De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

Kind in ontwikkeling A Intern vs Extern: Bio vs Systeem.

Verwante presentaties


Presentatie over: "Kind in ontwikkeling A Intern vs Extern: Bio vs Systeem."— Transcript van de presentatie:

1 Kind in ontwikkeling A Intern vs Extern: Bio vs Systeem

2 Welkom! Programma  Terugblik  Focus Systeemtheorie + opdrachten  Focus Biologische psychologie + opdrachten  Integratie en voorbereiding tentamen

3 Terugblik  Mindmap  Toepassingen gedragsbenadering en cognitieve psychologie in de praktijk

4 Focus 1: Systeembenadering  Wat weten jullie al?

5 Systeemtheorie Een theorie over:  Hoe een systeem functioneert  Hoe een gezin functioneert Uitgangspunten van die theorie:  interesse in het grote geheel: gezin i.p.v. Individu  eigenschappen van het individu worden bepaald door de omgeving  wisselwerking met omgeving staat centraal  gedrag wordt door meerdere aspecten beinvloed Jaren ’70: systeemtheorie toegepast binnen gezinstherapie

6 Mensbeeld Organistisch : Niet de kenmerken van het individu, maar de kenmerken van de relaties tussen individu en omgeving staan centraal. Bio-psycho-sociaal model: Grotendeels gelijk ook systeemtheorie Het gaat om het geheel, kijken naar interactie tussen individu en omgeving.

7 Systeemtheorieen 1. De strategische stroming in de gezinstherapie van Watzlawick  Hoe gaan gezinsleden met elkaar om?  Welke patronen zijn er?  Hoe communiceren ze met elkaar? 2. De ecologische systeem therapie van Bronfenbrenner  Hoe kan je het systeem waarin het individu zich bevindt in kaart brengen?  Wat is de invloed van de omgeving op het individu?

8 Watzlawick Hij omschreef hoe een gezin functioneert:  Ieder gezin heeft zijn eigen regels.  Gezinsleden geven elkaar feedback:  Positief: er komt een verandering  Negatief: alles blijft bij het oude  Alle gedrag dat gezinsleden laten zien is communicatie.  Het is onmogelijk om niet te communiceren.  Communicatie heeft een inhouds- en betrekkingsniveau.  Soms ontstaan conflicten door interpunctieproblematiek.

9 Bronfenbrenner  Maakt onderscheid tussen verschillende systeemlagen om zo de ontwikkeling van een persoon te beschrijven.

10 Als je Watzlawick begrijpt dan begrijp je:  Positieve en negatieve feedback  Kalibrering  Trapfuncties  Equifinaliteit en multifinaliteit  Inhoud/betrekkingsniveau  Interpunctie  Digitale en analoge communicatie  Symmetrische en complementaire interactie

11 De praktijk  Hoe worden psychische problemen verklaard?  Strategische stroming: probleem wordt door het gezin in stand gehouden, daarom behandeling van het hele gezin.  Ecologische systeemtheorie: er moet gekeken worden naar het ontwikkelingsproces achter de psychische problemen.  Praktische toepassingen  Kijken naar hoe gezinsleden met elkaar communiceren  Kijken hoe gedrag van gezinsleden problemen in stand kunnen houden of verbeteren  Aan gezinsleden uitleggen hoe bepaalde problemen ontstaan en in elkaar zitten (psycho-educatie)  Kijken hoe de (bredere) omgeving een rol speelt in de ontwikkeling en opvoeding van het kind

12 Wat vinden jullie van deze theorie?  Waar sta je achter?  Waar plaats je vraagtekens bij?

13  Drie toepassingen van de systeemtheorie:  Hulpverleningsstrategieën en technieken uit de strategische stroming  Expressen emotions en psycho-educatie  Multisystemische hulpverlening Video BronfenbrennerBronfenbrenner Video WatzlawickWatzlawick Video MiscommunicatieMiscommunicatie Praktische toepassingen

14 Opdracht 5 groepen maken: 1. Strategische stroming 2. Communicatietheorie 3. Ecologische systeemtheorie 4. Nieuwe ontwikkelingen en verklaren psychische stoornissen 5. Praktische toepassingen Stap 1: vragen bedenken Stap 2: spelen Stap 3: nabespreken

15 Focus 2: biologische psychologie Wat weten jullie al?

16 Biologische pscyhologie Verklaren van menselijk gedrag op basis van biologie (hersenprocessen, genetische basis) Uitgangspunten:  Interne factoren  Gedrag, gedachten, emoties, motieven correleren met biologisch proces  Reductie  Oorzaak van gedrag wordt helder door mens uiteen te rafelen in kleine deeltjes (DNA)  DNA  Stuurt gedrag en ontwikkeling  Evolutie  Geen principieel onderscheid tussen mens en dier

17 Mensbeeld (1) Hoe zien biologisch psychologen de mens?  Als een product van evolutionaire geschiedenis  Beschreven blad met erfelijke bagage  Geen baas in eigen brein  Met fysische en chemische processen kun je ‘knutselen’ aan de mens  Gedrag wordt bepaald door eigenschappen van het organisme. Volgens deze psychologen is de mens niet zelf verantwoordelijk voor zijn eigen gedrag!

18 Mensbeeld (2)  Mechanistisch  Mens uiteen te rafelen in kleine deeltjes  Organistisch:  Mens is een levend organisme dat zich aanpast aan zijn omgeving Organistische visie komt overeen met het biopsychosociale model:  De interactie tussen het biologische, het psychische en het sociale wordt benadrukt

19 Theorieen over  Principes van erfelijkheid, genen, DNA  Hersenen de anatomie

20 Bouwstenen van de hersenen Neuron

21 Opbouw van de hersenen Grote hersenen Middenhersenen Achterhersenen

22  Grote hersenen (menselijk brein)  Hersenschors (cortex): typisch menselijke kenmerken  Hersenkwabben: o.a. persoonlijkheid, planning, concentratie, zintuigen, herinneringen, taal – MEEST ONTWIKKELD  Middenhersenen (zoogdierenbrein)  Lymbisch systeem: emoties, geheugen, temperatuur en bloeddruk, straffen en belonen  Achterhersenen (reptielenbrein)  Hersenstam en uiteinde ruggenmerg, ademhaling, hartslag, evenwicht, reflexen – MEEST BASAAL Functies van hersenen

23 Rijping van de hersenen  Synaptogenese – groei dendrieten en synapsen; contact zenuwcellen; 80% in de eerste 8 maanden  Pruning: na 8 maanden neemt synapsen en dendrieten af  Myelinisatie; isolatie axonen – vergroot snelheid infotransport  Hormonen; effect van hormonen op hoe de hersenen werken. Bijv. puberbrein en moederbrein

24  Plasticiteit: de hersenen zijn in staat om functies die verloren zijn gegaan te compenseren  Unieke ervaringen van elk individu zorgen ervoor dat zijn hersenen ook uniek zijn  Negatieve invloeden zijn vaak meer schadelijk op jonge leeftijd Hoe de hersenen eruit komen te zien hangt af van:  Aanleg en omgeving Hersenen en plasticiteit

25 De praktijk  Psychische problemen als gevolg van gen- omgevingsinteractie, wat kan leiden tot ontregelde biologische processen (hormonen, neurotransmitters)  Praktische toepassingen  Onderzoek naar de interactie tussen hersenen, gedrag en omgeving  Psycho-farmaca  (Magnetische) hersenstimulatie

26 Wat vinden jullie van deze theorie?  Waar sta je achter?  Waar plaats je vraagtekens bij?

27 Opdrachten de biologische psychologie  3 opdrachten  Link naar filmpjes Opdracht 2 Opdracht 3 Opdracht 4

28 Intergratieopdracht: intern of extern?  Debat

29 Alle stromingen in kaart  Hoe hangen de stromingen met elkaar samen? Wat zijn overeenkomsten en verschillen?  Vul het schema in om een vergelijking te maken tussen de stromingen.

30 Voorbereiding tentamen  Hoe gaan jullie je voorbereiden?  Hoe sta je ervoor? Quiz!


Download ppt "Kind in ontwikkeling A Intern vs Extern: Bio vs Systeem."

Verwante presentaties


Ads door Google