De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

1 Tumorbiologie Vragen bij week 1 Socrative vraag 1 Ga naar www.b.socrative.comwww.b.socrative.com (Kies “student”) Bij Enter Teacher’s Room (lokaal) vul.

Verwante presentaties


Presentatie over: "1 Tumorbiologie Vragen bij week 1 Socrative vraag 1 Ga naar www.b.socrative.comwww.b.socrative.com (Kies “student”) Bij Enter Teacher’s Room (lokaal) vul."— Transcript van de presentatie:

1 1 Tumorbiologie Vragen bij week 1 Socrative vraag 1 Ga naar (Kies “student”) Bij Enter Teacher’s Room (lokaal) vul je in: en druk op “Join room”.

2 2 mRNA Synthesis of mRNA in the nucleus DNA NUCLEUS mRNA CYTOPLASM Movement of mRNA into cytoplasm via nuclear pore Ribosome Amino acids Polypeptide Synthesis of protein Het centrale dogma: DNA ↓ RNA ↓ Eiwit Alle cellen hebben hetzelfde DNA. Expressie van RNA, en dus eiwit, bepaalt eigenschappen.

3 Fig end Nucleoside Nitrogenous base Phosphate group Sugar (pentose) (b) Nucleotide (a) Polynucleotide, or nucleic acid 3 end 3C3C 3C3C 5C5C 5C5C Nitrogenous bases Pyrimidines Cytosine (C) Thymine (T, in DNA)Uracil (U, in RNA) Purines Adenine (A)Guanine (G) Sugars Deoxyribose (in DNA) Ribose (in RNA) (c) Nucleoside components: sugars 3 De bouwstenen van DNA en RNA

4 4 Fig Cytosine (C) Adenine (A)Thymine (T) Guanine (G) A-T basenpaar G-C basenpaar

5 5 Structuur van DNA 3 weergaven voor een G-C basenpaar

6 6 Fig. 17-3b-1 (b) Eukaryotic cell TRANSCRIPTION Nuclear envelope DNA Pre-mRNA

7 7 Fig. 17-3b-2 (b) Eukaryotic cell TRANSCRIPTION Nuclear envelope DNA Pre-mRNA RNA PROCESSING mRNA

8 8 Fig. 17-3b-3 (b) Eukaryotic cell TRANSCRIPTION Nuclear envelope DNA Pre-mRNA RNA PROCESSING mRNA TRANSLATION Ribosome Polypeptide

9 9 Fig DNA molecule Gene 1 Gene 2 Gene 3 DNA template strand TRANSCRIPTION TRANSLATION mRNA Protein Codon Amino acid DNA bestaat uit 4 verschillende basen. Per drie coderen ze voor een aminozuur. Dit heet een codon. Hoeveel verschillende codons zijn er mogelijk? (Socrative vraag 2)

10 10 Fig. 5-UN1 Amino group Carboxyl group  carbon

11 11 Fig Nonpolar Glycine (Gly or G) Alanine (Ala or A) Valine (Val or V) Leucine (Leu or L) Isoleucine (Ile or I) Methionine (Met or M) Phenylalanine (Phe or F) Trypotphan (Trp or W) Proline (Pro or P) Polar Serine (Ser or S) Threonine (Thr or T) Cysteine (Cys or C) Tyrosine (Tyr or Y) Asparagine (Asn or N) Glutamine (Gln or Q) Electrically charged AcidicBasic Aspartic acid (Asp or D) Glutamic acid (Glu or E) Lysine (Lys or K) Arginine (Arg or R) Histidine (His or H)

12 12 Peptide bond Fig Amino end (N-terminus) Peptide bond Side chains Backbone Carboxyl end (C-terminus) (a) (b)

13 13 Fig Second mRNA base First mRNA base (5 end of codon) Third mRNA base (3 end of codon)

14 14 Fig Polypeptide Ribosome Amino acids tRNA with amino acid attached tRNA Anticodon Trp Phe Gly Codons 3 5 mRNA

15 15 Fig Enhancer (distal control elements) Proximal control elements Poly-A signal sequence Termination region Downstream Promoter Upstream DNA Exon Intron Exon Intron Cleaved 3 end of primary transcript Primary RNA transcript Poly-A signal Transcription 5 RNA processing Intron RNA Coding segment mRNA 5 Cap 5 UTR Start codon Stop codon 3 UTR Poly-A tail 3

16 16 Fig miRNA- protein complex (a) Primary miRNA transcript Translation blocked Hydrogen bond (b) Generation and function of miRNAs Hairpin miRNA Dicer 3 mRNA degraded 5

17 Tripletten 17 triplet Hoe weet een ribosoom waar hij moet beginnen? Een ribosoom begint altijd bij AUG! En eigenlijk alleen wanneer het lijkt op CCAUGG

18 18 Sikkelcelanemie

19 19 Fig Primary structure Secondary and tertiary structures Quaternary structure Normal hemoglobin (top view) Primary structure Secondary and tertiary structures Quaternary structure Function  subunit Molecules do not associate with one another; each carries oxygen. Red blood cell shape Normal red blood cells are full of individual hemoglobin moledules, each carrying oxygen. 10 µm Normal hemoglobin     Val His Leu ThrPro Glu Red blood cell shape  subunit Exposed hydrophobic region Sickle-cell hemoglobin   Molecules interact with one another and crystallize into a fiber; capacity to carry oxygen is greatly reduced.   Fibers of abnormal hemoglobin deform red blood cell into sickle shape. 10 µm Sickle-cell hemoglobin GluPro Thr Leu His Val

20 20 Sikkelcelanemie

21 21 Mutaties op nucleotide niveau (puntmutaties) Base substituties Insertie (additie) en deletie

22 22 Mutaties op chromosoomniveau

23 23 Translocatie Bij chronische myeloide leukemie (CML)

24 24 Figure 4.15a The Biology of Cancer (© Garland Science 2007) Denk aan het centrale dogma: DNA ↓ RNA ↓ Eiwit

25 25 Figure 4.15b The Biology of Cancer (© Garland Science 2007)

26 26 3.Bij het beoordelen of een tumor goed- of kwaadaardig: -geen absolute criteria -ervaring van de patholoog zgn. vriescoupe vorm van de cellen de aard van de kern infiltratie van bloed- en lymfevaatjes -tumortype-specifieke criteria rand van het verwijderde weefsel tumor vrij? Kwaadaardige tumoren kunnen uiteindelijk metastaseren (uitzaaien) bloed- of lymfevaatjes binnendringen Metastasering via lymfevaten leidt eerst tot tumorvorming in de lymfeknopen (veel tumorcellen worden gedood in lymfeknopen); van daaruit kan later eventueel de bloedbaan bereikt worden.

27 27 De nomenclatuur is behoorlijk verwarrend en nog steeds niet volledig uitgekristalliseerd. Er zijn nogal wat synonymen. Adenoma: goedaardige tumor van klierweefsel Carcinoma: kwaadaardige tumor van epitheel Adenocarcinoom: kwaadaardige tumor van klierepitheel Lipoma: goedaardige tumor van vetweefsel Sarcoma: kwaadaardige tumor van mesenchymale oorsprong (bindweefsel, (kraak)been en spierweefsel) Chondrosarcoma: kwaadaardige kraakbeentumor Lymphoma: solide tumoren van lymfoid weefsel (o.a. in lymfeknopen, milt of thymus)

28 28 Blastoma: (kwaadaardige) tumoren van weinig gedifferentieerde cellen; komen vaak op jonge leeftijd voor (jeugdkanker) Neuroblastoma: kwaadaardige tumor van neuroblasten; vooral in autonome zenuwstelsel; komt relatief veel voor in bijniermerg en kan van daaruit lever infiltreren Melanoma: kwaadaardige tumoren vanuit pigmentcellen in de huid (vaak vanuit moedervlekken, 30%). Ook in retina (cellen van neurale lijst). Hepatoma: kwaadaardige levertumor (zou eigenlijk hepatocarcinoom moeten heten) Leukemiën: zijn woekeringen van bloedvormende cellen in het beenmerg leidend tot abnormaal hoge concentratie van bepaalde typen leukocyten; het bloed kan er en beetje crèmig uit gaan zien. Er worden heel veel verschillende leukemieën onderscheiden. Lymfoïde (lymfocyten) of myeloïde (granulocyten); de mate van kwaadaardigheid kan verschillen. Sommige kunnen ook uitzaaien en elders solide tumoren vormen.

29 29 Kahler: Multipel myeloom: kwaadaardige woekering van plasmacellen in het beenmerg waardoor de aanmaak van normale witte en rode bloedcellen verstoord wordt. Deze cellen komen ook in bloed en van daaruit in vrijwel alle weefsels. Ze scheiden een bepaald eiwit uit dat de afbraak van bot stimuleert. Botpijn, veroorzaakt door kleine botbreukjes, is meestal de eerste klacht. Hodgkin: een bepaalde kwaadaardige vorm van lymphoma, met name in de lymfeklieren

30 30 Asbest is een verzamelnaam voor een serie verwante mineralen. -Komt voor in buitenlucht, afkomstig cement etc. -Werkers in asbestmijnen en mensen die het verwerken meer. -Verhoogde kans op longkanker (vooral in combinatie met roken). -Echt specifiek voor asbest: het kwaadaardige mesothelioom (carcinoma van het longvlies of buikvlies). -Het kan 3 tot 60 jaar duren voordat het zich openbaart. -Mechanisme (?): Beschadiging cellen waardoor mutagene stoffen er makkelijker in doordringen?

31 31 Enkele theorieën: Irritatie en ontsteking van mesotheelcellen  onomkeerbare littekenvorming, cellulaire schade en uiteindelijk kanker. Asbest vezels komen de cel binnen en verstoren de functie van cellulaire structuren die essentieel zijn voor normale celdeling,  cellulaire veranderingen die tot kanker leiden. Asbest veroorzaakt de productie van vrije radicalen. Deze moleculen beschadigen het DNA en veroorzaken mutaties die leiden tot kanker. De aanwezigheid van astbest zet de cellen aan tot de productie van onco-eiwitten. Deze moleculen zorgen er voor dat de mesotheelcellen de normale beperkingen op celdeling verontachtzamen en dit leidt tot de ontwikkeling van kanker.

32 32 Roken is vooral geassocieerd met longkanker en keelkanker (vooral in combinatie met alcoholgebruik, lipkanker (pijp- en sigaarrokers)) Gerookt voedsel bevat allerlei mutagene stoffen, zoals benzopyreen. Het is geassocieerd met maagkanker. Jodium 131: Jodium wordt opgenomen door het lichaam en gebruikt voor de productie van schildklierhormoon. Schildklierkanker is dan ook sterk verhoogd door opname van (radioactief!) I-131 via drinkwater en voedsel.


Download ppt "1 Tumorbiologie Vragen bij week 1 Socrative vraag 1 Ga naar www.b.socrative.comwww.b.socrative.com (Kies “student”) Bij Enter Teacher’s Room (lokaal) vul."

Verwante presentaties


Ads door Google