De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

Huiswerkopdrachten Presentaties groepen. Hoofdstuk 3 Definitie van de groep en soorten groepen.

Verwante presentaties


Presentatie over: "Huiswerkopdrachten Presentaties groepen. Hoofdstuk 3 Definitie van de groep en soorten groepen."— Transcript van de presentatie:

1 huiswerkopdrachten Presentaties groepen

2 Hoofdstuk 3 Definitie van de groep en soorten groepen

3 Groepsdynamica studie gedrag kleine groepen <20 Gd studie van groepen mensen in een directe contactsituatie Lid van groep redenen? Beloning Interdependentie=wederzijdse betrokkenheid in een groep interactie

4 Hare; 5 kenmerken groep 1.Interactie 2.Gezamenlijk doel 3.Normen 4.Rollen 5.Netwerk interpersoonlijke atracties

5 groepstypen Primair en secundair/persoonlijk vs onpersoonlijk Socio vs psyche /nominaal lid zakelijk/persoonlijk Formeel en informeel; doel rollen normen vastgelegd Referentiegroep vs. Lidmaatschapsgroep Ingroup en outgroup oftewel wij vs. zij

6 Trainingsgroep Trainingsgroep wordt gekenmerkt door (p56): – Nadruk op hier en nu – Nadruk op persoonlijke groei en uitbreiding van mogelijkheden – Nadruk op beschikbare interpersoonlijke gegevens – Nadruk op groepsprocessen: het functioneren van de groep en de leden onderling – Nadruk op nieuw gedrag – Direct doel: verbeteren van effectiviteit of het vernaderen van normale mensen – Deelnemers zoeken naar effectiever te functioneren

7 Drie soorten groepen: Hoofd: verwerven van inzicht, bewustwording en staat informatieoverdracht centraal. Kennis. De begeleider is leermeester vb lesgroep Hart : verwerking van gevoelens en om behandeling van gevoelsmatig geladen. onderwerpen. Het uitwisselen van ervaringen en gevoelens. Attitude. De begeleider is tuinman. Vb sova Handen: aanleren van vaardigheden. De begeleider is regisseur, stuurman vb.kluscursus

8 Hoofd Voordracht, lezing Discussie Leergesprek Vragenronde Subgroep discussie en terugkoppeling Schriftelijke informatieoverdracht Tentoonstelling Foto’s, video, film

9 Hart Ervaringsronde Onderwijsleergesprek Eigen inbreng deelnemers Brainstorm Werken met verhalen, verbeelding, metaforen

10 Handen Demonstratie Oefensituaties, rollenspel Simulaties Gestructureerde oefeningen Incidentmethode Spelvormen

11 opdrachten

12 Hoofdstuk 4: Niveaus in groepen Inhoudsniveau: het werk aan de doelstelling en de taak (wat) Het procedureniveau: de werkwijze ter concretisering van de doelstelling (hoe) Het interactieniveau: het groepsproces en de onderlinge betrekkingen (tussen) Het bestaansniveau: het individuele proces van ieder groepslid ( binnen) Het contextniveau:invloeden die in de groep doorklinken vanuit de context, b.v. maatschappelijke invloeden (buiten) Een discussie kan oeverloos verlopen. Dan is het niet meer “wie heeft er gelijk?” ( inhoudsniveau), maar vooral “wie krijgt er gelijk?” of “wie is de baas?”( betrekkingsniveau)

13 Inhoudsniveau en interventies De groep dient helder te hebben waar het in wezen over gaat. Wanneer deze inhoud niet scherp is wordt de groep stuurloos. Vaak is dit gekoppeld aan een gerichtheid op de taak. Wanneer een groep werkt op inhoudsniveau zien we vaak een taakgerichte, resultaatgerichte, productgerichte, oplossingsgerichte of planmatige aanpak.

14 interventies 1 luisteren en samenvatten luisteren: ieder groepslid laten merken dat gehoord is wat hij gezegd heeft coördineren: overeenkomsten of verbanden aangeven tussen wat ver­schillende groepsleden gezegd hebben een samenvatting geven tot een conclusie of afronding komen. 2 informatie geven of opvragen heldere informatie geven over de doelstelling en de taak van de groep, maar ook informatie die de groep nodig heeft voor een zinvolle dis­cussie het onderwerp (of thema of agendapunt) goed inleiden en in een kader plaatsen afbakenen van het onderwerp, waken voor afdwalingen het thema of onderwerp verhelderen of onderbouwen feiten inbrengen eigen ervaringen vertellen met betrekking tot het onderwerp om informatie of opheldering vragen achtergronden toelichten. 3 meningen geven of opvragen eigen mening geven meningen opvragen: proberen los te krijgen wat groepsleden denken of vinden. 4 voorstellen doen of opvragen initiatief nemen, bijvoorbeeld suggesties doen, oplossingen voorstel­len, nieuwe ideeën inbrengen de groepsleden vragen om voorstellen. 5 deskundigheid tonen inhoudelijke deskundigheid laten merken, zoals tonen van vakkennis goed voorbereid zijn: zijn "verhaal" goed kennen, zijn onderwerp beheersen. 6 aansluiten aansluiten op niveau van de groep door taalgebruik en moeilijkheidsniveau van het gesprek af te stemmen op de groepsleden de inhoud laten aansluiten op wat de groepsleden al weten.

15 Procedureniveau en interventies Het procedureniveau is een onderdeel van het taakniveau. Terwijl de groep 'de taak en de doelstelling werkt doet ze dit ook op een bepaalde manier. Die manier kan de taakvervulling bevorderen of afremmen. Het kiezen van een goede werkwijze of procedure is dus van groot belang voor de taakvervulling. Terwijl we bij het inhoudsniveau vooral letten op wat de leden voor de taakvervulling doen en bespreken, letten we bij het procedureniveau vooral op hoe de groep aan de taak werkt. Wanneer een groep niet goed functioneert en veel storingen kent, kan dit liggen aan een onjuiste procedure of aanpak.

16 interventies een duidelijk programma, c.q. een duidelijke agenda bieden vooraf informatie toesturen, bijvoorbeeld door een toelichting op de agenda en de benodigde bijlagen (stukken die iedereen ter voorberei­ding moet lezen) regels voor participatie helder aangeven duidelijke uitleg geven bij opdrachten storingen soms geven. grenzen stellen veilige werkvormen kiezen afwisseling aanbrengen in de werkvormen (kleine groepjes, plenair) op de verschillende leerstijlen van de deelnemers inspelen goede timing en tijdsbewaking zorgvuldigheid bij het nakomen van afspraken afwezigen laten bijpraten door groepsleden verbindingen leggen met eerdere bijeenkomsten methodische verantwoording geven.

17 interactieniveau en interventies Onder het interactieniveau vallen alle groepsdynamische processen, zoals het groepsklimaat, lidmaatschap (het er bij horen), leiderschap, communicatie, interactie en participatie, de verdeling van macht en invloed, cohesie, gevoelens van betrokkenheid, affectie en sympathie, subgroepsvorming, groepsontwikkeling, groepsnormen en conformiteit aan deze normen.

18 Daarbij richt men de aandacht vooral op de onderlinge interacties en relaties tussen de groepsleden. twee hoofddimensies: enerzijds die van de macht ("wie heeft het voor het zeggen in deze groep"), anderzijds die van de onderlinge betrokkenheid, tot uiting komend in gevoelens van nabijheid en wederzijdse sympathie.

19 interventies Ruimte nemen voor een goede kennismaking, een persoonlijke begroeting en een rustige start. In het begin van de groep vaak gebruikmaken van subgroepjes, waardoor de kans toeneemt dat ieder groepslid een bijdrage levert. Aansluiten bij de ervaring en de beleving van de groepsleden bijvoorbeeld met vragen als "hoe zit iedereen erbij?" of: "kunnen we verder?". Een klimaat van veiligheid en vertrouwen bevorderen. Denk aan positief bekrachtigen van ieders inbreng, herkenning bij elkaar stimuleren, en bepaalde normen stimuleren, zoals "verschillen mogen er zijn: we hoeven niet allemaal hetzelfde te denken". Een open en directe communicatie in de groep stimuleren, bijvoorbeeld door groepsleden rechtstreeks op elkaar te laten reageren, en door de onderlinge communicatie en eventuele rollen en posities in de groep ter sprake te brengen ("ik merk dat we hier niet allemaal hetzelfde over denken"). Kritiek of weerstand accepteren en serieus nemen en als dat mogelijk is het programma op de betreffende punten bijsturen ("judohouding") of de eigen leiderschapsstijl aanpassen aan de groep. Kritiek op de leider toestaan en (indien van toepassing) heretiketteren als een constructieve poging tot een verbetering van het groepsfunctioneren.

20 Bestaansniveau en interventies Wanneer we de aandacht richten op het bestaansniveau letten we op de individuele processen. Hiermee bedoel ik aandacht voor wat er zich binnen mensen afspeelt, en niet voor wat zich tussen mensen afspeelt. Dat laatste is interactieniveau. Hierbij valt te denken aan de theorie van Maslow, die uitgaat van een hiërarchie van behoeften. Het bestaansniveau is het duidelijkst in het geding zodra er in de groep gevoelens spelen van onzekerheid en van angst, bijvoorbeeld angst voor verandering. Het kan er in groepen ook wat minder "heftig" aan toegaan op het bestaansniveau. Dat wordt bijvoorbeeld duidelijk wanneer de groepsbegeleider wel of geen aandacht heeft voor ieders aanwezigheid en wel of niet laat merken dat ieders aanwezigheid op prijs gesteld wordt. Of wanneer

21 interventies 1 acceptatie ieder groepslid laten merken dat hij gehoord en gezien wordt rekening houden met de eigenheid van ieder het groepslid volledig accepteren zoals hij is en handelt bevestigingen erkenning bieden een niet-veroordelende houding tonen waardering laten merken. 2 feedback en confrontatie duidelijke feedback geven feedback op elkaar stimuleren confronteren stimuleren van zelfinzicht. 3 persoonsgerichte interventies het gesprek teruggeven op een dieper gevoelsniveau naar persoonlijke ervaringen vragen geobserveerde gevoelens benoemen stimuleren dat men zich persoonlijk uitdrukt, vooral dat men het gevoel achter zijn uitspraken gaat ervaren en verwoorden ~ functionele stiltes de tijd gunnen. 4. openheid zelf persoonlijk zijn stimuleren dat groepsleden gevoelens uiten die ze hier-en-nu ervaren zelfonthulling als begeleider (maar niet te veel in de beginfase van een groep) open en non-defensieve communicatie (zie paragraaf 6.5) persoonlijke communicatie veiligheid en vertrouwen uitstralen als groepsbegeleider jezelf zijn en kwetsbare momenten laten zien. 5. experimenteerzin een houding van "fouten zijn geen ramp" een veilig klimaat creëren voor uitproberen van nieuw gedrag zelf problemen laten oplossen eigen inzicht stimuleren. 6. voorbeeldfunctie bezieling, enthousiasme, inspiratie uitstralen empathie, echtheid, congruentie, acceptatie tonen authentiek zijn en je kwetsbaar durven opstellen als begeleider model staan voor respect hebben en ruimte geven groepsleden aanspreken op hun positieve kwaliteiten

22 Contextniveau Door hiervoor tijd en ruimte te creëren kunnen groepen een belangrijke bijdrage leveren aan de emancipatie van zijn leden. In ver ontwikkelde groepen scheppen groepsleden voor elkaar de mogelijkheid om kernconflicten van hun bestaan opnieuw te beleven en door te werken, waarbij de groep levens mogelijkheden biedt tot het creëren van een nieuw levensontwerp dat dan toe nog niet gelukt was in andere situaties. Daarbij kan naar voren komen dat veel individuele belevingen en problemen een maatschappelijke dimensie in zich dragen. Voorbeelden hiervan zijn schuldgevoelens, faalangsten, angst voor incompetentie, rivaliteit Groepen kunnen kiezen voor verdieping op contextniveau door een sociaal-historische aanpak te kiezen met aandacht voor de eigen biografie en socialisatie.

23 interventies Interventies naar de verinnerlijkte context. Enkele voorbeelden: inzicht in invloed van socialisatieprocessen bevorderen gender invloed (man-vrouw thematiek) benoemen aan de orde stellen van verinnerlijkte rolpatronen en dergelijke Interventies naar de uiterlijke context. Enkele voorbeelden: simuleren van solidarisering ondersteuning bieden bij stappen die groepsleden gaan zetten naar de context contextinvloeden anders benoemen steun bieden bij het opzetten van een belangengroep of zelfhulpgroep en dergelijke.

24 ethisch niveau (paragraaf 4.8), mythisch niveau (paragraaf 4.9) zingevingsniveau (paragraaf 4.10) Israel palestina

25


Download ppt "Huiswerkopdrachten Presentaties groepen. Hoofdstuk 3 Definitie van de groep en soorten groepen."

Verwante presentaties


Ads door Google