De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

Sessie 2 Elisa Vandenbussche Mentorenvorming D1. 1.Terugblik snuffelweek en opstart. 2.Inhoudelijke informatie over de opleidingsonderdelen 3.Coach bij.

Verwante presentaties


Presentatie over: "Sessie 2 Elisa Vandenbussche Mentorenvorming D1. 1.Terugblik snuffelweek en opstart. 2.Inhoudelijke informatie over de opleidingsonderdelen 3.Coach bij."— Transcript van de presentatie:

1 Sessie 2 Elisa Vandenbussche Mentorenvorming D1

2 1.Terugblik snuffelweek en opstart. 2.Inhoudelijke informatie over de opleidingsonderdelen 3.Coach bij de praktijkopdrachten en beoordelingstaken 4.Competenties student en mentor ifv het begeleidingsgesprek Inhoud

3 Rondje:  Verloop snuffelweek?  Opstart?  Vragen Terugblik

4 1. Inhoudelijke informatie over de opleidingsonderdelen 4 Samenwerken met gezin en netwerken Interdisciplinair afstemmen en ondersteunen Omgaan met Specifieke Onderwijs behoeften Handelingsgericht omgaan met verschillen gewoon onderwijs Werken in team Coachen en coördineren van zorg buitengewoon onderwijs Leerzorg- trajecten realiseren gewoon onderwijs Handelingsgericht omgaan met verschillen buitengewoon onderwijs Van handelingsplanning tot handelingsplan Planmatig zorg ontwikkelen Werken volgens plan Banaba in het onderwijs: buitengewoon onderwijs zorgverbreding en remediërend leren Legende bij de versie in kleur Opleidingsonderdelen specifiek voor Buitengewoon onderwijs staan in blauw, Opleidingsonderdelen specifiek voor Zorgverbreding en remediërend leren staan in geel, Gezamenlijke opleidingsonderdelen staan in groen en oranje. Reflectief ervaringsleren Professioneel Zelfverstaan

5 opleidingsonderdeelSP*semester 1semester 2 Omgaan met specifieke onderwijsbehoeften (OSOB)5BUOD Werken volgens plan4BUOD Werken in team4BUOD Handelingsgericht omgaan met verschillen in het buitengewoon onderwijs 10BUOD Interdisciplinair afstemmen en ondersteunen6 BUOD Reflectief ervaringsleren3BUOD Professioneel Zelfverstaan7 BUOD Samenwerken met gezin en netwerken7BUOD Van handelingsplanning tot handelingsplan7BUOD Leerzorgtrajecten realiseren buitengewoon onderwijs7BUOD JAARPLANNING

6 Inhoudelijke informatie over de opleidingsonderdelen uit het eerste semester  Omgaan met specifieke onderwijsbehoeften (OSOB)  Werken volgens plan (WVP)  Werken in team (WIT)  Reflectief ervaringsleren (RE)  Interdisciplinair afstemmen en ondersteunen (IAO)  Van handelingsplanning tot handelingsplan (VHTH)  Handelingsgericht omgaan met verschillen (HOV)

7  Doelstellingen? -Kijken naar kinderen met SOB -Inspelen op de noden van de kinderen van SOB  Organisatie? -Drie interactieve hoorcolleges -Gastsprekers -Praktijkopdrachten en beoordelingstaak Omgaan met specifieke onderwijsbehoeften

8  Samenwerken met kinderen en jongeren. De bachelor kan samenwerken met kinderen en jongeren met specifieke onderwijsbehoeften bij hun opvoeding, onderwijs en begeleiding.  Positief en deskundig omgaan. De bachelor kan positief en deskundig omgaan met elke vorm van diversiteit en achterstelling. component  Signaleren en bestrijden. De bachelor is in staat achterstelling en uitsluiting te signaleren en hefbomen te hanteren om onderwijsachterstanden te bestrijden. component  Differentiëren. De bachelor is bekwaam om leerinhouden, opdrachten, methodieken, werkvormen, leermiddelen, observatie- en evaluatiewijzen te differentiëren op maat van de specifieke onderwijsbehoeften van elke leerling. component  Krachtige leeromgeving en positief leefklimaat. De bachelor kan een krachtige leeromgeving en een positief leefklimaat creëren op maat van elke leerling met specifieke onderwijsbehoeften. Eindcompetenties osob.

9  Hoe? Groepswerk- casuswerk.  hoorcolleges: GON-ION + CLB  bijeenkomsten in groepen (zelfstandig en met coaching door een tutor)  Doelstellingen?  Kennis van het brede werkveld van het (buitengewoon) onderwijs + standpunten kunnen innemen en motiveren  In groep samenwerken: afstemmen op elkaar en elkaar ondersteunen Interdisciplinair afstemmen en ondersteunen (IAO)

10  Coherente visie op zorg en zorgbeleid. De bachelor is in staat innoverende ideeën aan te brengen en mee plannen te ontwikkelen ter ondersteuning van een coherente visie op zorg, zorgbeleid en een brede schoolontwikkeling in functie van specifieke onderwijsbehoeften.  Samenwerken in een brede maatschappelijke en multidisciplinaire context. De bachelor kan samenwerken in een brede maatschappelijke en multidisciplinaire context in functie van de opvoeding, het onderwijs en de begeleiding van leerlingen met specifieke onderwijsbehoeften.  Klimaat en overlegstructuur creëren. De bachelor kan een klimaat en overlegstructuur creëren waarin men openstaat voor en leert omgaan met verschillen.  Inspelen op maatschappelijke en culturele ontwikkelingen. De bachelor kan de diverse zorginitiatieven op schoolniveau coördineren en een netwerk vormen met externe partners en zodoende inspelen op maatschappelijke en culturele ontwikkelingen. Eindcompetenties IAO

11  Hoe?  3 inhouden: planinstrumenten in het onderwijs, burgerschapsmodel, uitgangspunten HandelingsGerichtWerken.  Theoretische sessies in een hoorcollege en in zelfstudie + werksessies. Differentiatie voor studenten met voorkennis en ervaring.  Doelstellingen?  Kennis van deze instrumenten + kunnen toepassen in de praktijk Werken volgens plan

12  In beeld brengen. De bachelor brengt de leerling en zijn specifieke onderwijsbehoeften planmatig in beeld.  Doelen bepalen. De bachelor vertaalt specifieke onderwijsbehoeften naar concrete doelen.  Handelingsplanning uitvoeren. De bachelor voert systematisch handelingsplanning uit.  Planmatig werken evalueren. De bachelor evalueert het planmatig werken. Eindcompetenties werken volgens Plan.

13  Start 2 december 2015  Hoe? werksessies  Doelstellingen?  Omgaan met verschillen tijdens overlegstructuren op school Praktijkopdrachten uitvoeren waarvoor je jouw collega's zal moeten aanspreken Werken in team

14  Klimaat en overlegstructuur creëren. De bachelor kan een klimaat en overlegstructuur creëren waarin men openstaat voor en leert omgaan met verschillen.  Coherente visie op zorg en zorgbeleid. De bachelor is in staat innoverende ideeën aan te brengen en mee plannen te ontwikkelen ter ondersteuning van een coherente visie op zorg, zorgbeleid en een brede schoolontwikkeling in functie van specifieke onderwijsbehoeften. Eindcompetenties Werken in team.

15  Hoe? per supervisiesessie + supervisor. Adhv een werkverslag.  Doelstellingen?  Verdiepen van reflectievaardigheden adhv ervaringen uit de praktijk Reflectief Ervaringsleren

16  Leren uit eigen en andermans ervaring. De bachelor is in staat te leren uit eigen en andermans ervaring m.b.t. de aanpak van specifieke onderwijsbehoeften.  Kritisch reflecteren. De bachelor kan kritisch reflecteren over het eigen professioneel functioneren en ontwikkelt het zelfsturend vermogen bij de aanpak van specifieke onderwijsbehoeften. Eindcompetenties RE

17  Hoe?  Oktober/ November: start olod  Jan/feb: praktijkaanvulling  Februari: good practices  Maart/ april: Good practices keuzes werksessies, 5 woensdagavonden rond één SOB of orthodidactiek  Doelstellingen?  Leren omgaan met verschillen  Inspelen op alle SOB Handelingsgericht omgaan met verschillen (HOV)

18  Samenwerken in een brede maatschappelijke en multidisciplinaire context. De bachelor kan samenwerken in een brede maatschappelijke en multidisciplinaire context in functie van de opvoeding, het onderwijs en de begeleiding van leerlingen met specifieke onderwijsbehoeften. component  In beeld brengen. De bachelor brengt de leerling en zijn specifieke onderwijsbehoeften planmatig in beeld.  Signaleren en bestrijden. De bachelor is in staat achterstelling en uitsluiting te signaleren en hefbomen te hanteren om onderwijsachterstanden te bestrijden.  Positief en deskundig omgaan. De bachelor kan positief en deskundig omgaan met elke vorm van diversiteit en achterstelling.  Differentiëren. De bachelor is bekwaam om leerinhouden, opdrachten, methodieken, werkvormen, leermiddelen, observatie- en evaluatiewijzen te differentiëren op maat van de specifieke onderwijsbehoeften van elke leerling.  Krachtige leeromgeving en positief leefklimaat. De bachelor kan een krachtige leeromgeving en een positief leefklimaat creëren op maat van elke leerling met specifieke onderwijsbehoeften Eindcompetenties HOV

19  Hoe? Werksessies door lesgevers in het werkveld  Doelstellingen?  Individueel handelingsplan opstellen aan de hand van de 5 fasen van HandelingsPlanning + linken met GroepsWerkPlan en SchoolWerkPlan.  Uitgangspunten HandelingsGerichtWerken integreren in de dagdagelijkse werking. Van Handelingsplanning tot Handelingsplan (VHTH)

20  In beeld brengen. De bachelor brengt de leerling en zijn specifieke onderwijsbehoeften planmatig in beeld.  Samenwerken met gezinnen. De bachelor is in staat samen te werken met gezinnen en alle betrokkenen bij de opvoeding, het onderwijs en de begeleiding van leerlingen met specifieke onderwijsbehoeften.  Doelen bepalen. De bachelor vertaalt specifieke onderwijsbehoeften naar concrete doelen.  Handelingsplanning uitvoeren. De bachelor voert systematisch handelingsplanning uit.  Planmatig werken evalueren. De bachelor evalueert het planmatig werken. Eindcompetenties VHTH

21  = bachelorproef  2 de semester -> intro op 25 november 2015  Praktijkrealisatie voor 1 leerling, groep leerlingen of de klas  Integratie van de 5 competentievelden  Coaching door mentor en door een coach op Arteveldehogeschool. Leerzorgtrajecten realiseren (LR)

22  In beeld brengen. De bachelor brengt de leerling en zijn specifieke onderwijsbehoeften planmatig in beeld.  Krachtige leeromgeving en positief leefklimaat. De bachelor kan een krachtige leeromgeving en een positief leefklimaat creëren op maat van elke leerling met specifieke onderwijsbehoeften.  Leren uit eigen en andermans ervaring. De bachelor is in staat te leren uit eigen en andermans ervaring m.b.t. de aanpak van specifieke onderwijsbehoeften.  Kritisch reflecteren. De bachelor kan kritisch reflecteren over het eigen professioneel functioneren en ontwikkelt het zelfsturend vermogen bij de aanpak van specifieke onderwijsbehoeften.  Differentiëren. De bachelor is bekwaam om leerinhouden, opdrachten, methodieken, werkvormen, leermiddelen, observatie- en evaluatiewijzen te differentiëren op maat van de specifieke onderwijsbehoeften van elke leerling.  Samenwerken in een brede maatschappelijke en multidisciplinaire context. De bachelor kan samenwerken in een brede maatschappelijke en multidisciplinaire context in functie van de opvoeding, het onderwijs en de begeleiding van leerlingen met specifieke onderwijsbehoeften.  Samenwerken met gezinnen. De bachelor is in staat samen te werken met gezinnen en alle betrokkenen bij de opvoeding, het onderwijs en de begeleiding van leerlingen met specifieke onderwijsbehoeften.  Coherente visie op zorg en zorgbeleid. De bachelor is in staat innoverende ideeën aan te brengen en mee plannen te ontwikkelen ter ondersteuning van een coherente visie op zorg, zorgbeleid en een brede schoolontwikkeling in functie van specifieke onderwijsbehoeften.  Signaleren en bestrijden. De bachelor is in staat achterstelling en uitsluiting te signaleren en hefbomen te hanteren om onderwijsachterstanden te bestrijden.  Positief en deskundig omgaan. De bachelor kan positief en deskundig omgaan met elke vorm van diversiteit en achterstelling.  Samenwerken met kinderen en jongeren. De bachelor kan samenwerken met kinderen en jongeren met specifieke onderwijsbehoeften bij hun opvoeding, onderwijs en begeleiding.  Klimaat en overlegstructuur creëren. De bachelor kan een klimaat en overlegstructuur creëren waarin men openstaat voor en leert omgaan met verschillen.  Planmatig werken evalueren. De bachelor evalueert het planmatig werken.  Handelingsplanning uitvoeren. De bachelor voert systematisch handelingsplanning uit.  Doelen bepalen. De bachelor vertaalt specifieke onderwijsbehoeften naar concrete doelen. Eindcompetenties LR

23 Oefening OSOB. -Bekijk alle competenties van dit OLOD -Selecteer één competentie (kennis en attitude) en geef aan hoe jij je student kan ondersteunen om te groeien in deze competentie.

24 Kennis:  het leerzorgkader als model voor een continuüm van zorg in het onderwijs;  de concepten inclusie en inclusief onderwijs als visie;  actuele regelgeving, organisatie en structuren van gewoon, buitengewoon, geïntegreerd en inclusief onderwijs en gerelateerde sectoren (welzijn, gezondheidszorg, …).  modellen voor zorgverbreding op kind-, klas- en schoolniveau.  sociale achterstelling en uitsluiting tegen de achtergrond van mensenrechten, kinderrechten, gelijke onderwijskansen, de ontwikkelingsdoelen en eindtermen  de impact van specifieke onderwijsbehoeften op de onderwijsaanpak  het perspectief van waaruit kinderen en jongeren functioneren binnen gezinnen en de maatschappelijke context van o.a. generatiearmoede en sociale achterstelling;  de ontwikkeling van de leerling met specifieke onderwijsbehoeften, de gezinscultuur en jongerencultuur.  de diversiteit als realiteit op school. OEFENING ; OSOB

25 Attitudes:  gericht zijn op de acceptatie van maatschappelijke diversiteit  gericht zijn op de waarden van verdraagzaamheid, waardering en respect voor elke persoon  gericht zijn op een gelijkwaardige benadering van elke leerling;  gericht zijn op gelijkwaardige benadering van alle betrokkenen;  empathie in de leefwereld van diverse groepen in de samenleving;  gericht zijn om te werken in functie van de rechten van het kind; OEFENING ; OSOB

26  Wat zijn:  Praktijkopdrachten  Beoordelingstaken  Rol van coach:  Lezen ≠ nalezen  Objectieve informatie  Ondersteunen 3. Coach bij de praktijkopdrachten en beoordelingstaken

27 Oefening opdrachten IAO. -Bekijk de competenties en de beoordelingstaak om zicht te krijgen op de doelstellingen van dit OLOD en geef aan hoe jij de student hierin coacht. -Wat kan je concreet doen? Heb je al gedaan?

28 Kennis:  verschillende werkvelden, voorzieningen en organisaties in en buiten het onderwijs werkzaam in functie van kinderen met specifieke onderwijsbehoeften, kansarme en allochtone kinderen;  de sociale kaart, het onderwijslandschap, netwerken van integrale jeugdhulp, enz.;  groepsdynamica en –processen, diverse overleg- en vergadervormen en hun toepassing binnen het gezin, schoolteam en in bredere teams met externen.  de verschillende ondersteuningsfuncties binnen een brede schoolcontext.  modellen van zorgcoördinatie op school;  collegiale consultatie, coaching, subjectieve onderwijstheorieën en groepsprocessen (taakgerichte kennis). Oefening; IAO

29 Vaardigheden:  afstemmen van alle verschillende interventies op elkaar  kunnen samenwerken in een werkkader met een duidelijke taakverdeling en eigen verantwoordelijkheden voor elke discipline;  in samenwerking met partners projecten kunnen uitwerken in functie van zorg op school in het kader van leerlingenzorg, kansarmoedebeleid, taalbeleid, onderwijsopbouwwerk, enz.  coachen van collega’s;  doelgericht kunnen omgaan met weerstand tegen verandering;  overlegkanalen kunnen opzetten en ondersteunen;  doelgerichte interacties kunnen creëren en stimuleren;  zorgtaken in kaart kunnen brengen, omschrijven, afgrenzen en delegeren.  correcte vraagstelling formuleren Oefening; IAO

30 Attitudes:  gericht zijn op afstemming van interventies op leerling-, gezins- en schoolniveau;  gericht zijn op kansen en verbetervoorstellen in functie van samenwerking met andere organisaties en diensten in netwerkvorming.  constructief omgaan met positieve en negatieve feedback;  bereid zijn zich blijvend te professionaliseren  openheid en waardering;  gericht zijn op het innemen van een kritisch standpunt in verwijzingssituaties;  toekomstgericht denken;  waarden van verdraagzaamheid, waardering en respect doorleven.  flexibiliteit;  gericht zijn op de deskundigheid en de talenten van teamleden en medewerkers.  gericht zijn op gelijkwaardigheid en respect met oog voor het perspectief van alle betrokkenen. Oefening; IAO

31  Hoe doet de student het?  Geen goed – fout boodschappen maar boodschappen in functie van groei van de studenten. Stimuleer reflectie! +  Hoe doe ik het als mentor? 4. Competenties student en mentor ifv het begeleidingsgesprek

32 Samen reflecteren…

33 Fase 1: beschrijf de ervaring/situatie waarop je de reflectie zal toepassen. Dat kan je doen aan de hand van de STARR-methode: Situatie Taak Actie Resultaat Reflectie Wat was de concrete situatie? Wat was mijn taak binnen deze situatie? Welke concrete acties heb ik in deze situatie ondernomen? Wat was het resultaat van deze acties?

34 Fase 3: bewustwording van essentiële aspecten Wat betekent dat nu voor mij? Wat is het probleem (of de positieve ontdekking)? Wat heeft dat allemaal veroorzaakt? Waar heeft het mee te maken?

35 De student  Wat zijn de student zijn sterke punten  Welke hobbels kom de student tegen  Welke vragen heeft de student  De student die planmatig werkt  De student die werkt in het team op school  De student die samenwerkt met gezinnen en netwerken  De student die inspeelt op SOB  De student die reflecteert  De student die lesgeeft (voor niet-leraren)

36  Eerst individueel  Daarna bespreking in groepen van 4 Oefening competenties studenten

37  Wat zijn de student zijn sterke punten

38  Welke hobbels kom de student tegen

39  Welke vragen heeft de student

40 Ik als mentor  Wat zijn mijn sterke punten  Welke hobbels kom ik tegen  Wat kan ik nog ondernemen  Als coach voor de 5 opleidingslijnen tav de student

41  Wat zijn mijn sterke punten

42  Welke hobbels kom ik tegen

43  Wat kan ik nog ondernemen

44 Tot slot. De volgende sessie zal doorgaan op dinsdag 12 januari 2016 van 09u00 tot 12u00 op de campus in de Brusselsepoortstraat. Terugkomdag 1: 24 november 2015 Bij vragen mogen jullie mij altijd contacteren: Bedankt! Veel succes ! -


Download ppt "Sessie 2 Elisa Vandenbussche Mentorenvorming D1. 1.Terugblik snuffelweek en opstart. 2.Inhoudelijke informatie over de opleidingsonderdelen 3.Coach bij."

Verwante presentaties


Ads door Google