De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

Ouderbetrokkenheid Week 8 Jacqueline Koopmans Docentenkamer PH 01.12.

Verwante presentaties


Presentatie over: "Ouderbetrokkenheid Week 8 Jacqueline Koopmans Docentenkamer PH 01.12."— Transcript van de presentatie:

1 Ouderbetrokkenheid Week 8 Jacqueline Koopmans Docentenkamer PH 01.12

2 Vorige bijeenkomst  Bespreken opdracht ‘interview ouders’  Beleid richten op betere communicatie en interactie tussen instelling en gezin  Plan van aanpak m.b.t. ouderbetrokkenheid  Communicatie en ouderbetrokkenheid  Basishouding leidsters  Afsluiten

3 Agenda  Bespreken opdrachten: ‘interview ouders’ + ‘beleid op de praktijkplek’  Uitstraling naar ouders (als professional en als organisatie)  Aspecten van succesvolle ouderbetrokkenheid (4 niveaus)  Plan van aanpak ter verbetering  Afspraken voor volgende week  Afsluiten

4 Opdracht interview ouder(s) O Opdracht: Om de context van de ouders waarmee je werkt en om de leefwereld van het kind beter te leren kennen, kun je de ouders interviewen. Bekijk wat uit het interview komt en waar jullie nog geen rekening mee houden op de praktijkplek. O En? Wat is er uit het interview naar voren gekomen en wat hebben je geleerd van deze opdracht?

5 Opdracht beleid op de praktijkplek o Bekijk het beleid van je praktijkplek: wat zie je terug over het onderwerp ‘houding/ interactie/ communicatie en ouderbetrokkenheid’. Noteer kort en krachtig wat je in het beleid ziet staan m.b.t. dit onderwerp. Vergelijk of dit ook zo wordt uitgevoerd in de praktijk o En zijn er verbeterpunten?? (praktijkonderzoek/ plan van aanpak)

6 Gespreksvoering met ouders O Vorige week hebben we geoefend met het voeren van gesprekken met ouders. Hiervoor hadden jullie zelf een casus bedacht. O Deze gesprekken verliepen goed en de ouders reageerden positief. Dit is echter niet altijd het geval… O Lees de volgende casus…

7 O Nathalie is een ervaren leidster en heeft goed zicht op de ontwikkeling van jonge kinderen. O Op de voorschool zit nu een half jaar een jongetje waarover ze zich zorgen maakt. Jeffrey is nu 3,4 jaar, maakt geen contact met leidsters en kinderen, sluit zich vaak helemaal af, vertoont stereotiep gedrag en heeft een zwakke motoriek. O Ook uit de observatielijst die na een half jaar wordt ingevuld, wordt bevestigd dat zijn ontwikkeling zorgen baart. O Natuurlijk heeft Nathalie regelmatig gesprekjes met moeder gehad, maar ze vindt het nu tijd om met beide ouders een gesprek aan te gaan om haar zorgen te delen en te bespreken. O Beide ouders kwamen op gesprek. Toen Nathalie vertelde dat ze zich zorgen maakte over Jeffrey, werd vader woedend. Nathalie wist niets over zijn zoon en thuis ging het allemaal wel goed. Ze kreeg geen kans meer om wat te zeggen, want vader stond op en beende weg. Moeder wist zich geen houding te geven en liep toen maar gauw achter hem aan, sorry mompelend. O Hoe zou je hiermee omgaan als jijzelf dit zou meemaken? Wat zal je vervolgstap zijn?

8 Uitstraling naar ouders (als professional en als organisatie) O Hoe willen wij als professionals overkomen? O Wat vinden jullie hierbij belangrijk?

9 Aspecten van succesvolle ouderbetrokkenheid (4 niveaus) O De vorige bijeenkomst hebben we geoefend met het voeren van gesprekken met ouders maar succesvolle ouderbetrokkenheid is meer dan het op de juiste manier inzetten van verschillende gesprekstechnieken……

10 Zoals we inmiddels weten bestaan er drie niveaus van ouderbetrokkenheid: O 1 organisatieniveau O 2 groepsniveau O 3 individueel niveau Werken aan succesvolle ouderbetrokkenheid kent verschillende aspecten. Deze aspecten zijn onderverdeeld in de volgende niveaus: 1. Overtuigingsniveau 2. Kennisniveau 3. Attitudeniveau 4. Vaardigheidsniveau

11 1. Op overtuigingsniveau Vragen die hierbij horen zijn: O Welke voor-vroegschoolse voorziening wil ik zijn voor mijn ouders? O Welke beroepskracht wil ik zijn voor mijn ouders? O Wil ik ouders bij de opvang/VVE betrekken, of vind ik ze eigenlijk lastig? O Heb ik voor het werken met jonge kinderen gekozen, of voor het werken met jonge kinderen en hun ouders?

12 2. Op kennisniveau Vragen die hierbij horen zijn: O Weet de voor-vroegschoolse voorziening en de beroepskracht wat een ouder doormaakt wanneer er iets aan de hand is met hun kind? O Weet de voor-vroegschoolse voorziening en de beroepskracht hoe hier op professionele wijze mee om kan worden gegaan? O Heeft de voor-vroegschoolse voorziening voldoende kennis over klant-/oudertevredenheid en hoe zij die kan bevorderen? O Heeft de voor-vroegschoolse voorziening voldoende theoretische kennis in huis over hoe een voorziening zich kan profileren richting ouders en de rest van haar omgeving? O Weet de voor-vroegschoolse voorziening voldoende over de wijze waarop je vorm geeft aan verantwoording?

13 3. Op attitudeniveau Vragen die hierbij horen zijn: O Welke attitude is professioneel wanneer ik een ouder te woord sta? O Welke gastvrijheid laat ik zien wanneer een ouder zijn kind ‘s ochtends in de groep brengt? O Hoe snel krijgt een ouder reactie wanneer hij de voor-vroegschoolse voorziening iets vraagt? O Maar ook: Wat willen we uitstralen? Bijvoorbeeld met ons gebouw, de inrichting, kleding van de beroepskrachten, hoe we de telefoon opnemen. Het is goed om je te realiseren dat ook deze vormen van communicatie er toe doen om een goede relatie met ouders op te bouwen. Een professionele uitstraling zorgt bijvoorbeeld voor vertrouwen in de professionaliteit van de speelzaal/opvang/school.

14 4. Op vaardigheidsniveau Vragen die hierbij horen zijn: O Hoe schrijven we als voor-vroegschoolse voorziening een brief naar ouders? Hoe stellen we een themaboekje samen? Hoe ziet ons nieuwsbord eruit? O Hoe maken we contact met ouders? O Hoe creëer je een tien-minutengesprek waarin een ouder balans ervaart tussen informatie krijgen en zijn verhaal kwijt kunnen? O Hoe voer ik een gesprek met ouders die ik als ‘lastig’ ervaar?

15 Opdracht 1: Hoe wordt er binnen jullie praktijkplek gewerkt aan deze 4 niveau’s? O In groepjes gaan jullie de vragen binnen de 4 niveau’s met elkaar bespreken en beantwoorden O Op welke punten zou de ouderbetrokkenheid op jullie praktijkplek verbeterd kunnen worden? O Noteer al jullie antwoorden op een A3 O (na afloop van de volgende opdracht bespreken we de uitkomsten plenair)

16 Opdracht 2: En hoe gaan jullie werken aan je eigen professionaliteit m.b.t. ouderbetrokkenheid? O Maak met elkaar een plan van aanpak m.b.t. jullie eigen professionalisering O En heeft iedereen dezelfde leerpunten? Vast niet, want iedereen is anders! Geef dus duidelijk aan wie, waar aan wil gaan werken. O Schrijf jullie plan van aanpak op de andere kant van het A3-tje O Iedereen formuleert 2 persoonlijke leerdoelen O Geef niet alleen aan waar je aan wilt gaan werken maar ook hoe! Welke stappen ga je hier in zetten? (proces) O Help elkaar en inspireer elkaar! O Na afloop: plenair bespreken van opdracht 1 en 2

17 Voorbereiding voor volgende week O We maken 4 groepen en iedere groep bereidt 4 kennisvragen voor (vragenblad + antwoordenblad) O Dit kunnen open vragen zijn en/of MC vragen O Voorafgaand aan de les (uiterlijk zondagavond 12 april) mailen jullie mij de vragen! O Neem zelf het antwoordenblad mee naar de les. O Na het maken van jullie zelfgemaakte toets gaan we de toets nabespreken en kijkt iedereen zijn eigen toets na. O De groep die de toetsvraag gemaakt heeft presenteert na afloop van het maken van de toets het juiste antwoord en geeft eventuele uitleg. Neem dus het antwoordenblad mee en bereidt je goed voor! O Het is een open-boek toets dus neem alle theorie/ aantekeningenmaterialen mee naar de les O Indeling van de groepjes….

18 Groep 1Groep 2Groep 3Groep 4 Hoofdstuk 11, blz. 201 t/m 208 uit: Stichting de Meeuw (2010). Ben ik in beeld, Handboek voor pedagogisch medewerkers op kinderdagverblijven. Rotterdam: Stichting de Meeuw. Hoofdstuk 11, blz. 212 t/m 218 uit: Stichting de Meeuw (2010). Ben ik in beeld, Handboek voor pedagogisch medewerkers op kinderdagverblijven. Rotterdam: Stichting de Meeuw. Het onderdeel “succesvolle ouderbetrokkenheid” van de volgende link: vve.phphttp://wij-leren.nl/ouderbetrokkenheid- vve.php Blz. 5 t/m 11 én blz. 21 t/m 35: Bordewijk, A. Dries, H. Harkink M. Visser E. (2007). Ouderbetrokkenheid thuis: sleutel voor schoolsucces Over de invloed van ouders op het schoolsucces van hun kind en de rol van (voor)schoolse voorzieningen. Velp: Spectrum, Centrum Maatschappelijke ontwikkeling Gelderland. Hoofdstuk 4 uit: Singer, E. Kleerekoper, L. (2009). Pedagogisch Kader kindercentra 0-4 jaar. Maarssen: Elsevier gezondheidszorg. Paragraaf 5.1, blz. 127 t/m 138 uit: Keulen, van A. (2014). Pedagogisch Kader, voor professionele netwerken onderwijs en kinderopvang. Amsterdam: Uitgeverij SWP. Hoofdstuk 5 blz. 128 t/m 135 uit: Keulen, van A. (2014). Pedagogisch Kader, voor professionele netwerken onderwijs en kinderopvang. Amsterdam: Uitgeverij SWP. Hoofdstuk 5 uit: Ketner, S. Pels, T. Gilsing, R. Steketee M. (2012). Peutercollege: verrijkte voorschool in Rotterdam. Utrecht: Verwey- Jonker Instituut. Blz. 6: Kalthoff, H. (2011). Factsheet ouderbetrokkenheid bij voor- en vroegschoolse educatie, peuterspeelzaal en onderwijs. Utrecht: Eco 3: Kohnstamm Instituut/ Nederlands Jeugdinstituut/ Sardes. Blz. 214 t/m 217 uit: Stichting de Meeuw (2010). Ben ik in Beeld, Handboek voor pedagogisch medewerkers op kinderdagverblijven. Rotterdam: Stichting de Meeuw. Hoofdstuk paragraaf 1.5 én 3.1 uit: Djohani, F. Maas, J. (2000). Kinderopvang: opvoeden in diversiteit de dagelijkse praktijk in kindercentra. Houten: Bohn Stafleu van Loghum. Blz. 2 + blz. 3 + blz. 5 vanaf “ouders en voor- en vroegschoolse educatie”: Kalthoff, H. (2011). Factsheet ouderbetrokkenheid bij voor- en vroegschoolse educatie, peuterspeelzaal en onderwijs. Utrecht: Eco 3: Kohnstamm Instituut/ Nederlands Jeugdinstituut/ Sardes. Blz. 13 t/m 18: Bordewijk, A. Dries, H. Harkink M. Visser E. (2007). Ouderbetrokkenheid thuis: sleutel voor schoolsucces Over de invloed van ouders op het schoolsucces van hun kind en de rol van (voor)schoolse voorzieningen. Velp: Spectrum, Centrum Maatschappelijke ontwikkeling Gelderland. Hoofdstuk 2 en paragraaf 3.2 uit: Djohani, F. Maas, J. (2000). Kinderopvang: opvoeden in diversiteit de dagelijkse praktijk in kindercentra. Houten: Bohn Stafleu van Loghum.

19 Volgende bijeenkomst:  Laatste bijeenkomst; voorbereiding op de toets  Herhaling lesstof door middel van jullie zelfgemaakte toets  Evaluatie van de module


Download ppt "Ouderbetrokkenheid Week 8 Jacqueline Koopmans Docentenkamer PH 01.12."

Verwante presentaties


Ads door Google