De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

Opgroeien in de stad Hafida El-Gharbaoui H. Gharh (afkorting voor rooster en medewerkers site) L 2.345 Mijn regels: te laat komen kan,

Verwante presentaties


Presentatie over: "Opgroeien in de stad Hafida El-Gharbaoui H. Gharh (afkorting voor rooster en medewerkers site) L 2.345 Mijn regels: te laat komen kan,"— Transcript van de presentatie:

1 Opgroeien in de stad Hafida El-Gharbaoui H. Gharh (afkorting voor rooster en medewerkers site) L Mijn regels: te laat komen kan, kom stil binnen en meld je in een pauze bij mij; meld je af als je niet kunt komen of een deel van de les moet missen.

2 Opgroeien in de stad A Agenda.  Wat houdt deze module in, wat gaan we doen?  Actualiteit  Kennismaken met mij en elkaar en de nieuwe manier van kijken  Geschiedenis van Rotterdam in vogelvlucht  Samenstellen groepjes voor de komende tijd  De sociologische bril: de eerste begrippen  Wijkscan Kindvriendelijke wijken  Werken aan de eerste opdracht

3 Wat houdt deze module in? Leren kijken naar de invloeden van de sociale omgeving op het opgroeien en opvoeden van kinderen. Kijken met de sociologische en sociaal pedagogische bril. Micro, meso en macro niveau (zoals in het Balans model) Verschillen en overeenkomsten: tussen de wijken van Rotterdam, tussen verschillende etnische groepen, tussen verschillende landen. Primair kijken vanuit het perspectief van kinderen en jongeren.

4 Actueel De actualiteit in het werkveld laat zien dat jullie straks als afgestudeerde pedagogen vooral in multidisciplinaire wijkteams zullen werken. Je zult dan ook in staat moeten zijn om snel een beeld te krijgen van de kansen en bedreigingen voor kinderen in die wijk.

5 Meer praktisch Handleiding: is alles duidelijk?  Artikelen voor deel B komen nog op  Er komen ook vragen in de toets over je wijkportret Werkwijze  Begrippen je eigen maken door ze in een wijk op te zoeken: “hoe ziet het er uit in deze wijk?” Dus: maandag en vrijdag warme en regenbestendige kleren aan; de lessen goed voorbereiden en de opdrachten maken.

6 Kennismaken met de materie Vertel aan de hand van een foto of foto’s wat de sfeer was in de straat waar jij bent opgegroeid. Was het er gezellig of juist kil; was je veel buiten of juist binnen; had je vriendjes of speelmaatjes in de straat; waren er volwassenen die een oogje in het zeil hielden; was er ruimte om te spelen....

7 Het DNA van Rotterdam, met reuze stappen door de geschiedenis Rotterdam als havenstad die al meer dan een eeuw hardnekkige samenlevingsvraagstukken of - problemen kent. Ze staat regelmatig boven in landelijke lijstjes met sociale problematieken.

8 Begin van de vorige eeuw. Werkgelegenheid in haven en industrie neemt toe. Er komt een toestroom van arbeiders uit de rest van Zuid-Holland, Zeeland en Noord-Brabant. Zij vestigen zich in de stad, er zijn dus woningen nodig. Dit betekent stadsuitbreiding. Er worden in hoog tempo kleine woningen (veelal portiek woningen met een voor- en -achterwoning) van slechte of matige kwaliteit gebouwd. Dit zijn de arbeiderswijken zoals Cool, Rubroek etc. De sociale problematiek in deze wijken die in het artikel beschreven wordt, is vergelijkbaar met die van nu.

9 Na de Tweede Wereldoorlog. Wederopbouw van het plat gebombardeerde deel van de stad. Nadruk op centrum en haven vanwege economische belangen. In centrum komt nadruk op winkels en bedrijven; woningen worden in de ring om de stad gebouwd, vooral flats: Alexanderpolder, Pendrecht. In de oude arbeiderswijk zoals Crooswijk werden alleen de krotten opgeruimd. De sociale problematiek bleef. In die tijd (eigenlijk al voor de oorlog) dacht men dat onder andere aan te pakken door woonscholen te maken voor de asociale gezinnen: het Brabantse dorp, het Utrechtse dorp, later ook Laag Zestienhoven. Hier moesten mannen en vrouwen leren hoe je een huishouden voert en kinderen opvoedt volgens de gangbare normen. Hier werden veel sociale professionals op ingezet.

10 De 60/70er jaren De 60/70er jaren worden gekenmerkt door stadvernieuwing: renovatie van de woningen in vooral de oudere wijken. Inspraak en participatie van bewoners was belangrijk. Dit koste veel tijd en was in die zin dus duur. Het leverde wel meer samenhang in oude wijken op, maar loste de problemen niet op.

11 Rotterdam als stad van immigranten Dit is het altijd geweest, maar begin 70er jaren kwam er een hele grote groep "gastarbeiders" hier wonen en werken. Zij bevolkten vooral de oude arbeiderswijken omdat de woningen daar goedkoop waren. Er ontstonden spanningen tussen de autochtone en allochtone bewoners. In de Afrikanerwijk komt het tot rellen. Het stadsbestuur reageert vooral door te proberen de instroom van buitenlanders in die wijken te beperken, dat lukt niet. Het probleem van samenleven van verschillende culturen in oude wijken pakt zij niet aan.

12 Sociale Vernieuwing Werkloosheid is een van de hardnekkige sociale en economische problemen in deze stad. Zelfs na de vorige crisis (80er jaren vorige eeuw) blijven in de oude wijken armoede, werkloosheid, verkleuring en criminaliteit hardnekkig. Het stadsbestuur ziet de oplossing in Sociale Vernieuwing: een integraal beleid waarin economische ontwikkeling hand in hand moet gaan met sociale maatregelen. Met dit beleid wordt de stad landelijke trendsetter.

13 Sociaal beleid of veiligheidsbeleid? Dit beleid heeft echter niet het gewenste effect. Rotterdam blijft hoog scoren op armoede, spanningen tussen autochtone en allochtone bevolkingsgroepen en gevoelens van onveiligheid in de wijken. Leefbaar wint in 2002 de raadsverkiezingen en het sociale beleid is nu een veiligheidsbeleid. Het gaat echter vooral om repressie: de Rotterdamwet (beperking van instroom van bepaalde groep in wijken), de moscito's, drang en dwang achter de voordeur.

14 Pact op Zuid Rotterdam als metropool en Pact op Zuid. Dit laatste is, vergelijkbaar met Sociale Vernieuwing, een poging tot een integrale aanpak van de economische en sociale problemen op zuid: economische ontwikkeling, verbetering woonomgeving en woningen, verbetering sociale structuur, talentontwikkeling van kinderen.

15 Opdracht Maak in een groepje een Mindmap waarin je onderzoekt en laat zien wat volgens jullie ingrediënten zijn van het DNA van Rotterdam. Laat begrippen uit het artikel hierin terug komen.

16 Groepjes Groepjes maken die de komende tijd samen de wijk in willen en durven gaan: welke deskundigheden en eigenschappen heb je nodig om dit te doen? Brainstorm. Pauze.

17 Een aantal begrippen en hun betekenis  Samenlevingsverbanden: groepen, sociale netwerken en organisaties. Gaat om vormen waarin mensen sociale relatie vormen en onderhouden. Groep: gemeenschappelijke identiteit, gemeenschappelijke waarden en doestellingen. Sociaal netwerk: geheel van sociale relaties tussen mensen. Is wat losser dan een groep: minder gezamenlijke cultuur en bewustzijn. Organisatie: een groep opgericht om een doel te bereiken. Voorbeelden van groepen, netwerken of organisaties waar jullie onderdeel van uit maken?

18 Begrippen  sociale positie: plaats die een persoon inneemt binnen de sociale relaties. Welke sociale posities zijn er in deze klas? Welke sociale posities hebben jullie allemaal?  sociale relatie: duurzaam intractiepatroon tussen mensen in bepaalde sociale posities. Dit is belangrijk voor de kwaliteit van het leven van mensen. Waarom is er een verband tussen sociale relaties en gevoelens van onveiligheid?

19 Begrippen  sociale cohesie: sociale binding van mensen of groepen op verschillende niveau’s: op micro, meso en macro niveau. Van gezin of straat, via buurt en clubs (internet) naar de hele samenleving. Ook hier is een verband tussen sociale cohesie en gevoelens van veiligheid.

20 Begrippen  sociale rol: verwachtingen ten aanzien van persoon in bepaalde sociale positie. Welke verwachtingen hebben jullie van mij als docent? Wat gebeurt er als ik daar niet aan voldoe?  sociale status: de waardering die mensen toekennen aan een sociale positie. Denk aan de discussie over de status van het vak van leraar.  sociale context  sociaal handelen  netwerken

21 Begrippen  sociale context: omgevingskenmerken waarbinnen een handeling plaatsvindt, een uitspraak gedaan wordt. Kenmerken zijn o.a. plaats (Rotterdam of New York), tijd (nu of in mijn jeugd), cultuur gebonden.  sociaal handelen: handelen waarbij je rekening houdt met wat een ander doet, deed of gaat doen. Dus handelen waarbij je rekening houdt met je omgeving. 1.Doelrationeel handelen 2.Waarderationeel handelen 3.Affectief handelen 4.Traditioneel handelen

22 Begrippen  Netwerken: optimaal gebruik maken van sociale relaties om een bepaald doel te bereiken. Dit is dus een werkwoord en geen zelfstandig naamwoord. Hoe doen jullie dat? Vragen tot zo ver?

23 Wijkscan Spangen als kindvriendelijke wijk. Hier gaan jullie mee verder in een eigen wijk. Kijk mee: naar de wijkscans.naar de wijkscans. Blader door deze site, kijk wat er allemaal op staat en kies een wijk die niet te ver van school ligt. Maak een plan voor het in beeld brengen van begrippen uit deze les in jullie wijk.

24 Huiswerk  Lees de samenvatting van de wijkscan nog een keer en eventueel het andere materiaal voor deze les.  Maak in jullie wijk foto’s waarmee je begrippen uit deze les in beeld brengen. Zorg dat je de foto’s zo opslaat dat jullie ze vrijdag kunnen laten zien.


Download ppt "Opgroeien in de stad Hafida El-Gharbaoui H. Gharh (afkorting voor rooster en medewerkers site) L 2.345 Mijn regels: te laat komen kan,"

Verwante presentaties


Ads door Google