De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

Onderzoeksvaardigheden Module schoolleidersopleiding.

Verwante presentaties


Presentatie over: "Onderzoeksvaardigheden Module schoolleidersopleiding."— Transcript van de presentatie:

1 Onderzoeksvaardigheden Module schoolleidersopleiding

2 Planning 1. Onderzoek doen bij Via Vinci Academy 2. Mini-onderzoek 3. Onderzoek doen: 3.1 Probleemanalyse / probleemstelling / deelvragen 3.2 Literatuur zoeken 3.3 Betrouwbaar en valide onderzoek 3.4 Methoden - Pauze

3 1. Leerdoelen Aan het einde van de lesdag:  Weet je wat er gedurende de opleiding van je verwacht wordt met betrekking tot onderzoek.  Ben je bekend met de basisprincipes van (wetenschappelijk) onderzoek  Ben je in staat om een goede probleemstelling te formuleren  Heb je geoefend met methoden van onderzoek

4

5 1. Werkvorm  Bekijk de opdracht van leergang 1 en bijbehorende moduleopdrachten op de ELO  Tip: handleiding voor het schrijven van een onderzoeksverslag

6 Wat we niet gaan doen

7 Wat we wel gaan doen

8 2. Mini-onderzoek  Ga naar govote.at

9 3. Onderzoeksfasen

10 3. Ontwerpen van onderzoek  Subfasen:  Oriënteren  van idee naar onderwerp  Omschrijven  het maken van een probleemomschrijving: een probleemstelling en doelstelling  Vaststellen  welke methode ga je gebruiken om je gegevens te verzamelen?  Plannen  maak een realistische planning

11 3.1 Probleemomschrijving  Bestaat uit:  Probleemstelling: de centrale vraagstelling voor je onderzoek, dat wil zeggen de hoofdvraag  Doelstelling: wat wil je met de resultaten bereiken

12 3.1 Probleemanalyse 6W-formule 1.Wat is het probleem? 2.Wie heeft het probleem? 3.Wanneer is het probleem ontstaan? 4.Waarom is het een probleem? 5.Waar doet het probleem zich voor? 6.Wat is de aanleiding?

13 3.1 Werkvorm  Kies als groep een probleem dat binnen één van de leergangthema’s past (indien mogelijk: kies een probleem dat speelt op de werkplek)  L1: Toekomstbestendige organisatie  L2: Waarde-vol onderwijs  L3: De school als professionele leergemeenschap  Voer de probleemanalyse middels de 6W formule uit Eventueel:  Zoek naar een goede probleemstelling  Kom tot één gezamenlijke probleemstelling per groep

14 3.1 Hoe luidt een goede probleemstelling?  Een probleemstelling is een vraag!  Naar:  Gedrag, motieven, feiten, meningen  Beschrijving, diagnose, evaluatie of effect  De vraag  Gaat over een bepaalde periode  Bevat alle belangrijke begrippen  Een probleemstelling kan worden uitgesplitst in:  Deelvragen

15 3.1 Deelvragen formuleren  Doel: uitsplitsen van je probleemstelling in afgebakende deelvragen  Enkele aspecten van de probleemstelling nader onderzoeken  Tip bij het formuleren van deelvragen:  Maak een boomdiagram:  Zie fig. 3.2 (p.86) uit boek Nel Verhoeven  De begrippen uit de probleemstelling opsplitsen  Aan elkaar gerelateerde begrippen bij elkaar plaatsen  Stapsgewijs uitwerken aan de hand van vragen

16 3.1 Vraagtypen  Beschrijven  Wat is ….  Definiëren  Welke kenmerken…  Verklaren  Hoe komt het dat…  Voorspellen  Welke ontwikkelingen…  Vergelijken  Welke samenhang…  Evalueren  In welke mate waarderen…  Voorschrijven  Welke suggesties…  Ontwikkelingen volgen  Welke trends…

17 3.1 Werkvorm  Kies als groep een probleem dat binnen één van de leergangthema’s past (indien mogelijk: kies een probleem dat speelt op de werkplek)  L1: Toekomstbestendige organisatie  L2: Waarde-vol onderwijs  L3: De school als professionele leergemeenschap  Voer de probleemanalyse middels de 6W formule uit  Zoek naar een goede probleemstelling  Kom tot één gezamenlijke probleemstelling per groep

18 3.1 Kwaliteitscriteria  Houding van de onderzoeker:  Onafhankelijkheid  Openheid  Toetsbaarheid van uitspraken: weerlegbaar, eenduidig en openbaar  Generaliseerbaarheid:  Geldig verklaren voor de groep waarover je uitspraken doet  Hoog informatiegehalte en specifiek onderwerp  Praktisch toepasbaar:  Efficientie  Bruikbaarheid

19 3.2 Informatie zoeken: Zes regels voor het zoeken naar informatie / theorie: 1.Definieer de zoekopdracht  zoekvraag 2.Kies een zoekstrategie 3.Bepaal waar je gaat zoeken 4.Bestudeer de informatie en selecteer wat je nodig hebt 5.Organiseer de informatie 6.Evalueer het resultaat

20 3.2 Informatie zoeken: internet Enkele zoekregels op internet: 1.Maak de zoekopdracht specifiek: aanhalingstekens gebruiken geavanceerde zoekmogelijkheden gebruiken ‘incomplete zin’ 2.Alleen zoeken naar woorden in de titelpagina?  gebruik ‘allintitle:’ 3.Welk document type zoek je?  gebruik ‘filetype:’ 4.Treffers in verschillende talen gezocht?  gebruik een asterisk, bv. Lond*n.

21 3.2 Werkvorm  Kies één probleemstelling  Zoek hierbij naar theorie die betrekking heeft op de belangrijkste begrippen van de probleemstelling Zoek op via internet.

22 3.2 Modellen en verwachtingen  Formuleer verwachtingen over de uitkomst: hypothesen (toetsbare uitspraken):

23 3.2 Modellen correlatie ≠ causaal verband

24

25 Correlatie ≠ Causaal verband  Je kan het zelfs heel geloofwaardig laten overkomen: “Dietary flavonoids, abundant in plant-based foods, have been shown to improve cognitive function…A subclass of flavonoids called flavanols, which are widely present in cocoa, green tea, red wine, and some fruits, seems to be effective in slowing down or even reversing the reductions in cognitive performance that occur with aging…the total number of Nobel laureates per capita could serve as a surrogate end point reflecting the proportion with superior cognitive function and thereby give us some measure of the overall cognitive function of a given country.” (New England Journal, in Basu, 2012)

26 3.2 Een logboek aanmaken  Functie: informatie ordenen wat betreft:  inhoud van je onderzoek  proces  Doel: bijhouden van de ontwikkelingen om later op gemaakte keuzes te kunnen terugblikken  Format: van schrift tot blog!

27 3.3 Uitgangspunten  Kwantitatief onderzoek:  cijfermatige informatie  statistische analyses  onderzoeker neemt afstand  meestal gericht op toetsing van hypothesen  Kwalitatief onderzoek  niet/nauwelijks cijfermatig  belang van de betekenis die de onderzochte aan de situatie geeft  onderzoek doen ‘in het veld’

28 3.3 Uitgangspunten - Combinatie van verschillende vormen van onderzoek: triangulatie  Verhoogt de validiteit (geldigheid) van je resultaten  Verhoogt de betrouwbaarheid van je resultaten

29 3.3 Verklaren  Kwalitatief onderzoek heeft over het algemeen een hogere validiteit, maar een lagere betrouwbaarheid dan kwantitatief onderzoek.  Is een betrouwbaar onderzoek altijd valide?  Is een valide onderzoek altijd betrouwbaar?

30 4. Methoden -Interview / focusgroep -Vragenlijst, open / gesloten vragen -Documentanalyse -Klankbordgroep -Observaties -Registraties

31 4. Werkvorm  Neem een probleemstelling en/of deelvraag  Denk na welk type onderzoek daarbij zou passen  Kwalitatief en/of kwantitatief  Welke methode kun je inzetten?  Interview/ focusgroep  Vragenlijst, open / gesloten vragen  Documentanalyse (evt. i.c.m. expert feedback)  Klankbordgroep  Observaties  Registraties

32 4. Van vraag naar methode  Type vraag beïnvloedt methodologie  Verschillende deelvragen, vaak verschillende methodes  Indien mogelijk bestaande vragenlijst!

33 4. Interview in 7 fasen (Kvale, 1996)  Thematiseren  Ontwerpen  Interviewen  Uitschrijven  Analyseren  Verifiëren  Rapporteren Je hoeft niet elke fase even uitgebreid uit te voeren, maar denk vooral na over de verschillende fases. Start niet blindelings met interviewen, maar denk vooruit.

34 4. Werkvorm  Stel in groepsverband een aantal interview- of vragenlijstvragen op. Denk hierbij na over:  Hoe leid je je interview/vragenlijst in?  Soort vraag (open/gesloten)  Indien open: welk vragend voornaamwoord/bijwoord  Moeilijkheid van de vraag  Interpretatiemogelijkheden  Suggestief of neutraal  Volgorde van de vragen

35 4 Werkvorm  Ga het interview in tweetallen oefenen.  Natuurlijk weet je als geïnterviewde niet altijd het antwoord. Fingeer het antwoord dan. Leef je in de rol in.  Geef elkaar feedback  Wissel na 10 minuten van rol

36 4. Interview in 7 fasen (Kvale, 1996)  Thematiseren  Ontwerpen  Interviewen  Uitschrijven  Analyseren  Verifiëren  Rapporteren

37 4. Werkvorm  Neem even de tijd om de data te bekijken.  Overleg in twee- of drietallen:  Wat vinden jullie van de interviewvragen?  Wat was de probleemstelling?  Hoe kan je interviewdata analyseren?  Wat neem je hieruit mee voor jouw onderzoeksopzet?  Let op! Dit was dus een slecht voorbeeld waarvan je kan leren, doe het zelf beter!

38 Onderzoeksverslag  Gebruik het format! Grotendeels overeenkomstig met ‘Wat is onderzoek?’ van Nel Verhoeven.  Titelblad  Samenvatting  Inhoudsopgave  Inleiding (inclusief theoretische ondersteuning)  Methode  Resultaten  Conclusie en aanbevelingen  Literatuurlijst  Bijlagen

39 Afsluiting en evaluatie  Bedankt voor de aandacht  Vragen?  Module-evaluaties


Download ppt "Onderzoeksvaardigheden Module schoolleidersopleiding."

Verwante presentaties


Ads door Google