De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

Opzet van de les 1.Bespreken van jullie vragen 2.Overzicht ontwikkeling vanaf eind 19 e eeuw 3.Debatteren over denkbeelden 4.Casussen 5.Volgende week.

Verwante presentaties


Presentatie over: "Opzet van de les 1.Bespreken van jullie vragen 2.Overzicht ontwikkeling vanaf eind 19 e eeuw 3.Debatteren over denkbeelden 4.Casussen 5.Volgende week."— Transcript van de presentatie:

1 Opzet van de les 1.Bespreken van jullie vragen 2.Overzicht ontwikkeling vanaf eind 19 e eeuw 3.Debatteren over denkbeelden 4.Casussen 5.Volgende week

2 Vragen van jullie: -Begripsvragen: wat begreep je niet in de tekst? -Kritische vragen: een vraag die bepaalde vooronderstellingen van de schrijver ter discussie stelt. -Toepassingsvragen: “Achterhuis zegt dat.... In de praktijk heb ik dat ook meegemaakt. Wat betekent dat voor de praktijk?

3 Historisch overzicht van denkbeelden: (in willekeurige volgorde): Marktdenken (neo-liberaal / kapitalistisch) Paternalistisch (christelijk mensbeeld) Civil Society – WMO – ‘Eropaf’ Emancipatoir (marxistisch) Anti-professioneel (Foucault)

4 Documentaire ‘Vrijheid, Gelijkheid, Broederschap’ Vrijheid gelijkheid broederschap: Vrijheid

5 Paternalisme (‘er bovenop’): christelijk mensbeeld pionierende vrouwen in sociaal werk beschaving bijbrengen opvoeden betuttelen, controleren, disciplineren (maar ook: compassie! Geen enkele tijd is alleen maar paternalistisch of liberaal)

6 Emancipatoir (‘er naast’): Herman Milikowski losmaken van het bevoogdende structuur is de oorzaak, niet het individu aanpassingsparadigma (bestaat nog steeds!) democratisering en autonomie publiek en privé gescheiden (privacy)

7 Marktdenken / kapitalisme (‘ieder voor zich’ / ‘afstand’): eigen verantwoordelijkheid: willen = kunnen effectiviteit en efficiëntie aanbod creëert vraag zakelijker autonomie en zelfontplooiing (Ratelband) decentralisatie en schaalvergroting

8 Anti-professionalisering: Hans Achterhuis Michel Foucault De professional is niet deskundiger of beter in staat te helpen, maar oefent vooral macht uit!

9 Civil Society – WMO (‘er op af’) tussen markt en staat normatieve professionalisering

10 Casussen: welke houding is het beste? Marlies is maatschappelijk werkster en heeft veel contact met jongeren die ze individueel begeleidt. Willem (17 jaar) is één van die jongens. Hij vertelde Marlies onlangs in vertrouwen dat hij heeft ingebroken in de buurt. Dat had hij in het verleden wel vaker gedaan. De laatste tijd ging het juist zo goed. Marlies neemt vanuit haar functie deel aan het buurtnetwerk ‘Preventie’. Aan dit netwerk nemen ook de politie, onderwijs, een huisarts en een wijkverpleegkundige deel. Eén keer in de maand komen ze bij elkaar en bespreken signalen uit de wijk. Vervolgens wordt er per keer afgesproken wat er met de betreffende signalen gebeurt. Tijdens de bijeenkomst van dit buurthuisnetwerk komt de inbraak ter sprake, waar Willem bij betrokken was. Wat moet Marlies doen, wel of niet vertellen wat Willem haar in vertrouwen heeft meegedeeld? Marlies heeft twee handelingsalternatieven: Zij vertelt dat Willem deze inbraak heeft gepleegd. Zij vertelt niet dat Willem deze inbraak heeft gepleegd.

11 Casussen: welke houding is het beste? “Ik ben Marian en werk als groepsleidster in een medisch kinderdagverblijf. Ik maakte onlangs het volgende mee. Johan is een jongetje, dat opvalt omdat hij zo gehoorzaam en bangelijk is. Hij struikelt vaak en aanvankelijk dacht ik dat dat verklaarde waarom hij zo vaak blauwe plekken had. Zijn moeder zei ons dat we hem streng moesten aanpakken. Als zij het groepsverblijf binnenkomt, kruipt Johan vaak bij de hoofdleidster op schoot of klampt zich aan mij vast. Vanaf het begin voelde ik intuïtief dat Johan en zijn moeder niet zo gemakkelijk met elkaar omgingen als andere kinderen en hun moeders. Toen ik met de hoofdleidster daarover praatte, reageerde ze nauwelijks. Ze zei dat het een ontwikkelde vrouw is die veel over opvoeding weet. Dat maakte me nog onzekerder. Wat moest ik met die verdenking van kindermishandeling? Mijn vriend vond dat ik me maar wat inbeeldde. ‘Je werk is al moeilijk genoeg: bemoei je er maar niet mee. Laat die verantwoordelijkheid maar bij de hoofdleidster. Wie weet wat je je anders op de hals haalt.‘ Een vriendin reageerde heel anders: ‘Dat kind kan niet voor zichzelf opkomen. Daar ben jij als volwassene voor. Het is jouw verantwoordelijkheid om te onderzoeken of hier iets aan de hand is.’ Ze verwees me naar het Bureau Vertrouwensarts. Wat moet ik doen?”

12 Casussen: welke houding is het beste? Ik ben Thea Hofman, woonbegeleidster in een wijkcentrum van een grote stad en maakte het volgende mee: 'Meneer Van de Berg, een man van 42 jaar, leeft in een toenemend isolement. Hij veroorzaakt veel overlast door vervuiling en lawaai laat op de avond. Hij is stevig aan de drank. Ook is hij is al eerder opgenomen geweest in de GGZ. Hij heeft geen familie en nauwelijks vrienden. De buren pikken de vervuiling niet langer en bellen steeds vaker naar de politie. Zij wijzen op de stankoverlast en menen dat er brandgevaar is. Ik ben bij hem aan de deur geweest, maar hij wil mij niet binnenlaten. “Waar bemoei je je mee?” zegt hij en gooit de deur weer dicht. Wat moet ik doen? Mag ik in zo’n situatie met dwang of drang ingrijpen, eventueel samen met de politie? Aan de ene kant heeft hij recht op zelfbeschikking en bepaalt hij zelf of hij hulp van mij accepteert. Aan de andere kant heb je het belang van de buren. Die klagen terecht.”

13 Casussen: welke houding is het beste? José is groepsleidster in een instelling voor jeugdzorg. Op een dag belt Nel, een moeder van een meisje dat in de instelling verblijft. Nel zegt dat Harry, haar maatschappelijk werker, haar heeft gevraagd mee te gaan naar een voorlichtingsavond over opvoedingsproblematiek. Harry heeft gezegd haar die avond op te halen en weer thuis te brengen. Hij vroeg ook of ze het leuk vond om vooraf samen een hapje te eten. Nel zegt dat zij erg bang is dat Harry meer van haar verlangt, maar er niet over durft te praten met Harry. Zij wil hem niet kwetsen. Nel vraagt José hier niet over te praten met Harry, ze wil het alleen even kwijt.

14 Volgende week: Lees: Richard de Brabander: “Van gedachten wisselen” Richard de Brabander: “Wie wil er nou niet zelfredzaam zijn?” NEEM EEN VRAAG MEE NAAR HET COLLEGE


Download ppt "Opzet van de les 1.Bespreken van jullie vragen 2.Overzicht ontwikkeling vanaf eind 19 e eeuw 3.Debatteren over denkbeelden 4.Casussen 5.Volgende week."

Verwante presentaties


Ads door Google