De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

Parasjah Chayei Sarah. Parasjah:Genesis 23 : 1 – 25 : 18 Haftara:1 Koningen 1 : 1 – 31 B'rit haChadasha:Mattheüs 2 : 1 – 23.

Verwante presentaties


Presentatie over: "Parasjah Chayei Sarah. Parasjah:Genesis 23 : 1 – 25 : 18 Haftara:1 Koningen 1 : 1 – 31 B'rit haChadasha:Mattheüs 2 : 1 – 23."— Transcript van de presentatie:

1 Parasjah Chayei Sarah

2 Parasjah:Genesis 23 : 1 – 25 : 18 Haftara:1 Koningen 1 : 1 – 31 B'rit haChadasha:Mattheüs 2 : 1 – 23

3 Onderwerpen 1.Het leven van Abraham en Sara nu 2.Het nageslacht van Abraham en Sara 3.Vreemdeling en bijwoner en de verwachting van Abraham 4.De aankoop van land 5.De partnerkeuze voor Izak 6.Strijd tegen de uitverkorenen

4 Matth. 22 : En wat de opstanding van de doden betreft, hebt u niet gelezen wat door God tot u gesproken is, toen Hij zei: 32Ik ben de God van Abraham en de God van Izak en de God van Jakob? God is niet een God van doden, maar van levenden.

5 Luk. 16 : Het gebeurde nu dat de bedelaar stierf en door de engelen in de schoot van Abraham gedragen werd. 23En ook de rijke man stierf en werd begraven. En toen hij in de hel zijn ogen opsloeg, waar hij in pijn verkeerde, zag hij Abraham van ver en Lazarus in zijn schoot. 24En hij riep en zei: Vader Abraham, ontferm u over mij en stuur Lazarus naar mij toe en laat hem de top van zijn vinger in het water dopen

6 Luk. 16 : en mijn tong verkoelen, want ik lijd vreselijk pijn in deze vlam. 25Abraham echter zei: Kind, herinner u dat u het goede deel ontvangen hebt in uw leven en Lazarus evenzo het kwade. En nu wordt hij vertroost en u lijdt pijn. 26En bovendien is er tussen ons en u een grote kloof aangebracht, zodat zij die van hier naar u zouden willen gaan, dat niet kunnen en ook zij niet die vandaar naar ons zouden willen gaan.

7

8 Matth. 28 : 2 20En zie, Ik ben met u al de dagen, tot de voleinding van de wereld. Amen.

9 1 Petr. 3 : Want zo tooiden zich voorheen ook de heilige vrouwen, die op God hoopten, en hun eigen mannen onderdanig waren; 6zoals Sara Abraham gehoorzaamde en hem heer noemde. U bent kinderen van haar geworden, als u goeddoet en niet bevreesd bent voor enig ding dat u angst zou kunnen aanjagen.

10 Gal. 4 : Maar het Jeruzalem dat boven is, is vrij, en dat is de moeder van ons allen. 27Want er staat geschreven: Wees vrolijk, onvruchtbare, die niet baart, barst los in gejuich en roep, u die geen barensnood kent, want de kinderen van de eenzame zijn veel talrijker dan die van haar die de man heeft. 28Wij nu, broeders, zijn kinderen van de belofte, net zoals Izak.

11 Gal. 3 : 29 29En als u van Christus bent, dan bent u Abrahams nageslacht en overeenkomstig de belofte erfgenamen.

12

13 Gen. 15 : Maar zie, het woord van de HEERE kwam tot hem: Deze man zal uw erfgenaam niet zijn, maar iemand die uit uw eigen lichaam voortkomt, die zal uw erfgenaam zijn. 5Toen leidde Hij hem naar buiten en zei: Kijk toch naar de hemel en tel de sterren, als u ze kunt tellen. En Hij zei tegen hem: Zo talrijk zal uw nageslacht zijn.

14

15 Rom. 9 : Ik zeg dit niet alsof het Woord van God vervallen is, want niet allen die uit Israël voortgekomen zijn, zijn Israël. 7Ook niet omdat zij Abrahams nageslacht zijn, zijn zij allen kinderen. Maar: Alleen dat van Izak zal uw nageslacht genoemd worden. 8Dat is: niet de kinderen van het vlees zijn kinderen van God, maar de kinderen van de belofte worden als nageslacht gerekend. 9Want dit is het woord van de belofte: Rond deze tijd zal Ik komen, en dan zal Sara een zoon hebben.

16 Gal. 3 : Zoals Abraham God geloofde en het hem tot gerechtigheid werd gerekend. 7Begrijp dan toch dat zij die uit het geloof zijn, Abrahams kinderen zijn. 8En de Schrift, die voorzag dat God uit het geloof de heidenen zou rechtvaardigen, verkondigde eertijds aan Abraham het Evangelie: In u zullen al de volken gezegend worden. 9Daarom worden zij die uit het geloof zijn, gezegend samen met de gelovige Abraham.

17 Ef. 2 : 19 19Zo bent u dan niet meer vreemdelingen en bijwoners, maar medeburgers van de heiligen en huisgenoten van God,

18 Hebr. 11 : Door het geloof is Abraham, toen hij geroepen werd, gehoorzaam geweest om weg te gaan naar de plaats die hij tot een erfdeel ontvangen zou. En hij is weggegaan zonder te weten waar hij komen zou. 9Door het geloof is hij een inwoner geweest in het land van de belofte als in een vreemd land en heeft hij in tenten gewoond, met Izak en Jakob, die mede-erfgenamen waren van dezelfde belofte.

19 Hebr. 11 : Want hij verwachtte de stad die fundamenten heeft, waarvan God de Bouwer en Ontwerper is. 11Door het geloof heeft ook Sara zelf kracht ontvangen om zwanger te worden en een kind te baren, ondanks haar hoge ouderdom, omdat zij Hem getrouw heeft geacht Die het beloofd had. 12Daarom zijn er zelfs uit één man en dat uit iemand wiens kracht al gestorven was, zovelen geboren als de sterren van de

20 Hebr. 11 : hemel in menigte en als het zand op het strand van de zee, dat niet te tellen is. 13Deze allen zijn in het geloof gestorven. Zij hebben de vervulling van de beloften niet verkregen, maar hebben die vanuit de verte gezien en geloofd en begroet, en zij hebben beleden dat zij vreemdelingen en bijwoners op de aarde waren. 14Want wie zulke dingen zeggen, laten duidelijk blijken dat zij een vaderland zoeken.

21 Hebr. 11 : En als zij aan het vaderland gedacht hadden vanwaaruit zij weggegaan waren, zouden zij gelegenheid gehad hebben om terug te keren. 16Maar nu verlangen zij naar een beter, dat is naar een hemels vaderland. Daarom schaamt God Zich niet voor hen om hun God genoemd te worden. Want Hij had voor hen een stad gereedgemaakt.

22

23 Gen. 23 : 12 – 16 12Toen boog Abraham zich voor de bevolking van dat land, 13en hij sprak tot Efron ten aanhoren van de bevolking van het land: Als u werkelijk Efron bent, luister dan toch naar mij. Ik zal u geld voor de akker geven. Neem het van mij aan, zodat ik mijn dode daar kan begraven. 14Efron antwoordde Abraham en zei: 15Mijn heer, luister naar mij: een stuk land van vierhonderd sikkel zilver, wat maakt dat voor verschil tussen mij en u? Begraaf uw dode!

24 Gen. 23 : 12 – 16 16Abraham luisterde naar Efron; en Abraham woog voor Efron het geld af waarover hij ten aanhoren van de Hethieten gesproken had: vierhonderd sikkel zilver, naar de gangbare waarde voor de koopman.

25

26 1 Kon. 1 : 5 5Adonia nu, de zoon van Haggith, verhief zich en zei: Ík zal koning worden. Hij voorzag zich van wagens en ruiters, met vijftig man die voor hem uit snelden.

27 1 Kron. 22 : 9 9Zie, een zoon zal u geboren worden; díe zal een man van rust zijn, want Ik zal hem rust geven van al zijn vijanden van rondom. Ja, Salomo zal zijn naam zijn, want Ik zal in zijn dagen vrede en stilte over Israël geven.

28

29 Gen. 12 : 2 – 3 2Ik zal u tot een groot volk maken, u zegenen en uw naam groot maken; en u zult tot een zegen zijn. 3Ik zal zegenen wie u zegenen, en wie u vervloekt, zal Ik vervloeken; en in u zullen alle geslachten van de aardbodem gezegend worden.

30


Download ppt "Parasjah Chayei Sarah. Parasjah:Genesis 23 : 1 – 25 : 18 Haftara:1 Koningen 1 : 1 – 31 B'rit haChadasha:Mattheüs 2 : 1 – 23."

Verwante presentaties


Ads door Google