De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

1 Biochemie 2 BCM21 BML Docenten: dr. E. van der Linden, dr. K. Langereis en dr. B. Schrammeijer.

Verwante presentaties


Presentatie over: "1 Biochemie 2 BCM21 BML Docenten: dr. E. van der Linden, dr. K. Langereis en dr. B. Schrammeijer."— Transcript van de presentatie:

1 1 Biochemie 2 BCM21 BML Docenten: dr. E. van der Linden, dr. K. Langereis en dr. B. Schrammeijer

2 2 Lesmateriaal - Campbell, N.A.; Reece, J. B.: Biology, (ninth edition) - McMurry, J.A.; Fay, R. C.: Chemistry, sixth edition - Module BCM21 (med.hro.nl/SchrB/BCM21) - Internetsites

3 3 College 1 Aminozuren Peptiden Eiwitten

4 4 Locatie van DNA, RNA en eiwit in de cel

5 Amino groepCarboxyl groep Rest groep α C-atoom Opbouw van een Aminozuur

6 Aminozuren (1) - 20 verschillende aminozuren te onderscheiden in onze eiwitten - Indeling op basis van restgroep (zijketen): 15 AZ met een neutrale zijketen (polair of apolair) 2 AZ met carboxylzure groep in zijketen (zure AZ) 3 AZ met aminegroep in zijketen (basische AZ) - Naamgeving: triviale naam, 3-lettercode en 1-lettercode

7 Asparagine (Asn or N) Glutamine (Gln or Q) Serine (Ser or S) Threonine (Thr or T) Cysteine (Cys or C) Tyrosine (Tyr or Y) Aminozuren met polaire restgroep

8 Aminozuren met apolaire restgroep Glycine (Gly or G) Alanine (Ala or A) Valine (Val or V) Leucine (Leu or L) Isoleucine (Ile or I) Methionine (Met or M) Phenylalanine (Phe or F) Tryptophan (Trp or W) Proline (Pro or P)

9 Aminozuren met negatief geladen restgroep (polair) Aspartic acid (Asp or D) Glutamic acid (Glu or E) Zure aminozuren Asparaginezuur Glutaminezuur

10 Aminozuren met positief geladen restgroep (polair) Arginine (Arg or R) Histidine (His or H) Lysine (Lys or K) Basische aminozuren

11 Aminozuren (2) - 11 van de 20 aminozuren kan ons lichaam zelf maken - 9 van de 20 aminozuren moeten via voeding worden aangeleverd, de “essentiële” aminozuren genoemd: Val, Ile, Leu, Met, Phe, Trp, Thr, Lys en His

12 Gemodificeerde residuen van algemene aminozuren Naast de 20 algemeen voorkomende aminozuren bestaan er ook modificaties van deze aminozuren. Ook deze gemodificeerde aminozuren kunnen aanwezig zijn in eiwitten

13 Bijzondere aminozuren (1) lysine

14 Bijzondere aminozuren (2)

15 Bijzondere aminozuren (3) lysine

16 Bijzondere aminozuren (4) Daarnaast meer dan 300 andere aminozuren gevonden in cellen welke niet voorkomen in eiwitten maar wel een belangrijke functie hebben in deze cellen.

17 Chiraliteit Alle aminozuren, behalve glycine, hebben een asymmetrisch centrum: het α koolstofatoom (een chiraal koolstof atoom) α C-atoom

18 Chiraliteit D- en L-alanine zijn enantiomeren van elkaar.

19 Chiraliteit Enantiomeren zijn stereoisomeren die elkaars spiegelbeeld zijn!!! Stereoisomeren zijn isomeren met dezelfde atoomverbindingen maar met een verschillende rangschikking van de atomen in de ruimte

20 Chiraliteit

21 Vorming van een peptideband tussen aminozuren Peptide bond Serine TyrosineCysteine Zijketens (side chains) Ruggegraat (backbone)

22 Vorming van een peptideband tussen aminozuren Nieuw gevormde peptide band (amide band) Amino uiteinde N-terminus Carboxy uiteinde C-terminus

23 Peptiden (1) Dipeptide: AZ-AZ Tripeptide: AZ-AZ-AZ Polypeptide: < 100 AZ Eiwit: ≥ 100 AZ

24 Biologisch actieve peptiden L-Aspartyl-L-phenylalanine methyl ester (Aspartaam, zoetstof) Carbon Hydrogen Nitrogen Sulfur Oxygen Tyr-Gly-Gly-Phe-Met (Met-enkephalin, neuropeptide (endorfine))

25 Eiwit (“protein”) -“Protein” is afgeleid van het griekse woord “proteios” wat primair betekent - van primair belang voor alle levende organismen - vormen 50% van lichaamsdrooggewicht - meer dan verschillende soorten eiwitten in ons lichaam - een polymeer van aminozuren (≥ 100 AZ) - de vele verschillende combinaties en volgordes van aminozuren zorgen voor de eigenschappen en biologische activiteit van de eiwitten

26 Primary Structure Secondary Structure Tertiary Structure  pleated sheet Examples of amino acid subunits + H 3 N Amino end  helix Quaternary Structure Eiwit structuren

27 Primaire structuur van eiwitten +H3N+H3N COO - Tijdens het translatieproces vormt zich de primaire structuur van het eiwit

28 Secundaire structuur van eiwitten De N-C α en de C α -C bindingen kunnen roteren binnen een polypeptide keten

29 Secundaire structuur van eiwitten - α-helix - β-vouwblad structuur (β plated sheat) - β-lus -Ongeordende struktuur (random coil)

30 Secundaire structuur van eiwitten (1) α-helix (Pauling en Corey) - ontstaat door H-bruggen tussen elke 4 de aminozuur - staafvormig (links (komt zelden voor) en rechts draaiend); ingedraaid De primaire polypeptideketen is longitudinaal om een imaginaire as gedraaid, waarbij de R-groepen naar buiten steken 0,54 nm

31 Secundaire structuur van eiwitten (1) 25% van alle aminozuren is onderdeel van een α-helix Keratine (in wol, haar, nagels) bestaat hoofdzakelijk uit α-helices

32 Secundaire structuur van eiwitten (2) β-vouwblad structuur - ontstaat door H-bruggen tussen naburige ketens - uitgerekte vorm - onderscheiden: Antiparallel (tegengesteld)parallel (gelijkgericht) Fibrine (in zijde) is opgebouwd uit β-vouwbladen

33 Secundaire structuur van eiwitten (3) β-lus (draai) - Hairpin draai ( 4 AZ, 180 o ) - C=O groep van AZn vormt H-brug met -NH groep van AZn+3 - anti-parallele β-strengen kunnen op deze wijze met elkaar verbonden worden

34 Zijketens van AZ die secundaire structuur beïnvloeden (1) - Knik in  - helix : proline, hydroxyproline - Destabilisatie  -helix : Glu, Asp, Lys, Arg, Gly, Ser, Ile, Thr - Stabilisatie  -vouwblad: Gly, Ala - Destabilisatie  -vouwblad: Phe, Tyr, Glu, Lys

35 Proline komt vaak als cis-vorm in bochten voor omdat deze automatisch een scherpe knik vormt. De N in proline is onderdeel van een ringstructuur en is draaiing rond de N-Cα as niet mogelijk, waardoor proline zelden is te vinden in α-helices Glycine heeft meer flexibiliteit dan andere aminozuren waardoor glycine polymeren neigen naar een ander soort helische structuur. Hierdoor is ook glycine zelden te vinden in α-helices Zijketens van AZ die secundaire structuur beïnvloeden (2) ProlineGlycine

36 Tertiare structuur van eiwitten Het resultaat van interacties tussen de zijketens van de verscheidene aminozuren: - hydrofobe interactie tussen AZ met apolaire zijketens (v.d. Waalskrachten) - H-bruggen tussen AZ met polaire zijketens - ionbruggen tussen AZ met positief en negatief geladen zijketens - disulfide bruggen (covalente banden) tussen cysteine monomeren De tertiaire structuur levert de overall conformatie van een polypeptide Eiwitten onder te verdelen in: - bolvormig (globular) - vezelvormig (fibrous)

37 Type interacties in tertiare structuur van eiwitten Fig. 5-21f

38 Tertiare structuur van eiwitten Myoglobine (in skeletspieren van zee zoogdieren), 153 AZ, 8 α-helices, bolvormig (globulair), zuurstof opslag

39 Quaternaire structuur van eiwitten Een functioneel eiwit kan uit 2 of meerdere polypeptideketens (subeenheden, subunits) bestaan. Door interacties tussen de zijketens van aminozuren uit de subeenheden wordt de quaternaire structuur gevormd. Hemoglobine 4 polypeptideketens:  2  2

40 Wat bepaalt de uiteindelijke (natieve) eiwit conformatie - De aminozuursequentie (de primaire structuur) bepaalt waar de α-helix, het β vouwblad, de disulfide bruggen etc. zich kunnen vormen

41 Denaturatie van eiwitten (1) Een eiwit kan ontvouwen (denatureren) bij: - hoge temperatuur: - sterkte waterstofbruggen neemt af - hydrofobe interacties nemen toe tot 60°C, daarboven blijven ze gelijk - hoge of lage pH - hoge concentraties ureum of guanidine - apolaire oplosmiddelen

42 Denaturatie van eiwitten (2) Bij denaturatie verliest het natieve eiwit haar quaternaire (indien van toepassing), tertiaire en secundaire structuur en daarmee haar biologische activiteit. (let op voor hoge koorts!) De primaire structuur van het eiwit blijft bij denaturatie intact Denaturatie is meestal irreversibel, heel soms reversibel

43 Denaturatie en renaturatie van eiwitten (1) Normal protein Denatured protein Denaturation Renaturation

44 44 Experiment door Anfinsen Eiwit: Ribonuclease Natief, katalytisch actief ontvouwen, inactief natief, katalytisch actief 1: toevoeging ureum of beta-mercaptoethanol 2: verwijderen ureum of beta-mercaptoethanol 12 Denaturatie en renaturatie van eiwitten (2)

45 Eiwitvouwing: Chaperonines Chaperonines (chaperon eiwitten) assisteren andere eiwitten om correcte vouwing aan te nemen


Download ppt "1 Biochemie 2 BCM21 BML Docenten: dr. E. van der Linden, dr. K. Langereis en dr. B. Schrammeijer."

Verwante presentaties


Ads door Google