De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

Stromingen in de psychologie Psychodynamische benaderingen.

Verwante presentaties


Presentatie over: "Stromingen in de psychologie Psychodynamische benaderingen."— Transcript van de presentatie:

1 Stromingen in de psychologie Psychodynamische benaderingen

2 Psychodynamische benadering Voor Freud is de mens een mechanistisch schepsel: de gevangene van primitieve instincten en krachten die we hoogstens ten dele in onze macht hebben. De menselijke geest word gezien als mechanisme dat gebruik maakt van het beginsel van het behoud van de energie De bron van de psychische energie ligt in de oorspron- kelijke dierlijke instincten. Die moeten beteugeld worden want anders zijn ze agressief en seksueel destructief.

3 Psychodynamische benadering Psychoanalyse ziet de mens als een wezen dat bol staat van de conflicten. Het gaat hierbij vooral om het onbewuste dat mensen voortstuwt in hun gedrag. Sterke nadruk op de rol van het verleden. In therapie wordt gewerkt met overdracht en tegenoverdracht. Theorie van Freud is nooit wetenschappelijk bewezen. De theorie kan enkel achteraf verklaren, nooit op voorhand voorspellen.

4 Psychodynamische benadering Deterministisch Pessimistisch Niet wetenschappelijk bewezen Alles kan achteraf uitgelegd, niets voorspeld Maar ook: Geniaal, intrigerend, heeft de wereld veranderd

5 De grondlegger van de psychoanalyse is de Weense neuroloog Sigmund Freud ( )

6 Sigmund Freud: situering in zijn tijd 1856 – 1939, Wenen, Victoriaans tijdperk: 'eeuw van de kuisheid' Tijdens zijn leven: veel wetenschappelijke ontwikkelingen: * Darwin: The origin of species 1859 * Fechner: grondslag psychologie 1860 * Structuur molecule, electriciteit, radio en verbrandingsmotor (verkeer), relativiteitstheorie... * Hermann von Helmholtz 1847: Beginsel van behoud van energie

7 What's on a man's mind?

8

9 Het topografische gezichtspunt: in kaart brengen van menselijke geest Bewuste: Onbewuste: alle gevoelens, motieven neigingen of vroege ervaringen die niet tot bewuste doordringen o.i.v opvoeding en socialisatie Voorbewuste: zaken die niet verdrongen hoeven te worden, oproepbaar door bewuste

10 Het topografische gezichtspunt: in kaart brengen van menselijke geest Het onbewuste: * voorkomt dat we voortdurend overspoeld worden door gedachten, herinneringen,... * herbergt de motieven waaraan mensen niet zomaar mogen toegeven, die verdongen zijn, verbannen uit bewustzijn * Ontstaat onder invloed van opvoeding en socialisatie

11 Het topografische gezichtspunt: in kaart brengen van menselijke geest Tijdens de behandeling helpt de therapeut de cliënt om delen van het onbewuste naar de oppervlakte te laten komen Men gaat de betekenis achter de woorden en gedragingen zoeken Verdrongen betekenissen ontsnappen soms aan het onbewuste: versprekingen, dromen, schuine moppen,...

12 HET DRIFTMODEL Het stucturele gezichtspunt HET ID of ES: onbewust driften, zonder remmingen seksuele energie (libido), biologische oorsprong, lustprincipe, gericht op directe bevrediging bewustwording van inhoud van es veroorzaakt angst

13 HET DRIFTMODEL Het stucturele gezichtspunt HET EGO of ICH Verkeert in spanningsveld tussen es en Über-ich Realiteitsprincipe: houdt rekening met eisen van werkelijkheid Stelt behoeftebevrediging uit, zorgt voor frustratietolerantie

14 HET DRIFTMODEL Het stucturele gezichtspunt HET SUPEREGO OF ÜBER-ICH Speciale grenswacht, censuur op driften Ontstaat tijdens opvoeding, ~geweten Verzameling geboden en verboden, maar ook ideaalbeelden Straft : schuldgevoel, angst, depressie,... Kan te streng of te laks zijn

15 Ontwikkelingsfasen volgens Freud Het orale stadium Het anale stadium De fallische fase De latentiefase Het genitale stadium

16 Het orale stadium: O – 1 jaar Alle energie is gericht op orale bevrediging Wensen worden gewoonlijk onmiddellijk vervuld. De zuigeling kent daarom gevoelens van almacht. Bij teveel of te weinig bevrediging kan fixatie optreden. Denk aan roken en drinken.

17 Het orale stadium: O – 1 jaar Kinderen zijn afhankelijk: Als angst voor verlies van anderen te sterk is, kan kind ontwikkelen tot te weinig zelfstandigheid 'Projectie van afhankelijkheidsbehoeften kan leiden tot job in 'verzorgende sector'

18 Het anale stadium: 1 – 3 jaar Energie gericht op de anale zone, kan daar macht mee uitoefenen. Lust beleven aan 'ontlasting ophouden' of 'laten gaan'. De zindelijkheidstraining staat centraal. De ongeremde wensvervulling is voorbij, er worden eisen aan het kind gesteld. Kenmerken anale persoonlijkheid: ordelijkheid, gehoorzaam, obstinaat (weigeren te ontlasten), perfectionistisch en Spaarzaam of spilzuchtig en rebels.

19 Het fallische stadium: 3 – 6 jaar Genitaliën worden gevoelig maar erotische activiteit wordt afgekeurd: lust en schuldgevoel Incestueuze drang naar ouder van andere sekse Oedipus en Elektra complex Castratieangst --->identificatie Nancy Chodorow: mannen moeten om zich te identificeren met andere mannen breken met hun eerste hechtings- figuur (de moeder)

20 De latentiefase: 6 – 12 jaar Rustig, veel energie om te groeien, te ontwikkelen School vraagt veel energie De seksualiteit wordt wat naar de achtergrond gedreven

21 Het genitale stadium: vanaf 12 Vanaf de puberteit, hierbij zijn de driften, is de Energie gericht op het ontwikkelen van een erotische relatie met een andere volwassene en kinderen krijgen.

22 Regressie en fixatie Conflicten uit verschillende fasen blijven actief Indien niet goed opgelost Regressie: Terugval naar een vroegere ontwikkelingsfase Fixatie: Je bent overgeleverd aan behoeften en gedragingen uit vroegere ontwikkelingsfase

23 mentale operaties waardoor een bewust zoeken naar vervulling van bedreigende onbewuste driften wordt verhinderd Afweermechanismen

24 Afweermechanismen 1 Verdringing Een mechanisme waarbij iemand niet in staat is zich verontrustende wensen, gevoelens, gedachten of belevingen te herinneren of zich deze cognitief bewust te zijn. Overdekking door het tegendeel (reactieformatie) Niet geaccepteerd gedrag, gedachten of gevoelens worden vervangen door gedrag, gedachten of gevoelens die hier lijnrecht tegenover staan.

25 Afweermechanismen 2 Isoleren Een mechanisme waarbij iemand niet in staat is tegelijkertijd de cognitieve en affectieve elementen van een beleving te ervaren, omdat verhinderd wordt dat het affect in het bewuste doordringt. Lijkt op ontkenning (van de realiteit) Intellectualiseren Een mechanisme waarbij iemand zich overgeeft aan buitensporig abstract denken om verwarrende instinctieve wensen of verontrustende gevoelens te vermijden. Frasier (tv-serie) is goed voorbeeld

26 Afweermechanismen 3 Projectie: het aan een ander toeschrijven van kenmerken die men in zichzelf wil afweren Splitsen Splitsen wil zeggen dat iemand zichzelf of anderen als "helemaal goed" of "helemaal slecht" beschouwt. Het is een onvermogen om de positieve en negatieve kanten van zichzelf of anderen te integreren tot één geheel

27 Afweermechanismen 4 Rationalisatie Het geven van geruststellende of uit eigen belang onjuiste verklaringen voor eigen gedrag of gedrag van anderen. Verschuiven (verplaatsing) Het verplaatsen van sterke gevoelens of impulsen naar een voorwerp dat emotioneel minder beladen is.

28 Afweermechanismen 5 Sublimatie Vermogen om driftimpulsen in een constructieve richting te veranderen in acceptabele activiteiten. Ontkenning (loochening) Bepaalde aspecten van de externe realiteit worden niet erkend.

29 Quiz: Herken de afweermechanismen 1 * Mark doet niets aan zijn gewoonte om 3 pakjes sigaretten per dag te roken. Hij beweert dat hij waarschijnlijk eerder doodgaat aan een ongeluk dan aan kanker * Na nogal frustrerende en oneerlijke kritiek te hebben ontvangen van haar stagebegeleider, begint Sandra een ruzie met haar vriendin tijdens de lunch

30 Quiz:Herken de afweermechanismen 2 * Dave heeft geen herinnering aan zijn zevende klas toneelvoorstelling die gekenmerkt werd door het huilend van het toneel afrennen nadat hij zijn tekst was vergeten. * Jack verklaart zijn slechte cijfer op zijn examen door op te merken dat hij de nacht vóór het examen een lang telefoongesprek van zijn ouders had.

31 Quiz:Herken de afweermechanismen 3 * Suzanne, die een paar maanden geleden nog bekend stond als een “feestbeest”, verzoekt de faculteits-voorzitter losbandige studenten te verwijderen van de faculteit * Johan gebruikt zijn woede over een menings- verschil met een vriend om een record te vestigen in de 100 meter schoolslag

32 Quiz:Herken de afweermechanismen 4 * Na een nogal traumatische dag, waarin zij drie tentamens met een onvoldoende terugkreeg, ging Lisa naar huis, ging opgerold onder een deken liggen en wiegde zichzelf in slaap

33 Therapie vanuit driftmodel Abstinentieregel Overdracht Langdurig proces Kortere trajecten

34 Relatie 'patiënt' en therapeut Overdracht: De patiënt projecteert emoties op therapeut, emoties die in kindertijd gericht waren op ouders en belangrijke derden Het zijn gevoelens die qua aard of intensiteit niet kloppen in actuele situatie maar ze spelen wel een rol

35 Heeft dus te maken met je voorgeschiedenis. Anders gezegd: overdracht is het beleven van gevoelens bij iemand die horen bij een ander, meestal bij iemand uit het verleden. Tegenoverdracht: De therapeut projecteert nu op patiënt die iets van vroeger oproept Relatie patiënt en therapeut

36 Meer nadruk op eerste relaties in plaats van op driften Object = persoon Ojectrelatie = innerlijke representatie van de relatie met een belangrijke ander Emotionele objectconstantie: moeder blijft dezelfde, ook al wisselen gedrag en stemming Objectrelatiemodel

37 Mahler: Autistische schelp Psychologische geboorte Geïntegreerde representatie – gespleten ik Klein: Versplinterd ik Winnicott: Good enough mother: doseert frustraties Holding environment: vasthouden, op betrouwbare wijze instaan voor psychologische en fysiologische behoeften Containment: kunnen bevatten van de spanningen van baby Objectrelatiemodel

38 Zelfpsychologie: Kohut en Stern Stern spiegelende relatie verbal self

39 Steunende en openleggende therapie Holding: letterlijk en figuurlijk een veilige omgeving creëren. Holding environment Egoversterkend werken: ego sterker in de realiteit, functioneren in je leven, relaties aankunnen etc. Freud: ego kan id aan. Psychodynamische therapie

40 Neo-Freudianen Jung Archetypes: beelden in het collectief onbewuste Persona en Schaduw, anima en animus Berne: Transactionele analyse 3 egoposities: kind, volwassene en ouder Levensscript Erickson: Ontwikkelingsfasen Crisis als motor voor persoonlijke groei

41 Visies op depressie Verlies Verstoorde separatie-individuatie Angst voor eigen destructiviteit Schuldgevoel over agressieve impulsen Leven voor een ander


Download ppt "Stromingen in de psychologie Psychodynamische benaderingen."

Verwante presentaties


Ads door Google