De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

Welbevinden van kinderen en jongeren in relatie tot hun vaardigheden en schools functioneren Ciska Pieters Vrijdag 8 januari 2016 Manama JGZ 1.

Verwante presentaties


Presentatie over: "Welbevinden van kinderen en jongeren in relatie tot hun vaardigheden en schools functioneren Ciska Pieters Vrijdag 8 januari 2016 Manama JGZ 1."— Transcript van de presentatie:

1 Welbevinden van kinderen en jongeren in relatie tot hun vaardigheden en schools functioneren Ciska Pieters Vrijdag 8 januari 2016 Manama JGZ 1

2 Deze namiddag Welbevinden Stoornislabels (emotionele, gedrags en/of ontwikkelingsstoornis) Label hoogbegaafdheid

3 Welbevinden wel·be·vin·den (het; o) het zich goed, tevreden voelen (Van Dale) wel·zijn (het; o) toestand dat je je goed voelt: bij leven en welzijn; welzijnsbeleid, welzijnszorg (Van Dale) “Health is a state of complete physical, mental and social well-being and not merely the absence of disease or infirmity”. (WHO, 1948) “Mental health is defined as a state of well-being in which every individual realizes his or her own potential, can cope with the normal stresses of life, can work productively and fruitfully, and is able to make a contribution to her or his community.” (WHO)

4 dimensie ‘illness’: ‘symptomen van mentale ziekte’ veel weinig  Aan- of afwezigheid van… … diagnose emotionele, gedrags- of ontwikkelingsstoornis … gedachten of uitspraken over zelfdoding (‘suïcidale expressie’) …  Ernst van signalen van… … emotionele problemen … gedragsproblemen … aandachts- en concentratieproblemen … problemen met leeftijdsgenoten … impact van problemen … Indicatoren mentale gezondheidstoestand Dimensioneel Categoriaal Welbevinden

5 5 n= n = 1891 ‘JOnG!6’ (°2002 ) ‘JOnG!12’ (°1996) Welbevinden in de studie

6 n=1500 questionnaires 6 12 n = 1891 Welbevinden in de studie

7 dimensie ‘illness’: ‘symptomen van mentale ziekte’ veel weinig  Strengths and Difficulties Questionnaire Subschalen Probleemschalen Emotionele Problemen (EP): 0-10 Gedragsproblemen (GP): 0-10 Hyperactiviteits-en concentratieproblemen (HCP) : 0-10 Problemen met Leeftijdsgenoten (PmL) (Prosociaal Gedrag) (Impact) Totale probleemschaal: 0-40 Gemiddelde Afkapwaarden (Britse normscores) 0-13: ‘normaal’ 14-16: ‘grensnormaal’ 17-40: ‘abnormaal’ Dimensioneel Welbevinden in de studie

8 Jongens: significant meer problemen met gedrag, hyperactiviteit, prosociaal gedrag, interactie met leeftijdsgenoten en ‘overall’ problemen met psychosociaal functioneren Meisjes: significant meer emotionele problemen 7-jarigen: significant meer problemen met gedrag, hyperactiviteit en ‘overall’ problemen met psychosociaal functioneren Significant minder emotionele problemen bij adolescente jongens Hogere groepsgemiddelden in UK, lager in USA Invloed van inkomen, werk, gezinssituatie C. Pieters_JGZ20158 Besluit SDQ Welbevinden in de studie

9 Deze namiddag Welbevinden Stoornislabels (emotionele, gedrags en/of ontwikkelingsstoornis) Label hoogbegaafdheid

10 dimensie ‘illness’: ‘symptomen van mentale ziekte’ veel weinig  Diagnose emotionele, gedrags- of ontwikkelingsstoornis = labeling  Categoriaal: ja/nee  Labeling:  categoriseren; universele intellectuele tendens (Asher, 2001)  reflecteert maatschappelijke nood (Winzer, 2008)  gevolgen:  duidelijkheid  Kind: zelfinzicht  Ouders: aanvaarding  Beleid: geschikte zorg en onderwijs  CAVE: overdiagnose  Omgeving: begrip  CAVE: stigmatisering  Perceptie  Wetenschappelijke inzichten  Lange termijnseffect ‘levenslang’ Stoornislabels

11 dimensie ‘illness’: ‘symptomen van mentale ziekte’ veel weinig  Diagnose emotionele, gedrags- of ontwikkelingsstoornis Stoornislabels in de studie Stoornislabels

12 12 Stoornislabels in de studie Stoornislabels

13 Verband tussen stoornislabel en SDQ (ouderbevraging t1, JOnG 6 en 12) 13 Referentiegroep = 0 (deelnemers zonder stoornis x ) B = gemiddeld verschil in score op de schaal totale problemen (0- 40) tussen deelnemers mét en zonders stoornis x *** Stoornislabels in de studie Stoornislabels

14 14 Stoornislabels in de studie

15 15 Stoornislabels in de studie

16 16

17 17 Stoornislabels in de studie

18 Oefening 18 Stoornislabels in de studie

19 Deze namiddag Welbevinden Stoornislabels (emotionele, gedrags en/of ontwikkelingsstoornis) Label hoogbegaafdheid

20 1.Wanneer spreken we van hoogbegaafdheid? 2.Belang van hoogbegaafdheid 3.Theorieën 4.Kenmerken/signalen 5.Hoogbegaafdheid als risicofactor voor welbevinden? 6.Aanpak op school en in CLB C. Pieters_JGZ2016 Label ‘hoogbegaafd’

21  Klinisch beeld  Geen aandoening  Zeer heterogene groep  Definitie  GEEN  Of veel…  afhankelijk van visie op intelligentie C. Pieters_JGZ Wanneer spreken we van hoogbegaafdheid?

22 Definitie intelligentie “Intelligence is the aggregate or global capacity of the individual to act purposefully, to think rationally and to deal effectively with the environment. It is global because it characterizes the individual’s behavior as a whole; it is aggregate because it is composed of elements or abilities which, though not entirely independent, are qualitatively differentiable” (Wechsler, 1939) 1. Wanneer spreken we van hoogbegaafdheid? C. Pieters_JGZ2016

23 ‘Global capacity’ : Algemene intelligentie (g) ‘normale’ verdeling 50 % genetisch 1. Wanneer spreken we van hoogbegaafdheid? C. Pieters_JGZ2016

24  IQ-score (Van Gerven, 2009)  ‘normaal’:  ‘begaafd’: ( >Pc90; top 10%)  ‘hoog begaafd’: ( >Pc97; top 3%)  ‘zeer hoog begaafd’: >145  ‘exceptioneel hoog begaafd’: >160  bedenkingen  drempelwaarde: +/- artificieel  betrouwbaarheidsinterval repecteren  evolutie van intelligentie  tijdens het leven  tussen generaties (Flynn-effect )  cultuur-fair ? Algemene intelligentie (g) en hoogbegaafdheid 1. Wanneer spreken we van hoogbegaafdheid? C. Pieters_JGZ2016

25 ‘Aggregate’= cognitieve vaardigheden C. Pieters_JGZ CHC-model intelligentie naar Magez et al, 2009,Caleidoscoop 2009 via www. prodiagnostiek.be  CHC-model  ‘cross-battery’ benadering 1. Wanneer spreken we van hoogbegaafdheid?

26  Cognitief ‘(Hoog)begaafd’  Kunstzinnig  Sportief ‘Getalenteerd’  … C. Pieters_JGZ2016 ‘ Academic giftedness’ ‘Schoolse begaafdheid’ ‘ Creatieve begaafdheid’ ‘Creatief-productieve begaafdheid’ ‘Gifted and talented’ 1. Wanneer spreken we van hoogbegaafdheid?

27  Pluymakers en Wijnekus (2007)  ‘Bij kinderen is begaafdheid iets dynamisch dat tot ontwikkeling kan worden gebracht en waarbij veel factoren, waaronder een hoge intelligentie een rol spelen’  ‘Een begaafde leerling is een leerling die zowel wat betreft intelligentie als schoolprestaties behoort tot de top van de leeftijdsgroep’  Criteria:  Hoge score op IQ-test (2SD, WISC 130)  Hoge schoolprestaties (10% toppresteerders)  ‘soft signs’ Ciska Pieters- Manama JGZ- januari Wanneer spreken we van hoogbegaafdheid? C. Pieters_JGZ201627

28 C. Pieters_JGZ2016  Individueel  Eén van de beste voorspellers van  Schoolresultaten  Studieloopbaan  Beroepssucces  Zelfontplooiing  Maatschappelijk:  Kenniseconomie  “Mental health is defined as a state of well-being in which every individual realizes his or her own potential, can cope with the normal stresses of life, can work productively and fruitfully, and is able to make a contribution to her or his community.” (WHO) 2. Belang van hoogbegaafdheid

29 Renzulli C. Pieters_JGZ2016 Mönks school peers gezin ‘Gifted child’ ‘Gifted education’ MOTIVATIE CREATIVITEIT BIJZONDERE INTELLIGENTIE BIJZONDERE INTELLIGENTIE MOTIVATIE CREATIVITEIT BIJZONDERE CAPACITEITEN BIJZONDERE CAPACITEITEN CREATIVITEIT MOTIVATIE BIJZONDERE CAPACITEITEN BIJZONDERE CAPACITEITEN 2.Theorieën en modellen

30 BEGAAFD- HEIDS- FACTOREN ‘Predictoren’ BEGAAFD- HEIDS- FACTOREN ‘Predictoren’ PRESTATIE- GEBIEDEN ‘Criteria’ PRESTATIE- GEBIEDEN ‘Criteria’ Intellectuele capaciteiten Muzikaliteit Creativiteit Sociale competentie Psychomotore vaardigheden WISKUNDE NATUUR- WETENSCHAPPEN TECHNIEK ABSTRACT DENKEN KUNST TAAL SPORT SOCIALE VAARDIGHEDEN PERSOON- LIJKHEIDS- FACTOREN ‘Moderatoren’ PERSOON- LIJKHEIDS- FACTOREN ‘Moderatoren’ OMGEVINGS- FACTOREN ‘ Moderatoren’ OMGEVINGS- FACTOREN ‘ Moderatoren’ Prestatie- motivatie Leerstrategie Stressgevoeligheid Regulatie- vaardigheden Zelfvertrouwen/ faalangst Zelfvertrouwen/ faalangst Gezinssituatie Schoolklimaat Kritische levenservaringen Hoogbegaafdheidmodel van Heller, 2000 C. Pieters_JGZ Theorieën en modellen

31 ENVIRONMENTAL (E) MILIEU (EM) INDIVIDUALS (EI) PROVISIONS (EP) ENVIRONMENTAL (E) MILIEU (EM) INDIVIDUALS (EI) PROVISIONS (EP) NATURAL ABILITIES ‘gifts’ (G) = top 10% _________________________ INTELLECTUAL (GI) CREATIVE (GC) SOCIAL (GS) PERCEPTUAL (GP) MUSCULAR (GM) MOTOR CONTROL (GR) NATURAL ABILITIES ‘gifts’ (G) = top 10% _________________________ INTELLECTUAL (GI) CREATIVE (GC) SOCIAL (GS) PERCEPTUAL (GP) MUSCULAR (GM) MOTOR CONTROL (GR) COMPETENCIES TALENTS (T) = top 10% ________________________ ACADEMIC (TC) TECHNICAL (TT) SCIENCE & TECHNOLOGY (TI) ARTS (TA) SOCIAL SERVICE (TP) ADMINISTRATION/ SALES (TM) BUSINESS OPERATIONS (TB) GAMES (TG) SPORTS & ATHLETICS (TS) COMPETENCIES TALENTS (T) = top 10% ________________________ ACADEMIC (TC) TECHNICAL (TT) SCIENCE & TECHNOLOGY (TI) ARTS (TA) SOCIAL SERVICE (TP) ADMINISTRATION/ SALES (TM) BUSINESS OPERATIONS (TB) GAMES (TG) SPORTS & ATHLETICS (TS) DEVELOPMENTAL PROCESS (D) ACTIVITIES (DA) PROGRESS (DP) INVESTMENT (DI) DEVELOPMENTAL PROCESS (D) ACTIVITIES (DA) PROGRESS (DP) INVESTMENT (DI) INTRAPERSONAL (I) PHYSICAL (IF) MENTAL (IP) AWARENESS (IW) MOTIVATION (IM) VOLITION (IV) INTRAPERSONAL (I) PHYSICAL (IF) MENTAL (IP) AWARENESS (IW) MOTIVATION (IM) VOLITION (IV) CATALYSTS CHANCE (C) MENTAL PHYSICAL C E S A I R Differentiated Model of Giftedness and Talent, Gagné, Theorieën en modellen C. Pieters_JGZ2015

32  Brein C. Pieters_JGZ Kenmerken

33  Brein C. Pieters_JGZ Kenmerken

34  Cognitief  Ontwikkelingsvoorsprong  Specifieke denk- en leerprocessen  ‘Soft signs’  Gevolgen voor school  Niet-cognitief C. Pieters_JGZ Kenmerken

35  Cognitief  Ontwikkelingsvoorsprong  taal  abstract redeneren  interesse  morele ontwikkeling C. Pieters_JGZ Kenmerken

36  Cognitief  Specifieke denk- en leerprocessen  sterk geheugen  ‘the simple is complex, the complex is simple’  nood aan precisie  sterke verbeelding  nood aan integreren informatie  in onderliggende theorieën  niet-lineair  ‘onderdompelend’  hoge aandachtscapaciteit C. Pieters_JGZ Kenmerken

37  Cognitief  ‘Soft signs’ = vaak vastgestelde, maar moeilijk meetbare tekenen van cognitieve voorsprong  snelle informatieverwerking  hoog werk- en leertempo  flexibele aanpak problemen  groot kennisbestand  weinig instructie nodig (niet altijd: faalangst)  leergierig en enthousiast voor moeilijke taken C. Pieters_JGZ verveling 3. Kenmerken

38  Gevolgen voor school  presteren vaak minder goed bij:  te makkelijke taken  te sturende instructies  passen leerstijl aan aan moeilijkheidsgraad  geringe noodzaak aan herhaling  ! Voorspellers van succes op school: » Gedrevenheid en plezier bij taken » Acceptatie door anderen » Gezinsklimaat » Niet: resultaat zelf C. Pieters_JGZ Kenmerken

39  Niet- cognitief  Verschillende visies  uit klinische ervaring:  rechtvaardigheidsgevoel  emotionele intensiteit  hypergevoeligheid  perfectionisme  Ouders:  ‘doorgaans heel energiek’  ‘vaak ongeduldig’  ‘hekel aan herhaling’  ‘zeer kritisch’  ‘afkerig van conventies en regels’  ‘sterk intrinsiek gedreven’  ‘vaak overenthousiast over favoriete onderwerp’ C. Pieters_JGZ Kenmerken

40 4. Intelligentie een risicofactor voor welbevinden?  Vlaamse studie JOnG!Talent  kinderen en jongeren met label hoogbegaafdheid  meer stoornissen (vb. ADHD) ‘TWICE EXCEPTIONAL’ (dual/multiple labeling)  meer problemen met psychosociaal functioneren  meer suïcidale expressie (‘ik wil dood zijn’)  let op: diverse redenen  verder wetenschappelijk onderzoek nodig  ouders meer  zorgen over kind  behoefte aan hulp voor kind  hulpgebruik voor kind  hoog totaal IQ:  niet dezelfde effecten!  NIET meer problemen met psychosociaal functioneren  NIET meer ouderlijke zorgen C. Pieters_JGZ201640

41 Besluit C. Pieters_JGZ  Sommige kenmerken van intellectuele begaafdheid bij Vlaamse kinderen en jongeren … …verband met mental illness …verband met zorgen, behoefte aan hulp en hulpgebruik  …maar afhankelijk van –definiëring van intellectuele begaafdheid (label HB vs.hoog TIQ) –ontwikkelingsfase (kind vs adolescent) –informant (ouders vs. Jongere)  …dus belang van –multidimensionele benadering van intellectuele begaafdheid –multidimensionele benadering van welbevinden bij begaafde kinderen en jongeren –en aandacht voor:  problematiek van dubbele diagnoses (twice exceptionality/ dual (multiple) labeling / overdiagnose/misdiagnose)  effecten van labelen (fixed mindset)  zorgen van ouders

42 4. Aanpak op school en in CLB

43   Prodia: werkgroep Protocollering en Diagnostiek vertegenwoordigers CLB en Onderwijs doel: diagnostisch protocol binnen zorgcontext op school ‘Protocol bij vermoeden van hoogbegaafdheid’: november 2012 Update voorzien  Belang: Begripsafbakening (model,operationalisering, IQ-score) Handelingsgericht werken (HGW) C. Pieters_JGZ2015

44 4. Aanpak op school en in CLB C. Pieters_JGZ2015

45 4. Aanpak op school en in CLB  Wanneer? Altijd!  Wie? Iedere school!  Wat? zorgbeleid rond begaafdheid uitstippelen en organiseren leerkrachtenteam vorming geven over begaafdheid onthaalbeleid nieuwe leerlingen zorg op klasniveau opvolging alle leerlingen: leerlingendossier!! communicatie met ouders C. Pieters_JGZ2016

46 4. Aanpak op school en in CLB  Wanneer? te grote leervoorsprong taal/rekenen onder verwachtingen zorgwekkende signalen C. Pieters_JGZ2016

47 4. Aanpak op school en in CLB Wanneer? vermoeden ontwikkelingsvoorsprong of hoogbegaafdheid onderpresteren onduidelijkheid over vermoeden OV/HB twijfel over andere problemen vb. ASS, ADHD kansengroepen vb. anderstalige hoogbegaafden school wenst bevestiging OV/HB voor aanpak C. Pieters_JGZ2016

48  Compacting: weglaten leerstof  Verrijking  binnen gewone klas/ in niveaugroepen/ aparte klas  verdieping/ verbreding: Aanvulling op het reguliere aanbod  Versnelling  Bij erg grote didactische voorsprong  Versnellingswenselijkheidslijst  Versnelling alleen is meestal niet voldoende!!  Verschillende manieren  Leerstof uit hogere jaren  Twee leerstofjaren in één schooljaar  Radicale versnelling = ‘jaartje overslaan’ Intermezzo : Interventies op school C. Pieters_JGZ2015

49  Versnelling  Verenigde Staten: Study of Mathematically Precocious Youth  Park, G., Lubinski, D., & Benbow, C. P. (under review). When Less is More: Effects of Grade Skipping on Adult STEM Accomplishments among Mathematically Precocious Adolescents.  Park et al. (2008). Psychological Science, 19, ; Park, et al. (2007). Psychological Science, 18, ;  Ferriman-Robertson, K., Smeets, S., Lubinski, D., & Benbow, C. P. (2010). Current Directions in Psychological Science, 19,  Nederland Intermezzo : Interventies op school C. Pieters_JGZ2015

50  Versnelling  Nederland Intermezzo : Interventies op school C. Pieters_JGZ2016

51 Ciska. C. Pieters_JGZ2016 Meer weten?


Download ppt "Welbevinden van kinderen en jongeren in relatie tot hun vaardigheden en schools functioneren Ciska Pieters Vrijdag 8 januari 2016 Manama JGZ 1."

Verwante presentaties


Ads door Google