De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

   2.0416.

Verwante presentaties


Presentatie over: "   2.0416."— Transcript van de presentatie:

1   

2  7 weken les  Maken van een plan van aanpak  Toets kennis en praktijk  80% aanwezigheid  Huiswerk  Materiaal: boek, beleidsstuk

3  Kwaliteit en beleid PEDKBN01RV VQR4VER11 M.LOK3 1) 8:30- 11:20  De machinist

4  Doornemen studiemateriaal  Toelichting module  Uitleg opdrachten  Rondvraag werkplekken  Maken opdrachten  Bespreken opdrachten

5 Kwaliteit (eigenschap) De meest neutrale definitie van kwaliteit is: het geheel van eigenschappen van een object, waarbij een object een ding, activiteit, persoon of concept kan zijn Beleid Beleid is het stellen van doelen, middelen en een tijdpad in onderlinge samenhang. Liefst zijn plaats en tijd omschreven. Onder beleid wordt dus verstaan het aangeven van de richting en de middelen waarmee men gestelde organisatiedoelen wil gaan realiseren. Non-profit Non-profit wil zeggen dat er geen winstoogmerk is. Een non-profitorganisatie heeft niet als doel winst te maken. Toch kan het zijn dat degenen die gebruikmaken van de diensten van een non- profitorganisatie daarvoor moeten betalen. De doelstelling van een non-profitorganisatie is de ondersteuning van private of publieke aangelegenheden voor niet-commerciële, maatschappelijke doeleinden. Dit kan gaan over een grote variatie aan zaken, zoals kunst, educatie, politiek, onderzoek of ontwikkelingshulp. Hoewel de organisaties geen winstoogmerk hebben, hebben zij wel inkomsten nodig. Deze zijn over het algemeen afkomstig uit subsidies, giften en eigen inkomsten. Deze eigen inkomsten kunnen voorkomen uit acties en bijdrage van "klanten" aan de gemaakte kosten. Non- profitorganisaties die gesubsidieerd zijn door de overheid worden ook door de overheid op kwaliteit gecontroleerd. Als de organisatie niet aan de kwaliteitseisen van de overheid voldoet kan de subsidie stopgezet worden. winstkunsteducatiepolitiekonderzoekontwikkelingshulpoverheidsubsidie

6  Een overheid betrekt in een zo vroeg mogelijk stadium burgers, maatschappelijke organisaties, bedrijven en/of andere overheden bij het beleid, met als doel tot een open wisselwerking te komen, wat betreft voorbereiding, bepaling, uitvoering en evaluatie van beleid.

7 1. Openheid 2. Duidelijkheid over de rol en inbreng van bestuur en participanten 3. Meerwaarde van participatie 4. Constructieve relatie tussen bestuur en participanten 5. Geschikte problematiek 6. Voldoende personele capaciteit en hulpmiddelen

8

9 Beleidskader jeugdzorg beleidskader wordt ontwikkeld in overleg met de partners uit de jeugdzorgketen en afgestemd met de cliëntenorganisaties van de zorgaanbieders. In het beleidskader jeugdzorg zijn de ambities van de stadsregio vertaald in vier doelstellingen: een betere afstemming tussen vraag en aanbod van jeugdzorg een betere organisatie van de jeugdbescherming een efficiënte en effectieve uitvoering van de jeugdzorg een betere samenwerking met de ketenpartners. De vier doelstellingen zijn vervolgens uitgewerkt in twaalf speerpunten: Van aanbodgericht naar vraaggericht werken Een andere wijze van sturing en investeren Bestrijding van de wachtlijsten De landelijke verbetertrajecten voor gezinsvoogdij en voogdij De regionale aanpak van de OTS (onder toezichtstelling, gezinsvoogdij) Verbetering indicatiestelling bureau jeugdzorg Verbetering doorlooptijden bureau jeugdzorg en zorgaanbieders Een beter inzicht in resultaten Klantvriendelijker Een betere samenwerking met de lokale partners Een betere samenwerking met de jeugd GGZ (geestelijke gezondheidszorg) en jeugd LVG (licht verstandelijk gehandicapten) Afspraken over het vervolg IKW (programma Ieder Kind Wint in de stadsregio Rotterdam) Deze twaalf actiepunten vormen de belangrijkste basis voor de jaarlijkse stadsregionale uitvoeringsprogramma’s.

10  Blz.45 blz. 5 studiehandleiding

11  Wijkscholen  Zo zijn de wijkscholen speciaal bedoeld voor zogenoemde overbelaste jongeren die door een stapeling van problemen nauwelijks ruimte hebben in hun hoofd voor school. De wijkschool brengt het onderwijs namelijk dichterbij. In een kleinschalige en voor de jongere relevante omgeving.

12  De vakschool is een doorlopende vmbo-mbo- school. Binnen de vakschool krijgt de leerling van begin af aan vakken die gericht zijn op het beroep dat hij of zij wil uitoefenen. Topscholen zijn speciaal bedoeld voor mbo- leerlingen die boven de middelmaat uitsteken. De topschool is erop gericht de talenten van deze leerlingen beter te benutten. Zo wordt de overstap naar het hbo voor hem gemakkelijker

13  Jongeren met problemen staan meestal niet te popelen om doorverwezen te worden van instantie naar instantie. Hij/zij wil zoveel mogelijk als 'gewoon' gezien worden en moet veelal worden verleid tot het aanvaarden van hulp. Hulp aanvaarden wordt makkelijker als het aangeboden wordt op de plaats waar de jongere toch al een groot deel van de dag doorbrengt: op school. De zorginstellingen (Centra voor Jeugd en Gezin, GGD, Schuldhulpverlening, etc.) gaan hun zorg of ondersteuning aanbieden op de schoollocatie. Op deze wijze zijn ze eenvoudig bereikbaar en kan er op tijd ingegrepen worden bij problemen.

14  Op jonge leeftijd een beroep kiezen is voor veel jongeren ingewikkeld. Ze weten vaak niet wat te kiezen en weten ook niet welke perspectieven de diverse beroepen bieden. Steeds minder jongeren kiezen voor technische beroepen, terwijl daar in het bedrijfsleven veel behoefte aan is. Ook verlaten jongeren vaak de school als de opleiding niet is wat zij er van verwachten.  Rotterdam wil daarom in een vroegtijdig stadium (al op de basisschool) beginnen om jongeren en hun ouders voor te lichten over kansrijke beroepen waar ze in kunnen groeien. Bovendien gaan we samen met het georganiseerde bedrijfsleven (de haven, de technische bedrijven, de zorginstellingen, etc.) aan de slag om ouders en hun kinderen duidelijk te maken dat je met een (technisch) beroepsopleiding hoogwaardig en goed betaald werk kunt krijgen.

15  Maken/lezen week 1 en 2 studiehandleiding  Vragen opstellen  Beleidsplan/jaarplan van je organisatie blz. 11 shl  Alternatief  Casus blz 45  e/detail/ /2011/09/06/Rotterdamse- binnenstad-is-een-stinkbende.dhtml e/detail/ /2011/09/06/Rotterdamse- binnenstad-is-een-stinkbende.dhtml


Download ppt "   2.0416."

Verwante presentaties


Ads door Google