De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

Begeleiden en Coachen week 5

Verwante presentaties


Presentatie over: "Begeleiden en Coachen week 5"— Transcript van de presentatie:

1 Begeleiden en Coachen week 5
Remmerswaal , hoofdstuk 5 `Groepsvorming en –ontwikkeling´

2 Terugblik week 4 We bespreken een aantal eye-openers-kernkwadranten als volgt: Beschrijf je kernkwadrant Welke positief inzicht heeft dit je opgeleverd? Waar werd je (kritisch) mee geconfronteerd? Wat heeft het je geleerd? Daarna: reacties en vragen uit groep

3 Proeftoets hs 3 en 4 Aan de slag… Wie is de winnaar?

4 Groepsontwikkeling Remmerswaal onderscheidt 3 modellen: Lineair model:
Hoofdaandacht voor verhouding taak aspecten en sociaal-emotionele aspecten (Amerikaans georiënteerd – o.a. Lewin) Spiraal model: Hoofdaandacht voor proceskant in groepen en samenhang met individuele dynamiek binnen groepsleden (psycho-analyse – o.a. Lieberman) Polariteiten model: Hoofdaandacht voor de ontwikkelingen in de spanningen tussen steeds wisselende polariteiten, bijv. rationeel versus emotioneel (Pages, Gestalt) Wel aandacht voor voor- midden en eindfase maar weinig voor het ontstaan van groepen. Terwijl daar wel vaak het bestaansrecht aan te ontlenen valt Nb: uitzondering is Stemerding: die ingaat op de voorfase van het ontstaan van een groep. S. beschrijft het ontstaan van een groep als het resultaat van vooroverleg en planning in de directe sociale omgeving van de nieuwe groep. Hij wijst daarbij op de rol van behoeften en belangen die in het grotere sociale verband onvoldoende onderkend en erkend zijn. Zo gezien komen nieuwe groepen voort uit onvrede met het bestaande systeem: tekorten en blinde vlekken in de maatschappij, of in een onderdeel daarvan, stimuleren tot groepsvroming. uitkomst van vooroverleg ivm behoeften en belangen die onvoldoende aan bod komen. Onvrede met het bestaande systeem. Voorbeeld: politieke partijen, christelijke splintergroepen Sartre en Pages hebben het niet over vooroverleg maar over spontane groepsvorming

5 Ambigue figuren (mens of materie)
Ambigu = dubbelzinnig Kwestie bij dilemma´s is: Hoe kijk je naar zaken en fenomenen om je heen? Wat is je beeld, je perceptie van de werkelijkheid. Klein voorbeeld met 2 (bekende) plaatjes die dubbelzinnigheid aantonen

6 Ambigue figuren (jong of oud?)
Kijken met je hersenen Je denkt misschien dat wat je ziet altijd overeenkomt met de werkelijkheid. Toch hoeft dat niet altijd. Gedurende de evolutie van de mens hebben onze hersenen allerlei systemen ontwikkeld die ons gezichtsvermogen helpen. Daar merk je zelf bijna niets van, totdat je iets te zien krijgt wat door die systemen verkeerd worden geïnterpreteerd. Veel optische illusies werken zo: ze houden je brein voor de gek door informatie te geven die bij de hersenen een ‘verkeerde’ reactie teweeg brengen. Andere optische illusies tonen juist grappige eigenaardigheden van onze ogen en hersenen. In dit artikel wordt uitgelegd hoe en waarom deze illusies werken

7 Dilemma startpunt Wat is het startpunt????
Of van Maatschappij naar grootste groep, naar subgroep naar individu (gedeeld belang/doel) Van Individu als basis voor gedrag naar groep (wederzijdse betrokkenheid, interactie) Van Groep als basis voor gedrag naar individu Voorbeeld maatschappij?? Groep vs de massa, groep komt voort uit en verdwijnt weer in de massa Vb. bushalte vertraging Groep ontstaat: Individueel belang wordt gemeenschappelijk belang Communicatie /interactie Besef belang groep vs. Collectiviteit Gevolg groepsgeboorte; ontwikkelt deze groep zich niet door of organiseert die zich niet vervalt men terug in de massa

8 Groepsvorming vanuit het grotere omringende geheel

9 Groepsvorming: voorfase (Stemerding)
Het ontstaan van een groep: Een resultaat van vooroverleg en planning in de directe sociale omgeving van de nieuwe groep. Nieuwe groepen komen voort uit onvrede met het bestaande systeem Vindt plaats binnen overlegsituaties met of binnen organisaties en instellingen

10 Collectiviteit: Sartre
Sartre maakt onderscheid tussen collectiviteit en groep; groepsvorming gebeurt spontaan! Collectiviteit: Anoniem, slechts Kwantitatief lid en Onbewust/Toevallig lid (seriële bestaanswijze) Groep: Determinanten: gemeenschappelijk belang individuen, bewustwording samenhang, onderlinge betrokkenheid en rechtstreekse communicatie Groepen ontstaan uit en gaan op in Collectiviteit afhankelijk van bovengenoemde determinanten (voorbeeld Egypte) Een groep dient te ontwikkelen op relationele vorming en het formuleren van doelstellingen en activiteiten anders valt men terug in collectiviteit Seriële bestaanswijze: je maakt deel uit van een reeks; je bent een percentage van iets. Bv: 90% van de studie pedagogiek is vrouw Sartre heeft het over de groepsgeboorte – hij heeft het in de meeste gevallen over de revolutionaire opstand. Voorbeeld te bedenken in de misère van Japan. Groep vs de massa, groep komt voort uit en verdwijnt weer in de massa Vb. bushalte vertraging Groep ontstaat: Individueel belang wordt gemeenschappelijk belang Communicatie /interactie Besef belang groep vs. Collectiviteit Gevolg groepsgeboorte; ontwikkelt deze groep zich niet door of organiseert die zich niet vervalt men terug in de massa

11 Groepsvorming als subgroepen van een groter geheel: Pages
Elke groep is een subgroep Groep is geen afgeleid verschijnsel De groep is de vindplaats van relaties en daarmee samenhangende gevoelens  gedragingen en kenmerken van individuele afgeleid. Groepen ontstaan vanwege communicatiemoeilijkheden binnen een grotere groepering. Op kleinere schaal de mogelijkheid tot beleven van een emotioneel conflict (dit kan niet op groter niveau verwerkt worden) Vraag: Analyse van Partij voor de Dieren of …. volgens Pages Pages: groep is vindplaats van relaties en gevoelens. Van daaruit is gedrag en kenmerken van de individuele groepsleden te verklaren. Groep is een geheel bestaand uit samenstellende delen En ook iedere groep is weer op te vatten als subgroep van groter geheel en daarmee 1 van de samenstellende delen De groep is een samenstelling van een personen die een emotioneel conflict beleven (al dan niet versluierd) PvD deelt als groep de volgende gemeenplaatsen: Dieren zijn lief en onschuldig. Hebben niet gevraagd om de rol die wij hen geven. Dierenmishandeling is afschuwelijk Het gebruik van ezels is zielig Niet de hond moet bestraft worden als ie iemand bijt maar de baas Dieren moeten minstens zo hoog op politieke agenda als mensen Animalcops , heel normaal Gedrag groepsleden Pvd: nertsen vrijlaten, vrijwilligerswerk doen in je vakantie voor walvissen, hondjes net zo volproppen als je bij jezelf doet, begraafplaats voor huisdier, etc. Redenatie dat niet individu een groep vormt maar een groep ontstaat vanuit een nog grotere groep Groep ervaart iets subgroep gaat ermee aan de slag, opkomst pvv bv.

12 Groepsvorming vanuit individu

13 Determinanten Groepsvorming Vanuit individu 2 redenen voor groepsvorming:
Taak: Aantrekkelijkheid van: Groepsdoelen Groepsactiviteiten Privé doelen Kosten-Baten Taak plus sociaal- emotioneel is bepalend voor groepscohesie Sociaal-emotioneel: Aantrekkelijkheid van: Groepsleden Groepsklimaat Privé behoeften Startvragen bij determinanten: Waarom vormen juist deze personen groepen? Taak: groepsdoelen moeten aantrekkelijk zijn voor de persoon. Maar ook de activiteiten die daaruit voortvloeien. Centraal: ‘Wat kost het me en wat levert het me op?” Privé-doelen vb: deelname aan school. Sociaal emotioneel: interpersoonlijke attractie (aardig, leuk, gelijk van opvattingen, sociale achtergronden etc) + Voorzien in sociale behoefte (klimaat) Persoonlijke keuze obv affiniteit voor sociaal emotioneel of taakgericht. Vb. volgen opleiding pedagogiek of

14 Fasen Groepsontwikkeling
Voorfase Oriëntatiefase (of inclusiefase) Machtsfase (of controlefase) Affectiefase Fase van de Autonome groep Afsluitingsfase Lees § 5.5 en samenvatting § 5.5.6 Kenmerken: VF: een goede voorbereiding is het halve werk: welke werkvormen, welk doel, welke activiteiten en hoe zit het met geld? OF: positie bepalen. Eigen taakstructuur, veel vragen en onzekerheid, afhankelijkheid van leider MF: aandacht voor intern groepsfunctioneren, wie heeft het voor het zeggen, wie ligt onder, wie ligt boveñ? Is krtieke fase waarin groep sterker kan worden maar ook uiteen kan vallen. AF: betrokkenheid en onderlinge verhoudingen worden duidelijk, soms ontstaan subgroepen. Persoonlijke affectie speelt hier maar ook afgunst en aversie FA: individuele bijdrage aan de groep vanuit persoonlijke betrokkenheid. Groep is tot wasdom gekomen AF: afsluiting (is taakgericht en formeel: en afscheid (is sociaal emotioneel) Afscheid bestaat uit: afronden affectie, afronden controlen en afronden inclusie.

15 Trits naar het nieuwe Lewin onderscheidt 3 fase voor groepsverandering: Unfreezing: loskomen van het nu Moving: bewegen naar het nieuwe Freezing: verankeren van het gewenste Lewin: Sociale verandering is verandering van het huidige evenwichtsniveau naar een nieuw evenwichtsniveau Unfreezing: Van belang dat er veranderingskrachten worden toegevoegd en weerstand wordt verminderd Voorbeeld: reorganisatie van De Meeuw / bezuinigingen noopten tot urenschrijfsysteem (unfreezing). Personeel werd vanaf stap 1 betrokken bij discussie, noodzaak, invoering en ontwikkeling. Met name de sterkste anti personeelsleden in de pilotfases.(moving). Daarna werden Meeuw nieuwe stijl bijeenkomsten georganiseerd om voortgang en uitvoering te bewaken met als laatste stap een position paper voor de buitenwereld (freezing).

16 moving Dit is de overgang van de oude naar de nieuwe situatie.
de nieuwe verandering wordt daadwerkelijk ingevoerd

17 Freezing Bij deze stap ga je ervoor zorgen dat de nieuwe situatie ook daadwerkelijk blijft bestaan. Als er niet genoeg aandacht aan deze stap wordt besteed, is de kans groot dat men terugvalt in de oude situatie

18 Wijze van unfreezing Toevoegen van krachten in de richting van de gewenste verandering Verminderen of uitschakelen van krachten die de gewenste verandering tegen gaan. Beschrijf proces

19 Opdracht 5.8.1 Bedenk individueel antwoorden op de 2 reflectievragen.
Bespreek in 3-tallen reflectievraag 3 Plenair: `do´s en dont´s bij het starten van groepen´

20 Volgende week Opdracht : bereid deze oefening individueel thuis voor Volgende week wordt deze oefening in subroepen verder uitgewerkt op flapovers Denk aan je eye openers


Download ppt "Begeleiden en Coachen week 5"

Verwante presentaties


Ads door Google