De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

Periodiciteit en de Structuur van Atomen College 7a, ACH11 (HO5a) E. Kamst.

Verwante presentaties


Presentatie over: "Periodiciteit en de Structuur van Atomen College 7a, ACH11 (HO5a) E. Kamst."— Transcript van de presentatie:

1 Periodiciteit en de Structuur van Atomen College 7a, ACH11 (HO5a) E. Kamst

2 5.3 Electromagnetische energie en atomaire lijnspectra Wit licht is opgebouwd uit alle golflengtes van het zichtbare gebied, (380 – 780 nm) Waneer wit licht op een prisma valt krijg je de afzonderlijke kleuren te zien. Wanneer zonlicht op waterdruppels valt gebeurt hetzelfde. Licht van 1 golflengte wordt monochromatisch licht genoemd

3 5.3 Electromagnetische energie en atomaire lijnspectra Verhitte (aangeslagen) atomen geven straling af (emissie) Deze straling is een combinatie van verschillende specifieke golflengtes die m.b.v een prisma zichtbaar worden en dat noemt men een lijnspectrum Ieder atoom heeft zijn eigen karakteristieke lijn(en) spectrum

4 Niels Bohr ( ) postuleerde in overeenstemming met het deeltjeskarakter van elektromagnetische straling het atoommodel dat lijnspectra verklaart * Elektronen bewegen in banen om de kern * Er zijn alleen specifieke banen met een specifieke energie toegestaan * Een atoom zendt licht uit van een bepaalde golflengte als een electron van een baan met veel energie terugvalt naar een baan met minder energie. 5.4 Het deeltjeskarakter van elektromagnetische energie

5 De s-orbitalen -Vanaf schil 1 -Bolvormig. -Hierdoor is er ook maar 1 mogelijke oriëntatie in de ruimte mogelijk (m l = 0). -van orbitalen wordt meestal het 95% waarschijnlijkheidsgebied aangegeven. 1s, 2s, 3s, etc.: Grotere orbitalen dus grotere gemiddelde afstand tot de nucleus. Meerdere gebieden van hoge waarschijnlijkheid,gescheiden door knopen (nodes) met ψ 2 = 0 (waarschijnlijkheid van 0) 5.8 De vorm van orbitalen

6 De p-orbitalen Vanaf schil 2 (!) Dumbbell (handhalter)-vormig met 2 fases, gescheiden dooreen knoop met ψ 2 = 0. 3 orbitalen (m l = -1, 0, 1) p x, p y, en p z met hun eigen oriëntatie langs respectievelijk de x, y, en z-as 2p, 3p, etc.:Dezelfde vorm maar groter (grotere gemiddelde afstand van elektronen tot de nucleus) 5.8 De vorm van orbitalen

7 De d- en f-orbitalen D-orbitalen komen voor vanaf schil 3 (!) Er zijn er 5, die allemaal hetzelfde energienivo hebben. 4 oriëntaties (d xy, d yz, d xz, d x2-y2 ) met klaverbladvorm met 4 lobben De 5e oriëntatie d z2 lijkt op p z met een donut-vormige lob ertussen. Er zijn 7 f-orbitalen Vanaf schil 2 (!) met ieder 8 lobben en 3 knopen. 5.8 De vorm van orbitalen

8 5.7 Golffuncties en Quantumgetallen Een overzicht van de kwantumgetallen voor de eerste 4 schillen (0 t/m n-1)(-l,…,l) schil orbitaal ruimtelijke oriëntatie

9 Elektronen draaien om hun eigen as en kunnen hierdoor 2 verschillende kanten op draaien. Deze draaiïng veroorzaakt een piepklein magnetisch moment. Deze draaiïngsrichting wordt uitgedrukt met het 4e kwantumgetal M s, het zogenaamde spinkwantumgetal(M s = +1/2 of -1/2, of ↑ of ↓). Het Pauli uitsluitingsprincipe zegt dat twee elektronen nooit dezelfde 4 kwantumgetallen kunnen hebben dus als, n, l em m gelijk zijn moet de M s anders zijn. Dit betekent dat er per orbitaal maar 2 electronen max. kunnen voorkomen met tegengestelde spin. Omdat 2 elektronen, die alleen van elkaar verschillen in spinkwantumgetal, heel licht van elkaar verschillen in energieniveau, bestaan lijnspectra vaak uit zeer dicht bij elkaar liggende paren 5.10 Elektron spin en het Pauli uitsluitingsprincipe


Download ppt "Periodiciteit en de Structuur van Atomen College 7a, ACH11 (HO5a) E. Kamst."

Verwante presentaties


Ads door Google