De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

Fijne vakantie gehad…. Stelling Jongens zijn agressiever dan meisjes Gewelddadige films/computerspellen zorgen.

Verwante presentaties


Presentatie over: "Fijne vakantie gehad…. Stelling Jongens zijn agressiever dan meisjes Gewelddadige films/computerspellen zorgen."— Transcript van de presentatie:

1 fijne vakantie gehad…

2 Stelling Jongens zijn agressiever dan meisjes Gewelddadige films/computerspellen zorgen voor meer agressie bij kinderen

3 Agressie Gedrag dat erop gericht is om schade te berokkenen aan derden 2 stromingen over ontstaan: Mens is van nature slecht; Agressieve neigingen zijn aangeboren, catharsis Mens is van nature goed; omgeving belemmert kind wat leidt tot agressie

4 Aanleg en agressie Bepalen delen van de hersenen zijn gespecialiseerd in agressie. Oa midbrein structuren; hypothalamus (gevoel), amygdala (gedrag) Hormonen spelen een rol; testosteron, dopamine Daardoor: Hersenen worden snel geprikkeld Moeilijk temperament Extraversie Hyperactiviteit en impulsiviteit

5 Omgevingsfactoren Agressie door frustratie; behoeften worden niet bevredigd Agressie ontstaat door voorbeeld (modeling) Gezinsfactoren Invloed leeftijdgenoten Invloed media Opvoeding; streng, niet consequent, leefstijl

6 meisjes en jongens Welke stereotypen zijn er over vrouwen en over mannen? Welke zijn bewezen uit onderzoek? Verschil gender en sekse?

7 Gender-ontwikkeling: sociaal-emotionele ontwikkeling als gevolg van je sekse: Gender-identiteit Gender-rol Seksuele gerichtheid Sekse en gender

8 Verschillen mannen en vrouwen Nature; lichamelijke verschillen; hormonen, hersenactiviteit, seksuele gerichtheid Nurture; opvoeding; ouders en omgeving, gender-identiteit, genderrol

9 Lichamelijke verschillen Mannen Androgenen Grotere hersenen Rechterhersenhelft beter ontwikkeld Dunnere verbinding tussen hersenhelften Vrouwen Oestrogeen en progesteron Meer hersencellen Linkerhersenhelft beter ontwikkelend Betere verbinding tussen hersenhelften

10 Sociale ontwikkeling Sociale cognitie is leren om met mensen om te gaan door: 1.Empathie 2.Behulpzaamheid 3.Vrijgevigheid

11 Vanuit verstand Meeleven vergt cognitief indenken in een ander en dat kan een jong kind nog niet Vanuit gevoel Meeleven is een kwestie van meegaan in emotie en dat kan een jong kind al wel Vanuit verstand en gevoel: Omdat indenken nog niet mogelijk is, wordt een kind vanzelf in emotie meegezogen Empathie

12 Beseffen dat anderen hulp nodig hebben en dat jij kan helpen Opmerken dat een ander iets nodig heeft Begrijpen dat hem dat zelf niet lukt Inschatten of hij wel geholpen wil worden Nagaan of je zelf iets te bieden hebt Eigenbelang even uit kunnen schakelen Imitatie en modeling spelen geen rol. Meer invloed van geweten en verstand Behulpzaamheid

13 Tot 2 jaar nog geen besef van eigendom en dus ook niet kunnen delen Na 2 jaar: hamsteren! Vanaf 4 jaar: delen om contact te krijgen, wel met een tintje eigenbelang Vrijgevigheid

14 De ecologische systeemtheorie van Bronfenbrenner Bronfenbrenner vond het zeer belangrijk om de interactie tussen signaalkenmerken en omgevingsfactoren te bestuderen. Signaalkenmerken zijn kenmerken van iemand die reacties vanuit de omgeving uitlokken. Deze reacties kunnen het individu weer beïnvloeden. Signaalkenmerken zijn bijvoorbeeld uiterlijk, intelligentie, karaktertrekken enzovoorts. Bronnenfelder heeft het over een transactioneel proces waarbij sprake is van interactie tussen systemen en subsystemen die een permanent veranderingsproces in gang zetten.

15 1. Het microsysteem: de directe omgeving van het kind 2. Het mesosyteem: interactie tussen elementen uit het microsysteem, zoals de onderlinge relatie van de ouders 3. Het exosysteem: elementen die van invloed zijn op de componenten van het microsysteem. Het kind ervaart deze invloeden op indirecte wijze. Denk hier aan de sociale contacten van de ouders en aan de media 4. Het macrosysteem: de waarden, normen en houdingen van de maatschappij. Denk hier ook aan technologische, culturele en sociaal-economische ontwikkelingen.

16

17 Het belangrijkste onderdeel van het microsysteem is het gezin. Het gedrag van kinderen wordt op drie manieren door ouders beïnvloed. Allereerst keuren ouders gedrag goed of af. Ze bieden belangrijke gegevens aan hun kinderen. Ten tweede hebben ouders de functie van een model. Ten derde is het gezin een opvoedingsomgeving waarin bepaalde ontwikkelingen worden aangemoedigd of afgekeurd (lezen, studeren enzovoorts).

18 We onderscheiden drie verschillende opvoedingsstijlen: de autoritaire opvoedingsstijl (strenge controle, regels en eisen), de permissieve opvoedingsstijl (weinig controle, weinig eisen en weinig regels) de ondersteunende opvoedingsstijl (strenge controle, maar rationele uitwisseling van argumenten tussen kind en ouders).

19 Eenoudergezinnen ontstaan tegenwoordig vooral door scheidingen tussen ouders. Kinderen worden door scheidingen altijd vrij onzeker en zij zullen na de scheiding een nieuw evenwicht in de gezinssituatie moeten vinden. De instabiliteit wordt doorgaans vergroot door verhuizingen, nieuwe scholen en bezoekregelingen. Ook de komst van een nieuwe partner wijzigt de gezinssituatie grondig. Scheidingen hebben een negatief effect op kinderen vanwege het ontbreken van een ouder, economische achteruitgang en conflicten tussen de ouders. Een voordeel van een scheiding zou kunnen zijn dat deze bijdraagt aan de persoonlijkheidsontwikkeling.

20 Met het begrip ‘siblings’ duiden we broers en zussen aan. De plaats in de kinderrij blijkt minder belangrijk te zijn dan voorheen vaak gedacht werd. Wel belangrijk is dat ouders elk kind anders behandelen en dat de relatie tussen kind en ouder gewijzigd wordt als het gezin uitgebreid wordt. We kunnen toegankelijke en ontoegankelijke siblings onderscheiden.

21 Toegankelijke siblings zijn vaak van dezelfde sekse en ongeveer even oud. Bij de ontoegankelijke sibling is vaak het omgekeerde het geval. Het ontbreken van siblings blijkt minder schadelijk voor een kind als voorheen gedacht werd. Enig kinderen zijn niet per definitie egoïstisch, asociaal, verwend en gedragen zich ook niet altijd ouwelijker vanwege hun contacten met volwassenen dan kinderen met broers en zussen. Enig kinderen blijken niet slechter of beter te scoren als het gaat om schoolprestaties, sociale contacten of aangepast gedrag.

22 School en de peer-groep Een school biedt een kind de mogelijkheid om kennis en vaardigheden op te doen. De school vormt een kind echter ook in bredere zin. Zo leert het kind allerlei omgangsregels en leert het een autoriteit te respecteren (de docent). Ch8 Ch8

23 Motivatie blijkt een belangrijke factor te zijn. Niet alleen de kwaliteit van de school, ook de kwaliteit van de leraar speelt een belangrijke rol voor het leergedrag van de leerling. We onderscheiden drie soorten leiderschapsstijlen: autoritair, democratisch en de laissez- faire leiderschapsstijl. De leerstijl van een docent moet flexibel zijn en rekening houden met de behoeften van jongeren en kinderen. Gebleken is dat alle kinderen profiteren van: 1. Positieve verwachtingen: positieve verwachtingen werken altijd beter dan negatieve verwachtingen van leraren over de kinderen 2. Lesorganisatie: orde en rust 3. Motivatie en competentie: de leraar kan de leerling zowel intrinsiek als extrinsiek motiveren en de leraar moet deskundig en lesvaardig zijn

24 De peer-groep De ‘peer’ is het kind in de omgeving waarmee een individu zich identificeert en waar het veel contact mee heeft. Een belangrijk kenmerk van de relatie tussen peers is de onderlinge gelijkwaardigheid. hxY hxY K2s K2s

25 De sociale ontwikkeling kan in enkele fases worden ingedeeld: (1) toekijkend/solitair gedrag, (2) parallel (naast elkaar spelen, maar geen interactie), (3) coöperatief (samen spelen, maar zonder (taak)verdelingen of doel) en (4) associatief gedrag (samen spelen om een gemeenschappelijk doel te bereiken). We kunnen kinderen op grond van de keuzes die zij maken onderscheiden in populaire (veel positieve, weinig negatieve keuzes), genegeerde (weinig negatieve en positieve keuzes), controversiële (veel positieve en negatieve keuzes) en afgewezen kinderen (weinig positieve en veel negatieve keuzes). schoolbully

26 rugzak kindjes/ zorgkinderen Uw Uw kinderen met een beperking horen op het speciaal onderwijs thuis.

27 samenvattingen aantekeningen hulpmiddelen


Download ppt "Fijne vakantie gehad…. Stelling Jongens zijn agressiever dan meisjes Gewelddadige films/computerspellen zorgen."

Verwante presentaties


Ads door Google