De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

College 2 Biologische psychologie. Sheets: Kamer: ML. 3.84.

Verwante presentaties


Presentatie over: "College 2 Biologische psychologie. Sheets: Kamer: ML. 3.84."— Transcript van de presentatie:

1 College 2 Biologische psychologie

2 Sheets: Kamer: ML. 3.84

3  Inhoud module  H8 Biologische Psychologie  intro intro

4  Interne factoren  Gedrag, gedachten, emoties en motieven correleren met een biologisch proces: biologisch correlaat  Reductie  Oorzaak van gedrag is vast te stellen door de (biologische) mens uiteen te rafelen tot in de kleinste details  DNA  Stuurt het gedrag en de ontwikkeling ervan  Hersenen  Zonder hersenen is gedrag onmogelijk  Evolutie  Geen principieel onderscheid tussen mens en dier

5  Verklaren menselijk gedrag vanuit hersenprocessen al eeuwenoud  Mindless psychiatry (biologisch denken)  Brainless psychiatry (interactie tussen individu en omgeving)  Jaren zeventig vorige eeuw: antipsychiatrisch denken dominant  Jaren zestig en zeventig fundament voor terugkeer biologisch denken

6  Sinds jaren negentig is het biologisch denken in de psychiatrie weer dominant  Psychologie houdt zich nog maar kort bezig met biologische invloeden op gedrag  Psychologie is namelijk begonnen als wetenschap die zich tegen de medische wetenschap afzette

7 Mechanistisch en organistisch 1. Product van langdurige evolutionaire geschiedenis 2. Mens is een beschreven blad 3. Individuele geschiedenis 4. Geen baas eigen brein 5. Aan een mens kan geknutseld worden 6. Niet verantwoordelijk eigen gedrag

8  Bij gedrag spelen zowel erfelijke als omgevingsinvloeden een grote rol  Men probeert uit te zoeken welke combinaties van aanleg en omgeving juist wel of juist niet het ontstaan van bepaald gedrag uitlokken of remmen  Ook probeert men vast te stellen in welke mate bepaalde gedragsvormen erfelijk voorbereid zijn  Blokkeren van specifieke genen is soms moeilijk doordat (complex) gedrag door meerdere genen wordt beïnvloed

9  A-C-T-G  DNA op de chromosomen; 46, 23 paar  Deel van DNA zijn genen  Genotype; erfelijke eigenschappen  Fenotype: hoe iemand er daadwerkelijk uitziet  Dominante en recessieve chromosomen  22 paar autosomale (lichaams) chromosomen, 1 paar geslachtschromosomen (X en Y)

10  99.9% van alle genen is hetzelfde voor ieder mens  Onderzoek met ééneiige tweelingen om ‘heritability’ vast te stellen  Genen en omgeving - interactie

11  Startpunt van gedrag  400 gram bij geboorte  1 kilo bij één jaar  Maximale gewicht circa 1,5 kilo (twintigste levensjaar)  Vervolgens neemt het gewicht geleidelijk af  Hersenen + ruggenmerg = centrale zenuwstelsel  2% lichaamsgewicht – 20% zuurstof – 20% bloed – 25% energie

12 Neuron

13  Drie onderdelen van hersenen  Grote hersenen  Middenhersenen  Achterhersenen

14  Grote hersenenn (menselijk brein)  Hersenschors (cortex): typisch menselijke kenmerken  Hersenkwabben: o.a. persoonlijkheid, planning, concentratie, zintuigen, geheugen, taal – MEEST ONTWIKKELD  Middenhersenen (zoogdierenbrein)  Lymbisch systeem: emoties, herinneringen, temperatuur en bloeddruk, straffen en belonen  Achterhersenen (reptielenbrein)  Hersenstam en uiteinde ruggenmerg, ademhaling, hartslag, evenwicht, reflexen – MEEST BASAAL

15  Synaptogenese – groei dendrieten en synapsen; contact zenuwcellen; 80% in de eerste 8 maanden  Pruning: na 8 maanden neemt synapsen en dendrieten af  Myelinisatie; isolatie axonen – vergroot snelheid infotransport  Hormonen; effect van hormonen op hoe de hersenen werken. Bijv. puberbrein en moederbrein  Plasticiteit van de hersenen – brein is kneedbaar

16

17  Depressie & angststoornissen  Erfelijke aanleg - neurotransmitters  Risicofactoren in de omgeving  Dergelijke gen-omgevingsinteracties kunnen resulteren in ontregelde biologische processen waar stresshormonen, neurotransmitters en gevoelig geworden hersenstructuren een grote rol spelen

18  Psychofarmaca  Neurotransmissie  Placebo-effect  Magnetische stimulatie van hersenen

19  Snelle ontwikkelingen en successen van de biologische psychologie zijn te zien als een inhaalmanoeuvre  Kanttekening: gaat soms gepaard met een grenzeloos en eenzijdig optimisme  Voor een goed begrip van menselijk gedrag is het echter nodig om zowel rekening te houden met lichamelijke invloeden als met invloeden uit de omgeving

20 hersenen


Download ppt "College 2 Biologische psychologie. Sheets: Kamer: ML. 3.84."

Verwante presentaties


Ads door Google