De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

Wat is dat? REFLECTEREN. Rond een betekenisvolle situatie vragen stellen over je eigen gedrag. Eigen gedrag: waarneembaar en niet- waarneembaar Bij prettige.

Verwante presentaties


Presentatie over: "Wat is dat? REFLECTEREN. Rond een betekenisvolle situatie vragen stellen over je eigen gedrag. Eigen gedrag: waarneembaar en niet- waarneembaar Bij prettige."— Transcript van de presentatie:

1 Wat is dat? REFLECTEREN

2 Rond een betekenisvolle situatie vragen stellen over je eigen gedrag. Eigen gedrag: waarneembaar en niet- waarneembaar Bij prettige en niet-prettige situaties Gevoelssignaal  bewuste situatie Open vragen: wat, welke, wie, waar, wanneer, hoe, waarom?

3 Waarom reflecteren? Leren handelen in de toekomst Goede beroepsoefenaar worden Inzicht in eigen handelen en gedrag Jezelf verbeteren Lerende houding leerproces:  Onbewust – onbekwaam  Bewust – onbekwaam  Bewust – bekwaam  Onbewust – bekwaam

4 Hoe? Reflectievermogen Abstract denken Helikopterview Nadenken over jezelf en het effect op je omgeving

5 Doel: Bewust handelen Bewust van de emoties Leermomenten Innovatie Je zelfkennis vergroten

6 Tips voor het reflecteren Bewust nadenken over je eigen handelen Afstand kunnen nemen van de situatie Een objectieve blik werpen op de situatie( loslaten van je gevoelens en afstand nemen) Het ontdekken van nieuwe gedragingen bij je zelf( wat is jouw bijdrage/ aandeel in het geheel) Stel jezelf open vragen Stel oordelen over jezelf uit, kijk eerst wat er gebeurde voor dat je hier een waarde aan geeft. Reflecteer op een methodische manier, bijvoorbeeld door een lijstje vragen te doorlopen of het reflectiemodel te gebruiken. Reflecteer niet alleen op probleemsituaties maar ook op succeservaringen. Gebruik feedback van anderen om vanuit dat gezichtspunt te reflecteren.feedback

7 De psycholoog Kolb Kolb deed onderzoek naar de fasen in het leergedrag van mensen en hij vond vier fasen. Concreet ervaren ('feeling') Waarnemen en overdenken ('watching') Abstracte begripsvorming ('thinking') Actief experimenteren ('doing'  Leercylus: model om het leren van de mens cyclisch weer te geven.

8 Dromer Doener Beslisser Denker

9 De Vier Leerstijlen van Kolb Doener - Concreet ervaren (feeling) Denker - Waarnemen en overdenken (watching) Dromer- Abstracte begripsvorming (thinking) Beslisser - Actief experimenteren (doing)

10 Leerstijl en leercyclus David Kolb: je leert van een concrete ervaring door te observeren en te reflecteren, nieuwe plannen te maken en dan weer te experimenteren.

11 Of Dromer

12 Ieder persoon heeft zo zijn eigen manier van leren en oplossen van problemen ontwikkeld. Dit proces is beïnvloed door onder meer de opvoeding, opleiding en werkzaamheden. De ene persoon is erg vaardig in het onderzoeken en analyseren, de ander in regelen en uitvoeren. Kolb noemt deze set van vaardigheden iemands "leerstijl". De leerstijl geeft aan waar iemands vaardigheden, en veelal ook voorkeuren liggen en daarmee ook zijn sterke en minder sterke punten.

13 Voorkeursstijl Kolb stelt dat mensen een voorkeurstijl hebben, waarmee ze het liefst beginnen en waaraan ze de meeste tijd besteden. Maar het is belangrijk alle fasen van het leerproces te doorlopen, omdat ze essentieel zijn voor effectief leren. Kolb pleit er daarom voor dat je extra aandacht besteedt aan de leeractiviteiten waarin je je minder goed thuis voelt.

14 Leertypen Mensen zijn verschillend in aanleg en voorkeur Veel voorkomende typen lerende zijn:  De activist drukt uit dat hij graag zaken aanpast aan de omstandigheden. Zijn stijl is een combinatie van de fase actief experimenteren en concrete ervaring. Hij is genegen van alles, ook nieuwe dingen, uit te proberen en van ervaringen te leren. Hij is bijvoorbeeld sterk in het trail-and-error leren.

15  De observeerder/dromer bekijkt een gegeven situatie graag van allerlei kanten en evalueert. Zijn stijl is een combinatie van de fase concrete ervaring en reflectieve observatie. Hij gedijt goed in een context die vraagt om reflectie en het creëren van ideeën, die voorwaarden vormen voor verdere groei.

16  De theoreticus/denker neemt graag nieuwe dingen op en is geneigd om denkbeelden en theorieën te overdenken. Zijn stijl is een combinatie van reflectieve observatie en abstracte begripsvorming. Hij kan vaak goed bottom up redeneren: inductief.

17  De pragmaticus/beslisser legt zich graag toe op het uitvoeren of praktisch toepassen van ideeën. Zijn stijl is een combinatie van abstract begripsvorming en actief experimenteren. Hij functioneert in het algemeen goed in situaties waarin de antwoorden op een vraag of problemen helder te definiëren zijn. De gerichtheid op toepassing leidt tot een voorkeur voor deductieve logica.

18 Kolb ontdekte dat mensen geneigd zijn vooral die leerfase te ontwikkelen waar ze toch al 'sterk in zijn'. Hij pleitte er voor dat mensen ook aandacht zouden besteden aan manieren van leren waarin ze minder goed zijn. De leercyclus kan dan meer volledig en evenwichtig doorlopen worden, waarbij elke fase de aandacht krijgt die ze verdient. In een groep zorgt de diversiteit van bijdragen van de verschillende groepsleden er meestal voor dat dit het geval is.

19 Er is geen beste stijl. Uitgangspunt is dat alle leerfasen aan bod moeten komen: het is niet belangrijk waar je in het proces instapt. De leerstijl heeft invloed op de manier waarop iemand een probleem wil aanpakken.

20 Tot slot Er zijn twee vereisten om een goede zelfreflectie toe te passen: Wees eerlijk tegenover jezelf Durf kritisch te zijn. Zelfreflectie kan soms best confronterend zijn, en dat is de reden dat mensen geneigd zijn om bepaalde eigenschappen of karaktertrekken te gaan verbloemen of verzwijgen. Probeer dit echt te voorkomen. Op de lange termijn is een eerlijke en kritische zelfreflectie vele malen nuttiger.

21 Opdracht: Schrijf 3 goede eigenschappen van jezelf op Schrijf 3 minder goede eigenschappen van jezelf op Schrijf van alle de opgeschreven eigenschappen voorbeelden op, waaruit de eigenschap blijkt. Probeer te bedenken hoe het nu komt dat iets een goede of minder goede eigenschap is. Bijvoorbeeld: Een van je goede eigenschappen is: Ik ben ordelijk Aan welke leerstijl denk je zelf een voorkeur voor te hebben?

22 Feedback?


Download ppt "Wat is dat? REFLECTEREN. Rond een betekenisvolle situatie vragen stellen over je eigen gedrag. Eigen gedrag: waarneembaar en niet- waarneembaar Bij prettige."

Verwante presentaties


Ads door Google