De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

Opvoedrelaties A Week 3, Bijeenkomst 4. Programma Toets over geleerde stof (H5 en H6) Opdracht Klassikale bespreking.

Verwante presentaties


Presentatie over: "Opvoedrelaties A Week 3, Bijeenkomst 4. Programma Toets over geleerde stof (H5 en H6) Opdracht Klassikale bespreking."— Transcript van de presentatie:

1 Opvoedrelaties A Week 3, Bijeenkomst 4

2 Programma Toets over geleerde stof (H5 en H6) Opdracht Klassikale bespreking

3 Toets over de geleerde stof We maken de toetsvragen die door de klas zijn opgesteld. Stop je aantekeningen en je boek+ artikelen weg. Klassikale bespreking door het groepje

4 Families first

5 Vraag 1 Hoeveel uur per dag is families first beschikbaar voor het gezin? A. 12 uur per dag. B. 6 uur per dag. C. 5 x 24 uur. D. 7 x 24 uur.

6 Vraag 2 Met welke doelgroep werkt families first? A. Gezinnen die in een acute crisissituatie verkeren en waarbij één of meer kinderen in de leeftijd van 0 tot 18 jaar uit huis geplaatst dreigen te worden. B. Gezinnen waarbij één of meer kinderen in de leeftijd van 0 tot 18 jaar al uit huis geplaatst zijn. C. Gezinnen die in een acute crisissituatie verkeren en waarbij één of meer kinderen in de leeftijd van 4 tot 23 jaar uit huis geplaatst dreigen te worden. D. Kinderen van gescheiden ouders.

7 Vraag 3 Stelling 1: Families first wijkt weleens af van zijn doelgroep. Stelling 2: Na vier weken kan de hulp met maximaal drie keer één week worden verlengd. A. Beiden stellingen zijn juist. B. Beiden stellingen zijn onjuist. C. Stelling één is juist. D. Stelling twee is juist.

8 Vraag 4 Wat is geen kenmerk van families first? A. Families first reageert onmiddellijk op een crisissituatie. B. De nadruk ligt op competentievergroting. C. Families first werkt integraal. D. De hulp van families first wordt gegeven in de directe omgeving van het gezin.

9 Vraag 5 Wat is het doel van families first?

10 Multisysteemtherapie

11 Vraag 1 Vraag 1:Wie is de grondlegger van multisysteemtherapie ? A: watzlawick B:scott-pyaget C:scot henggler D feldman

12 Vraag 2 Vraag 2;Hoe lang duurt een behandeling van het multisysteemtherapie ? A 4 maanden B 8maanden C 5-7 maanden D 3-5maanden

13 Vraag 3 Vraag 3: MST is een intensieve gezicht behandeling van 6-9 maanden A waar B niet waar

14 Vraag 4 Vraag 4 :Wat is basisdoel van MST? A: vermindert crimineel gedrag, antisociale gedrag van jongeren B: MST vermindert crimineel gedrag,antisociale gedrag van jongeren en richt zich op levensgebieden van jongeren C: beide zijn onjuist D : beide zijn juist

15 Vraag 5 Vraag 5 :Wat is de eerste stap van de behandeling A kennis maken met client B probleemgedrag van jongeren word in kaart gebracht C plan op stellen D alles is onjuist

16 Ambulante spoedhulp

17 Vraag 1 1. Welk van deze algemene doelen behoort niet tot de ASH? A. De veiligheid en basisroutines zijn hersteld B. De problematiek, risicofactoren, kansen en verwachtingen verkennen en ordenen C. Het verminderen van gedragsproblematiek D. Met de gezinsleden is vastgesteld wat er moet gebeuren

18 Vraag 2 2. Welke fasering van ambulante spoedhulp is juist. A. Voorfase - starfase- werkfase- startgesprek -advies en afrondingsfase B. Voorfase- startfase- startgesprek- werkfase -advies en afrondingsfase C. Startfase- voorfase- startgesprek- werkfase -advies en afrondingsfase D. Startfase- voorfase- werkfase- startgesprek- advies en afrondingsfase

19 Vraag 3 3. Op welke doelgroep is ASH gericht? A jaar en opvoeders B jaar C jaar en opvoeders D jaar

20 Vraag 4 4. Wanneer wordt er in gezinnen gebruik gemaakt van ASH? A. Crisissituatie B. Spoedeisende problematiek C. POS D. A en B zijn juist E. A en C zijn juist F. B en C zijn juist

21 Vraag 5 5. Geef een korte beschrijving van ambulante spoedhulp.

22 MDFT

23 Vraag 1 Waar is de mdft therapie niet op gegrond? A ecologisch model van bronfenbrenner B model voor risico en protectieve factoren C ontwikkelings psychologie D Balansmodel van bakker

24 Vraag 2 De belangrijkste doelen van mdft zijn bereikt als... A de jongere is gestopt met drugs/en/of alcohol gebruik of wanneer de jongere dit aanzienlijk heeft verminderd B de jongere een leven leidt waarin probleem gedrag is afgenomen of beindigd en bevredigende maatschappelijke participatie mogelijk is C alleen antwoord A is juist D A+B zijn juist

25 Vraag 3 Waar bestaat de doelgroep van mdft uit?

26 Vraag 4 De 2e fase van mdft is: A casusanalyse B vertrouwen winnen C opstellen behandelplan D werken aan verandering

27 Vraag 5 Er zijn 4 soorten sessies binnen mdft. De sessie die niet wordt gehouden is: A met de ouders alleen B met de jongere alleen C met derde erbij zoals, mentor school of vriend D met alleen broer en zus

28 FFT

29 Vraag 1 1. FFT heeft tot doel.. a. Het voorkomen van gedragsproblematiek van jongeren binnen een gezin b. Het verminderen van onderlinge wrijvingen binnen een gezin c. Het verminderen van ernstige gedragsproblematiek van jongeren d. Het voorkomen van onderlinge wrijvingen van jongeren.

30 Vraag 2 2. Hoe wil FFT het doel behalen a. Door de gezinsbanden te verbeteren b. Door het verbeteren van de opvoedingsvaardigheden van de ouders c. Door alle gezinsleden individueel therapie te laten volgen d. Door de ouders een opvoedingstherapie te laten volgen

31 Vraag 3 3. De functionele Gezinstherapie kent drie fasen.. a. De verbindings- en motiveringsfase, gedragsprobleemfase en generalisatiefase b. Bezweren van crisis, het verlenen van praktische en materiële hulp en het verbeteren van de veiligheidssituatie voor de kinderen c. Ondersteunen van de opvoedvaardigheden, de vraag achter de vraag en doorverwijzen naar passende instanties d. Beïnvloeden, begeleiden en onderwijzen

32 Vraag 4 4. Het gemiddelde aantal sessies van FFT ligt op.. a sessies b sessies c sessies d sessies

33 Vraag 5 De doelgroep van FFT is

34 Uitleg + Opdracht (120 min incl. pauze)

35 Waar kijk je naar als systeemgerichte pedagoog? Hoofdstuk 3: gezin als systeem Kenmerken, hiërarchisch, communicatief, affectief Hoofdstuk 6: hulpverleningscyclus van Strien Proces, motivatie, tijd, leerstijl, wie is de cliënt Hoofdstuk 5: wat herken je aan methodiek? Hoofdstuk 7: aanmelding en screening Werkrelatie* Taxatie oudshoorn*

36 Opbouwen van werkrelatie Aandachtpunten: -Concentreer je op het gedrag van de individu, op emoties, emotionele processen en posities van personen -Denk niet in oorzaak en gevolg (let op wederkerigheid) -Heb oog voor circulaire beïnvloeding -Wees gericht op het bevestigen of herstellen van de hiërarchie -Richt je op het verbeteren van de interactie tussen gezinsleden -Onderzoek het supra familiare systeem en de omgeving als systeem -Sta stil bij jezelf en de relatie en interactie met de cliënt.

37 Taxatie van het individuele Systeem (Oudshoorn) 1.Sociale aspecten (context) 2.Gezinssyteemaspecten 3.Gedragsmatige en cognitieve aspecten 4.Psychodynamische aspecten 5.Ontwikkelings- en persoonlijkheidsaspecten 6.Biologische aspecten

38 Analyse van een gezinssituatie Schrijf zoveel mogelijk op wat je weet. Topics staan benoemd op het uitgedeelde formulier.

39 Klassikale nabespreking Wat heb je gemist? Wat heb je ontdekt? Eye openers? Waar liep je tegenaan?


Download ppt "Opvoedrelaties A Week 3, Bijeenkomst 4. Programma Toets over geleerde stof (H5 en H6) Opdracht Klassikale bespreking."

Verwante presentaties


Ads door Google