De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

Kwaliteit en beleid week 5 bestuursstijlen

Verwante presentaties


Presentatie over: "Kwaliteit en beleid week 5 bestuursstijlen"— Transcript van de presentatie:

1 Kwaliteit en beleid week 5 bestuursstijlen

2

3 Even herhalen Doelen van interactief beleid Op het moment dat de overheid een interactief beleidsproces start, dan zijn veelvoorkomende doelen van interactief beleid: ( Verbeteren van de relatie tussen overheid en burger: Door burgers mee te laten praten over beleid probeert de overheid de indruk te geven dat betrokkenheid loont. Tevens krijgen burgers het gevoel dat de overheid naar hun luistert. Hierdoor zal de relatie tussen overheid en burger kunnen verbeteren. Gebruik maken van deskundigheid die aanwezig is in de samenleving: Hiermee wordt getracht complexe problemen hanteerbaar te maken. Tevens kunnen actuele ontwikkelingen door overleg met deskundigen eerder aan het licht komen en kunnen zij direct worden betrokken bij het meedenken over een oplossing. Realiseren van draagvlak voor beleid: Door in een vroeg stadium van het beleidsproces een investering te doen probeert men aan het eind van het proces zoveel mogelijk weerstand te hebben weggenomen. Als belanghebbenden hun bijdrage herkennen in de besluiten, zullen ze eerder geneigd zijn overheidsbeleid te steunen (Edelenbos, 2001). Vergroten van de kwaliteit van besluiten: Door de eerste twee doelen, relatie overheid en burger en draagvlak na te streven, wordt tevens beoogd de kwaliteit van beleid te verbeteren

4 participatieladder Participatieladder Het is bij interactief werken van groot belang om te bepalen hoeveel invloed het gemeentebestuur wil geven aan participanten in het interactieve proces. Hiervoor heeft Edelenbos een participatieladder opgesteld. In de participatieladder zijn een aantal gradaties van participatie opgenomen, er is een rangschikking gemaakt in de mate van invloed van de participant van hoog naar laag. Hoe hoger de invloed van de participant des te meer het bestuur rekening dient te houden met de participant. Meebeslissen: Burgers worden door de politiek gevraagd mee te beslissen over het beleid, het ambtelijke apparaat vervult hierin een adviserende rol. Een voorbeeld van meebeslissen is een referendum. Coproduceren: Participanten zijn coproducent van beleid. Tezamen met de politiek en het bestuur komen zij een gezamenlijke probleemagenda overeen en stellen gezamenlijk een aantal randvoorwaarden op. Vervolgens wordt er gezamenlijk naar oplossingen gezocht. De politiek neemt deze oplossingen over in de besluitvorming.

5 Adviseren: De agenda wordt door de politiek en het bestuur opgesteld, maar zij geven betrokkenen de gelegenheid om problemen op de agenda te zetten en oplossingen te formuleren. Het resultaat dat uit dit proces voortkomt wordt in principe door de politiek onderschreven, hoewel er bij de besluitvorming van kan worden afgeweken mits dit goed wordt beargumenteerd. Raadplegen: De participanten worden gevraagd naar hun ideeën voor te voeren beleid. Het gaat hierbij om het aan de oppervlakte brengen van concurrerende en alternatieve perspectieven van betrokkenen/doelgroep. De politiek verbindt zich niet aan de resultaten die uit de gesprekken naar voren komen. Informeren: Betrokkenen worden slechts geïnformeerd over voortgang van het beleidsproces. Dit kan bijvoorbeeld door middel van wijkgesprekken. De informatie die via participanten wordt verkregen vormen een additionele bron van informatie. De participatievormen informeren en raadplegen, zijn vormen van inspraak. Participanten worden naar hun mening gevraagd over een gesloten proces, de probleemdefinitie en mogelijke oplossingsrichtingen zijn al vastgesteld. Bij de laatste drie vormen van participatie is er wel sprake van interactief beleid. Er is in dat geval sprake van een open proces, waarbij participanten mee kunnen denken over de definiëring van het probleem en oplossingen kunnen aandragen.

6 bestuursstijlen Volgens Pröpper bestaan er zeven bestuursstijlen die van toepassing zijn op interactief beleid: Faciliterende bestuursstijl: Het bestuur biedt ondersteuning (tijd, geld, deskundigheid, materiële middelen). Het bestuur heeft vertrouwen in de bijdrage van participanten, tevens is het bestuur bereid zich terughoudend op te stellen. Daarnaast is het van belang dat de participanten grote betrokkenheid bij de problematiek hebben, op dat moment zullen participanten er zelf voor gaan zorgen dat er beleid tot stand komt. Een voorbeeld van een faciliterende bestuursstijl is het beschikbaar stellen van woonruimte ten behoeve van het opvangen van daklozen. Waarbij de gemeente alleen de woonruimte beschikbaar stelt, maar waarbij de participanten zelf zorgen voor het beheren van de ruimte en het organiseren van de opvang.

7 Samenwerkende bestuursstijl: Het bestuur werkt op basis van gelijkwaardigheid met andere partijen samen. De problematiek is voor het bestuur belangrijk, maar niet zodanig dat het per sé zijn zin wil krijgen. Dit houdt in dat het bestuur zich open opstelt en dat ze in het geval van belangentegenstellingen bereid is compromissen te sluiten. Wel wordt van participanten verlangd dat zij in staat zijn met elkaar samen te werken en dat zij bereid zijn ook zelf een beleidsinspanning te leveren.

8 Delegerende bestuursstijl: Het bestuur geeft participant bevoegdheid binnen randvoorwaarden zelf beslissingen te nemen of beleid uit te voeren. Het bestuur vindt de problematiek wel belangrijk, maar niet zodanig dat zij zelf alles tot op detailniveau wil gaan initiëren.

9 Participatieve bestuursstijl: Het bestuur vraagt een open advies waarbij veel ruimte voor discussie en inbreng is, participant kan zelf probleemdefinitie en oplossingsrichting aangeven. Belangrijk is dat de problematiek aansluit bij de ervaring en kennis van de participanten, zodat er tijdens het proces optimaal gebruik kan worden gemaakt van de aanwezige deskundigheid. Het is noodzakelijk dat de problematiek verre van uitgekristalliseerd is, maar het moet wel zodanig zijn afgebakend dat het tijdspad voor de participatie te overzien is.

10 Consultatieve bestuursstijl: Het bestuur raadpleegt participant over gesloten vraagstelling, de participant kan zich uitspreken over een gegeven beleidsaanpak en probleemomschrijving. Het bestuur wil van de participanten weten in hoeverre zij het beleid steunen, bij eventuele tekortkomingen in het beleid wil het bestuur kunnen afwegen of het bij de uitvoering tot problemen zal leiden. Mocht het bestuur constateren dat er te weinig draagvlak is voor het voorgestelde beleid, dan kan zij een aantal wijzigen aanbrengen, dit is echter niet verplicht.

11 Open autoritaire bestuursstijl: Het bestuur voert geheel zelfstandig beleid en verschaft informatie over het beleid. Deze stijl past bij een probleem dat urgent is en onmiddellijk optreden vereist, of bij een probleem waarvoor weinig belangstelling is of erg technisch is. Gesloten autoritaire bestuursstijl: Het bestuur voert geheel zelfstandig beleid en verschaft geen informatie over het beleid.

12 Interactief beleid houdt in dat participanten vanaf het begin worden betrokken bij het beleid. In de fase van beleidsvoorbereiding houdt dit bijvoorbeeld in dat zij kunnen deelnemen aan de probleemformulering. Dit is niet het geval bij de consultatieve, open autoritaire en gesloten autoritaire stijl, deze stijlen zijn dus niet interactief. De eerste vier stijlen: faciliterend, samenwerkend, delegerend en participerend zijn wel interactief. Ter verduidelijking volgt een schema waarin het verschil tussen interactief beleid en inspraak aan de hand van bestuursstijlen wordt weergegeven.

13

14 De zeven verschillende bestuursstijlen kunnen handig zijn bij het beantwoorden van de vraag bij welke beleidssituatie welke houding van het bestuur het beste past. Dit houdt niet in dat elke beleidssituatie precies is in te delen in een van de zeven bestuursstijlen. Het is goed mogelijk dat er een tussenvorm wordt gezocht. Er kan hierbij worden gedacht aan een oordeel over diverse scenario´s - een variant op de consultatieve stijl - of het eventueel toevoegen van een scenario´s op reeds bestaande scenario´s, een middenweg tussen de consultatieve en participatieve stijl. Het is tevens mogelijk dat er meerdere bestuursstijlen tegelijkertijd worden gekozen, omdat de beleidssituatie voor bepaalde participanten anders is en het daarom beter is dat zij op een andere wijze worden betrokken bij het proces. Ook kunnen bestuursstijlen na elkaar worden toegepast. Het proces begint open, alle ideeën/plannen zijn welkom. De ideeën kunnen bijvoorbeeld door middel van een participatieve stijl worden verworven. Nadat de problematiek meer is uitgekristalliseerd, wordt de probleemdefinitie afgebakend en wordt er een concreet plan opgesteld waarover participanten hun mening kunnen geven. Dit is een consultatieve stijl

15 Plan van aanpak definitie interactief beleid Interactief beleid betekent dat de overheid in een zo vroeg mogelijk stadium burgers, maatschappelijke organisaties, bedrijven en/of andere overheden bij het beleid betrekt om in een open wisselwerking en/of samenwerking met hen tot de voorbereiding, bepaling, uitvoering en/of evaluatie van beleid te komen. Interactieve beleidsvorming kan zich ook richten op interne beleidsprocessen. Interactief beleid verschilt dus in een aantal opzichten van andere beleidsvormen zoals bijvoorbeeld inspraak. Bij een interactieve aanpak: nemen de participanten in een vroeger stadium van het beleidsvormingstraject deel aan het proces; hebben de participanten meer invloedsmogelijkheden; ligt de nadruk op meerzijdige communicatie: er vindt een dialoog plaats met de participanten; vindt de deelname van de participanten plaats op basis van gelijkwaardigheid.

16 probleem / thema Geef in het kort weer wat de inhoud van het probleem is. Welke maatschappelijke of bestuurlijke problemen of vraagstukken zijn onderwerp van, of aanleiding voor het interactieve beleid? Actoren Wie zijn de belangrijkste in- en externe actoren? Geef kort weer hoe zij ten opzichte van de beleidssituatie staan. Aandachtspunt hierbij is de reikwijdte van het mandaat dat de participanten van hun achterban hebben. Het kan niet zo zijn dat de participant niet uit naam van zijn of haar gehele achterban spreekt.

17 doelstelling /motieven Als resultaat van het interactieve beleidsproces moet een beslissing worden genomen die begrepen en gedragen wordt door alle actoren. Er moet draagvlag worden gecreëerd en naar gezamenlijke uitgangspunten voor de toekomst worden gezocht. Dit verhoogt de kwaliteit van de oplossing en de kwaliteit van het beleidsvormingsproces. Daarnaast beïnvloedt een dergelijk beleidsproces het imago van de gemeente.

18 Kernvoorwaarden: Aan welke omstandigheden moet een beleidssituatie voldoen om interactieve beleidsvorming een succes te laten zijn: van bestuur en participanten wordt een open opstelling verwacht naar elkaar, naar de inhoud en het proces van het interactieve beleid; vooraf moet voor alle participanten duidelijk zijn wat ieders rol is en welke verantwoordelijkheid zij dragen; zoals boven beschreven moet uiteraard het probleem zich lenen voor interactieve beleidsvorming: de financiële en personele middelen moeten beschikbaar zijn.

19 Mogelijke beleidsaanpak: Politiek-bestuurlijke inkadering: Bestuursstijl Dit eerste onderdeel binnen het plan van aanpak bestaat uit de strategische afweging van de plaats van het interactieve traject in het politieke en bestuurlijke proces en van de opstelling van politici en bestuurders t.o.v. dit traject.

20 Structurering van de inhoudelijke beleidsontwikkelingen Geef kort de structuur van het inhoudelijke beleid weer. Wat zijn je stappen in het beleidsproces? Geef nogmaals kort weer welk traject het beleid inhoudelijk gaat lopen. Structurering van interactie: de communicatiestrategie De communicatiestrategie is te zien als een vertaling van de politiek bestuurlijke uitgangspunten in een communicatieplan. In grote lijnen wordt aangeven met welk doel, met wie, op welke wijze wordt gecommuniceerd. Spelregels voor interactie Voorafgaand aan de start is het verstandig om, afhankelijk van de situatie, enkele spelregels op te stellen.

21 Organisatie en management van de interactieve aanpak Hoe moet het proces worden geleid, georganiseerd en uitgevoerd? Wie wordt met de organisatie en het management belast? Wat is de eventuele taakverdeling en welke structuur wordt gekozen? Wordt er bijvoorbeeld een aparte projectorganisatie opgericht?

22 Flankerend beleid Dat zijn de maatregelen/afspraken die genomen/gemaakt worden indien niet aan de voorwaarden van interactief beleid wordt voldaan. Bijvoorbeeld: wat te doen als er geen geïnteresseerde participanten zijn, als onderhandelingen stuk lopen, als de interne communicatie niet goed geregeld is, of als het bestuur openheid niet in acht neemt?


Download ppt "Kwaliteit en beleid week 5 bestuursstijlen"

Verwante presentaties


Ads door Google