De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

Hoofdvraag: hoe kon de Republiek tussen 1477 en 1702 zo rijk en machtig worden en hoe kwam aan deze voorspoed weer een einde? De nadruk ligt op de relatie.

Verwante presentaties


Presentatie over: "Hoofdvraag: hoe kon de Republiek tussen 1477 en 1702 zo rijk en machtig worden en hoe kwam aan deze voorspoed weer een einde? De nadruk ligt op de relatie."— Transcript van de presentatie:

1 Hoofdvraag: hoe kon de Republiek tussen 1477 en 1702 zo rijk en machtig worden en hoe kwam aan deze voorspoed weer een einde? De nadruk ligt op de relatie tussen de Republiek der Verenigde Nederlanden en Engeland/Frankrijk. © 2012 Sint-Montfortcollege Rotterdam drs Ardy W.J. Biemans Johannes Vermeer, Meisje met de parel, ca 1665

2 De republiek in een tijd van vorsten Politieke, religieuze en economische (voor)geschiedenis van de Republiek en haar internationale context… deel 1 © Jan van Oudheusden

3 De republiek in een tijd van vorsten Politieke, religieuze en economische (voor)geschiedenis van de Republiek en haar internationale context… deel 2 © Jan van Oudheusden

4 Instap … Lees bladzijdes 6 tot en met 11 van GWP en beredeneer waarom dit hoofdstuk start met de verhalen over de tocht naar Chatham en Jan van Leiden als blijkbaar kenmerkende zaken van deze tijd … HOOFDSTUK 1 CENTRALISATIE EN REFORMATIE (1477 – 1555) Kenmerkende zaken in deze tijd: Agrarisch-urbane samenleving Staatsvorming en centralisatie Europese overzeese expansie Primaat in de christelijke wereld / tweezwaardenleer Reformatie / splitsing van de christelijke kerk (in een rooms-katholiek en een protestants deel Michiel de Ruyter Jan van Leiden Hendrik VIII Frans I Karel V

5 1.1 De koningen van Engeland en Frankrijk, De Engelse koning Hendrik VII Tudor herstelde de koninklijke macht in de bijna kwart eeuw dat hij sinds 1485 aan de macht was: zijn centralisatiepolitiek beperkte de macht van adel en steden. Hij gebruikte de gentlemen (lagere adel) om het bestuur te centraliseren. Het parlement bleef een sterk tegenwicht voor koninklijke macht: Hogerhuis en Lagerhuis. In Frankrijk deed Lodewijk XI vanaf 1461 hetzelfde: versterking koninklijke legers tkv privélegers, koninklijke rechtbanken. Eén belangrijk verschil met Engeland: de États-Généraux/ Staten-Generaal waren hadden weinig te vertellen, itt het Engelse parlement. De koninklijke macht in de 16 eeuw werd bedreigd door de Reformatie. Koningen wilden maar één geloof en onderdrukten/vervolgden andersdenkenden. In Engeland werd Hendrik VII in 1509 opgevolgd door Hendrik VIII die bijna veertig jaar koning zou blijven. Aanvankelijk een aanhanger van het katholicisme en de paus, maar toen hij niet van Catharina van Aragon mocht scheiden om met hofdame Anna Boleyn te trouwen werd hij in 1534 uitgeroepen tot hoofd van de kerk, die de Anglicaanse staatskerk werd, aanvankelijk nog “katholiek” en pas onder Hendriks zoon Eduard in 1547 protestant (geen beelden/afschaffing celibaat/preek-bijbellezen/psalmengezang) … vanaf nu werden de katholieken vervolgd. In Frankrijk bleven de koningen katholiek en vanaf 1516 mocht de Franse koning (Frans I) hoge geestelijken benoemen waarmee men eigenlijk baas van de Franse kerk werd. Vanaf 1534 werden de protestanten vervolgd in Frankrijk. Henry VIII ’s wives : Catherina van Aragon Anna Boleyn Jane Seymour Anna van Kleef Catharina Howard Catharina Parr en hun einde … divorced beheaded died divorced beheaded survived

6 1.2 De Nederlanden onder de Bourgondiërs en de Habsburgers De Nederlandse staatjes als Holland, Brabant en Vlaanderen waren in de 14 e en 15 e eeuw grotendeels zelfstandig onder de graaf of hertog van het gewest, die samen regeerde met de Statenvergadering met vertegenwoordigers van clerus, adel en steden. Steeds meer gewesten kwamen onder de Bourgondiërs, die in de 15 e eeuw ook probeerden hun gezag wat te centraliseren, met Brussel als centrum: Grote Raad, centrale Rekenkamer en sinds 1466 de Staten-Generaal die de belastingzaken met de vorst regelden. In 1477 kwamen de Nederlanden onder het Habsburgse Huis. In 1515 kwam Karel V aan de macht (15 jaar oud) en zou dat blijven tot zijn aftreden in 1555: heer van de Nederlanden, koning van Spanje (1516), keizer van Duitsland en hertog van Oostenrijk (1519) … koning van het Rijk waar de zon nooit onderging. Hij zette de centralisatiepolitiek van de Bourgondiërs voort, met respect voor het gewestelijk particularisme maar sinds 1531 drie centrale bestuursinstellingen: Raad van State : Nederlandse adel, het hoogste adviesorgaan Geheime Raad : ambtenaren en rechtsgeleerden, die wetten opstelde en toezicht hield op de gewestelijke en lokale besturen Raad van Financiën : een “rekenkamer” die ook overlegde over de belastingen. Als plaatsvervanger werd een landvoogd aangesteld en per gewest benoemde hij een lid van de hoge adel als zijn plaatsvervanger: de stadhouder. Karel V ( )

7 Omdat Karel altijd geld nodig had voerde hij de Tiende Penning in, 10% belasting op inkomsten uit onroerend goed en accijnzen op bier, wijn en geweven stoffen. In 1548 bracht hij uiteindelijk de zeventien Nederlanden onder in één staatkundige eenheid als afzonderlijk en onafhankelijk deel van het Duitse Rijk. In 1555 trad Karel af: zijn broer Ferdinand werd keizer van Duitsland en zijn zoon Filips II (zie afb) heer der Nederlanden en koning van Spanje. 1.3 Karel V en de reformatie Steeds meer mensen in Europa hadden kritiek op de katholieke kerk, mn de rijkdom, inhaligheid en arrogantie. Zo was een humanist als Erasmus van Rotterdam (lees vooral de Bijbel zelf en laat de kerk het geloof niet bepalen) een wegbereider voor protestanten als Maarten Luther, die in 1517 de aanval in Wittenberg inzette op bijvoorbeeld de aflaathande l. Mede dankzij de uitvinding van de boekdrukkunst konden de ideeën van de hervormers snel verspreid worden. Hervormers hadden allemaal hun eigen ideeën maar een aantal uitgangspunten waren algemeen: * bijbel basis van het geloof * kerk niet tussen God en mens * mensen kunnen geen zonden vergeven * anti-celibaat * tegen verering van heiligen en heiligenbeelden. In Duitsland veel sociale onrust door de hervormers, waar Luther niets van moest hebben: gelovigen moeten de wereldlijke leiders gehoorzamen (aantrekkelijk voor vorsten!). Karel V streed met katholieke Duitse vorsten tegen de protestanten, maar moest in 1555 opgeven: Vrede van Augsburg waarin werd bepaald dat elke vorst het geloof van zijn onderdanen mocht bepalen. In de Nederlanden greep Karel V harder in en bestreed de protestanten te vuur en te zwaard: zo’n 1200 protestanten werden onder Karel terechtgesteld in de Nederlanden. Dit getal is relatief laag omdat de stads- Erasmus Maarten Luther

8 en gewestelijke besturen niet echt meewerkten met de vervolgingen: vóór een zekere tolerantie. Toen Karel in 1555 aftrad leek het rustig, maar de sympathie voor het protestantisme was sterk, met name voor de ideeën van Johannes Calvijn (Jean Cauvin, afb links), aanhanger van de predestinatieleer maar belangrijk verschil met Luther was dat als de vorst zijn werk niet goed deed en tegen het volksbelang inging, het volk in opstand zou mogen komen. En dat was nu net wat er in de Nederlanden zou gaan plaatsvinden… 1.4 Economie en maatschappij in de Nederlanden. Eind 15 e eeuw waren Vlaanderen en Brabant de rijkste en belangrijkste gewesten, met Antwerpen als belangrijkste Brabantse stad, het financiële centrum van de wereldhandel. Ander belangrijk gewest was het nog méér verstedelijkte Holland (denk aan vervenen van het gebied: geen graanbouw en andere bestaansmiddelen als handel, visserij (haring), scheepvaart en nijverheid. Daarnaast voor Holland de moedernegotie (“de moeder/ziel van alle negotie/handel”: graanhandel met het Oostzeegebied. Naast graan werden ook hout, teer en pek uit het gebied gehaald. In 1530 was de Hldse handelsvloot groter dan die van Engeland en Frankrijk samen, met Amsterdam als stapelmarkt. Dankzij goede watermolens en bemaling werden steeds meer gebieden weer geschikt voor landbouw, maar omdat graan goedkoop uit het Oostzeegebied kwam kon men zich specialiseren in commerciële gewassen (tuinbouw, vlees, zuivel) en grondstoffen voor nijverheid als hennep, vlas, koolzaad. Holland was een heel rijk gewest en leverde Karel V veel geld op, in ruil voor een grote regionale autonomie… Maak de vragen behorend bij hoofdstuk 1 … Fluitschip, een van de Hollandse verbeteringen in de scheepsbouw

9 HOOFDSTUK 2 DE NEDERLANDSE OPSTAND Kenmerkende zaken in deze tijd: Reformatie, en met name calvinisme in de Nederlanden, met in 1566 de Beeldenstorm (deels ook broodoproer) Opstand in de Nederlanden tegen Spanje (Tachtigjarige Oorlog, ) met in 1588 de stichting van de Republiek de Zeven Verenigde Nederlanden, die een welvarende periode tegemoet ging: de Gouden Eeuw Rust in Engeland, oorlog in Frankrijk In 1547 was in de Anglicaanse Kerk de protestantse leer ingevoerd, maar in 1553 kwam Maria aan de macht, die het katholicisme herstelde en trouwde met Filips II. Omdat ze in 3 jaar 300 protestanten liet verbranden kreeg ze de bijnaam Bloody Mary. Toen ze in 1558 overleed werd ze opgevolgd door Elisabeth I, die het protestantisme herstelde maar katholieken en dissidenten niet vervolgde. Elisabeth “The Virgin Queen” was niet getrouwd, waardoor haar katholieke nicht Mary Stuart haar opvolger zou worden. In 1569 brak er een katholieke opstand tegen Elisabeth uit die werd neergeslagen, maar Filips II wilde toch Elisabeth verdrijven. Elisabeth stuurde hulptroepen naar de Nederlandse opstandelingen en liet Mary Stuart onthoofden. “Bloody Mary” Elisabeth I

10 In 1588 trok de onoverwinnelijke Spaanse Armada naar Engeland, maar door ongelukken, misverstanden, Engels geschut en het feit dat Nederlandse opstandelingen de Vlaamse havens blokkeerden zodat de Spaanse troepen niet aan boord konden gaan, leidden tot de Spaanse afgang. Hierna volgde voor Engeland een periode van rust onder Elisabeth. In Frankrijk was dit juist een periode van intense godsdienstoorlogen tussen de katholieken en protestantse hugenoten: vanaf 1562 woedde er tientallen jaren bloedige oorlogen, met als bekendste dieptepunt de Bloedbruiloft 1572, waarbij duizenden hugenoten werden vermoord. Toen hugenotenleider Hendrik van Navarra in 1584 troonopvolger werd richtten de fanatieke katholieken de Katholieke Liga op die ten strijde trok tegen Navarra én de gematigd katholieke Hendrik III – hun eigen koning!!! 2.2. De Opstand in de Nederlanden ( ) In 1559 vertrok Filips II uit Brussel naar Spanje en liet zijn halfzus Margaretha van Parma achter als landvoog- des. De ontevredenheid groeide over de hoge belastingen, de centralisatie en de kettervervolgingen. In 1566 boden de lagere edelen een smeekschrift (ce ne sont que des gueux) aan aan Margaretha met het verzoek de geloofsvervolgingen af te zwakken. Zij beloofde matiging in afwachting van nadere orders uit Spanje: hagenpreken, waarbij met tekeer ging tegen de katholieken en leidend tot de Beeldenstorm (1566). Bloedbruiloft (1572) en Beeldenstorm (1566)

11 Margaretha sloeg de opstand neer en eiste van de hoge edelen een eed van onvoorwaardelijke trouw. Willem van Oranje (stadhouder van Hld, Zld en Utr) weigerde en vluchtte naar Duitsland. Filips had inmiddels de Alva, de ijzeren hertog, naar de Nederlan- den gestuurd om orde op zaken te stellen. Hij volgde Parma op en stelde de “Raad van Beroerten” in, de Bloedraad die 1100 mensen liet executeren waaronder de hoge edelen Egmont en Hoorne. Alva voerde de Tiende Penning in op de handel in roerende goederen. De onrust en het verzet groeide verder. In Dld en Eng zaten zo’n Nederlandse vluchtelingen die in 1568 onder leiding van Oranje de Opstand begonnen. Oranje werd teruggedrongen, maar had in 1572 een nieuw aanvalsplan: aanval vanuit het oosten, zuiden en vanaf zee. De Watergeuzen konden bij toeval op 1 april 1572 Den Briel innemen en de tijd erna openden vele Hldse en Zeeuwse steden hun poorten voor de geuzen terwijl Oranje vanuit het zuiden en oosten aanviel. Het beloofde hugeno- tenleger viel niet aan vanuit het zuiden: zij waren gesneuveld in de Bloedbruiloft! Alva heroverde steden, maar andere hielden stand. Het Spaanse geld raakte echter op en toen de soldaten niet betaald kregen verlieten ze Hld en Zld en trokken plunderend door Brabant en Vlaanderen en plunderden Antwerpen in de Spaanse Furie (1576). In de Staten-Generaal gingen de koningsgetrouwe gewesten om de tafel met Holland en Zeeland: 1576 Pacificatie van Gent: samen de Spanjaarden verjagen en in Hld en Zld protestantisme toestaan, met overal gewetensvrijheid. Filips echter stuurde de zoon van Margaretha van Parma als nieuwe landvoogd met verse troepen…

12 2.3 Stichting van de calvinistische Republiek ( ) Na 1576 weer steeds meer steden in het zuiden in calvinistische handen en waar dat gebeurde (bv Gent, Brugge en Antwerpen) werden de katholieken verdreven, hetgeen in strijd was met de afspraken van de Pacificatie van Gent. Daarom sloten Artesië, het Kamerijkse, het Graafschap Henegouwen en Romaans-Vlaanderen in 1579 met Parma de Unie van Atrecht (=Arras). Om zich tegen Parma te verdedigen sloten de noordelijke gewesten de Unie van Utrecht, een militair bondgenootschap dat de kern zou worden van de Republiek. De breuk werd definitief toen Filips II een prijs op Oranjes hoofd zette … in 1581 werd de trouw aan Filips opgezegd in het Plakkaat van Verlatinghe: een vorst was aangesteld door God maar mocht worden afgezet als hij zijn volk onderdrukte (zie Calvijn): de Unie van Utrecht stelde de hertog van Anjou aan als vorst en na de dood van Oranje en Anjou de graaf van Leicester, maar ook deze beviel niet. Daarom nam de Staten-Generaal in 1588 de soevereiniteit zelf in handen. De Republiek leek een kort bestaan beschoren: Parma had Brabant en Vlaanderen al veroverd in grote delen van Oost- en Noord-Nederland onderworpen, maar omdat Parma van Filips II opdracht kreeg om

13 soldaten beschikbaar te houden voor de Armada kon Parma zijn aanval niet afmaken en kreeg de Republiek de kans de verdediging te herstellen. Willem van Oranje had godsdiensttolerantie gewild, maar de Nederlandse calvinisten, gereformeerden, stonden dat niet toe en dus was alleen de Gereformeerde Kerk toegestaan, hoewel er geen vervolgingen plaatsvonden. De gereformeerden wisten snel de katholieke en andere protestante kerken verboden te krijgen, maar een staatskerk werd het niet, alleen een “publieke kerk” (om regent te worden of een openbare functie te krijgen moest je lid zijn van de GK). Per plaats verschilde de politieke uitwerking en vaak mochten andere geloven hun erediensten wel uitvoeren … als het maar niet teveel opviel. 2.4 Het begin van de Gouden Eeuw Vanaf 1576 vond de strijd zich vooral in het zuiden af en bleven Friesland, Holland en Zeeland vrij van strijd op het grondgebied waardoor een periode van welvaart kon ontstaan: de Gouden Eeuw. De landbouw bleef profiteren van de groeiende Oost- zeehandel en door de groeiende bevolking kon de commerciële landbouw zich verder ontwikkelen. Ook scheepsbouw, houtzagerij en zeildoekmakerij, steenbakkerijen konden meegroeien met de zeehandel en bevolkingsgroei. RK Kerk Ons Lieve Heer op Solder van de buiten- en binnenkant … als je het maar niet zag ….

14 Bijkomend voordeel voor het noorden was het feit dat de zuidelijke Nederlanden frontgebied werden; de Antwerpse kooplieden moesten Filips enorme hoeveelheden geld lenen die te nooit terugzagen; in 1576 was de Spaanse Furie: erna vielen grote delen in handen van de opstandelingen, maar Parma veroverde het gebied weer en Parma strafte Antwerpen voor het heulen met de vijand: tienduizenden kooplieden en ambachtslieden vluchtten naar het noorden en met name Leiden en Amsterdam profiteerden van het kapitaal en de kennis uit het zuiden. Antwerpen kon zich niet herstellen omdat de Hollanders en Zeeuwen de Schelde afsloten. De Republiek kende enorme verschillen per gebied door het sterke particularisme, met grote verschillen tussen bijvoorbeeld de land- en zeegewesten. De kooplieden- regenten maakten in het bestuur de dienst uit en de steden probeerden via overleg het gezamenlijk handelsbelang te behartigen. De economie van de zeegewesten was veel sterker dan bijvoorbeeld de Engelse en Franse economie: beide landen bleven sterk agrarisch met een feodaal grootgrondbezit en de internationale zeehandel nam een minder prominente plaats in dan in de Republiek… De concurrentie was dan ook beperkt! Maak de toepassingsvragen behorende bij dit hoofdstuk uit GWP!

15 HOOFDSTUK 3 EEN GOUDEN EEUW VOOR DE REPUBLIEK ( ) Kenmerkende zaken in deze periode: Een Gouden Eeuw voor de Republiek, zeker in economisch en cultureel opzicht, terwijl vorsten in Europa het absolutisme oplegden (absolutisme: vorst regeert met absolute macht dwz zonder dat die macht beperkt wordt door grondwet of vertegenwoordigende lichamen). De Republiek werd groot dankzij het handelskapitalisme in een wereldeconomie. De Vrede van Münster van 1648 maakte een einde aan de Opstand en de Dertigjarige oorlog en werd een eeuw van godsdienstoorlogen afgesloten. Verder zien we de Wetenschappelijke Revolutie met de O.E.R-principe (observeren-experimenteren-redeneren) 3.1 Burgeroorlog in Engeland, godsdienstvrede in Frankrijk Na de ondergang van de Armada (1588) werd het protestantisme onder Elisabeth in Engeland sterker, en toen in 1596 Filips II van Spanje met zijn tweede Armada het in Engelse handen zijnde Calais veroverde sloot Elisabeth het Drievoudig Verbond tussen Engeland, de Republiek en Frankrijk. De Armada verging en Calais werd Frans: Fra sloot vrede met Spanje en in 1604 deed Elisabeth’s opvolger Jacobus I hetzelfde: de Republiek stond er alleen voor. Jacobus was al koning van Schotland: Groot-Brittannië, met de Union Jack als vlag. Zijn opvolger Karel I raakte in conflict met de Britse calvinisten of puriteinen, die de Anglicaanse kerk protestantser wilden maken en geen absoluut vorst wensten. In 1645 wonnen de puriteinen olv Oliver Cromwell die in 1649 Karel liet onthoofden: Engeland werd een republiek onder Cromwell (zie afb)

16 In Fra werd Hendrik III vermoord en opgevolgd door de hugenoot Hendrik van Navarra, Hendrik IV van Bourbon, die niet werd erkend door de katholieken. Hendrik wist Parijs niet te veroveren en werd pas erkend toen hij zich bekeerde tot het katholieke geloof. In 1598 maakte hij met het Edict van Nantes een einde aan de godsdienstoorlogen in zijn land: Fra was katholiek maar ook de hugenoten hadden rechten. In 1610 werd Hendrik IV vermoord en opgevolgd door Lodewijk XIII, die de regering overliet aan kardinaal Richelieu, een katholiek die in de Dertigjarige oorlog in Dld de protestanten steunde om Spanje dwars te zitten! Het leverde Frankrijk een aantal Duitse gebieden op. (hiernaast: Hendrik IV en Richelieu) 3.2 De eerste twintig jaar van de Republiek De ondergang van de Armada redde het protestantisme in Engeland én de Republiek: Filips II kon de Republiek niet vanuit Eng. aanvallen en gaf Alva de opdracht de Franse hugenoten aan te pakken, waardoor Alva minder mankracht in de Republiek had. Prins Maurits (zoon WvO) bouwde een sterk leger op en nam na 1588 (start Republiek) de ene stad na de andere in. Het Drievoudig Verbond (1596) met Engeland en Frankrijk bewees de internationale erkenning van de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden. In 1609 sloten de Republiek en Filips III het Twaalfjarig Bestand. De soevereiniteit in de Republiek lag bij de Gewestelijke Staten (1587, Deductie van Vrancken/de logische afleiding of verklaring van een feit, uitgaande van algemeen geldende regels of uit een reeks van feiten. De Republiek was een statenbond van zelfstandige staatjes, die defensie en buitenlandse politiek gezamenlijk regelden via de Staten-Generaal, waarin het gewest Holland dominant was. prins Maurits

17 Belangrijkste personen binnen de regentengroep waren de stadhouder, leider van leger en vloot met invloed op het aanstellen van regenten, nazaten van de Oranjes en de landsadvocaat/raadspensionaris van Holland, de adviseur van de Staten van Hld maar als woordvoerder van Holland in de SG ook een regeringsleider. De eerste 30 jaar van de Republiek was dit Johan van Oldenbarnevelt (zie afb), aanvankelijk goed samenwerkend met Maurits, maar tijdens het Twaalfjarig Bestand in een felle machtsstrijd. 3.3 Van Twaalfjarig Bestand naar Vrede van Münster Tijdens het Twaalfjarig Bestand ( ) ontstond er ruzie binnen de groep protestanten. Aanhangers van Arminius en die van Gomarus raakten met elkaar in conflict. Volgens Calvijn is God almachtig en heeft Hij alles voorbeschikt. Arminius dacht dat de mens toch nog invloed op zijn lot kon hebben: Gods genade is een aanbod dat de mens kon aannemen of verwerpen. Gomarus was orthodox: van tevoren is bepaald wie naar de hemel gaat en wie naar de hel. De Arminianen en Gomaristen gingen het debat aan: in Holland waren de Arminianen in de meerderheid; elders de Gomaristen. Stadhouder en raadspensionaris kwamen ook tegenover elkaar te staan: Van Oldenbarnevelt als arminiaan en Maurits als Gomarist. Nu was het een politieke strijd geworden. Holland wilde dat de gewesten zelf de zaak regelden; de andere gewesten eiste dat de Staten-Generaal een kerkvergadering bijeen zouden roepen. In 1617 kwam Van Oldenbarnevelt namens Hld met de zgn Scherpe Resolutie : een nationale synode is in strijd met de soevereiniteit van de gewesten en steden mochten troepen inhuren om de onrust neer te slaan en deze troepen moesten de Staten van Hld en niét Maurits gehoorzamen. Oorlog tussen Hollandse troepen en Maurtis’ Staatse leger dreigde …

18 In 1618 liet Maurits Johan van Oldenbarnevelt arresteren en trok met zijn legers langs de steden om de arminianen uit de besturen te zetten. In 1619 verklaarde de Synode van Dordrecht de opvattingen van Arminius vals. Johan van O werd ter dood veroordeeld en onthoofd … In 1621 ging de strijd met Spanje verder en na aanvankelijke wederzijdse successen bleken de vele oorlogen Spanje teveel worden. In 1648 werd de Vrede van Münster gesloten, die ook een eind aan de Dertigjarige Oorlog in Dld maakte. De Republiek werd als soevereine staat erkend en mocht de veroverde gebieden in Brabant, Limburg en Vlaanderen behouden : de Generaliteits- landen, rechtstreeks bestuurd door de Staten- Generaal. 3.4 De Gouden Eeuw Holland stond in zijn eerste eeuw te boek als nummer één handelsnatie en als land van kunst en cultuur. Amsterdam was hét centrum van het handels- kapitalisme, met nieuwe instellingen als de Wisselbank en de Beurs. Bij de Wisselbank konden kooplieden geld in bewaring geven, wisselen en naar elkaar overboeken, op de Beurs werd in alles gehandeld. Ondanks de oorlog groeiden handel en nijverheid, omdat Hld, Zld en Friesland niet door de oorlog werden getroffen.

19 Frankrijk en Engeland konden de Republiek economisch gezien niet bijbenen. De kleine groep regenten opereerde slagvaardig, te zien bij Voc (1602) en WIC (1621). De VOC was een samenvoeging van de voorcompagnieën, die ernstig concurreerden en kreeg het handelsmonopolie in Azië. De VOC was een publiekprivate organisatie die in Azië de Nederlandse overheid vertegenwoordigde: de VOC mocht oorlog voeren, verdragen sluiten en gebieden besturen en regelde veel via de plaatselijke machthebbers. Tegelijk met de VOC richtte Engeland de East India Company op, ook een publiekprivaat bedrijf, dat minder succesvol was dan de VOC in de 17 e eeuw. De VOC was het grootste bedrijf ter wereld. Voor de handel in West-Afrika en Amerika werd in 1621 de WIC opgericht, net als de VOC publiekprivaat, die de driehoekshandel Europa-Afrika-Amerika(- Europa) opzette: wapens, drank en andere koopwaar van Europa naar Afrika, daar geruild voor slaven, die in Amerika te werk werden gesteld op plantages, die weer tabak, koffie, suiker voor Europa produceerden. De concurrentie was groter en de WIC deed ook aan kaapvaart tegen Spanje wat haar handelpositie minder maakte dan de VOC. Maak de toepassingsvragen horend bij dit hoofdstuk.

20 HOOFDSTUK 4 DE REPUBLIEK VERLIEST HAAR VOORSPRONG ( ) Kenmerkende zaken in deze periode: De Gouden Eeuw voor de Republiek, in ieder geval tot het Rampjaar (1672) met de macht in handen van de regentenkliek, terwijl in Frankrijk Lodewijk XIV absolute macht verkreeg en Engeland onder Willem III ( ) een constitutionele monarchie werd. Aan het eind van de 17 e eeuw begon in Nederland en Engeland de Verlichting. Engeland, Frankrijk en Nederland domineerden de wereldhandel en legden de basis voor hun koloniale rijken waarin ook slavernij een rol ging spelen. 4.1 De opkomst van Engeland en Frankrijk In 1643 kwam in Frankrijk Lodewijk XIV aan de macht, op vierjarige leeftijd en hij zou 72 jaar koning blijven, waarvan 54 jaar zelf regerend. In 1648 kwamen edelen in opstand tegen de centralisatie en pas in 1653 was die burgeroorlog over. De bevolking was het geweld spuugzat en was bereid om krachtig gezag te accepteren. In 1661 nam Lodewijk het heft in eigen handen en bouwde een krachtig leger en ambtenarenapparaat op. Hij betaalde leger en ambtenaren via zijn mercantilistische politiek (steun aan de eigen economie gekoppeld aan hoge invoerrechten). In 1685 trekt hij het Edict van Nantes (1598) in en met de rechten van de hugenoten is het gedaan. Hij liet Versailles bouwen, zichzelf de Zonnekoning noemen en stelde l’état, c’est moi.

21 In Engeland ging de burgeroorlog na de onthoofding van Karel I en het uitroepen van de republiek gewoon door en Oliver Cromwell (zie afb) sloeg alle opstanden keihard neer en werd dictator: Lord Protector in Na diens dood in 1658 volgde Cromwell Jr zijn vader op maar werd na een jaar al afgezet. Om een nieuwe burgeroorlog te voorkomen riep de commandant van het leger in Schotland het parlement bijeen en dat herstelde de monarchie: de Restauratie … 1660 Karel II, die net als Lodewijk XIV absolute macht ambieerde, maar zijn macht sterk beperkt zag door het parlement. Lodewijk wilde absolute macht, maar ook roem op de slagvelden en daartoe viel hij 1667 de Spaanse Nederlanden aan. Samen met Engeland en Zweden dwong de Republiek Lodewijk tot stoppen. Lodewijk zwoer wraak en sloot met Karel II (zie afb) een geheim verdrag (1670) waarbij Karel grote sommen geld kreeg en de samen de Republiek zouden aanvallen. Het Britse parlement wist van niets. 4.2 Het Eerste Stadhouderloze Tijdperk, Na de Vrede van Munster (1648) ontstond er een conflict tussen Holland en stadhouder Willem II over het leger: Willem wilde een groot leger, Hld vond dat in vredestijd te duur. Willem won het conflict door zijn grootste tegenstanders uit te schakelen, maar hij overleed kort daarna (1650) … 8 dagen later werd zijn zoon Willem III geboren. Holland riep de regenten bij elkaar en men besloot géén nieuwe stadhouder te benoemen: het Eerste Stadhouderloze Tijdperk ( ), waarbij de lokale regenten en Johan de Witt, sinds 1653 raadspensionaris van Hld het bestuur vormden. Binnen de regentenkliek ontstonden twee kampen: de prinsgezinden/oranjegezinden en de staatsgezinden. De Witt was staatsgezind en vond dat men geen stadhouder nodig had … die waren

22 maar oorlogszuchtig en een bedreiging voor de vrijheid door monarchistische aspiraties. Bovendien moesten de gewesten soeverein zijn. De oranjegezinden wilden dat de republiek een “eminent hoofd” had, met meer centraal gezag in de vorm van Willem III. Volk en adel waren oranjegezind, maar hadden weinig te vertellen. In Holland maakten de regenten-kooplieden de dienst uit en zij waren ook tolerant, waardoor hier in Hld veel boeken werden gedrukt die in het buitenland verboden waren. Ook nieuwe wetenschappers, die het geloof een minder belangrijke plaats gaven en meer zagen in natuurwetten en menselijke keuzes (bv René Descartes) kregen in de Republiek meer kans dan elders. Tijdens het eerste Stadhouderloze Tijdperk gaf Johan de Witt (zie afb) leiding aan de buitenlandse politiek en hij behartigde vooral het Hollandse belang: sterke vloot met verwaarlozing van het leger. De Witt probeerde Engeland en Frankrijk tegen elkaar uit te spelen: in 1662 sloot hij een verdrag met Frankrijk tegen Engeland, dat in 1651 de Acte van Navigatie had aangenomen, die bepaalde dat buitenlandse schepen alleen goederen naar Engeland mochten vervoeren als ze in eigen land waren geproduceerd … puur anti-Hollands volgde daarop de Eerste Engelse zeeoorlog, een handelsoorlog met veel schade aan beide kanten volgde een tweede na de verovering van Nieuw Amsterdam. Hld versloeg Engeland, maar Eng mocht New York houden omdat de Witt Engeland nodig had om de Fransen in de Zuidelijke Nederlanden te stoppen. De Republiek kreeg nog wel Suriname in ruil voor het verlies van Nieuw Amsterdam.

23 4.3 Stadhouder-koning Willem III In het rampjaar 1672 bleek De Witt’s internationale politiek mislukt: de Republiek werd aangevallen door de Engelse en Franse vloot op zee en vanuit het oosten over land door Frankrijk en de bisdommen Münster en Keulen. Onder vlootvoogd Michiel de Ruyter hield de vloot op zee stand, maar het verwaarloosde landleger was kansloos: snel waren Gelderland, Overijssel en Utrecht onder de voet gelopen en Holland werd bedreigd: om dat te voorkomen liet De Witt aan de Hldse oostgrens de polders onder water lopen: de Hollandse Waterlinie. De bevolking was in paniek en De Witt kreeg de schuld: Willem III werd tot stadhouder van Holland en Zeeland benoemd en de Witt afgezet en met zijn broer Cornelis in Den Haag vermoord (zie afb). Willem III was een kundig legeraanvoerder en hield stand achter de waterlinie. Ook vond hij bondgenoten die zich bedreigd voelden door Lodewijk XIV: Oostenrijk, Pruisen en Denemarken, waardoor Lodewijk zijn troepen in de Republiek moest verkleinen en Willem de Fransen in 1674 kon verjagen. Daarna heroverde hij Gelderland, Utrecht en Overijssel en werd door stadhouder. Hij had grotere bevoegdheden dan zijn voorgangers en verving een groot aantal regenten ten gunste van medestanders. De oorlog tegen Lodewijk XIV werd in de Zuidelijke Nederlanden voortgezet. Willem III (zie afb) was vooral bezig met de internationale politiek die vooral anti-Frans was. Hij voerde diverse coalitieoorlogen tegen Fra en trouwde met zijn nicht Maria Stuart (dochter en erfgenaam van de Engelse koning) om Engeland aan zijn kant te krijgen.

24 In 1678 dwong Hld Willem vrede te sluiten met Fra, dat daarna Straatsburg, Luxemburg en Orange innam. Ook de herroeping van het Edict van Nantes in 1685 wekte argwaan. In dat jaar werd Willems katholieke schoonvader Jacobus II koning van Engeland … een nieuwe Frans-Engelse aanval op de Republiek dreigde! Jacobus bevoordeelde de katholieke minderheid, waardoor de protestanten Willem vroegen zijn schoonvader af te zetten en zelf koning te worden. In 1688 ging Willem III met een vloot naar Engeland en zette in de Glorious Revolution zonder veel tegenstand Jacobus II af (die naar Fra vluchtte): in 1689 werden William and Mary koning en koningin van een parlementaire monarchie waarin het parlement het laatste woord had. Engeland en de Republiek waren nu een persoonlijke unie die samen met Oostenrijk en Spanje tegen Frankrijk vochten dat in 1688 de oorlog weer aan de Republiek had verklaard… 1697 Vrede van Rijswijk waarin Fra Luxemburg en de Zuidelijke Nederlanden moest afstaan, maar in 1701 brak de oorlog weer uit met wederom de Zuidelijke Nederlanden als frontgebied. In 1713 werd het vrede. Willem III was allang dood (1702), maar zijn doel was bereikt: Franse hegemonie in Europa was voorkomen! 4.4 Het einde van de Gouden Eeuw Na het Rampjaar 1672 werd duidelijk dat de Republiek haar economische voorsprong verloor aan Frankrijk en vooral Engeland. De Republiek had vooral last van mercantilistische maatregelen van Engeland en Frankrijk, die ervoor zorgden dat steeds meer sectoren in de problemen raakten. Aan de andere kant bleef de koloniale handel groeien, maar de winsten liepen ook daar terug. De oorlogen legden extra druk op de economische teruggang … er was duidelijk sprake van een neerwaartse spiraal!

25 De staatsschuld van de Republiek liep torenhoog op: in 1714 was de rente op die leningen hoger dan de inkomsten uit belastingen … in 1715 was de Republiek in feite failliet. In 1702 was met de dood van Willem III het Tweede Stadhouderloze Tijdperk begonnen, maar de regenten wisten de problemen niet op te lossen, mede doordat die regentenkliek sterk profiteerde van de leningen aan de staat. Nederland was een verzwakt land, dat in 1747 makkelijk onder de voet werd gelopen door Frankrijk. Een nieuwe stadhouder (een Oranje uit de Friese tak) bracht nu géén overwinning. In 1780 verloor de Republiek een zeeoorlog tegen Engeland en in 1795 werd de Republiek veroverd door de Franse revolutionairen … Maak de toepassingsvragen, horende bij dit hoofdstuk. Willem III, in 1702 kinderloos gestorven Schilders uit de Gouden Eeuw: Rembrandt van Rijn – Jan Steen – Johannes Vermeer

26 de belangrijkste jaartallen (1) CENTRALISATIE & REFORMATIE Karel V, heer der Nederlanden 1517 Begin Reformatie (Luther) 1531 Raad van State: Karel V centraliseert 1555 Vrede van Augsburg: vorst bepaalt religie in eigen gebied DE NEDERLANDSE OPSTAND, Filips II volgt vader Karel V op 1566 Beeldenstorm 1568 Begin Opstand 1572 Bloedbruiloft in Frankrijk Den Briel voor de watergeuzen 1579 Unie van Utrecht (noordelijke gewesten) 1581 Acte van Verlatinge 1584 Willem van Oranje vermoord 1588 Soevereiniteitsverklaring Staten-Generaal Republiek der Verenigde Nederlanden. Met ondergang Armada worden Republiek en protestantisme gered. MAURITS & VAN OLDENBARNEVELT Drievoudig Verbond Rep-Eng-Fra 1598 Edict van Nantes: rechten voor de hugenoten 1602 VOC 1603 Overlijden koningin Elisabeth 1609 – 21 Twaalfjarig Bestand 1619 Van Oldenbarnevelt onthoofd n.a.v. conflict arminianen/gomaristen Karel V – Filips II – Van Oldenbarnevelt

27 de belangrijkste jaartallen (2) EUROPA IN OORLOG 1621 – – 1648 Dertigjarige Oorlog 1621 Opstand hervat, WIC opgericht mede voor Kaapvaart 1625 Maurits overlijdt, opgevolgd door Frederik Hendrik 1642 Begin Engelse burgeroorlog tussen Karel I en het parlement 1647 Frederik Hendrik overlijdt 1648 Vrede van Münster DE REPUBLIEK AAN ZIJN TOP Eerste Stadhouderloze Tijdperk 1651 – 54 Eerste Engelse Zeeoorlog 1660 Engelse republiek ten einde: Karel II koning 1661 Lodewijk XIV neemt bestuur in Fra op zich 1665 – 67 Tweede Engelse Zeeoorlog 1672 Rampjaar. Franse en Duitse troepen vallen de Republiek binnen Willem III stadhouder, Johan de Witt treedt af en wordt vermoord OORLOG MET FRANKRIJK Franse troepen uit de Republiek 1677 Willem III trouw Mary Stuart 1685 Lodewijk XIV trekt Edict van Nantes in Glorious Revolution: Willem III koning van Engeland met rechten voor het Engelse parlement 1702 Willem III sterft kinderloos … Tweede Stadhouderloze Tijdperk LET OP achterin de examenbundel: Zicht op de tijd – De hoofdrolspelers – Begrippen !!! © 2012 Sint-Montfortcollege Rotterdam drs Ardy W.J. Biemans


Download ppt "Hoofdvraag: hoe kon de Republiek tussen 1477 en 1702 zo rijk en machtig worden en hoe kwam aan deze voorspoed weer een einde? De nadruk ligt op de relatie."

Verwante presentaties


Ads door Google