De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

Ethiek Normatieve professionalisering Introductie van de module Week 1 SPH 2014-2015.

Verwante presentaties


Presentatie over: "Ethiek Normatieve professionalisering Introductie van de module Week 1 SPH 2014-2015."— Transcript van de presentatie:

1 Ethiek Normatieve professionalisering Introductie van de module Week 1 SPH

2 Harrie Manders: Kamer: ML Vandaag:  introductie van de module  Waar heb dat voor nodig?  Toets en criteria  Opzet van het programma

3 Ethiek normatieve professionalisering Leerdoelen:  Student kan kernachtig benoemen wat de PERSOONLIJKE ETHISCHE INSTEEK is als professional  Student is zich bewust van de eigen verantwoordelijkheid ten opzichte van MORELE KWESTIES op het werk  De student kent in grote lijnen de HISTORISCHE EN MAATSCHAPPELIJKE ONTWIKKELINGEN in het sociaal werk  De student heeft een onderbouwde visie over de NORMATIEVE ROL VAN DE SOCIAAL WERKER

4 Dat is nogal wat?

5

6 In kleine groepen van max 5 studenten: in 15 minuten  Groep 1: Wat verstaan jullie onder een persoonlijke ethische insteek en noem er tenminste een voorbeeld bij?  Groep 2: Wat is volgens jullie een morele kwestie en noem tenminste 2 voor SPH relevante voorbeelden van morele kwesties?  Groep 3: Waarom moet je als sph’er iets weten van historische en maatschappelijke ontwikkelingen?  Groep 4: Wat verstaan jullie onder de normatieve rol van de sociale professional Van elke groep presenteert één student de antwoorden, de rest vult aan indien nodig

7 Toets: essay van 1000 – 1500 woorden (± 2 A4 Arial 11pt)  Correct Nederlands en verwijzingen conform APA  Tenminste drie voorgeschreven bronnen (zie  Gaat over een voor SPH relevant moreel dilemma

8 Een essay (literaire vorm)  Een betoog dat beargumenteert, informeert en prikkelt  Argumenten (waarom iets wel of waarom iets niet)  Informatie: feiten, gegevenheden, bronnen  Prikkelen: uitnodigen tot nadenken, tot reflectie, tot verdieping, tot stellingname

9 Wat moet er in? ( zie pagina 7 van de handleiding )  Een helder standpunt dat aansluit bij actuele ontwikkelingen en de maatschappelijk/historische context  Liefst meerdere (3 of meer) uitgewerkte en overtuigende argumenten voor en tegen!  Verschillende perspectieven die recht doen aan complexiteit en diversiteit aan mogelijkheden  Verbanden met historische visies gekoppeld aan uitgewerkte argumenten

10 Voorbeeld:  Ik ben tegen het verbod op wegwerpluiers (standpunt) omdat die het milieu zouden belasten (sluit aan bij actuele ontwikkelingen)  Dagelijks komen er alleen al in Nederland meer dan kilo wegwerpluiers in de afvalstroom terecht (argument).  Bij de productie van wegwerpluiers wordt papier en kunststof gebruikt. Voor het maken van papier worden jaarlijks meer dan voetbalvelden aan bomen gekapt en kunststof wordt vervaardigd uit aardolie. Beiden zijn erg milieubelastend (argument).  Het alternatief – katoenen luiers – is ook erg milieubelastend want bij de productie van katoen en bij het wassen van vuile katoenen luiers wordt het milieu ook erg belast (tegenargument).  Uit langjarig onderzoek blijkt dat de milieubelasting van de productie van katoen voor luiers en de milieubelasting door het veelvuldig wassen van poepluiers groter is dan de milieubelasting van het maken van en tot afval verwerken van wegwerpluiers (conclusie en onderbouwing)  In de door neoliberale opvattingen gedomineerde westerse wereld gaan economische belangen boven milieubelangen. In het Christelijke gedachtegoed speelt ‘goed rentmeesterschap’ een belangrijke rol: de mens moet zich verantwoordelijk gedragen tegenover de schepping: de aarde en alles wat daarop groeit en bloeit (historische visie en perspectief)

11 Hoe gaan we aan de slag?  Werkcolleges  Bestuderen van bronnen (literatuur) op (zie handleiding  Je neemt vragen naar aanleiding van deze bronnen mee naar het werkcollege (week 3, 4, 5 en 6)  Je brengt de (concept)stelling voor je essay mee naar het werkcollege (week 5)  Je neemt een videofragment (zelf gemaakt of gevonden) over een moreel dilemma mee naar het werkcollege (Week 7) en licht dit toe  Week 8: responsie

12 Vragen naar aanleiding van:  Goed Werk: verschil tussen professionaliteit en normatieve professionaliteit  Ontregelen: waarom komen professionals niet toe aan dat waar ze voor bedoeld zijn

13 Begrippen:  Ethiek: praktische filosofie over goed en kwaad  Moraal: wat vinden we goed of slecht, vanuit onze waarden en normen (die grotendeels bepaald worden door onze levensbeschouwing)  Waarden en normen (Waarde = wat van waarde is. Norm = de daarvan afgeleide algemene regel of gedragsnorm)  Levensbeschouwing (de leerstelling van Godsdienst of levensbeschouwing en/of je eigen invulling/interpretatie daarvan

14 Levensbeschouwing: humanistisch Overtuiging: mensen zijn gelijkwaardig en uniek Moraal: jij maakt niet uit wat goed voor mij is, maar ik respecteer jou als persoon Waarden: persoonlijke ontplooiing, gelijke rechten, vrijheid van meningsuiting, scheiding van kerk en staat Normen: discriminatie is verboden!

15 Ethische vraagstukken SPH?  Noem er eens een paar?

16 Morele kwesties SPH?  Dieneke heeft een verstandelijke beperking. Zij heeft vijf kinderen, bij verschillende mannen. Alle kinderen zijn binnen 24 uur na de geboorte in een pleeggezin opgenomen.  Welke vragen stel jij hierbij?  Andere morele kwesties?

17 Historische en maatschappelijke context  Als je niet weet waar je vandaan komt, weet je ook niet waar je naar toe gaat!  Ons handelen staat niet op zich maar heeft een voorgeschiedenis  Ons handelen staat niet op zich maar vindt plaats in een maatschappelijke context

18 Normatieve rol van de sph’er  Je bent niet alleen maar professional (je weet hoe het moet, je beschikt over competenties en kunt die inzetten in een professioneel kader)  Je vind ook iets: je bent je eigen gereedschap en je hebt je eigen overtuigingen, meningen, gevoelens  Je doet het goede en je wilt het goede goed doen

19 Maar waar hebben we het nu preciés over?  Jullie aan het woord: wat ervaar je als een moreel dilemma, waar komen jouw levensbeschouwing, jouw morele ankers, jouw overtuigingen en sociale gevoel in de knel met de taken die je hebt en de opdrachten die je moet uitvoeren?  Opdracht ieder voor zich: een moreel dilemma


Download ppt "Ethiek Normatieve professionalisering Introductie van de module Week 1 SPH 2014-2015."

Verwante presentaties


Ads door Google