc- zorgprofiel D- zorgprofiel Woonzorgcentra (ROB) - Verpleegkundige - Verzorgende - Personeelslid voor reactivering 0,25 1,2 1,05 2,1 4 0,35 4,1 5,06 0,385 4,1 6,06 0,385 1,2 4 1,25 Rust- en verzorgingstehuis (RVT) - Verpleegkundige Verzorgende 5,26,26,712 - Personeelslid voor reactivering 0,10,6 1,5 - Kinesitherapeut en/of ergotherapeut en/of logopedist 1111 Financieringsnorm (personeelsnorm) RIZIV per 30 bewoners, uitgedrukt in fulltime equivalenten (geldig op 1 januari 2012). Personeelsnorm Vlaanderen – vereiste basiserkenning 7

8 Personeelsnorm (Vlaanderen) versus financieringsnorm (RIZIV): twee potentiële vormen van onderfinanciering WZC (per 15 bewoners)RVT (per 30 bewoners) Directeur1 per voorziening Verplegend personeel2,5 VTE verpleegkundig en verzorgend personeel, waarvan 1 VTE verpleegkundige 5 VTE, waarvan 1 VTE hoofdverpleegkundige Verzorgend personeelZie verpleegkundig personeel5 VTE Kiné/ergo/logo 1 VTE Personeel voor reactivering 0,1 VTE Onderhouds- en keukenpersoneel 1 VTE Animatie1 VTE (vanaf 120 bewoners + 0,25 per schijf van 30 8 O- zorgprofiel A-zorgprofielB- zorgprofiel C- zorgprofiel Cd- zorgprofiel Cc- zorgprofiel D- zorgprofiel Woonzorgcentra (ROB) - Verpleegkundige - Verzorgende - Personeelslid voor reactivering 0,25 1,2 1,05 2,1 4 0,35 4,1 5,06 0,385 4,1 6,06 0,385 1,2 4 1,25 Rust- en verzorgingstehuis (RVT) - Verpleegkundige Verzorgende 5,26,26,712 - Personeelslid voor reactivering 0,10,6 1,5 - Kinesitherapeut en/of ergotherapeut en/of logopedist 1111 Financieringsnorm (personeelsnorm) RIZIV per 30 bewoners, uitgedrukt in fulltime equivalenten (geldig op 1 januari 2012). Personeelsnorm Vlaanderen – vereiste basiserkenning 8 B- en C-zorgprofielen gefinancierd op basis van een ROB-erkenning (10,5%): 1 ste vorm van onderfinanciering (van de zwaar zorgbehoevenden)

9 Personeelsnorm (Vlaanderen) versus financieringsnorm (RIZIV): twee potentiële vormen van onderfinanciering WZC (per 15 bewoners)RVT (per 30 bewoners) Directeur1 per voorziening Verplegend personeel 2,5 VTE verpleegkundig en verzorgend personeel, waarvan 1 VTE verpleegkundige 5 VTE, waarvan 1 VTE hoofdverpleegkundige Verzorgend personeelZie verpleegkundig personeel5 VTE Kiné/ergo/logo 1 VTE Personeel voor reactivering 0,1 VTE Onderhouds- en keukenpersoneel 1 VTE Animatie1 VTE (vanaf 120 bewoners + 0,25 per schijf van 30 9 O- zorgprofiel A-zorgprofielB- zorgprofiel C- zorgprofiel Cd- zorgprofiel Cc- zorgprofiel D- zorgprofiel Woonzorgcentra (ROB) - Verpleegkundige - Verzorgende - Personeelslid voor reactivering 0,25 1,2 1,05 2,1 4 0,35 4,1 5,06 0,385 4,1 6,06 0,385 1,2 4 1,25 Rust- en verzorgingstehuis (RVT) - Verpleegkundige Verzorgende 5,26,26,712 - Personeelslid voor reactivering 0,10,6 1,5 - Kinesitherapeut en/of ergotherapeut en/of logopedist 1111 Financieringsnorm (personeelsnorm) RIZIV per 30 bewoners, uitgedrukt in fulltime equivalenten (geldig op 1 januari 2012). Personeelsnorm Vlaanderen – vereiste basiserkenning 9

10 Personeelsnorm (Vlaanderen) versus financieringsnorm (RIZIV): twee potentiële vormen van onderfinanciering WZC (per 15 bewoners)RVT (per 30 bewoners) Directeur1 per voorziening Verplegend personeel2,5 VTE verpleegkundig en verzorgend personeel, waarvan 1 VTE verpleegkundige 5 VTE, waarvan 1 VTE hoofdverpleegkundige Verzorgend personeelZie verpleegkundig personeel5 VTE Kiné/ergo/logo 1 VTE Personeel voor reactivering 0,1 VTE Onderhouds- en keukenpersoneel 1 VTE Animatie1 VTE (vanaf 120 bewoners + 0,25 per schijf van O- zorgprofiel A-zorgprofielB- zorgprofiel C- zorgprofiel Cd- zorgprofiel Cc- zorgprofiel D- zorgprofiel Woonzorgcentra (ROB) - Verpleegkundige - Verzorgende - Personeelslid voor reactivering 0,25 1,2 1,05 2,1 4 0,35 4,1 5,06 0,385 4,1 6,06 0,385 1,2 4 1,25 Rust- en verzorgingstehuis (RVT) - Verpleegkundige Verzorgende 5,26,26,712 - Personeelslid voor reactivering 0,10,6 1,5 - Kinesitherapeut en/of ergotherapeut en/of logopedist 1111 Financieringsnorm (personeelsnorm) RIZIV per 30 bewoners, uitgedrukt in fulltime equivalenten (geldig op 1 januari 2012). Personeelsnorm Vlaanderen – vereiste basiserkenning 10 Vlaamse basiserkenningsnorm ligt hoger dan de RIZIV-financieringsnorm 2 de vorm van onderfinanciering (van de lichtere zorgprofielen)

11 Zorgprofiel in Vlaamse woonzorgcentra (Vlaanderen, 2012 en 2001) Aantal zorgforfaits in ROB Aantal zorgforfaits in RVT In % (2012) Ter vergelijking : In % (2001) O-zorgprofiel - ROB ,7 20 A-zorgprofiel ROB ,2 15 B-zorgprofiel - ROB ,3 16 C-zorgprofiel - ROB ,0 6 Cd-zorgprofiel - ROB ,2 8 B-zorgprofiel - RVT ,2 5 C-zorgprofiel - RVT ,8 7 Cd-zorgprofiel - RVT ,5 22 Cc-zorgprofiel - RVT 47 0,1 Totaal ROB ,4% 66% Totaal RVT ,6% 34% Totaal % 11 27% 10,5% 11

12 Belang forfaits – Evolutie O- en A- profielen (België) 12 In Vlaanderen ligt het aandeel O- en A-zorgprofielen iets lager (27% ).

13 Zorgprofiel in Vlaamse woonzorgcentra (Vlaanderen, 2013) 13 Openbaar (N=176) Vzw (N=236) Commercieel (N=79) Totaal (N=491) ROB - O12,7%9,1%12,7%10,9% ROB - A14,2%12,2%15,0%13,3% ROB - B2,7%4,4%5,7%3,9% ROB - C1,7%2,2%2,4%2,1% ROB - Cd5,6%4,0%5,4%4,8% ROB - D0,9% 1,7%1,0% RVT - B25,9%23,2%27,9%24,8% RVT - C11,3%11,8%7,8%11,1% RVT - Cd25,0%32,1%21,5%28,1% RVT - Cc0,0%0,1%0,0% Totaal100,0% Totaal ROB37,8%32,8%42,8%35,9% Totaal RVT62,2%67,2%57,2%64,1%

14 EMPIRISCHE ANALYSE Deel II 14

15 Constructie analysedatabank: administratieve bronnen 1.Kenniscentrum WVG (N=371 in 2012)  Gepubliceerde jaarrekening van de private voorzieningen  Exhaustief, maar op basis van KBO-nummer… = verlies van detail op voorzieningenniveau 2.Agentschap Binnenlands Bestuur (N=178 voor 2012, ofwel 80%)  Gepubliceerde jaarrekening van de openbare voorzieningen  Niet exhaustief, maar wel analytische boekhouding (= gedetailleerd!) 3.FOD Economie (exhaustief in 2012)  Dagprijs eenpersoonskamers van alle erkende woonzorgcentra, maar geen informatie over aantal wooneenheden 4.Vlaams Agentschap Zorg en Gezondheid (exhaustief in 2012)  Animatiesubsidies 5.VIPA (exhaustief in 2012)  Investeringssubsidies voor de infrastructuur 6.RIZIV (exhaustief in 2012)  Personeelsaantallen per functiegroep (zorgpersoneel en bovennormpersoneel)  Gefactureerde dagen per zorgcategorie en ROB/RVT  Gedetailleerde informatie instellingsfinanciering niet beschikbaar 15 Resultaat: databank met financiële cijfers over 73% van de sector.

16 Populatie beschikbaar voor analyse, Ter vergelijking: MARA-studie op basis van 172 voorzieningen private non-profit Openbare sector Private non- profit Private for- profit Totaal Oorsponkelijke populatie op basis van juridisch criteria Aantal voorzieningen Aantal bedden per type speler Aantal woongelegenheden in %34,1%53,3%12,6%100,0% Weerhouden populatie op basis van economische criteria Aantal voorzieningen Aantal bedden Verschil met oorspronkelijk aantal woongelegenheden Verschil in % van het oorspronkelijk aantal2,0%-11,1%41,5%0,0% Aantal woongelegenheden in %34,8%47,4%17,8%100,0% Weerhouden woongelegenheden in de analyse In % van het totaal aantal woongelegenheden binnen de deelsector 77,2%86,4%88,5%83,6% Aantal woongelegenheden binnen de ondernemingen met volledig boekhoudkundig schema Weerhouden data, in % van het aantal woongelegenheden per type speler 77,2%76,9%52,4%72,6% In % van de totale sector26,9%36,4%9,3%72,6% In aantal voorzieningen In aantal ondernemingen

17 Macro-economische omvang van de sector in Vlaanderen, 2012, in euro en aantal woongelegenheden 17 Openbare sector Private non- profit Private for-profitTotale sector Bedrijfskosten Waarvan personeelskosten Bedrijfsopbrengsten Bedrijfsresultaat Winst/verlies van het boekjaar Aantal woongelegenheden

18 Structuur resultatenrekening naar eigendomsstructuur en totaal, in euro per dag per WG (2012) 18 Rek. Nr.Openbare sectorPrivate non-profitPrivate for-profitTotaal Aantal jaarrekeningen/entiteiten Aandeel van de sector in aantal WG 26,9%36,4%9,3%72,6% Aantal woongelegenheden Bedrijfskosten: 60/64135,8131,0123,8131,8 -Handelsgoederen, grond- en hulpstoffen 608,29,69,79,1 -Diensten en diverse goederen 6127,515,835,622,7 -Bezoldigingen, sociale lasten en pensioenen 6291,394,773,790,7 -Afschrijvingen, waardeverminderingen en voorzieningen voor risico's en kosten 638,610,14,18,8 -Andere bedrijfskosten 640,20,6 0,5 Bedrijfsopbrengsten: 70/74122,5137,1126,1130,3 -Omzet (o.m. RIZIV en dagprijs) 70101,7110,4110,2107,1 -Lidgeld, schenkingen, legaten en subsidies 733,321,25,112,5 -Andere bedrijfsopbrengsten 7417,75,410,510,6 Bedrijfsresultaat 70/64-13,35,41,9-2,0 -Financiële opbrengsten 753,91,40,92,3 -Financiële kosten 653,32,71,72,8 -Uitzonderlijke opbrengsten 760,11,51,10,9 -Uitzonderlijke kosten 660,21,01,20,7 Winst/verlies van het boekjaar na belastingen (per dag, per WG) -12,94,60,9-2,4 Totaal macro resultaat Winstmarge -12,69%4,14%0,78%-2,22% % verlieslatende ondernemingen 87%22%31%52% % ondernemingen met verlieslatend bedrijfsresultaat 91%15%31%55%

19 Impact eigendomsstructuur op de inkomsten 19 Animatiesubsidies (per dag per bed) Investeringssubsidies (VIPA) (per dag per bed) Openbare voorzieningen1,573,40 Private non-profit1,632,14 Private for-profit0,700,00 Openbare sector Private non- profit Private for- profit Sectorniveau Gemiddelde dagprijs 46,049,249,348,3 Aantal voorzieningen

20 Winst- of verlies per woonzorgcentrum 2012, openbare sector, in euro per dag per woongelegenheid 20

21 Winst- of verlies per WZC onderneming 2012, private non-profit, in euro per dag per woongelegenheid 21

22 Winst- of verlies per WZC onderneming 2012, private for-profit, in euro per dag woongelegenheid 22 Maar: hoogte van kosten en opbrengsten hangt in sterke mate af van de graad van zorgbehoevendheid.

23 Impact grootte en eigendomsstructuur op de bedrijfskosten, opbrengsten en rentabiliteit, in euro per dag per woongelegenheid 23 Geen schaaleffecten merkbaar

24 Factoren die de financiële leefbaarheid van de voorziening beïnvloeden 24  Grootte van de voorziening heeft geen impact op de resultaten  Impact graad van zorgbehoevendheid: –Aandeel RVT-bedden –Aandeel O- en A-zorgprofielen –Onderfinanciering van de lichte (O & A) en zwaar zorgbehoevenden (B & C) 24

25 Structuur resultatenrekening naar aandeel RVT-financiering en totaal Rek. Nr. <50% RVT 50-59% RVT 60-69% RVT 70-79% RVT≥ 80% RVTTotaal Aantal jaarrekeningen/entiteiten In % van het totaal aantal WG in de analyse 12%26%39%18%4%100% % O- en A-zorgprofielen 44%32%24%16%8%27% Discrepantie tussen % B- en C-bewoners en % RVT- bedden 19,6%11,8%10,1%8,9%7,5%11,4% Bedrijfskosten: 60/64114,5127,0134,6140,2148,7131,8 -Handelsgoederen, grond- en hulpstoffen 607,88,89,59,79,1 -Diensten en diverse goederen 6125,126,820,618,926,522,7 -Bezoldigingen, sociale lasten en pensioenen 6274,483,494,8100,5102,490,7 -Afschrijvingen, waardeverminderingen en voorzieningen voor risico's en kosten 636,7 7,79,110,5 10,18,8 -Andere bedrijfskosten 640,60,40,5 Bedrijfsopbrengsten: 70/74108,2123,8134,4141,0147,8130,3 -Omzet 7091,5103,7109,4113,5124,2107,1 -Lidgeld, schenkingen, legaten en subsidies 737,66,115,118,416,112,5 -Andere bedrijfsopbrengsten 749,013,910,09,07,510,6 Bedrijfsresultaat 70/64-7,0-4,6-0,20,1-1,8-2,0 -Financiële opbrengsten 751,82,62,41,81,92,3 -Financiële kosten 652,63,0 2,61,42,8 -Uitzonderlijke opbrengsten 761,00,41,60,20,50,9 -Uitzonderlijke kosten 660,60,91,00,3 0,7 Winst/verlies van het boekjaar na belastingen -7,3-3,8-0,2-0,9-1,1-2,4 Aantal verlieslatende ondernemingen Aantal winstgevende ondernemingen % verlieslatende ondernemingen 67%64%46%43%29% 52% Positief verband tussen winstgevendheid en aandeel RVT-financiering 25

26 Relatie tussen winstgevendheid en RVT- financiering 26  Winstgevendheid neemt toe naarmate het aandeel RVT-erkenningen toeneemt. Twee mogelijke effecten: aandeel O- en A-profielen neemt af, alsook het aandeel B- en C- zorgprofielen met alleen financiering van ROB-norm neemt af; aldus de twee mogelijke vormen van onderfinanciering.  Maar winstgevendheid neemt niet toe naarmate de voorzieningen minder B- en C- zorgprofielen hebben die nog gefinancierd worden op basis van ROB (geen correlatie). Impact is beperkt,  De positieve relatie tussen de winstgevendheid en het aandeel RVT-bedden is bijgevolg te wijten aan het aandeel O- en A-zorgprofielen dat afneemt: de onderfinanciering van de O- en A-zorgprofielen komt in deze analyse tot uiting.

27 De factor inzet van (boven) normpersoneel (cijfers 2012 op basis van steekproef en populatie) 27 Belangrijk element van de financiële leefbaarheid is de inzet van personeel. Maar nog belangrijker is het bovennorm- personeel Tot 9,74% gefinancierd

28 Bovennormpersoneel en de factor eigendomsstructuur (cijfers op basis van de steekproef), 2012 en vergelijking met Openbare sector Private non-profit Private for-profit Totaal 2012 Totaal 2001 Bovennormpersoneel40,4%16,7%14,0%25% % O en A-profielen31%23%29%27% % B en C-profielen zonder RVT-financiering9%12%17%11% Onderfinanciering omwille van hoog % O en A- profielen 13,1%8,9%13,9%12% Onderfinanciering omwille van B en C-profielen zonder RVT financiering 2,8% 5%3,3% Totaal raming onderfinanciering bij lichte en zwaar zorgbehoevenden 15,9% 11,7%18,9% 15,3%32,7% Extra te recupereren via RIZIV financiering voor bovennormpersoneel +- 9,74% 0% Vertaling naar ondergefinancierd personeel in VTE per 30 bedden (ten opzichte van de norm!) 1,31,11,51,282,25 Wenselijk personeel, met name Vlaamse norm voor O en A, RVT norm voor B en C (in VTE per 30 bedden) 9,699,14 Impliciet gefinancierd personeel via werkelijke RIZIV- forfaits 8,416,88 Werkelijk aanwezig zorgpersoneel in VTE per 30 bedden 12,0211,149,2810,7

29 Bovennormpersoneel en de factor eigendomsstructuur (cijfers op basis van steekproef), 2012 en vergelijking met Openbare sector Private non-profit Private for-profit Totaal 2012 Totaal 2001 Bovennormpersoneel40,4%16,7%14,0%25% % O en A-profielen31%23%29%27% % B en C-profielen zonder RVT-financiering9%12%17%11% Onderfinanciering omwille van hoog % O en A- profielen 13,1%8,9%13,9%12% Onderfinanciering omwille van B en C-profielen zonder RVT financiering 2,8% 5%3,3% Totaal raming onderfinanciering bij lichte en zwaar zorgbehoevenden 15,9% 11,7%18,9% 15,3%32,7% Extra te recupereren via RIZIV financiering voor bovennormpersoneel +- 9,74% 0% Vertaling naar ondergefinancierd personeel in VTE per 30 bedden (ten opzichte van de norm!) 1,31,11,51,282,25 Wenselijk personeel, met name Vlaamse norm voor O en A, RVT norm voor B en C (in VTE per 30 bedden) 9,699,14 Impliciet gefinancierd personeel via werkelijke RIZIV- forfaits 8,416,88 Werkelijk aanwezig zorgpersoneel in VTE per 30 bedden 12,0211,149,2810,7

30 Bovennormpersoneel en de factor eigendomsstructuur (cijfers op basis van steekproef), situatie Openbare sector Private non-profit Private for-profit Totaal 2013 % O en A-profielen26,9%21,3%27,7%24,3% % B en C-profielen zonder RVT-financiering10,9%11,5%15,1%11,1% Onderfinanciering omwille van hoog % O en A-profielen11,9%8,96%12,9%10,3% Onderfinanciering omwille van B en C-profielen zonder RVT financiering 2,9%3,2%4,7%3,1% Totaal raming onderfinanciering bij lichte en zwaar zorgbehoevenden 14,8%11,8%17,6%13,4% Extra te recupereren via RIZIV financiering voor bovennormpersoneel +-9,74%

31 Bovennormpersoneel en de factor eigendomsstructuur (vaststellingen)  Openbare sector: heel veel bovennormpersoneel en lijkt niet verantwoord te kunnen worden op basis van het zorgprofiel van de bewoners.  Private non-profit: lage geraamde onderfinanciering, dus iets ‘comfortabeler’ van positie. Kunnen en willen kennelijk ook meer personeel inzetten dan minimaal vereist.  Private for-profit: ondervinden de hoogste onderfinanciering, dus zouden meer bovennormpersoneel moeten inzetten om dezelfde zorg te kunnen bieden. Ze zetten minder bovennormpersoneel in dan wenselijk, maar in feite ligt dit niet zover af van dat van de private non-profit. Ze voldoen bovendien nog steeds ruimschoots aan de norm. 31

32 Uitdaging voor de Vlaamse overheid  De financiering van het normpersoneel is de jongste decennia binnen het RIZIV op een steeds hoger niveau gerealiseerd (reconversie ROB naar RVT, compensatie voor bovennormpersoneel)  Ten opzichte van de hoogste normen (Vlaamse erkenningsnorm of RVT-norm) zou nog ± 15% niet expliciet gefinancierd zijn.  Maar de financiering van het bovennormpersoneel tot maximum 9,74% van het normpersoneel kan dit verder compenseren; het optrekken met nog ± 5% zou iedereen op een gelijke voet kunnen zetten.  In werkelijkheid blijken tal van voorzieningen nog meer personeel in te zetten (+25% boven de minimale RIZIV-norm), vooral bij de openbare voorzieningen.  Het blijft een maatschappelijke beslissing of men deze ruimere tenlasteneming van de zorgkost ambieert; deze zet is ook aan de orde voor de verdere tenlasteneming van de overige kosten versus het aandeel dat ten laste valt van de bewoner.  Dit systeem zal dan verder evolueren in functie van de toenemende vergrijzing en dubbele vergrijzing. 32

33 Conclusies voor de beschikbare data  Een herijking van de personeelsnormen van alle zorgcategorieën is nodig  De financiële informatie op basis van de jaarrekening van zowel de private sector en de openbare sector kan worden verbeterd. –Veralgemeende uitgebreide jaarrekening –Uitklaring en harmonisatie en gebruik rekeningstelsel. –Terugkeer naar het gedetailleerd rekeningstelsel voor de openbare sector (Cfr. BBC)  De analyse van de beschikbare RIZIV-info van de instellingsfinanciering dringt zich op, ook in combinatie met de jaarrekeningen. 33

34 Contactgegevens  –016/ en 0475/  –016/


Download ppt "Meerjarenprogramma 3b. Financiering van de welzijnszorg in Vlaanderen: De financiering van de residentiële ouderenzorg. Het perspectief van de voorzieningen."

Verwante presentaties


Ads door Google