De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

Mayer TM 2400 Cursus potmachinegebruik. Principiële veiligheidsmaatregelen  Principieel dient er op gelet te worden, dat:  op alle werkplekken nauw.

Verwante presentaties


Presentatie over: "Mayer TM 2400 Cursus potmachinegebruik. Principiële veiligheidsmaatregelen  Principieel dient er op gelet te worden, dat:  op alle werkplekken nauw."— Transcript van de presentatie:

1 Mayer TM 2400 Cursus potmachinegebruik

2 Principiële veiligheidsmaatregelen  Principieel dient er op gelet te worden, dat:  op alle werkplekken nauw aansluitende werkkleding wordt gedragen.  het dragen van kettingen, ringen of armbanden verboden is.  het om arbeidstechnische redenen niet mogelijk is, de grondbunker volledig af te dekken.  het verboden is, in de aardecontainer te grijpen (bijv. om aarde na te schuiven), omdat daarbij het gevaar bestaat, door de schraapketting te worden gegrepen.  het verboden is, bij lopende machine in de aardecontainer te klimmen.  het verboden is, bij een draaiende machine in de omgeving van de draaikrans of magazijn iets te grijpen.  het verboden is, bij een draaiende machine in de omgeving van de boorunit iets te grijpen.  het verboden is, bij een draaiende machine om in de omgeving van de potafhaler iets te grijpen.

3 Veiligheidsmaatregelen met betrekking tot de machine  De werkplekken zijn verdeeld over verschillendezones van de potmachine.  Potten van de planten vooraan links aan de console tussen boorstandaard en pottenafhaler. Alternatief kan ook op de transportbanden worden gepot.  De noodstopschakelaar dient steeds vrij toegankelijk te blijven. De noodstopschakelaar dient zich steeds op de betreffende werkplek (bij normale werking bij voorkeur aan de console, rechts naast de werknemer) te bevinden.  De bevoegdheden voor de verschillende werkzaamheden aan de machine dienen duidelijk te worden vastgelegd en nagekomen.  Het is verboden op de lopende machine te klimmen.  Zich op de vloer bevindend vuil en waterplassen(werkplekken aan de machine en verkeerswegen) dienen regelmatig te worden verwijderd om gevaar voor uitglijden te vermijden.  Struikelpunten door kabels, die aan de energieverzorgingssystemen zijn aangesloten, dienen te worden vermeden.

4 Ingebruikname  De ingebruikname van de machine mag alleen worden uitgevoerd door gekwalificeerde personen met inachtneming van de veiligheidsinstructies.  Controleer voor de eerste start, of alle gereedschappen en vreemde voorwerpen uit de machine werden verwijderd.  Controleer bij de eerste start de elektrische aansluitingen.  Activeer alle veiligheidsinrichtingen en noodstopschakelingen voor de ingebruikname.  Controle voor de eerste start  Zijn alle veiligheidsinrichtingen aanwezig?  Alle zichtbare schroefverbindingen dienen op vaste zitting te worden gecontroleerd.  Voor de ingebruikname van de machine dienen de aansluitkabel van de machine en de kabel voor de noodstopschakelaar op beschadiging te worden gecontroleerd

5 1 Hoofdschakelaar 2 Aarde 3 Draaikrans 4 Boor 5 Afstrijkborstel (optie) 6 Potmeter aarde 7 Potmeter draaikrans 8 Contactdoos bandopslag 9 Contactdoos voor aansluiting 2 Schakelkast

6 Flexibele start stop kast Extra noodstop Noodstop en snelheidsregeling Diverse schakelaars

7 Instellen van de boordiepte en aandrukkracht van de boorplaat Nadat de grootte van de grondboor en de daarbij passende boorplaat werden vastgelegd, dient de boordiepte overeenkomstig de wortelgrootte van de te verpotten planten te worden ingesteld. boorplaat aan boorplaatstangen met zelfborgende moeren vastschroeven De boorslede in het onderste dode punt zetten De grondboor met overeenkomstige boorhuls op de boormotoras schuiven en met de inbusbouten vastklemmen

8 Inschatten wat de gewenste boordiepte in de onder de boor geplaatste pot moet zijn De boordiepte middels verschuiven van de booras in de boorhuls aanpassen en met behulp van inbusbouten vastzetten Vervolgens in de met aarde gevulde pot boren, plant met kluit inzetten om de boordiepte te controleren. Zo nodig bijstellen Bij gebruik van zacht plastic, mandpotjes of turfpotten (Jiffy) kan de druk van de boorplaat middels de klemmen ingesteld worden

9 Instellen van de arbeidssnelheid (capaciteit per uur) De traploze instelling gebeurt alleen bij ingeschakelde machine door het verdraaien van de potmeter overeenkomstig de schaalverdeling 1 -> 10 naar sneller of langzamer. Wij bevelen aan, bij het begin van de werkzaamheden met de potmachine, een kleine capaciteit per uur in te stellen, tot alle werkkrachten hun handgrepen uitstekend beheersen. Regeling voor de hoeveelheid aarde (1) De toevoer van de aarde uit de aardecontainer naar de elevator gebeurt door een eindeloze rubberen transportband, die op draagrollen in de aardecontainer loopt. Er bestaan 2 moge- lijkheden om de te transporteren hoeveelheid aarde te regelen. ten eerste: naar rechts (met de wijzers van de klok mee) > grote hoeveelheid aarde naar links (tegen de wijzers van de klok in) > kleine hoeveelheid aarde

10 Door verstelling van de spindel overeenkomstig de aanwijzingen van het symbool wordt de vooruitgaande beweging van de transportband vergroot dan wel verkleind. Alvorens de spindel te verstellen dient de borging losgedraaid te worden. Na verstelling weer vastdraaien. Bij het achteraf nastellen van de hoeveelheid aarde dient u telkens slechts een of twee omwentelingen te maken en dan te wachten tot er ca. 40 à 50 potten doorgelopen zijn. Pas na afloop hiervan kunt u verdere correcties toepassen. Let op: Zorg ervoor dat te allen tijde slechts de minimaal benodigde hoeveelheid aarde ingesteld is. Zo wordt de aandrijving van de elevator minimaal belast, resulterend in een langere levensduur. Grondregeling 2

11 Afstelling van de substraatdichtheid (mate van vastheid in de pot) Een bijzonder kenmerk van de MAYER potmachines is dat de dichtheid (vastheid) van de aarde in de pot bijzonder nauwkeurig geregeld kan worden. De dichtheid is afhankelijk van: 1. In- of uitboren van het substraat. 2. Afstelling van de vulhoeveelheid m.b.v. afstrijker. 3. Afmeting en soort boorplaat. Toelichting : Met de omkeerschakelaar van de boormotor bereikt u naargelang de schakelaarpositie linkse of rechtse loop van de boor (linkse loop alleen mogelijk met standaardboor). Wanneer de boor rechtsom draait wordt er aarde uit de pot geboord. Wanneer de boor linksom draait wordt het substraat vaster in de pot geboord. Door het dwarsijzer aan het uiteinde van de standaardboor wordt het substraat gelijkmatig in de pot verdeeld. De standaard boor kan voor beide draairichtingen worden gebruikt. De speciale boren zijn uitsluitend voor uitboren geschikt. De vlakke zijde aan de boorpunt en de diepere groef zijn met name handig bij gebruik van zwaar substraat, bosgrond en voor losjes oppotten.

12 Instellen grondgoot en borstelmotor Verstelling hoogte grondgoot Verstelling neigingshoek grondgoot (Optioneel) Verstelling roterende afstrijkborstel (Optioneel)

13 Mechanische storingen

14 Electrische storingen

15 Onderhoudsplan Voor het onderhoudsplan wordt verwezen naar het handboek behorende bij de Mayer TM 2400 E. Hiervoor is een schema opgenomen, dit dient door een gekwalificeerde onderhoudsmonteur te worden uitgevoerd. Tevens is een onderdelenlijst met bestelnummers opgenomen in het handboek.


Download ppt "Mayer TM 2400 Cursus potmachinegebruik. Principiële veiligheidsmaatregelen  Principieel dient er op gelet te worden, dat:  op alle werkplekken nauw."

Verwante presentaties


Ads door Google