De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

Sociale Hygiëne, week 2 Johan Martens, opleiding Facility Management (010) 794 5693.

Verwante presentaties


Presentatie over: "Sociale Hygiëne, week 2 Johan Martens, opleiding Facility Management (010) 794 5693."— Transcript van de presentatie:

1 Sociale Hygiëne, week 2 Johan Martens, opleiding Facility Management (010)

2 Terugblik op vorige week  Met sociale hygiëne wordt bedoeld dat mensen rekening met elkaar houden en respect hebben voor elkaars lichamelijke en geestelijke gezondheid.  Leidinggevenden op de drankvergunning dienen in het bezit van een SVH Verklaring Sociale Hygiëne te zijn  Er zijn verschillende soorten horecabedrijven en doelgroepen waarop een bedrijf zich kan richten  Bedrijfsformule: keuzes ten aanzien van product, prijs, plaats, promotie, personeel en presentatie  Gastvrijheidsconcept: keuzes ten aanzien van product, gedrag en omgeving

3 Programma voor vandaag  Ethiek in de horeca  Normen en waarden  Respect tonen  Moraal en ethiek  Sociaal hygiënisch beleid  Het belang van sociaal hygiënisch beleid  Onderdelen van een goed beleidsplan  Grenzen stellen aan gedrag  Relevante wet- en regelgeving  Het opstellen van huisregels

4 Ethiek in de horeca  Met sociale hygiëne wordt bedoeld dat mensen rekening met elkaar houden en respect hebben voor elkaars lichamelijke en geestelijke gezondheid.  Hoe houden mensen rekening met elkaar?  Wordt bepaald door ieders normen en waarden

5 Normen en waarden  Waarden  Geeft aan wat iemand waardevol vindt om na te streven in het leven  Zijn persoonlijke kwaliteiten  Normen  Hier: fatsoensnormen of gedragsnormen  Ongeschreven regels in de maatschappij of in een bepaalde cultuur  Zijn groepsgebonden

6 Respect tonen  Sociaal gedrag is elkaar respecteren op basis van normen en waarden  Je toont respect als je:  De ander in zijn waarde laat  Rekening houdt met anderen  Eerbied hebt voor ouders, gezag, etc.  Bewondering hebt voor iets  Begrip hebt voor gevoelens en emoties van anderen

7 Moraal en ethiek  Gezamenlijke normen en waarden bepalen de moraal van een gemeenschap  Wat moet je vooral wel doen?  Wat mag je beslist niet doen?  Immoreel gedrag is gedrag dat niet past binnen de normen en waarden  Ethiek is de vraag welk gedrag moreel of immoreel gedrag is

8 Opdracht  Wat zou jij in deze situatie als medewerker doen?  Welke normen en waarden zijn voor jou van belang?  Hoe kun je de gast op respectvolle wijze benaderen?  Bespreek dit in twee- of drietallen met elkaar “Een gast in het café waar jij werkt, heeft in korte tijd vijf glazen alcohol genuttigd. Vervolgens wil hij vertrekken met zijn eigen auto. Hij slaat een aanbod van de bediening af om een taxi voor hem te bellen. Moet de bediening hem laten gaan, wetende dat de gast mogelijk brokken maakt?”

9 Belang sociaalhygiënisch beleid  Ieder bedrijf wil een goede omzet en winst  Afhankelijk van type gast en zijn gedrag  Te beïnvloeden door de bedrijfsformule en het gastvrijheidsconcept  Wordt beïnvloed door waarden en normen  Sociaalhygiënisch beleid is gericht op het bewaken van de gastvrijheid

10 Sociaalhygiënisch beleid  Visie op gastvrijheid  Bedreigingen onderzoeken (risicoanalyse)  Grenzen stellen aan gedrag (huisregels)  Deurbeleid  Handhavingsbeleid  Samenwerken met derde partijen  Voorlichting en instructie  Veiligheidsbeleid  Beleidsplan is een hulpmiddel bij voorlichting en instructie  Sociaal hygiënisch beleid geldt voor het hele bedrijf, dus ook het terras, de speeltuin en de parkeerplaats.

11 Grenzen stellen aan gedrag  Nodig om het gastvrijheidsconcept veilig te kunnen stellen  Door regels vast te stellen en te hanteren weten gasten waar de grenzen liggen van hun gedrag  Leidinggevende en medewerkers moeten wel zelf het goede voorbeeld geven

12 Wettelijke regels  Leidinggevende moet naar eer en geweten de wettelijke bepalingen naleven  En moet erop toezien dat zowel zijn medewerkers als zijn gasten dat ook doen  Elke Nederlander wordt geacht de wet te kennen!

13 Drank- en Horecawet Geeft onder andere voorschriften over:  De eisen waaraan een onderneming moet voldoen  Aan wie, welke alcoholhoudende drank verstrekt mag worden Belangrijkste wijzingen per 1 januari 2014:  Verhoging leeftijdsgrens voor alcoholverkoop van 16 naar 18  Er komt geen overgangsregeling voor jongeren van 16 en 17 die op dit moment al wel alcohol mogen drinken  Jongeren onder de 18 jaar zijn strafbaar als ze alcohol bij zich hebben op straat of op andere plekken in de openbare ruimte  Gemeenten zijn sinds vorig jaar verantwoordelijk voor handhaving van de Drank- en Horecawet; zij moeten nu verplicht een preventie- en handhavingsplan opstellen

14 Alcohol, drugs en gokken  Wegenverkeerswet  Opiumwet  Wet op de kansspelen

15 Wetboek van strafrecht Deze wet maakt onderscheid tussen:  Een overtreding (openbare dronkenschap)  Een misdrijf (huisvredebreuk)

16 Wetboek van strafvordering Bevoegdheden die de burger heeft, zoals:  Aangifte doen van een gepleegd strafbaar feit of een klacht indienen  Aanhouden van een verdachte op heterdaad

17 Wet Wapens en Munitie In deze wet staan:  Welke wapens verboden zijn  Van welke wapens het gebruik, bezit of handel strafbaar is

18 Wet Milieubeheer en Activiteitenbesluit Geeft onder meer voorschriften over:  Het voorkomen of beperken van hinder veroorzaakt door komende en vertrekkende bezoekers in de omgeving  Het beperken van geluidsoverlast door het treffen van akoestische voorzieningen

19 Algemene Plaatselijke Verordening Elke gemeente heeft een APV m.b.t. de exploitatie van horecabedrijven  De inrichting en exploitatie van het horecabedrijf  De openbare orde, veiligheid en zedelijkheid

20 Opdracht  Schrijf minimaal vijf huisregels op van een horecagelegenheid die je vaak bezoekt  Beschrijf wat jij van deze huisregels vindt  Geef aan welke huisregels jij zou veranderen of toevoegen en waarom

21 Regels  Iedere ondernemer moet vaststellen, wat is in mijn zaak:  Gewenst gedrag?  Ongewenst gedrag?  Betreft gedrag van gasten, maar ook van medewerkers  Nodig om gedragsregels op te kunnen stellen

22 Ongeschreven regels  Geschreven regels staan op papier  Niet iedere gedragsregel is echter vast te leggen! Enkele voorbeelden:  Niet voordringen of schreeuwen bij bestellen  Geen bierviltjes gooien  Geen voeten op tafel of stoel leggen

23 Soorten regels  Gebodsregels  Wat moet de gast doen?  Bijvoorbeeld: het is verplicht om de jassen in de garderobe te hangen  Verbodsregels  Wat mag de gast niet doen?  Bijvoorbeeld: Het is verboden om drugs te gebruiken

24 Huisregels opstellen Drie onderdelen waaruit een goede gedragsregel bestaat:  Het doel van de regel  De inhoud van de regel  Het waarom van de regel

25 Samenvatting van vandaag  Ethiek is belangrijk in de horeca  De wijze waarop mensen rekening houden met elkaar wordt beïnvloed door hun normen en waarden  Sociaal gedrag is elkaar respecteren op basis van normen en waarden  Ethiek is de vraag welk gedrag moreel of immoreel is  Sociaal hygiënisch beleid is gericht op het bewaken van de gastvrijheid  Beleidsplan is een hulpmiddel voor voorlichting en instructie  Iedere ondernemer moet grenzen stellen aan gedrag  Een ondernemer moet kennis hebben van relevante wet- en regelgeving  Goede huisregels bestaan uit de inhoud, het waarom en doel

26 Programma voor volgende week  Handhavingsbeleid  Deurbeleid  Samenwerking met derden  Voorlichting en instructie


Download ppt "Sociale Hygiëne, week 2 Johan Martens, opleiding Facility Management (010) 794 5693."

Verwante presentaties


Ads door Google