De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

Actualiteiten Strafvordering en Strafrecht 1. Zakboek Strafvordering voor de Hulpofficier van justitie (Zb Sv) 2. Zakboek Strafrecht voor de Politie (Zb.

Verwante presentaties


Presentatie over: "Actualiteiten Strafvordering en Strafrecht 1. Zakboek Strafvordering voor de Hulpofficier van justitie (Zb Sv) 2. Zakboek Strafrecht voor de Politie (Zb."— Transcript van de presentatie:

1 Actualiteiten Strafvordering en Strafrecht 1. Zakboek Strafvordering voor de Hulpofficier van justitie (Zb Sv) 2. Zakboek Strafrecht voor de Politie (Zb Sr) 3. Zakboek Proces-verbaal en Bewijsrecht (Zb Pv) Geactualiseerd t/m 02 december 2015 Zakboekenpolitie.com

2 Inhoud presentatie algemeen Actualiteiten gericht op opsporing en vervolging Wetgeving en jurisprudentie Veel voorkomende verbeterpunten (ook verwerkt in te beantwoorden stellingen) Voor de generalist

3 Wetswijzigingen 1.Verklaring van rechten (wetswijziging) 2.Uitbreiding gronden waarvoor vh is toegestaan (wetswijziging) 3.Nieuw art. 285c Sr: persoon buiten of naar NL lokken met oogmerk van art. 284 Sr (wetswijziging) 4.Nieuw art. 11a Opiumwet: voorbereiding/vergemakkelijking illegale hennepteelt (wetswijziging) 5.Fouillering op grond van art. 7 Politiewet 2012 (voorstel tot wetswijziging)

4 1. Wetswijziging verklaring van rechten (Zb Sv 2.6) (1/3) Nieuw art. 27c Sv (i nwtr , Stb. 2014/434, zie voor complete wijziging Stb. 2014, 433) 1.Aan de verdachte wordt bij zijn staandehouding of aanhouding medegedeeld ter zake van welk strafbaar feit hij als verdachte is aangemerkt. Buiten gevallen van staandehouding of aanhouding wordt de verdachte deze mededeling uiterlijk voorafgaand aan het eerste verhoor gedaan. 2.Aan de verdachte die niet is aangehouden, wordt voorafgaand aan zijn eerste verhoor, onverminderd art. 29, tweede lid, mededeling gedaan van het recht op rechtsbijstand, bedoeld in art. 28, eerste lid, en, indien van toepassing, het recht op vertolking en vertaling, bedoeld in art. 27, vierde lid.

5 1. Wetswijziging verklaring van rechten (Zb Sv 2.6) (2/3) Vervolg nieuw art. 27c Sv 3.Aan de aangehouden verdachte wordt onverwijld na zijn aanhouding en in ieder geval voorafgaand aan zijn eerste verhoor schriftelijk mededeling gedaan van: a. het recht om de in het eerste lid bedoelde informatie te ontvangen; b.de in het tweede lid bedoelde rechten; c.het bepaalde in art. 29, tweede lid (MH: de cautie); d. het recht op kennisneming van de processtukken op de wijze bepaald in de artikelen 30 t/m 34; e. de termijn waarbinnen de verdachte, voor zover hij niet in vrijheid is gesteld, krachtens dit wetboek voor de RC wordt geleid; f. de mogelijkheden om krachtens dit wetboek om opheffing of schorsing van de vh te verzoeken; g. de bij algemene maatregel van bestuur aangewezen rechten.

6 1. Wetswijziging verklaring van rechten (Zb Sv 2.6) (3/3) Vervolg nieuw art. 27c Sv 4.Aan een verdachte die de Nederlandse taal niet of onvoldoende beheerst, wordt de mededeling van rechten in een voor hem begrijpelijke taal gedaan. 5.In het pv wordt melding gemaakt van de mededeling van rechten. De verklaring van rechten moet gerechtelijke dwalingen helpen voorkomen en het aantal beroepszaken beperken Inwerkingtreding (Stb. 2014/434, zie voor complete wijziging Stb. 2014, 433)

7 Stelling De Opiumwet geeft een bevoegdheid tot doorzoeking

8 Opiumwet (Zb Sv 11.23) 1.Kent géén doorzoeking (veel gemaakte misser, maar gaat steeds beter!!) 2.Systematiek 'zoekend rondkijken' van toepassing HR, , LJN AL6238

9 Wetswijziging Uitbreiding gronden VH (Zb Sv 4.36) (Kamerstukken 33360, nr. A) (2/4) 1. In art. 67a, 2 e lid, is, onder vernummering van onderdeel 4 tot onderdeel 5, ingevoegd: 4°. indien er sprake is van verdenking van een van de misdrijven omschreven in de artikelen 141, 157, 285, 300 tot en met 303 of 350 Sr, begaan op een voor het publiek toegankelijke plaats, dan wel gericht tegen personen met een publieke taak, waardoor maatschappelijke onrust is ontstaan en de berechting van het misdrijf uiterlijk binnen een termijn van 17 dagen en 15 uren na aanhouding van de verdachte zal plaatsvinden. 2. Aan art. 67a, is na het derde lid toegevoegd: 4. Onder personen met een publieke taak zijn begrepen: personen die ten behoeve van het publiek en in het algemeen belang een hulp- of dienstverlenende taak vervullen.

10 2. Wetswijziging Uitbreiding gronden VH (Zb Sv 4.36) (Kamerstukken 33360, nr. A) (2/4) Kamerstukken: Alleen de meer ernstige gevallen komen in aanmerking voor toepassing ‘Het anticipatiegebod van art. 67a, derde lid (MH: zie 4.37), Sv is namelijk (...) onverkort van kracht. Een bevel tot vh dient dus achterwege te blijven wanneer er niet de verwachting is dat aan de verdachte in geval van veroordeling onvoorwaardelijke vrijheidsstraf wordt opgelegd. Strafbare feiten waarvoor op grond van de strafvorderingsrichtlijn van het OM geen vrijheidsstraf wordt voorzien, komen niet in aanmerking voor vh’.

11 2. Wetswijziging Uitbreiding gronden VH (Zb Sv 4.36) (Kamerstukken 33360, nr. A) (3/4) Kamerstukken: ‘Onder personen met een publieke taak zijn (...) personen begrepen die ten behoeve van het publiek en in het algemeen belang een hulp- of dienstverlenende taak vervullen. Het betreft (…) onder andere politie-agenten, toezichthouders, ambulancepersoneel, brandweerlieden, functionarissen in het openbaar vervoer, zoals buschauffeurs en tramconducteurs, advocaten, deurwaarders en onderwijzend personeel. Deze personen hebben met elkaar gemeen dat zij zich vanwege hun beroepsuitoefening niet of moeilijk kunnen onttrekken aan de situatie waarin zij slachtoffer van een misdrijf dreigen te worden, en dat het een publiek belang is dat zij hun taak onbelemmerd kunnen vervullen’.

12 2. Wetswijziging Uitbreiding gronden VH (Zb Sv 4.36) (Kamerstukken 33360, nr. A) (4/4) Zie voor het zakboek Sv HulpOvJ voor o.m. publiek toegankelijke plaats maatschappelijke onrust sociale media

13 3. Nieuw art. 285c Sr: persoon buiten of naar NL lokken met oogmerk van art. 284 Sr (Zb Sr en Zb Sv 4.7) Nieuw art. 285c Sr Hij die opzettelijk een persoon buiten of naar Nederland lokt met het oogmerk ten aanzien van die persoon een in artikel 284 omschreven misdrijf te plegen, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste een jaar of geldboete van de derde categorie Tevens genoemd als misdrijf waarvoor vh is toegelaten (art. 67 Sv) Inwerkingtreding 17 november 2015 (Stb. 2015, 410 en 411) www.zakboekenpolitie.com

14 Nieuw art. 11a Opiumwet: voorbereiding/vergemakkelijking illegale hennepteelt (Zie uitgebreid Zb Sr 21.13) Art. 11a Ow Hij die stoffen of voorwerpen bereidt, bewerkt, verwerkt, te koop aanbiedt, verkoopt, aflevert, verstrekt, vervoert, vervaardigt of voorhanden heeft dan wel vervoermiddelen, ruimten, gelden of andere betaalmiddelen voorhanden heeft of gegevens voorhanden heeft, waarvan hij weet of ernstige reden heeft om te vermoeden dat zij bestemd zijn tot het plegen van een van de in artikel 11, derde en vijfde lid, strafbaar gestelde feiten, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste drie jaar of geldboete van de vijfde categorie In art. 67, eerste lid, onderdeel c, Sv is “art.11, tweede lid, van de Opiumwet” vervangen door: “de artikelen 11, tweede lid, en 11a van de Opiumwet”

15 5. Wetsvoorstel wijziging art. 7 Politiewet 2012 (Zb Sv 5.4) (Stb. 2014, 191, Kamerstukken 33112) (1/4) Art. 7 Politiewet 2012 komt na de wijziging als volgt te luiden: 1. (Ongewijzigd). 2. (Ongewijzigd). 3. (MH: veiligheidsfouillering). De ambtenaar van politie, bedoeld in het eerste lid, is bevoegd tot het onderzoek aan de kleding van personen en het onderzoek van de voorwerpen die personen bij zich dragen of met zich mee voeren bij de uitoefening van een hem wettelijk toegekende bevoegdheid of bij een handeling ter uitvoering van de politietaak, indien uit feiten of omstandigheden blijkt dat een onmiddellijk gevaar dreigt voor hun leven of veiligheid of die van de ambtenaar zelf of van derden, en dit onderzoek noodzakelijk is ter afwending van dit gevaar.

16 5. Wetsvoorstel wijziging art. 7 Politiewet 2012 (Zb Sv 5.4) (Stb. 2014, 191, Kamerstukken 33112) (2/4) 4. (MH: vervoers- en insluitingsfouillering). De ambtenaar van politie, bedoeld in het eerste lid, is bevoegd een te vervoeren of in te sluiten persoon aan zijn kleding te onderzoeken op de aanwezigheid van voorwerpen die een gevaar voor de veiligheid van betrokkene of voor anderen kunnen vor-men, alsmede daartoe de voorwerpen te onderzoeken die betrokkene bij zich draagt of met zich mee voert. 5. (MH: onderzoek aan lichaam bij in te sluiten of ingesloten persoon). Het hoofd van het territoriale onderdeel, bedoeld in art. 13, eerste lid, zijn plaatsvervanger of de ambtenaar van politie, belast met de zorg voor ingeslotenen, kan bepalen dat een in te sluiten of ingesloten persoon bij binnenkomst of bij het verlaten van een politiecel of een politiecellencomplex, voorafgaand aan of na afloop van bezoek, dan wel indien dit anderszins noodzakelijk is in het belang van de handhaving van de orde of de veiligheid in het politiebureau of het cellencomplex, aan zijn lichaam wordt onderzocht. Art. 29, tweede, derde en vierde lid, van de Penitentiaire beginselenwet is van overeenkomstige toepassing (MH: zie hierna).

17 5. Wetsvoorstel wijziging art. 7 Politiewet 2012 (Zb Sv 5.4) (Stb. 2014, 191, Kamerstukken 33112) (3/4) 6. (MH: onderzoek in lichaam bij in te sluiten of ingesloten persoon). Het hoofd van het territoriale onderdeel, bedoeld in art. 13, eerste lid, of zijn plaatsvervanger kan bepalen dat een in te sluiten of ingesloten persoon in het lichaam wordt onderzocht, indien dit noodzakelijk is ter afwending van ernstig gevaar voor de handhaving van de orde of de veiligheid in het politiebureau of het cellencomplex dan wel voor de gezondheid van de ingeslotene. Art. 31, eerste lid, tweede volzin, en tweede en derde lid, van de Penitentiaire beginselenwet is van overeenkomstige toepassing (MH: zie hierna). 7. De uitoefening van de bevoegdheden, bedoeld in het eerste t/m het zesde lid, dient in verhouding tot het beoogde doel redelijk en gematigd te zijn. 8. Het eerste t/m het zevende lid zijn van toepassing op de militair van de KMar, indien hij optreedt in de rechtmatige uitoefening van zijn bediening, en op de militair van enig ander onderdeel van de krijgsmacht die op grond van deze wet bijstand verleent aan de politie.

18 5. Wetsvoorstel wijziging art. 7 Politiewet 2012 (Zb Sv 5.4) (Stb. 2014, 191, Kamerstukken 33112) (4/4) 9. Onze Minister kan bepalen dat de in art. 142, eerste lid, Sv bedoelde buitengewone opsporingsambtenaren, voor zover door hem hetzij in persoon, hetzij per categorie of eenheid aangewezen, de bevoegdheden omschreven in het eerste, derde en vierde lid kunnen uitoefenen. Alsdan wordt met overeenkomstige toepassing van art. 9 een ambtsinstructie voor hen vastgesteld. Art. 29 Penitentiaire beginselenwet lid 2 2. Het onderzoek aan het lichaam van de gedetineerde omvat mede het uitwendig schouwen van de openingen en holten van het lichaam van de gedetineerde (MH: is dus ruimer dan de bevoegdheid tot onderzoek aan lichaam conform Sv, zie 5.2). Het onderzoek aan de kleding van de gedetineerde omvat mede het onderzoek van de voorwerpen die de gedetineerde bij zich draagt of met zich meevoert.

19 Inhoud presentatie: jurisprudentie (1/2) 1.Anonieme info als startinfo voor opsp. onderzoek en toepassing dwangmiddelen 2.Processtukken 3.Onrechtmatig verkregen bewijs 4.Betreden woning zonder machtiging 5.Aangiften overheidsgeweld en 12 Sv 6.Onderzoek telefoon uit fouillering 7.Beïnvloeding getuige 8.Art. 3 Pw, Apv’s en 184 Sr 9.Advocaat vóór en tijdens politieverhoor 10.Verdenking Opiumwet 11.Niet (meer) gecertificeerd hulpOvJ 12.Grenzen van geweld bij aanhouden 13.Doorzoeking: afwachten optreden RC/OvJ 14.Doorzoeking: bepaald omschreven kast 15.Identificatiefouillering / onderzoek voorwerp 16.Verhoor verdachte zonder beëdigde tolk 17.Bedreiging 18.Internet oplichting 19.Observatie veelplegers 20.Onderzoek smartphone 21.Rechtmatige uitoefening van de bediening bij aanhouding 22.Mishandeling 23.Roekeloosheid 24.Belaging 25. Diplomatieke onschendbaarheid/immuniteit en WAHV-beschikkingen 26. HR over medeplegen/medeplichtigheid 27. Discriminatie 28. Grooming 29. Raadsman niet binnen 2 uur bij aangehouden verdachte 30. Samenloop toezicht en opsporing 31. Sleutelplaatsen, niet-stelselmatige observaties, dynamische (verkeers)controle 32. Prima pv's bevindingen, enz 33. Warmtemeting en redelijk vermoeden 34. Zwaar lichamelijk letsel 35. Valse aangifte of klacht 36. Art. 10a Opiumwet (voorbereiding) 37. Rijden onder invloed: geen verdenking én geen toestemming bloedafname 38. Groepsbelediging / aanzetten tot discriminatie, enz. / uitlating door politicus 39. Redelijk vermoeden van schuld 40. Gevaarlijk dier 41. Gooien bierglas WVW: roekeloosheid 43. Gijzeling 44. DNA: ernstige bezwaren 45. DNA: zwaarwegende redenen

20 Inhoud presentatie: jurisprudentie (2/2) 46. Verduistering 47. Afscherm-pv 48. Afwijzing klacht 12 Sv tegen opsp. ambt. 49. Putatief noodweer 50. Mensenhandel 51.Verlaten plaats ongeval 52.Poging voorhanden hebben vuurwapen 53.Persvoorlichting/opsp. berichtgeving 54.Voorgeleiding/verhoor/consultatierecht 55.Hennepkwekerij 56.Onderzoek ernstig geweld tussen politie en burger 57.Kraken 58.Heling zonder aangifte 59.Ci-info 60.Verdachte/verdenking 61.Kledingonderzoek op basis WWM 62.Pv ter zake geweld tegen opsp. ambt. zelf 63.Mensenhandel 64.Schieten tijdens worsteling 65.Diefstal: wegnemen 66.Verduistering: persoonlijke dienstbetrekking 67.Door rechter gesignaleerde onjuistheden/verbeterpunten

21 Stelling Dwangmiddelen mogen niet op basis van uitsluitend een MMA-melding worden toegepast

22 Anonieme info als startinfo (Zb Sv 2.2) (1/5) Volgens de HR dient anonieme info voor toepassing van dwangmiddelen voldoende concreet en specifiek (gedetailleerd) te zijn (bijv. ‘meneer A heeft in zijn woning aan de B-straat een vuurwapen’) en de beoordeling daarvan is in belangrijke mate afhankelijk van de aan de feitenrechter voorbehouden ‘weging en waardering van de omstandigheden van het geval’.

23 Anonieme info en dwangmiddelentoepassing (Zb Sv 2.2) (2/5) Actuele lagere jurisprudentie samengevat 1. Géén dwangmiddelentoepassing op basis van uitsluitend anonieme info 2. Altijd onderzoek doen naar een plusje en pas dwangmiddelen toepassen bij extra info 3. Dat kan pas anders zijn bij verdenking van een zeer ernstig misdrijf waarbij (verder) nader onderzoek en/of verificatie onmogelijk is en politieoptreden in redelijkheid geen enkel uitstel meer kan dulden 4. Als er géén plusje te vinden is (wat ontlastend kan werken) en er tóch een dwangmiddel toegepast zou moeten worden: éérst overleggen met de OvJ en ook hier pas dwangmiddelen toepassen als (verder) nader onderzoek en/of verificatie onmogelijk is en politieoptreden in redelijkheid geen enkel uitstel meer kan dulden

24 Anonieme info en dwangmiddelentoepassing (Zb Sv 2.2) (3/5) 'Plusje': Extra informatie over de verdachte e n/of het vermoedelijk gepleegde strafbare feit wat de verdenking verder kan onderbouwen Bijv. een strafblad met soortgelijke feiten, info uit het herkennings- en/of bedrijfsprocessensysteem van de politie, extra waarnemingen door de politie zelf of door derden, info van de wijkagent, info uit een ander onderzoek (zie daarover ook 9.23), enz. Alleen een check bij de basisregistratie personen is onvoldoende en dit geldt ook voor uitsluitend een ‘plusje’ bestaande uit nog een MMA-melding

25 Anonieme info en dwangmiddelentoepassing (Zb Sv 2.2) (4/5) Ci-info Betrouwbaar geachte Ci-info kan onder omstandigheden wél de basis vormen voor toepassing van dwangmiddelen (zie verder het zakboek Sv HulpOvJ en de volgende dia) Dwangmiddelen kunnen volgens de HR ook worden gebaseerd op Ci-info waarvan over de betrouwbaarheid geen oordeel kan worden gegeven, mits de betreffende info maar voldoende concreet en specifiek is HR , LJN BZ2191 MH: desalniettemin toch zoveel mogelijk zoeken naar een 'plusje', zie daarover het zakboek Sv HulpOvJ 2.2

26 Anonieme info en dwangmiddelentoepassing (Zb Sv 2.2) (5/5) Tot slot 1.Zie voor de opsporing van terroristische misdrijven 9.20: voor 'bob-bevoegdheden': slechts aanwijzingen van een terroristisch misdrijf vereist 2.WWM kent het criterium 'redelijkerwijs aanleiding’ (zie art. 51 en 52: onderzoek vervoermiddel en kledingonderzoek) In de praktijk kan dit bijv. betekenen 'dat, wanneer de politie informatie krijgt dat zich op een bepaalde plaats een persoon met een wapen bevindt, alle personen op die plaats kunnen worden gefouilleerd, en dat niet behoeft te worden afgewacht tot een verdachte is geïdentificeerd’ (Kamerstukken) Zie uitgebreid Zb Sv e.v.

27 Stelling Onder processtukken worden uitsluitend verstaan de stukken die zich in het procesdossier bevinden

28 Antwoord stelling Art. 149a Tot de processtukken behoren alle stukken die voor de ter terechtzitting door de rechter te nemen beslissingen redelijkerwijs van belang kunnen zijn, behoudens het bepaalde in art. 149b (MH: zie voor 149b de volgende dia) Kamerstukken: Belang van strafzaak doorslaggevend voor selectie van stukken Het gaat daarbij niet alleen om belastend of ontlastend bewijs, maar ook bijv. om stukken die van belang kunnen zijn voor ontvankelijkheid v/h OM, controle op rechtmatigheid opsporingsonderzoek of straftoemeting Ook stukken die nog niet gevoegd zijn in procesdossier, kunnen dus processtuk zijn Kamerstukken 32468, nr. 3 (MvT), resp. p. 17 en 19 en Kamerstukken nr. 6 (Nota n.a.v. het verslag), p. 14

29 Antwoord stelling Art. 149b Sv De OvJ is bevoegd, indien hij dit met het oog op de in art. 187d, eerste lid, vermelde belangen (zie hieronder) noodzakelijk acht, de voeging van bepaalde stukken of gedeelten daarvan bij de processtukken achterwege te laten. Schriftelijke machtiging RC vereist. Belangen vermeld in art. 187d: (a). de getuige ernstige overlast zal ondervinden of in de uitoefening van zijn ambt of beroep ernstig zal worden belemmerd, (b). een zwaarwegend opsporingsbelang wordt geschaad, of (c). het belang van de staatsveiligheid wordt geschaad

30 Onthouding kennisneming processtukken tijdens vh (Zb Sv 2.9) Vaste jurisprudentie van het EHRM is dat informatie die essentieel is voor de detentie op een geschikte wijze ter beschikking van de raadsman van de verdachte gesteld moet worden EHRM , NJB 2008, 500 (Mooren tegen Duitsland). Zie eerder ook Lamy tegen België (10444/83), Nikolova tegen Bulgarije (31195/96), Lietzow tegen Duitsland (24479/94) en Garcia Alva tegen Duitsland (23541/94): ‘information which is essential for the assessment of the lawfulness of a detention should be made available in an appropriate manner to the suspect’s lawyer’. Allen terug te vinden op de site van het EHRM In de Nederlandse lagere jurisprudentie is een vergelijkbare lijn te herkennen Rechtbank 's-Hertogenbosch , NS 04, 220 en 269 (onder verwijzing naar het EHRM), rechtbank Leeuwarden , NS , rechtbank Maastricht , NS 2006, 319 en hof Arnhem , NS 03, 6 (allen niet op rechtspraak.nl). Zie zakboek 2.9

31 Stelling Door het afluisteren van een tap neemt een opsporingsambtenaar kennis van een gesprek van een vriendin van de verdachte met een notaris Deze opsporingsambtenaar moet de OvJ hiervan onverwijld in kennis stellen

32 Stelling Als het in de vorige stelling genoemde gesprek naar de mening van de politie en de OvJ niet valt onder het verschoningsrecht van een professioneel verschoningsgerechtigde dan mag dit gesprek bij de processtukken gevoegd wordt zonder dat hieraan verdere voorwaarden worden gesteld

33 Voeging bij processtukken: professioneel verschoningsgerechtigde (Zb Sv 9.16) (1/4) 1. OvJ voegt pv’s en andere voorwerpen verkregen door bijzondere opsporingsbevoegdheden (ook dus bijv. vorderen gegevens en/of OVC) of doorlaten bij de processtukken 2.Echter: indien vallend onder verschoningsrecht van prof. versch. gerechtigde: vernietigen 3.Indien niet vallend onder verschoningsrecht: alleen voegen/gebruiken met machtiging RC 4.Opsp. ambt. die kennisneemt van mededelingen gedaan door of aan een p.v., stelt hiervan de OvJ onverwijld in kennis (zie vervolgens weer punt 2 en 3) Aldus 126aa, het daarop gebaseerde besluit én instructie PG’s Zie zakboek Sv HulpOvJ 9.16 en 9.21!!

34 Stelling Voornoemde regels gelden niet voor een gesprek met een secretaresse van een arts

35 35 Voeging bij processtukken: p.v. (Zb Sv 9.16) (2/4) Aanvullend uit jurisprudentie: 1. Ook bij afgeleid verschoningsrecht 2. Niet van belang of verdachte of derde de gesprekken met de p.v. voerde 3. Bij schending van het verschoningsrecht mag het verkregen bewijs tegen geen enkele verdachte gebruikt worden 4. Een tap op de aansluiting van een (afgeleid) p.v. is niet geoorloofd, tenzij deze zelf verdachte is 5. Ook een gesprek met een p.v. waarbij alleen een afspraak gemaakt wordt. Aanhouding verdachte dankzij afspraak aldus onrechtmatig. Geldt m.i. ook voor noemen van tot dan toe onbekend telefoonnummer in dat gesprek

36 Stelling Tenzij uit processtukken het tegendeel blijkt moet ervan worden uitgegaan dat telefoon van professioneel verschoningsgerechtigde wordt bediend door een professioneel verschoningsgerechtigde of door een afgeleid professioneel verschoningsgerechtigde

37 Voeging bij processtukken: p.v. (Zb Sv 9.16) (3/4) 6.Tenzij uit processtukken tegendeel blijkt, moet ervan worden uitgegaan dat telefoon van p.v. wordt bediend door p.v., dan wel door afgeleid professioneel verschoningsgerechtigde 7. Schending van de met de bescherming van het verschoningsrecht samenhangende rechtsregels is even ernstig als een mogelijk directe schending van het verschoningsrecht zelf 8. Gebruik van dit soort info als ‘sturingsinfo' of binnen het verhoor van een verdachte of getuige is uiteraard ook niet toegestaan (tenzij met machtiging RC) Zie voor voornoemde jurisprudentie het zakboek Sv HulpOvJ 9.16

38 Voeging bij processtukken: p.v. (Zb Sv9.16) (4/4) In geval waarin de advocaat zelf geen verdachte is, is het bij de toepassing van art. 126aa (MH: voegen processtukken) niet toegestaan het belang van het verschoningrecht af te wegen tegen het belang van de waarheidsvinding in de zaak waarin is afgeluisterd en mededelingen die weliswaar onder het verschoningsrecht vallen aan het dossier toe te voegen op de grond dat het belang van het verschoningsrecht moet wijken voor het belang van de waarheidsvinding HR , LJN BK3369

39 Stelling Onrechtmatig verkregen bewijs mag door de rechter niet als bewijs gebruikt worden

40 Onrechtmatig verkregen bewijs (Zb Sv 3.9 e.v.) (1/3) Bij onrechtmatig verkregen bewijs moet de rechter volgens de HR beoordelen wat de gevolgen zijn: 1. alléén de vaststelling dát een vormverzuim is begaan 2.strafmatiging 3. bewijsuitsluiting 4. niet-ontvankelijkheid van het OM Het belang van de maatschappij bij vervolging en berechting van verdachten moet immers worden afgewogen tegen het belang van de verdediging bij een in alle opzichten correct optreden van politie en justitie Onrechtmatig verkregen bewijs wordt dus niet altijd uitgesloten: overleg zo nodig met het OM

41 Onrechtmatig verkregen bewijs (Zb Sv 3.9 e.v.) (2/3) Bij beantwoording v/d vraag wat gevolg van onrechtmatig verkregen bewijs moet zijn (zie vorige dia) dient rekening gehouden te worden met de in art. 359a lid 2 Sv genoemde factoren: 1.Het belang dat het geschonden voorschrift dient Bijv. de huisvrede bij onrechtmatig binnentreden en/of doorzoeken 2.De ernst van het verzuim 3.Het nadeel dat door het verzuim voor de verdachte wordt veroorzaakt 4.De ernst van het feit waarvan verdachte verdacht wordt (niet in art. 359a Sv, wel in jurisprudentie, zie zakboek Sv HulpOvJ)

42 Onrechtmatig verkregen bewijs (Zb Sv 3.9 e.v.) (3/3) ‘Het belang van de verdachte dat het gepleegde feit niet wordt ontdekt, kan niet worden aangemerkt als een rechtens te respecteren belang’ HR , LJN BM6673

43 Onrechtmatig verkregen bewijs en bewijsuitsluiting (Zb Sv 3.9 e.v.) (1/4) Bewijsuitsluiting mag uitsluitend als het bewijsmateriaal rechtstreeks door het verzuim is verkregen én door de onrechtmatige bewijsgaring een (belangrijk) strafvorderlijk voorschrift of rechtsbeginsel in aanzienlijke mate is geschonden

44 Onrechtmatig verkregen bewijs en bewijsuitsluiting (Zb Sv 3.9 e.v.) (2/4) Bij bewijsuitsluiting moet vooral gedacht worden aan: 1. schending van het recht op een eerlijk proces (art. 6 EVRM), bijv.: a. schending van het recht op rechtsbijstand bij het politieverhoor (Salduz) b. schending van het zwijgrecht door gebruik van een undercoveragent die zich heeft voorgedaan als medegedetineerde van de verdachte 2. bewijsuitsluiting als middel om toekomstige vergelijkbare vormverzuimen te voorkomen en een krachtige stimulans te laten bestaan tot handelen in overeenstemming met de voorgeschreven norm. Bijv. als een zeer ingrijpende inbreuk is gemaakt op een grondrecht van de verdachte 3. bewijsuitsluiting als signaal naar verantwoordelijke autoriteiten bij structureel verzuim (zéér uitzonderlijk)

45 Onrechtmatig verkregen bewijs en bewijsuitsluiting (Zb Sv 3.9 e.v.) (3/4) Als extra voorwaarde voor bewijsuitsluiting geldt (als regel) overigens nog dat de verdachte getroffen dient te zijn in een belang dat de overtreden norm beoogt te beschermen (‘Schutznorm’) Zo kan de verdachte die niet woont in de woning waarvan het huisrecht is geschonden uiteraard op die schending geen beroep doen

46 Onrechtmatig verkregen bewijs en bewijsuitsluiting (Zb Sv 3.9 e.v.) (4/4) Bij voorgaande punten 2 en 3 merkt de HR nog op dat moet worden onderzocht 1. of toepassing van bewijsuitsluiting opweegt tegen de daarvan te verwachten negatieve effecten en 2. of aldus niet op onaanvaardbare wijze afbreuk wordt gedaan - aan zwaarwegende belangen als de waarheidsvinding en de bestraffing van de dader van een (mogelijk zeer ernstig) strafbaar feit - aan de rechten van slachtoffers of hun nabestaanden Conclusie: niet zo maar seponeren dus maar de complete gang van zaken tijdig, juist en volledig in het pv relateren en waar nodig overleggen met het OM HR , LJN BY5321 en BY5322 (met noot Keulen in NJ 2013, 308)

47 Onrechtmatig verkregen bewijs en ernst verzuim Van belang zijn de omstandigheden waaronder het verzuim is begaan Daarbij kan ook de mate van verwijtbaarheid van het verzuim een rol spelen Géén bewijsuitsluiting of niet-ontvankelijkheid bij onrechtmatig binnentreden als verontschuldigbaar is gedwaald (vergissing) in het oordeel dat er geen sprake was van een woning (zie Zb Sv 7.4) Ook het door dommigheid onbevoegd toepassen van een dwangmiddel (bijv. het betreden van een woning zonder toestemming van de bewoner zonder de vereiste machtiging) is minder ernstig als komt vast te staan dat de bevoegdheid (de machtiging) wel verleend zou zijn Zie Zb Sv 3.10 (ook voor andere voorbeelden zoals ahbhd, ibn, dna, pseudokoop, vorderen gegevens) Uitzondering: als door het onbevoegd toepassen van een dwangmiddel ook de betrouwbaarheid van het bewijs ter discussie komt te staan Zie zo nodig uitgebreid Zb Sv 3.10 e.v.

48 Onrechtmatig verkregen bewijs Zie voor een uitgebreide bespreking van wetgeving en jurisprudentie met vele voorbeelden uit de dagelijkse praktijk het zakboek Sv HulpOvJ 3.9 e.v.

49 Een verdachte die te lang is opgehouden voor onderzoek mag niet meer in verzekering gesteld worden Stelling

50 Een verdachte die te lang is opgehouden voor onderzoek mag nog wel in verzekering gesteld worden Waterdichte schottentheorie (Zb Sv 4.42) Antwoord stelling

51 Betreden woning zonder vereiste machtiging (Zb Sv 3.9) Als er zonder vereiste (geldige) machtiging is binnengetreden dan verdient het sterke aanbeveling in het pv te vermelden of de (juiste) machtiging desalniettemin tóch verstrekt zou zijn door de hulpOvJ (maar dat dit abusievelijk niet gebeurd is, mét vermelding van de reden van dit nalaten) De hulpOvJ dient daarvan zelf pv op te maken Dit kan van belang zijn voor het oordeel van een rechter in de zaak voor wat betreft de ernst van het verzuim en de mogelijke gevolgen van het betreffende onrechtmatig binnentreden Zie voor andere voorbeelden (bijv. doorzoeken zonder machtiging, aanhouden buiten heterdaad zonder bevel) het zakboek Sv HulpOvJ 3.9

52 Aangiften ter zake overheidsgeweld (Zb Sv 3.24) (1/2) Aangiften ter zake overheidsgeweld waarbij zwaar lichamelijk letsel is opgelopen dienen op zorgvuldige, effectieve en onafhankelijke wijze te worden onderzocht Zeker als er sprake is van een situatie waarin het slachtoffer zich gedwongen in de macht van de overheid en de betrokken overheidsdienaren bevind

53 Aangiften ter zake overheidsgeweld (Zb Sv 3.24) (2/2) Bovendien vloeit uit de publieke functie van de betrokken overheidsdienaren de plicht voort om zich voor de in die publieke functie verrichte handelingen te verantwoorden E.e.a. brengt met zich mee dat een in verband daarmee ingesteld onderzoek uiterst zorgvuldig en nauwkeurig dient te geschieden Voordat een aangifte geseponeerd mag worden dient iedere aanwijzing van strafbaar handelen door de overheid zo volledig mogelijk te kunnen worden uitgesloten Als dat niet het geval is, terwijl het dossier nog aanknopingspunten biedt voor nader onderzoek, dient dat nadere onderzoek alsnog te worden verricht Hof Amsterdam BA7763

54 Klacht ex 12 Sv door burgers tegen opsp. ambt. (Zb Sv 3.24) (1/4) Slachtoffers en/of nabestaanden van geweld door de politie en nabestaanden van burgers/verdachten die overlijden tijdens of na verblijf in een politiebureau (cel) doen in toenemende mate aangifte van strafbare feiten gepleegd door de politie Als het OM besluit zo’n aangifte te seponeren dan kan het slachtoffer of een nabestaande daarover klagen bij het gerechtshof (geldt overigens voor ieder sepotbeslissing) Zie hiervoor art. 12 Sv e.v.

55 Klacht ex 12 Sv door burgers tegen opsp. ambt. (Zb Sv 3.24) (2/4) Het Hof kan na onderzoek van de klacht bevelen dat degene over wie geklaagd wordt, alsnog vervolgd wordt In een aantal recente zaken hebben gerechtshoven inderdaad alsnog vervolging van één of meer politieambtenaren gelast (door een bevel tot dagvaarding of tot het opdragen aan de RC tot het doen van nader onderzoek zoals een reconstructie en/of het horen van getuigen)

56 Klacht ex 12 Sv door burgers tegen opsp. ambt. (Zb Sv 3.24) (3/4) Ook zijn de afgelopen jaren door rechters vele kritische kanttekeningen geplaatst bij overheidsgeweld en/of overlijden tijdens of na verblijf in een politiebureau (cel) In een enkele zaak werd door de rechter zelfs opgemerkt dat de betreffende uitspraak tevens als een signaal gezien moet worden aan het OM om, zeker wanneer het gaat om mogelijk dodelijk overheidsgeweld, het onderzoek voortaan van meet af aan voldoende nauwkeurig en zorgvuldig te laten zijn

57 Klacht ex 12 Sv door burgers tegen opsp. ambt. (Zb Sv 3.24) (4/4) En dat geldt uiteraard ook voor de politie (waarbij natuurlijk in de eerste plaats geldt dat voorkomen beter is dan genezen) Ik kan het niet genoeg benadrukken: een blijvend punt van zorg en aandacht!! Bestudering van de in het zakboek weergegeven jurisprudentie kan hierbij zeker helpen (zie 3.24)!

58 Stelling De bij insluiting van een verdachte aangetroffen mobiele telefoons mogen door de politie onderzocht worden

59 Onderzoek telefoon uit fouillering (Zb Sv 6.43) Zonder bewuste en vrijwillige toestemming van de verdachte of zonder een uitdrukkelijke bevoegdheid daartoe mag de bij de verdachte aangetroffen mobiele telefoon (aanwezig in bijv. diens fouillering) niet onderzocht worden Een uitdrukkelijke bevoegdheid daartoe is terug te vinden in bijv. art. 55b Sv (fouillering en onderzoek meegevoerde voorwerpen ter vaststelling identiteit) of art. 96 Sv (ibn ter zake de verdenking van een strafbaar feit waarvoor het voorwerp ook inbeslaggenomen moet worden) 'De enkele omstandigheid dat in het werkgebied van de verbalisanten regelmatig telefoons worden ontvreemd en bij de verdachte twee telefoons werden aangetroffen maakt niet dat het de verbalisanten reeds daarom vrij stond om de telefoons te onderzoeken' Rechtbank Amsterdam , NS

60 Stelling Een getuige wordt benaderd door vrienden van de verdachte met het dringende verzoek om géén verklaringen meer bij de politie af te leggen omdat de verdachte daar helemaal niet blij mee is Dit verzoek levert geen strafbaar feit op

61 Beïnvloeding getuige (art. 285a Sr) (Zb Sv 11.9) (1/4) Art. 285a lid 1 luidt als volgt: Hij die opzettelijk 1.mondeling, door gebaren, bij geschrift of afbeelding 2.zich jegens een persoon uit, 3.kennelijk om diens vrijheid om naar waarheid of geweten ten overstaan van een rechter of ambtenaar een verklaring af te leggen te beïnvloeden 4.terwijl hij weet of ernstige reden heeft te vermoeden dat die verklaring zal worden afgelegd (4 jaar)

62 Beïnvloeding getuige (art. 285a Sr) (Zb Sv 11.9) (2/4) Ook van belang voor de dagelijkse opsporingspraktijk: Strekking is te voorkomen dat getuigen door dreigementen of op andere manieren worden beïnvloed en daardoor niet meer in vrijheid een verklaring kunnen afleggen bij de rechter of bij een (politie)ambtenaar Beperkt zich niet alleen tot getuigen of deskundigen, maar ziet op een ieder die een verklaring die rechtsgevolgen kan hebben tegenover een rechter of ambtenaar wil afleggen De strafbepaling geldt ook voor verhoor in politiële fase

63 Beïnvloeding getuige (art. 285a Sr) (Zb Sv 11.9) (3/4) Bijv. Beïnvloeding getuige om terug te komen op een eerder afgelegde verklaring of die verklaring te wijzigingen HR , LJN AV6188 Ook iemand kennelijk zodanig beïnvloeden dat hij in het geheel geen verklaring aflegt (door niet naar de verhorend ambtenaar of rechter te gaan) HR , LJN AT7093

64 Beïnvloeding getuige (art. 285a Sr) (Zb Sv 11.9) (4/4) Niet vereist wordt dat de kennelijke bedoeling van beïnvloeding ook tot een daadwerkelijke beïnvloeding heeft geleid Opzet van de verdachte moet mede gericht zijn op beïnvloeding, welk opzet ook uit de gedraging en de omstandigheden waaronder die gedraging is verricht kan worden afgeleid Zie uitgebreid zakboek Strafrecht

65 Art. 3 Politiewet en 184 Sr (Zb Sv 3.34) (1/3) Art. 184, eerste lid Sr, vereist voor het niet voldoen aan ambtelijk bevel dat het bevel "krachtens wettelijk voorschrift" is gedaan Een dergelijk voorschrift moet voor strafbaarheid van art. 184 Sr uitdrukkelijk inhouden dat de betrokken ambtenaar gerechtigd is tot het doen van een vordering Art. 3 Politiewet (= art. 2 Pw 1993) bevat een algemene taakomschrijving voor de politie en kan niet (meer) als zodanig worden aangemerkt

66 Art. 3 Politiewet en 184 Sr (Zb Sv 3.34) (2/3) Art. 3 Politiewet (= art. 2 Pw 1993) kan wél als een wettelijk voorschrift worden aangemerkt ter uitvoering waarvan de in art. 184 Sr bedoelde ambtenaren handelingen kunnen ondernemen waarvan het beletten, belemmeren of verijdelen overtreding van art. 184, eerste lid, Sr kan opleveren HR , LJN BB4108

67 Art. 3 Politiewet en 184 Sr (Zb Sv 3.34) (3/3) Aanvullende jurisprudentie Art. 3 Politiewet geeft bevoegdheid tot het houden van toezicht, welk toezicht belemmerd kan worden en dat is dan strafbaar (art. 184 lid 1, 2e tekstdeel Sr) Hof ’s-Hertogenbosch , LJN BH3551 Aanhouding ter zake belemmeren ambtshandeling kan uiteraard gevolgd worden door strafbaar verzet tegen die aanhouding Hof ’s-Hertogenbosch , LJN BH5205 Handelingen van opsporingsambtenaren om ruimte te maken belemmeren kan ook belemmering in de zin van art. 184 Sr opleveren Hof ’s-Gravenhage , LJN BJ8138

68 Voor een opsporingsonderzoek aan de kleding van een verdachte gebaseerd op het Wetboek van strafvordering is aanhouding vereist Stelling

69 Voor een opsporingsonderzoek aan de kleding van een verdachte gebaseerd op het Wetboek van strafvordering is INDERDAAD aanhouding vereist Antwoord stelling

70 Stelling Tot het opsporingsonderzoek aan de kleding behoort ook het onderzoek van meegevoerde bagage

71 Antwoord stelling Tot het opsporingsonderzoek aan de kleding behoort NIET het onderzoek van meegevoerde bagage Wel mag de bagage indien vatbaar in beslag genomen worden op basis van -art. 95 (staande- of aangehouden verdachte) - 96 Sv (heterdaad of verdenking van een 67,1 misdrijf) - 9 Opiumwet - 52 WWM en vervolgens onderzocht worden (zie zakboek Sv HulpOvJ 6.44) LET OP: de WWM geeft ruimere bevoegdheden bij bagage (art. 50 en 52 WWM)

72 Onderzoek aan kleding (art. 56,4 Sv) (Zb Sv 5.2) Door opsporingsambtenaar mits: aangehouden verdachte ernstige bezwaren of bepaald door (hulp)ovj mits ernstige bezwaren en verdachte door (hulp)OvJ aangehouden of bij (hulp)OvJ voorgeleid Geen tas dus. Die tas kan indien voldaan is aan de wettelijke vereisten (zie vorige dia) wel in beslag genomen worden en daarna onderzocht/doorzocht worden

73 Overzicht soorten fouillering (Zb Sv 5.1) 1. Maatregelen in het belang van het onderzoek (art. 61a Sv e.v.) (zie 4.31) 2. Onderzoek kleding/lichaam (opsporingsfouillering) (art. 56 Sv) (zie 5.2) 3.Onderzoek aan lichaam en kleding door de RC (art. 195 Sv) (zie 5.2) 4. Identificatiefouillering: onderzoek aan kleding en voorwerpen (art. 55b Sv) (zie 5.3) 5. Veiligheidsfouillering: kleding/lichaam (art. 7 Politiewet) (zie 5.4) 6. Administratieve/insluitingsfouillering: kleding (art. 9 Politiewet) (zie 5.5) 7. Onderzoek aan de kleding ingeval van aanwijzingen van een terroristisch misdrijf (art. 126zs Sv) (zie 9.20) 8. Kleding/lichaamsonderzoek vreemdeling (art. 50 VW) (zie 11.8 e.v.). 9. Kledingonderzoek WWM (art. 52 WWM) (zie 11.21) 10. Kledingonderzoek van persoon die zich bevindt op een aangewezen luchthaven (incl. verpakking van goederen, reisbagage, alsmede diens vervoermiddel) (art. 52 WWM) (zie 11.21) 11. Preventieve fouillering (art. 151b Gemeentewet en art. 50, 3e lid, 51, 3e lid en 52, 3e lid WWM) (zie 11.21) 12. Kledingonderzoek Opiumwet (art. 9 Opiumwet) (zie 11.23) 13. Lijfsvisitatie (art. 1:28 Douanewet) (zie 11.29). 14. Onderzoek kleding of lichaam art. 66 Wet Bopz (zie zakboek Wetteksten) 15. Fouilleren door securitymedewerkers op luchtvaartterreinen (art. 5 en 6 van het Besluit beveiliging burgerluchtvaart in samenhang met art. 37b en 37h van de Luchtvaartwet) 16. Fouilleren gedetineerden/bezoekers op grond van de Penitentiaire beginselenwet (zie bijv. art. 29, 31 en 38 van die wet) en voor jeugdigen op grond van de Beginselenwet justitiële jeugdinrichtingen

74 Overzicht soorten fouillering (Zb Sv 5.1) Uit pv moet (tenminste indirect) blijken waarop bevoegdheid fouillering gebaseerd was, daar ontbreekt het helaas nog wel eens aan (en dat kan leiden tot vrijspraak)!!

75 Advocaat vóór en tijdens politieverhoor (Zb Sv 2.7) (1/7) HR (n.a.v. EHRM Salduz/Panovits): Een aangehouden verdachte dient de gelegenheid geboden te worden om voorafgaand aan het verhoor een advocaat te raadplegen De verdachte recht heeft géén recht op aanwezigheid van een advocaat bij het politieverhoor De verdachte dient vóór de aanvang van het 1e verhoor gewezen te worden op zijn recht op raadpleging van een advocaat Een aangehouden jeugdige (MH: is ruimer dan 'minderjarige') verdachte heeft wél recht op bijstand door een raadsman of vertrouwenspersoon tijdens het politieverhoor (MH: denk ook aan kwetsbare/zwakbegaafde personen)

76 Advocaat vóór en tijdens politieverhoor (Zb Sv 2.7) (2/7) Handelen i.s.m. voornoemde regels levert een vormverzuim als bedoeld in art. 359a Sv op (MH: zie Zb Sv 3.10) Betreft een ernstig vormverzuim en moet leiden tot bewijsuitsluiting van verkregen verklaring verdachte Geldt ook voor bewijsmateriaal dat is verkregen als een rechtstreeks (MH: uitsluitend) gevolg van een voor het bewijs onbruikbare verklaring als hiervoor bedoeld Of van zo'n rechtstreeks gevolg kan worden gesproken, laat zich niet in algemene zin beantwoorden Bewijsuitsluiting komt als regel ook alleen aan de orde in de zaak van de verdachte wiens (consultatie)rechten zijn geschonden en dus niet in de zaak van de medeverdachten

77 Advocaat vóór en tijdens politieverhoor (Zb Sv 2.7) (3/7) Bewijsuitsluiting kan achterwege blijven bij een ondubbelzinnige afstandsverklaring van de verdachte of wanneer het verhoor wegens dwingende redenen niet op de komst van een advocaat hoefde te wachten Bewijsuitsluiting is evenmin aan de orde t.a.v. verklaringen die de verdachte later na raadpleging van een advocaat heeft heeft herhaald nadat hij op zijn zwijgrecht is gewezen

78 Advocaat vóór en tijdens politieverhoor (Zb Sv 2.7) (4/7) Handelen in strijd met consultatierecht kan leiden tot onrechtmatige ivs en onmiddellijke invrijheidstelling Als een verdachte verhoord gaat worden over een ander feit dan waarvoor hij zijn advocaat had geconsulteerd, moet de verdachte opnieuw op diens consultatierecht gewezen worden Bijv. niet bij de zoveelste inbraak/diefstal/vernieling in een hele rij, wel bijv. bij een verhoor en consultatie ter zake het voorhanden hebben van een vuurwapen en vervolgens een verhoor ter zake poging moord/doodslag of (ander voorbeeld) verhoor en consultatie ter zake een vals reisdocument en vervolgens verhoor ter zake harddrugs

79 Advocaat vóór en tijdens politieverhoor (Zb Sv 2.7) (5/7) Zie de Aanwijzing rechtsbijstand van het college van PG’s (zakboek Wetteksten) Ingevolge voornoemde aanwijzing moet ook bij een gedetineerde verdachte die wordt gelicht om als verdachte te worden verhoord voor een ander strafbaar feit dan het feit waarvoor hij is gedetineerd, worden gehandeld als ware hij opnieuw aangehouden Als van meet af aan duidelijk is dat de verdachte aangehouden gaat worden dan dient bij een verhoor van verdachte vóór die aanhouding ook gewezen te worden op het consultatierecht Hof Leeuwarden , LJN BN9266

80 Advocaat vóór en tijdens politieverhoor (Zb Sv 2.7 en 2.13) (6/7) Geen consultatierecht bij vragen personalia/persoonsgegevens (behalve bij verdenking opgeven valse identiteitsgegevens) vordering uitlevering uitnodiging tot vrijwillige afgifte aan de verdachte in het kader van art. 99 Sv (ibn in woning) Vragen toestemming voor doorzoeking of binnentreden woning confrontatie (zie 3.26) bevel ademonderzoek of bloedonderzoek (WVW) vragen aan aangehouden verdachte ter zake feiten waarvan hij nog niet verdacht wordt

81 Advocaat vóór en tijdens politieverhoor (2.7) (7/7) Consultatierecht Geldt ook als de verdachte (ruim) voor de aanhouding te horen heeft gekregen dat hij aangehouden zal gaan worden (en is dus niet beperkt tot gevallen waarin een verdachte reeds van zijn vrijheid is beroofd, op het moment dat hij kennis krijgt van het feit dat hij door de politie of een verhorend rechterlijk ambtenaar als verdachte zal worden gehoord) HR , LJN BW9961 Geldt ook voor de verdachte die uit anderen hoofde van zijn vrijheid is beroofd ‘Dat berust erop dat een uit anderen hoofde gedetineerde verdachte ten aanzien van wie de verdenking is gerezen van een nieuw straf-baar feit waarvoor vh is toegelaten, zich in een met een aanhouding vergelijk-bare situatie bevindt’ HR , LJN BW9264

82 Stelling Op de dood veroorzaakt door aanmerkelijke schuld in het verkeer staat voorlopige hechtenis

83 Antwoord stelling (1/2) (Zb Sv 11.21) Dodelijk slachtoffer 1.Roekeloosheid art. 175, 2a: 6j 2.- Gereden onder invloed alcohol of andere stof - Niet voldaan aan bevel ademanalyse, bloedonderzoek of urineonderzoek - Maximumsnelheid in ernstige mate overschreden - Zeer dicht achter een ander voertuig gereden - Geen voorrang verleend - Gevaarlijk ingehaald Art. 175,1a i.v.m. 175,3: 4j en 6m 3.Roekeloosheid + aanwezigheid van een strafverzwarende omstandigheid onder 2 hiervoor vermeld Art. 175,2a i.v.m. 175,3: 9j

84 Antwoord stelling (2/2) (Zb Sv 11.21) 6 WVW-letsel 1.Roekeloosheid (art. 175,2b: 3j, als vh-feit aangewezen in art. 67,1c) 2.Strafverzwarende omstandigheid hiervoor vermeld onder 1, b (art. 175,3 i.v.m. 175, 1 onder b: 27m, als vh-feit aangewezen in art. 67,1c 3.Roekeloosheid + strafverzwarende omstandigheid hiervoor vermeld onder 1, b (art. 175 lid 2 onder b i.v.m. 175 lid 3: 4j en 6m)

85 Verdenking Opiumwet (Zb Sv 11.24) Het enkele feit dat beide inzittenden van een voertuig volgens een registratiesysteem van de politie (HKS) antecedenten hebben op het gebied van overtredingen van de Opiumwet kan geen redelijk vermoeden van schuld in de zin van art. 9, eerste lid, onder a, van de Opiumwet opleveren Hof Leeuwarden , LJN BK0591 ‘De enkele omstandigheid dat verdachte gesignaleerd stond voor de Opiumwet levert niet een redelijk vermoeden op dat in de personenauto van verdachte middelen als bedoeld in lijst I of II van de Opiumwet werden vervoerd of dat daarin, daarop of daaraan dergelijke middelen bewaard werden of aanwezig waren’ Hof ’s-Hertogenbosch , LJN BU9202

86 Niet (meer) gecertificeerd hulpOvJ (Zb Sv 1.2) Aldus ivs door niet bevoegde opsp. ambt. Hof 's-Hertogenbosch , LJN BM2783 en hof 's-Hertogenbosch , LJN BM2861 Inmiddels zijn meerdere ‘hulpOvJ’s’ veroordeeld voor valsheid in geschrift (door o.m. in machtiging binnentreden en verlenging ivs te vermelden dat ze de hoedanigheid hadden van hulpOvJ, terwijl ze die hoedanigheid i.v.m. het verstrijken van de geldigheidsdatum certificaat hulpOvJ niet meer hadden): zie zakboek Sv HulpOvJ 1.2

87 Stelling Bij een verblijfsontzegging (bijv. in een winkel) behoeft voor een strafbare huisvredebreuk slechts éénmaal het vertrek gevorderd te worden

88 Antwoord stelling (Zb Sr 5.13) Bij een verblijfsontzegging behoeft voor een strafbare huisvredebreuk niet het vertrek gevorderd te worden Art. 138 Sr Hij die in de woning of het besloten lokaal of erf, bij een ander in gebruik wederrechtelijk binnendringt óf wederrechtelijk aldaar vertoevende zich niet op de vordering van of vanwege de rechthebbende aanstonds verwijdert, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste zes maanden of geldboete van de derde categorie

89 Grenzen van geweld bij aanhouden (Zb Sv 4.3) (1/2) 1.‘In geval de verdachte zich verzet tegen een rechtmatige aanhouding, kan de opsp. ambt. met gepast geweld reageren om de aanhouding te voltooien en de verdachte naar een plaats van verhoor te geleiden’ 2.Bij de vraag welk geweld toegepast mag worden is de aard van het verzet van belang 3.Er moet niet meer geweld worden toegepast dan nodig is om het verzet te breken

90 Grenzen van geweld bij aanhouden (Zb Sv 4.3) (2/2) 4. Daarnaast moet bij de toepassing van geweld het strafvorderlijk doel van de aanhoudingsbevoegdheid niet uit het oog worden verloren 5. Betreft de aanhouding bijv. een minder ernstig feit, dan kan een gewelddadige aanhouding (waarbij de verdachte zwaar lichamelijk letsel oploopt) tot de conclusie leiden dat de aanhouding disproportioneel was, ook al kon het verzet slechts door het toebrengen van zwaar lichamelijk letsel worden gebroken’ Hof Arnhem , LJN BL3176

91 Stelling A en B zijn net door portier uit discotheek gezet A is uiterst geëmotioneerd en schreeuwt naar B dat die B terug moet gaan en die portier moet schieten B weet A echter te kalmeren en neemt A vervolgens mee naar huis Heeft A door zijn uitlatingen een misdrijf waarop vh staat gepleegd?

92 Antwoord stelling (Zb Sr 5.2) Ja, opruiing: Hij die in het openbaar, mondeling of bij geschrift of afbeelding 1.tot enig strafbaar feit 2.of tot gewelddadig optreden tegen het openbaar gezag opruit (strafdreiging 5 jaar) (art. 131)

93 Stelling Tappen vereist verdenking van een 67,1-misdrijf dat een ernstige inbreuk op de rechtsorde oplevert

94 Antwoord stelling Tappen vereist inderdaad een ernstige inbreuk op de rechtsorde Voor tappen op basis van art. 126m is immers niet alleen een 67,1-misdrijf vereist maar ook dat dit misdrijf gezien zijn aard of de samenhang met andere door de verdachte begane misdrijven een ernstige inbreuk op de rechtsorde oplevert: iets wat nog wel eens over het hoofd gezien wordt

95 Doorzoeking woning of andere plaats: niet kunnen afwachten optreden RC of OvJ (Zb Sv 6.11) De uitzonderlijke omstandigheden waarin (hulp)OvJ toch zelf doorzoekt moeten tijdig, juist én volledig verantwoord worden in pv!! Onvoldoende duidelijkheid over waarom het optreden van de RC of OvJ niet kon worden afgewacht en/of waarom in afwachting van de komst van RC of OvJ niet ‘bevroren’ kon worden (zie ook art. 97 lid 5 Sv) kan leiden tot bewijsuitsluiting en bij onvoldoende ander bewijs vrijspraak ‘Vastlegging van e.e.a. in een pv of d.m.v. een andere wijze van verslaglegging is immers noodzakelijk opdat de zittingsrechter de beslissing tot machtiging kan toetsen’ Hof 's-Hertogenbosch , LJN BO1202 Nog steeds actueel!

96 www.zakboekenpolitie.com96 Doorzoeken: bepaald omschreven kast (Zb Sv 6.41) Politie wist voorafgaand aan binnentreden in woning de plaats waar de in beslag te nemen drugs zich bevonden (te weten: in een bepaalde kamer in een bepaald omschreven kast) Aldus binnengetreden, kast geopend en drugs ibn Onder die omstandigheden was er volgens hof geen sprake geweest van een doorzoeking, er behoefde niet gezocht te worden, er was veeleer sprake van het “ophalen” van voor ibn vatbare waar‘ hof 's-Hertogenbosch , LJN BH1269 Door deze uitspraak heeft de HR echter een dikke streep gehaald: ‘in aanmerking genomen dat het Hof heeft vastgesteld dat de politie de deur van een kast heeft geopend De omstandigheid dat (…) de politie voorafgaand aan het binnentreden van de woning ervan op de hoogte was dat zich in die kast verdovende middelen bevonden, maakt dat niet anders’ HR , LJN BO8202 Nog steeds actueel!!!!!

97 Identificatiefouillering / onderzoek voorwerpen (Zb Sv 5.3) Onder de identificatiefouillering als bedoeld in art. 55b, 2 e lid, Sv, kan onder omstandigheden ook het onderzoeken van het dashboardkastje van een auto van de verdachte vallen (omdat dit een gebruikelijke plaats is om bijv. tasjes en portefeuilles die de bestuurder of passagier bij zich heeft, in te leggen) HR , LJN BP6043

98 Verhoor verdachte zonder vereiste beëdigde tolk (Zb Sv 2.11) Maar wel met behulp van schoonmoeder: onrechtmatig Bewijsuitsluiting verkregen verklaring Hof Arnhem , LJN BW2561

99 Stelling Voor een strafbare bedreiging is vereist dat het slachtoffer zich ook bedreigd heeft gevoeld

100 Bedreiging (Zb Sr 12.8) Bedreiging met één van de in art. 285 Sr genoemde misdrijven vereist: 1.dat de bedreigde daadwerkelijk op de hoogte is geraakt van de bedreiging én 2.de bedreiging van dien aard is en onder zodanige omstandigheden is geschied dat bij de bedreigde de redelijke vrees kon ontstaan dat de bedreiging uitgevoerd zou worden én 3.dat het opzet van de verdachte daarop was gericht Vaste jurisprudentie, zie zo nodig ook uitgebreid het zakboek Strafrecht 12.8 voor vele voorbeelden en jurisprudentie (incl. poging)

101 Internetoplichting: valse hoedanigheid (art. 326 Sr) (Zb Sr 18.1) Niet de enkele omstandigheid dat iemand zich in strijd met de waarheid voordoet als bonafide verkoper die in staat en voornemens is de bij hem gekochte en aan hem vooruitbetaalde goederen te leveren Van die valse hoedanigheid is wel sprake als de verkoper daarbij tevens onbruikbare contactgegevens aan zijn wederpartij verstrekt (bijv. het telkens opzettelijk foutieve namen en verschillende adressen hanteren met het doel de mogelijkheden van de gedupeerde kopers tot verhaal op de verdachte te bemoeilijken) HR , ECLI:NL:HR:2014:3144 Voor de diepgravers: zie ook de conclusie van de PG, ECLI:NL:PHR:2014:1965

102 Vh-feiten (art. 67,1 én 2) 1.Misdrijf van 4 jaar of meer 2.Met name genoemde misdrijven uit Sr (bedreiging, belaging, verduistering, witwassen, schuldheling, structurele discriminatie, mishandeling, vernieling, computermisdrijven, kraken, enz.) 3.Verkeersongeval met art. 6 WVW letsel na: - roekeloosheid - alcohol / rijvaardigheid verminderende stof (8 lid 1, 2, 3 of 4) - weigering adem, bloed of urineonderzoek - ernstige overschrijding max. snelheid - kleven / geen voorrang verlenen / gevaarlijk inhalen 4.Enige bijz. wetten (bijv. telen, verwerken, verkopen, verstrekken, aanwezig hebben, enz. > 30 gram softdrugs, voorbereiding/vergemakkelijking illegale hennepteelt (11a Ow), overtreding huisverbod, enz.) 5.v.w.o.v. in NL kan niet worden vastgesteld + misdrijf + rechtbank + gevangenisstraf (67,2)

103 Observatie veelplegers (zonder machtiging en zonder verdenking strafbaar feit) (Zb Sv 9.8) (1/4) Verdachte was aangehouden ter zake van winkeldiefstal nadat hij was gevolgd en geobserveerd door verbalisanten werkzaam bij een zgn. ‘veelplegersteam’ Observaties zonder bevel OvJ zijn onrechtmatig als deze in verband met de plaats waar zij zijn uitgevoerd, de duur, intensiteit en frequentie ervan, alsmede het gebruik van technische hulpmiddelen, geschikt zijn om een min of meer compleet beeld te verkrijgen van bepaalde aspecten van het persoonlijk leven van de betrokkene

104 Observatie veelplegers (zonder machtiging en zonder verdenking strafbaar feit) (Zb Sv 9.8) (2/4) Als dat niet het geval is, kan de algemene taakomschrijving van opsporingsambtenaren, neergelegd in art. 3 Pw en art. 141 Sv, daarvoor voldoende legitimatie bieden Dit zal in het bijzonder het geval zijn als de observaties slechts in een bepaald gebied en kortstondig worden uitgevoerd, naar aanleiding van omstandigheden waaruit redelijkerwijs een verhoogde kans op strafbare feiten kan worden afgeleid Uit de verslaglegging van de observaties zal moeten kunnen blijken of zij in deze zin beperkt en kortstondig zijn gebleven

105 Observatie veelplegers (zonder machtiging en zonder verdenking strafbaar feit) (Zb Sv 9.8) (3/4) Het ontbreken van een verdenking in de zin van art. 27 Sv betekent niet dat dergelijke kortstondige en beperkte observaties onrechtmatig zijn aangevangen Dit soort observaties moet wel tot het voorbereidend onderzoek gerekend worden ingeval (mede) door de observaties een verdenking als bedoeld in art. 27 Sv is ontstaan en verdergaande opsporingsbevoegdheden zijn toegepast

106 Observatie veelplegers (zonder machtiging en zonder verdenking strafbaar feit) (Zb Sv 9.8) (4/4) Overschrijding van de grenzen waarbinnen zulke niet krachtens een 126g-bevel uitgevoerde observaties toelaatbaar zijn, moet worden aangemerkt als een vormverzuim in de zin van art. 359a Sv (MH: onrechtmatig verkregen bewijs, kan uitgesloten worden, zie daarover uitgebreid par. 3.9 e.v.) HR , LJN BW9338

107 Stelling Na inbeslagneming van een pc is voor kennisneming van de gegevens die op de harde schijf van de betreffende pc met een codewoord beveiligd zijn een bevel vereist van de RC

108 Voor waarheidsvinding mag onderzoek aan/in beslag genomen voorwerpen worden gedaan (Zb Sv 6.43) V.w.b. computers/gegevensdragers uiteraard wel onder in achtneming van het in art. 125l Sv genoemde professionele verschoningsrecht (zie hierover het zakboek Sv HulpOvJ 6.34) HR , LJN AZ3564

109 Onderzoek aan/in inbeslaggenomen smartphone niet onrechtmatig (Zb Sv 6.43) (1/2) Voor de waarheidsvinding mag onderzoek worden gedaan aan inbeslaggenomen voorwerpen teneinde gegevens voor het strafrechtelijk onderzoek ter beschikking te krijgen In computers opgeslagen gegevens zijn daarvan niet uitgezonderd (MH: onder verwijzing naar HR, NJ 1994/577, zoals ook besproken in zakboek) Er is geen reden om t.a.v. een smartphone anders te oordelen Hof Amsterdam , ECLI:NL:GHAMS:2015:4348 MH: denk dus nog wel aan art. 125l Sv: het professioneel verschoningsrecht moet wel gerespecteerd worden

110 Onderzoek aan/in inbeslaggenomen smartphone niet onrechtmatig (Zb Sv 6.43) (2/2) Uiteraard moet nog afgewacht worden hoe andere Hoven en vooral de HR er in dit tijdsgewricht over denken In afwachting daarvan lijkt het in voorkomende gevallen verstandig om bij afbreukgevoelige zaken contact op te nemen met de OvJ alvorens tot kennisneming (en gebruik) van correspondentie op een gegevensdrager wordt overgegaan Ook de OvJ zou dan de subsidiariteit en/of proportionaliteit kunnen toetsen

111 Rechtmatige uitoefening van de bediening bij aanhouding (art. 180 Sr) ( Zb Sv 6.5) Als uitgangspunt geldt dat de politieambtenaar die uitvoeringshandelingen verricht in het kader van de aanhouding van een verdachte werkzaam is in de rechtmatige uitoefening van zijn bediening als bedoeld in art. 180 Sr) Bij beoordeling of uitoefening bediening rechtmatig is, kan de strafrechter de noodzaak en proportionaliteit van het desbetreffende overheidsoptreden betrekken HR , ECLI:NL:HR:2014:2919

112 Mishandeling (art. 300 Sr) (Zb Sr 13.1) 'Onder omstandigheden ook het bij een ander teweegbrengen van een min of meer hevige onlust veroorzakende gewaarwording in of aan het lichaam’ HR , ECLI:NL:HR:2014:2677 (door duwen in water)

113 Roekeloosheid (Zb Sr 1.9) Van roekeloosheid zal slechts in uitzonderlijke gevallen sprake zijn Om tot het oordeel te kunnen komen dat in een concreet geval sprake is van roekeloosheid zal de rechter zodanige feiten en omstandigheden moeten vaststellen dat daaruit is af te leiden dat door de buitengewoon onvoorzichtige gedraging van de verdachte een zeer ernstig gevaar in het leven is geroepen, alsmede dat de verdachte zich daarvan bewust was, althans had moeten zijn' HR , ECLI:NL:HR:2014:3057

114 Stelling Belaging is een klachtmisdrijf

115 Antwoord stelling Belaging is inderdaad een (absoluut) klachtmisdrijf!!

116 Belaging (art. 285b Sr) (Zb Sr 11.10) Daarvan kan ook sprake zijn als de belaagde ten tijde van de gedraging niet met die gedraging bekend was en dus ook als de belaagde nadien op de hoogte is gekomen van die gedraging HR , ECLI:NL:HR:2014:3095

117 Diplomatieke onschendbaarheid/immuniteit en WAHV-beschikkingen (Zb Sv 3.27) Aan personen die diplomatieke immuniteit genieten kan geen administratieve sanctie worden opgelegd. Het hof merkt ten overvloede nog op dat het vorenstaande onverlet laat dat, hoewel naleving niet kan worden afgedwongen, ook geprivilegieerden zich onverkort dienen te houden aan de wetten en regels van de ontvangende staat’ Hof Arnhem-Leeuwarden , ECLI:NL:GHARL:2014:7398

118 Medeplegen/medeplichtigheid (1/2) (Zb Sr 2.9 en 2.11) 'Het ontbreken van een precieze afgrenzing tussen medeplegen en de andere deelnemingsvormen brengt mee dat het OM in voorkomende gevallen er goed aan doet de rechter een keuzemogelijkheid te bieden door daarop toegesneden varianten in de tenlastelegging op te nemen Als het OM (…) uitsluitend het medeplegen en niet ook de medeplichtigheid heeft tenlastegelegd, moet de rechter vrijspreken indien het medeplegen niet kan worden bewezen, ook al zou vaststaan dat de verdachte medeplichtig was aan het feit’ HR , ECLI:NL:HR:2014:3474

119 Medeplegen/medeplichtigheid (2/2) (Zb Sr 2.9 en 2.11) Als het medeplegen niet bestaat uit een gezamenlijke uitvoering, maar uit gedragingen die met medeplichtigheid in verband plegen te worden gebracht (zoals het verstrekken van inlichtingen, op de uitkijk staan, helpen bij de vlucht), rust op de rechter de taak om dat medeplegen nauwkeurig te motiveren Daarbij kan de rechter rekening houden met o.m. de intensiteit van de samenwerking de onderlinge taakverdeling de rol in de voorbereiding, de uitvoering of de afhandeling van het delict en het belang van de rol van de verdachte, diens aanwezigheid op belangrijke momenten en het zich niet terugtrekken op een daartoe geëigend tijdstip HR , ECLI:NL:HR:2015:929

120 Discriminatie (art. 90quater Sr) (Zb Sr 3.13) Gestreefd werd naar een evenwichtige mix van publiek in de betreffende uitgaansgelegenheid 'Hieruit volgt dat in beginsel iedereen in het licht van deze mix kan worden toegelaten of geweigerd en dat daarmee een ieder op voet van gelijkheid wordt behandeld Het streven naar een evenwichtige mix is daarom niet per definitie als discriminatoir aan te merken Een dergelijk streven is wel aan te merken als discriminerend als zou blijken dat een groep van personen op grond van hun ras geheel niet of in mindere mate dan personen van een ander ras zouden worden toegelaten‘ Rb Midden-Nederland , ECLI:NL:RBMNE:2014:5048

121 Grooming (art. 248e Sr) : enige handeling ondernemen gericht op het verwezenlijken van die ontmoeting (9.17) Vastgesteld was o.m. dat: (i) de verdachte bij herhaling bij het slachtoffer had aangedrongen op een ontmoeting en daartoe voorgesteld elkaar te ontmoeten in het bos, in het winkelcentrum en bij haar thuis, waarbij hij een concrete middag, avond dan wel een tijdstip had genoemd; (ii) de verdachte er bij het slachtoffer herhaaldelijk op had aangedrongen dat de ontmoetingen snel zouden plaatsvinden en hij haar onder druk had gezet; en (iii) de verdachte het slachtoffer in het kader van het concretiseren van een afspraak zijn telefoonnummer had gegeven. Aldus waren de onder (ii) en (iii) bedoelde handelingen gericht op het verwezenlijken van de voorgestelde ontmoeting zoals bedoeld onder (i) HR , ECLI:NL:HR:2014:3140

122 Raadsman niet binnen twee uur bij aangehouden verdachte (Zb Sv 2.7) Als een aangehouden verdachte niet dan wel niet binnen redelijke grenzen de gelegenheid is geboden om voorafgaand aan het verhoor een advocaat te raadplegen dan zal dat leiden tot uitsluiting van het bewijs van de verklaringen van de verdachte die zijn afgelegd voordat hij een advocaat kon raadplegen Een oordeel daarover hangt af van de omstandigheden van het geval Het oordeel dat daaraan was voldaan kon in het betreffende geval worden gebaseerd op de omstandigheid dat de in de Aanwijzing rechtsbijstand politieverhoor genoemde termijn van twee uren in acht was genomen en dat het ging om een zaak van relatief geringe ernst waarvoor de vrijheidsbeneming zo kort mogelijk dient te zijn HR , ECLI:NL:HR:2014:3550

123 Vernieling is een relatief klachtmisdrijf Stelling

124 Vernieling is inderdaad een relatief klachtmisdrijf!! Antwoord stelling

125 Samenloop toezicht en opsporing Sleutelplaatsen, niet-stelselmatige observaties, dynamische (verkeers)controle Prima pv's bevindingen, enz. (Zb Sv 11.3) De controlebevoegdheid van art. 160 WVW was niet uitsluitend gebruikt met de bedoeling verdachte in het kader van het opsporen van zware criminaliteit aan te houden Aldus geen misbruik bevoegdheid (verkeerscontrole) Conclusie PG ECLI:NL:PHR:2014:1608 gevolgd door HR: HR , ECLI:NL:HR:204:2752

126 Warmtemeting en redelijk vermoeden (Zb Sv 11.25) 'Het Hof heeft vastgesteld dat de verbalisant met behulp van een warmtebeeldcamera kon waarnemen dat op de zolder van het pand aan de [a-straat 1] te 's-Heerenberg "een extreme warmtebron aanwezig moest zijn" en dat het deze verbalisant ambtshalve bekend was dat voor een succesvolle binnenkweek van hennepplanten een tropisch klimaat nodig is‘ Aldus redelijk vermoeden van schuld aan een strafbaar feit als bedoeld in de Opiumwet HR , ECLI:NL:HR:2014:3537

127 Zwaar lichamelijk letsel (Zb Sr 3.4) Tatoeage in lies en boven tepels HR , ECLI:NL:HR:2014:3289

128 Valse aangifte of klacht (art. 188 Sr) (Zb Sr 6.14) Art. 188 Sr heeft betrekking op het geval dat aangifte of klacht is gedaan van een strafbaar feit met de wetenschap dat dit feit in het geheel niet is gepleegd Voldoende is aldus dat in de aangifte opzettelijk in strijd met de waarheid, feiten worden meegedeeld in zodanige bewoordingen dat degene aan wie de aangifte wordt gedaan, daaruit moet begrijpen dat op zekere tijd en plaats een bepaald strafbaar feit is gepleegd Betrof een aangifte van belaging waarbij aangeefster het had doen voorkomen alsof ze nooit een relatie met verdachte had gehad en vanuit het niets werd gestalkt. Ondanks deze 'verzwijging/leugen' kan er immers nog steeds sprake zijn van belaging (en dus geen valse aangifte) HR , ECLI:NL:HR:2014:3544

129 Art. 10a Opiumwet (voorbereiding) (Zb Sv 21.11) Voorbereiding heeft slechts betrekking op concrete misdrijven (zie de bespreking van art. 46 Sr in Zb Sr), voor bevorderen geldt die beperking niet Keijzer in diens noot onder HR, NJ 2014/487 Waarvan hij weet (lid 1 onder 3): omvat ook voorwaardelijk opzet HR , ECLI:NL:HR:2014:2757 (met noot Keijzer in NJ 2014/487)

130 Rijden onder invloed: geen vereiste verdenking én geen toestemming voor bloedafname maar wel bloed afgenomen (Zb Sv 11.19, nr. 40) Art. 359a Sv van toepassing (vormverzuimen / onrechtmatig verkregen bewijs, zie uitgebreid 3.9) In betreffende geval geen bewijsuitsluiting wel strafvermindering HR , ECLI:NL:HR:2014:3616

131 Groepsbelediging / aanzetten tot discriminatie, enz. / uitlating door politicus (art. 137c/d Sr) (Zb Sr 5.7 en 5.8) (1/2) Van belang zijn de bewoordingen van de uitlating alsmede de context waarin de uitlating is gedaan of de gewraakte uitlating een bijdrage kan leveren aan het publiek debat of is het een uiting van artistieke expressie of de uitlating niet onnodig grievend is

132 Groepsbelediging / aanzetten tot discriminatie, enz. / uitlating door politicus (art. 137c/d Sr) (Zb Sr 5.7 en 5.8) (2/2) Als het gaat om een uitlating door een politicus in het kader van het publiek debat dient onder ogen te worden gezien het belang dat de betreffende politicus daadwerkelijk in staat moet zijn zaken van algemeen belang aan de orde te stellen ook als zijn uitlatingen kunnen kwetsen, choqueren of verontrusten, de verantwoordelijkheid die de politicus in het publieke debat draagt om te voorkomen dat hij uitlatingen verspreidt die strijdig zijn met de wet en met de grondbeginselen van de democratische rechtsstaat HR , ECLI:NL:HR:2014:3583

133 Stelling Art. 46b (vrijwillige niet-voltooiing) is ook van toepassing bij de voorbereidingsdelicten die in art. 10a Opiumwet zelfstandig strafbaar zijn gesteld

134 Antwoord stelling Art. 46b (vrijwillige niet-voltooiing) is NIET van toepassing bij de voorbereidingsdelicten die in art. 10a Opiumwet zelfstandig strafbaar zijn gesteld HR, NJ 1997, 667, HR, NS 2003, 216 en hof Amsterdam , LJN BV0050 De reden hiervoor is dat de terugtreding hier nooit kan wegnemen, dat door toedoen van de dader het aanmerkelijk risico is geschapen dat voor de volksgezondheid hoogst schadelijke stoffen in het illegale circuit zouden terechtkomen

135 Redelijk vermoeden van schuld (Zb Sv 2.3) ‘De enkele melding van de meldkamer dat sprake zou zijn van het voorkomen in de politiesystemen ter zake van drugsdelicten en overlast in verband met drugs maakte niet dat (er) al sprake (was) van een redelijk vermoeden van schuld en het ondervragen van een verdachte op dat moment’ Hof ‘s-Hertogenbosch , ECLI:NL:GHSHE:2015:2450

136 Gevaarlijk dier: onder hoede staand dier (art. 425 Sr) (Zb Sr 21.3) Honden van verdachte verbleven bij broer verdachte Verdachte dient voldoende zorg te dragen ‘voor het onschadelijk houden van zijn gevaarlijke dieren, nu aan de verdachte als eigenaar van de honden in het algemeen de zeggenschap zal toekomen over de wijze waarop zijn gevaarlijke dier onschadelijk moet worden gehouden, en (…) niet is gebleken dat die zeggenschap of zorg op een zodanige manier aan een ander was toevertrouwd dat alleen die ander zou kunnen worden aangemerkt als diegene bij wie de dieren onder zijn hoede stonden’ De omstandigheid dat niet is vastgesteld dat de honden toen zij het slachtoffer aanvielen daadwerkelijk onder het feitelijk toezicht van de verdachte stonden doet daar niet aan af HR , ECLI:NL:HR:2015:1097

137 Voorwaardelijk opzet: verdachte wil inhoud glas bier gooien, maar gooit ook het glas mee (Zb Sr 1.8) De enkele omstandigheden dat de kans dat het glas uit een hand glipt aanmerkelijk is en dat de verdachte bekend was met het risico dat dat zou gebeuren, vormen onvoldoende grond voor het oordeel dat de verdachte bewust de aanmerkelijke kans heeft aanvaard dat het slachtoffer daardoor zwaar lichamelijk letsel zou bekomen HR , ECLI:NL:HR:2014:2767

138 Voorbeeld van roekeloosheid in de zin van art. 6 ivm 175 WVW (filefuikzaak) (Zb Sr 2.13) Verdachte had als bestuurder van een motorrijtuig (terwijl hij aan verschillende achtervolgende politieauto's probeerde te ontkomen), zonder voldoende aandacht voor het overige verkeer over een afstand van ruim 25 kilometer met snelheden variërend tussen 120 en 160 kilometer per uur en daarmee met aanmerkelijke overschrijding van de ter plaatse geldende maximumsnelheden gereden, waarbij hij links en rechts slingerend andere weggebruikers heeft ingehaald, meerdere achtervolgende politieauto's heeft geramd of aangereden en uiteindelijk met hoge snelheid tegen de auto van het slachtoffer is aangereden terwijl de verdachte niet beschikte (en ook nooit heeft beschikt) over een rijbewijs en hij verkeerde onder invloed van het gebruik van cannabis HR , ECLI:NL:HR:2015:1656

139 Gijzeling (art. 282a Sr) (Zb Sr 12.5) ‘Mede gelet op de geschiedenis van de totstandkoming van art. 282a Sr moet worden aangenomen dat de dader van het daarin omschreven feit slechts strafbaar is indien hij handelt met het oogmerk een ander dan de gijzelaar te dwingen iets te doen of niet te doen’ HR , ECLI:NL:HR:2015:1695

140 DNA-onderzoek: ernstige bezwaren bij onderzoek aan ander celmateriaal (Zb Sr 5.67) De eis dat er sprake moet zijn van ernstige bezwaren tegen een verdachte geldt niet voor celmateriaal dat op andere wijze is verkregen (dan door afname van de betreffende verdachte) Hof Arnhem-Leeuwarden , ECLI:NL:GHARL:2015:5100

141 DNA-onderzoek: zwaarwegende redenen bij onderzoek aan ander celmateriaal (Zb Sr 5.67) Brandstichting in een woonwijk Gemeen gevaar voor goederen en levensgevaar en gevaar voor zwaar lichamelijk letsel te duchten Medebuurtbewoner verdacht Veel onrust en angst bij aangevers en in de buurt Overige opsporingsmethoden onvoldoende resultaat en niet veel meer te verwachten Aldus zwaarwegende redenen aanwezig Hof Arnhem-Leeuwarden , ECLI:NL:GHARL:2015:5100

142 Verduistering: voorbeeld geen wederrechtelijke toe-eigening (art. 321 Sr) (Zb Sr 16.1) Als de verdachte er niet voor heeft gezorgd dat een geleasde auto na afloop van de overeenkomst is teruggegeven aan de degene aan wie de auto toebehoorde kan daaruit niet zonder meer de conclusie worden verbonden dat de verdachte over de auto 'als heer en meester’ is gaan beschikken Daarvoor zijn ook andere feiten of omstandigheden vereist HR , ECLI:NL:HR:2015:1771

143 Stelling Voor een strafbare belediging is vereist dat het slachtoffer zich ook beledigd heeft gevoeld

144 Antwoord stelling (Zb Sr 11.1 e.v.) Voor een strafbare belediging is niet vereist dat het slachtoffer zich ook beledigd heeft gevoeld In het geval van een belediging, die iemand mondeling in zijn tegenwoordigheid is aangedaan, moet die uitlating als een strafrechtelijk verwijtbare belediging worden beschouwd wanneer die de strekking heeft die ander aan te randen in zijn eer en goede naam Vaste jurisprudentie HR, zie zo nodig ook uitgebreid Zakboek Strafrecht 11.1 e.v.

145 Afscherm-pv (Zb Sv 9.26) Ook info uit een pv van afgeschermde informatie dient voldoende concreet en specifiek te zijn alvorens er sprake kan zijn van een redelijk vermoeden van schuld In de onderhavige zaak bevatte de info de voor- en achternaam van de verdachte, haar geboortedatum, haar geboorteplaats, haar adres alsmede de plaats waar het wapen zich zou bevinden, namelijk bij de verdachte thuis Deze informatie is voldoende concreet en gedetailleerd Aldus verdenking overtreding WWM en mogelijkheid doorzoeking op grond van art. 49 WWM Hof Amsterdam , ECLI:NL:GHAMS:2015:3795

146 Processtukken: afscherm-pv en informatie uit ander onderzoek (Zb Sv 2.9) Het afscherm-pv is een processtuk in het onderzoek Uit afscherm-pv blijkt wat de startinformatie voor het onderzoek is geweest en welk belang OvJ heeft om de stukken uit het andere lopende onderzoek niet te verstrekken De stukken uit het onderliggende lopende andere onderzoek zijn geen processtukken in het onderzoek waarvoor het afscherm-pv is gebruikt en hoeven daarom niet te worden toegevoegd aan het dossier Rb Midden-Nederland , ECLI:NL:RBMNE:2015:5803

147 Afwijzing beklag 12 Sv over niet vervolgen schietende politieambtenaar bij nachtelijke woninginbraak (1/4) (Zb Sv 3.24) ‘Het hof realiseert zich dat het achteraf oordelen over een situatie als de onderhavige, met meer en andere kennis dan welke beschikbaar was op het actuele moment waarop beklaagde zich in die situatie begaf en moest beslissen binnen een fractie van het moment, niet eenvoudig is’

148 Afwijzing beklag 12 Sv over niet vervolgen schietende politieambtenaar bij nachtelijke woninginbraak (2/4) (Zb Sv 3.24) Voor beantwoording v/d vraag of politieambtenaar in de rechtmatige uitoefening van zijn bediening was om de verdachte aan te houden en daarbij gerechtigd was zijn vuurwapen te gebruiken ter aanhouding verdachte is doorslaggevend of de politieambtenaar in het betreffende geval in redelijkheid kon en mocht menen, dat hij zich in een situatie bevond als beschreven in art. 7.1.b. Ambtsinstructie Van belang daarbij is of politieambtenaar kon menen dat sprake was van verdenking ernstig strafbaar feit als bedoeld in de A.i. + ernstige aantasting lichamelijke integriteit of persoonlijke levenssfeer + gebruik gerechtvaardigd + noodzakelijk + voldaan aan beginselen van subsidiariteit en proportionaliteit

149 Afwijzing beklag 12 Sv over niet vervolgen schietende politieambtenaar bij nachtelijke woninginbraak (3/4) (Zb Sv 3.24) De politieambtenaar heeft (in het korte moment waarop hij moest beslissen over het afvuren van een waarschuwingsschot, gevolgd door een aanhoudingsschot) gelet op de ter beschikking staande informatie en de aangetroffen situatie ter plaatse, verontschuldigbaar gedwaald over de feitelijke situatie van het moment De politieambtenaar kon in redelijkheid menen dat het vuurwapengebruik in de door hem veronderstelde situatie gerechtvaardigd was

150 Afwijzing beklag 12 Sv over niet vervolgen schietende politieambtenaar bij nachtelijke woninginbraak (4/4) (Zb Sv 3.24) Voor strafbaarheid is geen plaats wanneer de gedraging wordt verontschuldigd door een bij de dader aanwezige onjuiste voorstelling van zaken ten gevolge van een dwaling t.a.v. de feitelijke realiteit Het hof acht aannemelijk dat bij een voorlegging van deze zaak aan de strafrechter beklaagde zich om die reden met vrucht op een strafuitsluitingsgrond zou kunnen beroepen’ Beklag niet vervolging verworpen Zie verder zo nodig uitgebreid Hof Den Haag , ECLI:NL:GHDHA:2015:2177

151 Stelling De Opiumwet geeft een bevoegdheid tot onderzoek aan het lichaam

152 Antwoord stelling De Opiumwet geeft (al > 10 jaar) GÉÉN bevoegdheid tot onderzoek aan het lichaam meer

153 Beroep op putatief noodweer door politieambtenaar verworpen / 'garantenstellung’ (Zb Sv 1.14) Beroep op putatief noodweer verworpen omdat niet kon worden gezegd dat de verdachte politieambtenaar redelijkerwijs mocht vermoeden dat hij werd aangevallen ‘Daarbij verdient opmerking dat het Hof bij de beoordeling van het beroep op putatief noodweer betekenis mocht toekennen aan verdachte’s capaciteiten gezien in het licht van hetgeen in een situatie als de onderhavige - gelet op zijn beroep, opleiding en training - mag worden verwacht van een politieambtenaar (de zogenoemde 'Garantenstellung')’ HR , ECLI:NL:HR:2015:1334

154 Mensenhandel (art. 273f Sr) (12.2) Uitbuiting: ‘voor een veroordeling ter zake van het misdrijf van art. 273f, aanhef en eerste lid sub 6º, Sr is vereist dat het opzet van de dader behalve op het voordeel trekken ook (al dan niet voorwaardelijk) gericht was op de uitbuiting van een ander’ HR , ECLI:NL:HR:2015:2467

155 In hulpeloze toestand achterlaten (art. 7 WVW: verlaten plaats ongeval) (Zb Sr 25.5) ‘De opvatting dat slechts sprake kan zijn van het in hulpeloze toestand achterlaten als bedoeld in art. 7.1.b WVW indien 'de ander' niet op eigen kracht hulp kan inroepen, is onjuist’ In een ‘hulpeloze toestand’ achterlaten, want vastgesteld was dat fietser door botsing met auto van verdachte was gevallen, fiets weggeslingerd en totaal vernield en fietser (die bij opstaan een flinke pijn in linkerschouder en linkervinger voelde), na de aanrijding op een stootbalk in de berm v/d weg was gaan zitten en vervolgens door een onbekende begeleid was naar haar woning HR , ECLI:NL:HR:2015:2452 Voor diepgravers: zie ook conclusie PG ECLI:NL:PHR:2015:1307

156 Poging voorhanden hebben vuurwapen (Zb Sr 22.16) Verdachte had n.a.v. op internet geplaatste advertentie waarin vuurwapen te koop werd aangeboden telefonisch contact gezocht met verkoper Verdachte had deze verkoper daarbij gerichte vragen gesteld over aangeboden vuurwapen en bijbehorende munitie en aangegeven het wapen daadwerkelijk te willen kopen en aldus geprobeerd een overeenkomst te sluiten die tot het door hem voorhanden krijgen v/h vuurwapen zou leiden Verkoper was echter niet bereid het vuurwapen te leveren toen hem bleek dat de verdachte geen verlof voor het bezit van een vuurwapen had Aldus een begin van uitvoering v/h misdrijf voorhanden hebben van een vuurwapen en dus een strafbare poging | HR , ECLI:NL:HR:2015:1769

157 Persvoorlichting en opsporingsberichtgeving (Zb Sv 3.38) Gebruikmaking van opsporingsberichtgeving in strafzaak, door camerabeelden te verstrekken aan Omroep Brabant en het vertonen daarvan: (ernstige) schending van de persoonlijke levenssfeer (strafmatiging) HR , ECLI:NL:HR:2015:3024 Vervolg op hof 's-Hertogenbosch , ECLI:NL:GHSHE:2013:5954 (uitgebreid besproken in zakboek 3.38)

158 Stelling Als er met een machtiging binnentreden ter inbeslagneming een woning betreden is dan mag de binnentredende opsporingsambtenaar niet afgesloten deuren die toegang geven tot andere kamers / etages in die woning verbreken voor zover het doel van het binnentreden dit redelijkerwijs vereist

159 Toegang én doorgang op basis Awbi is geen doorzoeking (Zb Sv 6.41) Volgens art. 9 Awbi kan degene die bevoegd is de woning zonder toestemming van de bewoner binnen te treden, zich de toegang tot en de doorgang tot enig vertrek in de woning verschaffen, voor zover het doel van het binnentreden dit redelijkerwijs vereist Daaronder valt ook het forceren van de (tussen)deur van een vertrek Uiteraard mag de opsporingsambtenaar vervolgens het te betreden vertrek alleen 'zoekend rondkijken' en niet doorzoeken MH: e.e.a geldt (dus) ook voor andere plaatsen dan woningen, zie voor meer voorbeelden (luik, kruipruimte) het zakboek Sv HulpOvJ

160 Voorgeleiding, verhoor verdachte en consultatierecht (Zb Sv 4.12) De vraag die de hulpOvJ tijdens de voorgeleiding aan de verdachte stelde ‘weet u waarom u hier bent?’ kon door de verdachte worden opgevat als een vraag naar zijn betrokkenheid bij het feit waarvan hij werd verdacht en aldus was er sprake van verhoor en is het consultatierecht van toepassing Hof Amsterdam , ECLI:NL:GHAMS:2015:3980

161 Hennepkwekerij: opzettelijk aanwezig hebben door medebewoner van verdachte (Zb Sv 11.25) Dat de verdachte wist dat de medeverdachte een hennepplantage exploiteerde in de woning waar zij verbleef en zij zich daar niet van heeft gedistantieerd zijn onvoldoende om aan te nemen dat verdachte het opzettelijk aanwezig hebben van hennepplanten heeft medegepleegd HR , ECLI:NL:HR:2015:2861 Zie over medeplegen zo nodig uitgebreid het zakboek Sr!!

162 Ernstig geweldsincident tussen burger en politie: verzuim onderzoek objectieve bronnen (1/2) (Zb Sv 3.24) Tussen een burger en politie had een ernstig geweldsincident plaatsgevonden Onderzoek van objectieve bronnen, zoals camerabeelden, black box en voertuigen is dan geboden wanneer dit mogelijk is In het onderhavige geval was onderzoek mogelijk, maar is het achterwege gelaten (camerabeelden, black box) dan wel afgewezen (onderzoek door VOA) door de officier van dienst De reden waarom dit onderzoek niet heeft plaatsgevonden is niet meer te achterhalen

163 Ernstig geweldsincident tussen burger en politie: verzuim onderzoek objectieve bronnen (2/2) (Zb Sv 3.24) Als het onderzoek had plaatsgevonden had dat voor verdachte belastend of ontlastend kunnen zijn Nu het niet heeft plaatsgevonden en ook niet meer kan plaatsvinden is verdachte naar het oordeel van de Rb gehinderd in zijn verdedigingsmogelijkheden Het is door de opeenstapeling van verzuimen van ongeschreven vormen, dat de Rb oordeelt dat met grove veronachtzaming van de belangen van verdachte aan zijn recht op een eerlijke behandeling van zijn zaak is tekort gedaan, waarvoor niet-ontvankelijkheid van het OM de enig passende sanctie is Rb Den Haag , ECLI:NL:RBDHA:2015:11712

164 Kraken: waarvan het gebruik door de rechthebbende is beëindigd (art. 138a Sr) (Zb Sr 5.14) Beëindigd omdat het gekraakte gedeelte van het kantoorgebouw nog niet was verhuurd en van feitelijk gebruik als kantoorgebouw geen sprake meer was Feitelijke situatie beslissend Is ook niet anders indien daarbij wordt betrokken dat de rechthebbende het gebouw voor gebruik beschikbaar hield door het in bruikleen te geven aan Antikraak BV en evenmin dat een gedeelte van het in twee adres-sen verdeelde pand inmiddels was verhuurd aan startende ondernemers HR , ECLI:NL:HR:2015:3021

165 Heling: aangifte onderliggend misdrijf niet altijd vereist (Zb Sr 20.2) E.e.a. in aanmerking genomen dat ‘de desbetreffende fiets geen goed werkend veiligheidsslot had schade op het frame zichtbaar was ter hoogte van waar het veiligheidsslot zou moeten zitten en het framenummer was weggevijld terwijl de verdachte de op een dagwaarde van € 300 geschatte fiets op straat zegt te hebben gekocht voor € 60’ HR , ECLI:NL:HR:2015:2484. Zie eerder al voor diefstal (zonder aangifte) het zakboek 15.1

166 Stelling Bij een veroordeling ter zake bedreiging met een scooter kan een OBM worden opgelegd

167 Stelling Als door bedreiging met een motorfiets de veiligheid op de weg ernstig in gevaar is gebracht kan het rijbewijs ingevorderd worden

168 Antwoord stelling (Zb Sv en Zb Sr 25.14) Art. 179a WVW: ook bij een veroordeling ter zake (poging) - bedreiging - moord - doodslag - mishandeling gepleegd met voorbedachte rade - zware mishandeling, of - zware mishandeling met voorbedachte rade kan, indien het feit is gepleegd met een motorrijtuig, een ontzegging worden opgelegd (tot zelfs max. tien jaar) Als door de overtreding de veiligheid op de weg ernstig in gevaar is gebracht kan het rijbewijs ingevorderd worden En daarvan is bij verdenking van één van de voornoemde misdrijven natuurlijk al snel sprake (art 164 WVW)

169 Ci-info (Zb Sv 2.2) Ci-info hoeft niet volledig juist te zijn om als basis te dienen voor nader onderzoek Niet vereist is dat een oordeel over de betrouwbaarheid van Ci-info gegeven moet kunnen worden MH: nader onderzoek is niet gelijk te stellen met toepassing van dwangmiddelen: daarover werd niets opgemerkt Hof Amsterdam , ECLI:NL:GHAMS:2015:1212 Zie over CI-info so nodig uitgebreid het zakboek Sv 2.2!!

170 Verdachte/verdenking (1/2) (Zb Sv 2.3) Verbalisanten begaven zich n.a.v. signaal van baken op lokfiets naar metrostation Holendrecht, alwaar het baken zich op dat moment zou bevinden Ter plaatse aangekomen zagen verbalisanten dat: dat verdachte en medeverdachte ineens hun looprichting veranderden dat medeverdachte afgescheurde affiches begon te bekijken dat medeverdachte geschrokken leek door hun komst en dat zij het idee kregen dat beide verdachten zich niet zo goed een houding wisten te geven

171 Verdachte/verdenking (2/2) (Zb Sv 2.3) Op grond van voornoemde feiten/omstandigheden konden de verdachten als verdachte worden aangemerkt en staande gehouden worden ter vaststelling van hun identiteit Op grond van art. 95,1 Sv waren verbalisanten na de staande houding gelegitimeerd om door verdachten meegevoerde voorwerpen in beslag te nemen Ter effectuering van deze bevoegdheid konden de verbalisanten door verdachten meegevoerde handtas en fietstassen doorzoeken Staande houding en daarop volgende ibn doorgeknipte kabelslot in handtas en kniptang in fietstas aldus rechtmatig Hof Amsterdam , ECLI:NL:GHAMS:2015:

172 Onderzoek kleding op basis art. 52 lid 2 WWM (‘redelijkerwijs aanleiding’) (1/2) (Zb Sv 11.22) Art. 52,2 WWM Opsporingsambtenaar bevoegd personen aan kleding te onderzoeken indien daartoe redelijkerwijs aanleiding bestaat op grond van: een gepleegd strafbaar feit waarbij wapens zijn gebruikt een gepleegde overtreding van de artikelen 13, 26 of 27 aanwijzingen dat een strafbaar feit als bedoeld onder a of b zal worden gepleegd www.zakboekenpolitie.com

173 Onderzoek kleding op basis art. 52 lid 2 WWM (‘redelijkerwijs aanleiding’) (2/2) (Zb Sv 11.22) Onderzoek kleding in betreffende zaak niet onrechtmatig want op grond van wetenschap dat op 31 december 2014 twee liquidaties hebben plaatsgevonden die verband hielden met de Turkse onderwereld (één dag voor betreffende kledingonderzoek) en op grond van de omstandigheid dat de verdachte zich in een personenauto bevond die (…) op naam stond van een crimineel die bekend was in de Turkse onderwereld en is veroordeeld wegens wapenbezit Hof Amsterdam , ECLI:NL:GHAMS:2015: www.zakboekenpolitie.com

174 Pv ter zake feiten gepleegd tegen opsporingsambtenaar zelf (Zb Sv 3.17, zakboek Pv ) ‘Ingevolge het 2 e lid van art. 344 Sv kan het bewijs dat de verdachte het tenlastegelegde feit heeft gepleegd, door de rechter worden aangenomen op enkel een door een bevoegde opsporingsambtenaar op ambtseed opgemaakt pv Genoemde bepaling maakt geen uitzondering voor feiten die tegen de opsporingsambtenaar zelf zijn gepleegd (…) Aldus geeft art. 344, tweede lid, Sv blijk van een bijzonder vertrouwen van de wetgever in de betrouwbaarheid van een pv van een opsporingsambtenaar’ HR , ECLI:NL:HR:2015:1799 (met noot Vellinga-Schootstra in NJ 2015/428) www.zakboekenpolitie.com

175 Mensenhandel: laten plegen winkeldiefstallen (art. 237f Sr) (Zb Sr 12.2) Het vervoeren door de ouders (verdachten) van hun minderjarige kinderen van 9 en 7 jaar oud om hen winkeldiefstallen te laten plegen levert mensenhandel op, omdat de kinderen ten opzichte van hun ouders in een kwetsbare en afhankelijke positie verkeerde Er was aldus sprake van het maken van misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht en misbruik van hun kwetsbare positie Tevens hadden de verdachten (de ouders) het oogmerk de betreffende kinderen uit te buiten en hebben zij uit deze uitbuiting opzettelijk voordeel getrokken Rb Gelderland , ECLI:NL:RBGEL:2015: www.zakboekenpolitie.com

176 Mensenhandel: uitbuiting (art. 237f Sr) (Zb Sr 12.2) ‘De vraag of - en zo ja, wanneer - sprake is van 'uitbuiting' (…), is niet in algemene termen te beantwoorden, maar is sterk verweven met de omstandigheden van het geval Bij de beantwoording van die vraag komt in een geval als het onderhavige (MH: het verrichten van arbeid of diensten) o.m. betekenis toe aan de aard en duur van de te verrichten activiteit, de beperkingen die zij voor de betrokkene meebrengt, en het economisch voordeel dat daarmee door de verdachte wordt behaald Hierbij geldt in geval van minderjarige slachtoffers dat de beoordeling van dergelijke factoren tot een andere uitkomst kan leiden dan in het geval het slachtoffer meerderjarig is’ HR , ECLI:NL:HR:2015: www.zakboekenpolitie.com

177 Stelling Bij verdenking van het verlaten plaats ongeval waarbij iemand is overleden is een opsporingsambtenaar ingevolge het Wetboek van strafvordering bevoegd tot inbeslagneming van de auto waarmee het ongeval is veroorzaakt ook buiten de gevallen dat hij de verdachte staande of aanhoudt en ook buiten heterdaad

178 Antwoord stelling Deze stelling is niet juist: zie art. 96 Sv: moet een 67,1 misdrijf betreffen (en dat is verlaten plaats ongeval niet, zelfs niet met een dodelijk slachtoffer)!! Let op: zou onder omstandigheden ook verdenking van 6 WVW kunnen opleveren en dan mogelijk vh (zie volgende dia en zakboek Strafrecht) denk ook aan art. 160 lid 4 WVW (onderzoek aan voertuig en overbrengen naar plaats onderzoek)

179 Doodslag: voorwaardelijk opzet: schieten tijdens worsteling (art. 287 Sr) (13.1) Voorwaardelijk opzet want: ‘gelet op de specifieke omstandigheden van het geval (…), te weten het laden van het pistool met scherpe munitie, het bij zich steken van dat pistool, het pakken, doorladen en in het bijzonder het tijdens de worsteling met [slachtoffer] - kennelijk met de vinger aan de trekker - op diens buik richten en gericht houden van dat pistool HR , ECLI:NL:HR:2015: www.zakboekenpolitie.com

180 Diefstal: wegnemen (art. 310 Sr) (Zb Sr 15.1) ‘Het zich verschaffen van de feitelijke heerschappij over het goed dan wel het aan de feitelijke heerschappij van de rechthebbende onttrekken van dat goed’ Illegaal stroom/gas aansluiten: elektriciteit en gas worden pas weggenomen door het verbruiken ervan door apparaten en installaties die zijn aangesloten op het elektriciteitsnet respectievelijk op het gasnet HR , ECLI:NL:HR:2015: www.zakboekenpolitie.com

181 Verduistering in dienstbetrekking: persoonlijke dienstbetrekking (art. 322 Sr) (Zb Sr 17.2) ‘Van een persoonlijke dienstbetrekking (…) is sprake indien iemand werkzaam is in ondergeschiktheid’ Of daarvan sprake is hangt af van de omstandigheden van het geval’ (uitvoering taakstraf in kringloopwinkel is in betreffende geval in persoonlijke dienstbetrekking) HR , ECLI:NL:HR:2015: www.zakboekenpolitie.com

182 Door rechter gesignaleerde onjuistheden/verbeterpunten Jurisprudentie afgelopen jaren: vele verbeterpunten en ook kennelijke misstanden Rechters hebben inmiddels veel belangstelling voor: 1. Redenen van wetenschap (verdachte, getuige, opsp. ambt., deskundige) 2. Betrouwbaarheid, consistentie en verwerking van afgelegde verklaringen 3. Partijgetuigen (bijv. bij openlijk geweld zijn (bijna) uitsluitend getuigen gehoord die bij de aangevers hoorden) 4. Confrontaties, beeldmateriaal en rechtmatige uitoefening van dwangmiddelen 5. Betrouwbaarheid van het pv en compleetheid processtukken En dat levert weer tal van verbeterpunten op….

183 Door rechter gesignaleerde onjuistheden/verbeterpunten U kunt de uitspraken van uw ‘eigen’ rechtbank / gerechtshof terug vinden op rechtspraak.nl (‘zoek in uitspraken’)!!

184 Einde presentatie Zie voor 1.Actualiteiten 2.Tip van de week + Misdrijf van de maand 3.Diapresentaties + Meerkeuzevragen 4.Nieuwsmail 5.VVC en ZSM 6.Enz.


Download ppt "Actualiteiten Strafvordering en Strafrecht 1. Zakboek Strafvordering voor de Hulpofficier van justitie (Zb Sv) 2. Zakboek Strafrecht voor de Politie (Zb."

Verwante presentaties


Ads door Google