De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

College 2b Atomen, moleculen en ionen. 2.10 Chemische verbindingen en mengsels Een chemische verbinding is een zuivere stof die wordt gevormd wanneer.

Verwante presentaties


Presentatie over: "College 2b Atomen, moleculen en ionen. 2.10 Chemische verbindingen en mengsels Een chemische verbinding is een zuivere stof die wordt gevormd wanneer."— Transcript van de presentatie:

1 College 2b Atomen, moleculen en ionen

2 2.10 Chemische verbindingen en mengsels Een chemische verbinding is een zuivere stof die wordt gevormd wanneer atomen van verschillende elementen op een specifieke wijze combineren en zo een nieuwe stof creëren met geheel nieuwe eigenschappen. Een chemische verbinding bevat 2 of meer verschillende elementen, die in een constante samenstelling voorkomen. Een chemische verbinding heeft andere eigenschappen dan de elementen waaruit het is opgebouwd. Zuurstof (O)water (H 2 O)

3 2.10 Chemische verbindingen en mengsels Een chemische verbinding is een zuivere stof die wordt gevormd wanneer atomen van verschillende elementen op een specifieke wijze combineren en zo een nieuwe stof creëren met geheel nieuwe eigenschappen. Een chemische verbinding bevat 2 of meer verschillende elementen, die in een constante samenstelling voorkomen. Een chemische verbinding heeft andere eigenschappen dan de elementen waaruit het is opgebouwd. Een mengsel bevat 2 of meer substanties die niet met elkaar reageren. Homogeen mengsel: vaste compositie Heterogeen mengsel:niet gespecificeerd mengsel zeewaterZuurstof (O)water (H 2 O) zout + suiker

4 K. Langereis ACH11/hfst. 2 4 De vorming van een chemische binding Wanneer 2 atomen elkaar naderen komen de electronen het eerst met elkaar in contact! De electronen zijn dus verantwoordelijk voor de chemische band. – Covalente band ( tussen niet- metalen) – Ion binding (tussen een metaal en een niet-metaal)

5 K. Langereis ACH11/hfst. 2 5 De covalente binding De covalente band komt het meest voor 2 atomen delen samen 2 (soms meer) e’s. Het resultaat is een molecuul

6 K. Langereis ACH11/hfst. 2 6 Enkele voorbeelden van visualisaties van moleculen In (a) is het “ball and stick” model weergegeven. Hierin zie je de covalente bindingen goed. In (b) het “spacefilling” model.

7 K. Langereis ACH11/hfst. 2 7 Een aantal verschillende manieren om een molecuul weer te geven De molecuul formule “spacefilling model” (geeft de covalente banden weer)

8 K. Langereis ACH11/hfst. 2 8 Structuurformules zijn vooral erg belangrijk in de Chemie van de Koolstof verbindingen (Organische Chemie, Biochemie). Het “gedrag” van grote, complexe moleculen wordt grotendeels bepaald door de structuur. C 6 H 12 O 6 kan op meerdere manieren getekend worden. Bv. als lineair molecuul, maar ook als ringstructuur.

9 2.10 structuurformule De structuurformule en het ball-and-stick model van DNA.

10 2.10 moleculen Een aantal elementen komen in de natuur als twee-atomige moleculen voor, i.p.v. als een atoom (een molecuul is opgebouwd uit 2 of meer atomen).

11 2.8 structuurformule Teken de structuurformule van propaan = C 3 H 8

12 K. Langereis ACH11/hfst De reactantenHet product De reactie vergelijking De chem. verb. wordt weergegeven door een chemische formule, ookwel de molecuulformule genoemd. Bij een reactievergelijking is het aantal elementen links en rechts gelijk. 2.7 een chemische verbinding en reactievergelijking

13 2.10 mengsels en verbindingen Welk plaatje geeft een mengsel aan, welke een zuivere verbinding en welke een element.

14 2.11 Ionbinding Bij een ionbinding worden 1 of meer e’s overgedragen aan een ander atoom, i.p.v. gedeeld zoals bij een covalente binding. Een ion binding vindt meestal plaats tussen een metaal en een niet- metaal. Na (metaal) geeft 1 electron af aan Cl en wordt daardoor +, ( cation). Cl (niet-metaal) krijgt 1 electron en wordt daardoor -, ( anion). Na + Cl → Na + + Cl - Na atoom Na ion = cation

15 2.11 poly-atoom ion bindingen Een groep covalent gebonden atomen ( = poly-atomic) kan een geladen ion worden, bv. NH 4 + Ammonium ion OH - Hydroxide ion NO 3- Nitraat ion SO 4 2- Sulfaat ion Welke van de volgende verbindingen zijn covalent en welke bevatten ion-bindingen? a) BaF 2 b) SF 4

16 K. Langereis ACH11/hfst Vroeger werden aan nieuwe (gevonden) chemische verbindingen namen gegeven die de (uit) vinder mooi vond (morfine (naar de Griekse god Morpheus), potas of kali, barbituurzuur. Nu er ruim 40 x 10 6 verbindingen bekend zijn is een systematische naamgeving pure noodzaak. NaCl = Natrium Chloride C 12 H 22 O 11 = β-D-fructofuranosyl-α-D-glucopyranoside We beginnen met de (systematische) naamgeving voor ion-verbindingen 2.11 Naamgeving ionverbindingen

17 K. Langereis ACH11/hfst Binair = opgebouwd uit twee atomen Het positieve ion (cation) ( = het metaaldeel) wordt als eerste genoemd en heeft dezelfde naam als het element. Het negatieve ion (anion) (het niet-metaal deel) volgt daarna. De elementnaam eindigt op –ide Naamgeving binaire ionverbindingen

18 K. Langereis ACH11/hfst Naamgeving ionverbindingen Groep 1A elementen vormen 1-waardige positieve ionen. Groep 2A elementen vormen 2- waardige positieve ionen. Groep 3A ………. Niet-metalen: groepnummer – 8 = lading!! Groep 7A = -1 (1-waardig), Groep 6A =-2 (2-waardig). Waar meerdere mogelijkheden zijn, bv. bij (Pb) wordt dit afh. van de waardigheid met een romeins cijfer aangegeven. (bv. met een II of IV )

19 K. Langereis ACH11/hfst Als overgangsmetalen het cation vormen, dan altijd de waarde (II, III, IV) aangegeven. Fe 2+ = ferrous …. ( ferro)= IJzer (II)Fe 3+ = ferric…..(ferri) – Hemoglobine en hemiglobine Sn 2+ = stannous = Tin (II)Sn 4+ = stannic = Tin (IV) In een ongeladen molecuul is het aantal negatieve ladingen gelijk aan het aantal positieve ladingen. Dus in FeCl 2 heeft Fe de lading …..

20 2.11 Naamgeving ion bindingen Geef de officiele naam van de volgende verbindingen: a)BaCl 2 b)CrCl 3 c)PbS d)Fe 2 O 3

21 K. Langereis ACH11/hfst Als overgangsmetalen het cation vormen, dan altijd de waarde (II, III, IV) aangegeven. Fe 2+ = ferrous …. ( ferro)= IJzer (II)Fe 3+ = ferric…..(ferri) – Hemoglobine en hemiglobine Sn 2+ = stannous = Tin (II)Sn 4+ = stannic = Tin (IV) In een ongeladen molecuul is het aantal negatieve ladingen gelijk aan het aantal positieve ladingen. Dus in FeCl 2 heeft Fe de lading …..

22 K. Langereis ACH11/hfst Naamgeving tweedelige moleculen met covalente bindingen Noem het meest cation-achtige atoom als eerste, daarna het anionachtige. Het aantal anion-achtige atonmen wordt altijd genoemd!!!!! Het laatste atoom eindigt op –ide – Bv. CO = koolstofmonoxide – SF 4 = zwavel tetrafluoride

23 K. Langereis ACH11/hfst Naamgeving N o n a = 9 D e c a = 1 0 Aantallen worden met een prefix (mono, di, tri,…) aangegeven. Als er maar 1 cationachtig atoom is, dan is er geen prefix. CO 2 is koolstofdioxide i.p.v. monokoolstofdioxide. Als de prefix op a of o eindigt en het anion met een klinker, dan wordt de a of o weggelaten; monoxide i.p.v monooxide. Tetroxide i.p.v. tetra oxide. N 2 O 4 = ……………..

24 2.12 Systematische naamgeving poly-atoom ion verbindingen Ook bij de meeratomige ionen wordt als eerste het cation genoemd, daarna het aniondeel. De uitgang van het anion geeft aan om welke lading het gaat. less than chlorite fewer O more O more than chlorate fewer O more O fewer O more O Er zijn meerdere vormen van oxo-anions aanwezig

25 Zelfstudie Zelfstudie: Hfst 2 van Chemistry Mc Murry-Fay (§ 10 t/m 12) Problem 2.15 t/m 2.29 extra oefenopdrachten: 2.24, 2.98 en Kijk voor het activiteitenschema van alle ACH 12 lessen op:www.med.hro.nl/LinHE in de map ACH12.


Download ppt "College 2b Atomen, moleculen en ionen. 2.10 Chemische verbindingen en mengsels Een chemische verbinding is een zuivere stof die wordt gevormd wanneer."

Verwante presentaties


Ads door Google