De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

Rineke Dijkstra, strandportretten (1992 – 1994). Proces van het maken.

Verwante presentaties


Presentatie over: "Rineke Dijkstra, strandportretten (1992 – 1994). Proces van het maken."— Transcript van de presentatie:

1 Rineke Dijkstra, strandportretten (1992 – 1994)

2 Proces van het maken

3

4 flow – knoop - routine

5

6 1.Het papier is horizontaal op de vloer gelegd. Dat kun je zien aan de richting van werken, van linksboven naar rechtsonder. 2.De kleuren zijn gemengd op het palet (geel; wit; rood en blauw = paars). 3.De kleur geel is met veel water gemengd en transparant met een dikke kwast, rechtshandig op het midden van het papier aangebracht. 4.De kleur paars is gemengd op het palet en transparant opgebracht naast het geel. 5.Geel en paars zijn in elkaar overgelopen (nat op nat techniek). 6.De kleur paars is pasteus aangebracht met een dikke kwast, met een getamponneerde beweging. Dat zie je omdat de kleur paars intensiever is dan daar waar het transparant is aangebracht. Kim is links onder op het papier begonnen en heeft in een cirkel met de klok mee geschilderd. De verf wordt steeds minder pasteus en steeds minder donker paars. 7.Met vies water zijn transparante spetters aangebracht met een dikke kwast. 8.Het papier is schuin gehouden zodat de natte druppels zijn uitgelopen. Dat zie je aan het feit dat de druppels schuin weglopen in plaats van recht naar onderen. 9.Het werk is uiteindelijk liggend gedroogd.

7

8 - Ik heb met gekleurde verf en wit grijs gemengd, maar op zo’n manier dat niet alle kleuren volledig gemengd zijn. Dit zie je terug in het grijzige, je ziet de kleuren blauw, rood, geel en wit nog doorschijnen. – Grijs is een bewuste keuze, omdat deze kleur meer naar de achtergrond wegvalt wanneer je er helderder kleuren overheen schildert. – De verf heb ik pasteus opgebracht, op een schildersdoek die ik verticaal heb neergelegd, met een lang paletmes met grote bewegingen van linksonder naar rechtsboven, hieraan kan je zien dat ik rechtshandig ben. Dit ging in een flow. – Het paletmes zie je terug in de dikkige randen in de verf. – Deze manier van opbrengen als start is een bewuste keuze geweest, vanwege stap e. - Met een paletmes heb ik bloemvormen (lelie) in de verf aangebracht door de verf af te schaven. – De volgende vormen zie je terug: 2 bloemknoppen, twee bloemen van de zijkant gezien en drie vormen waarbij je in de bloem kijkt. – Het is een bewuste keuze geweest om bloemen te overlappen, de overlapping zie je bijvoorbeeld terug bij de bloem en bloemknop in het midden. Hierbij zie je bij het overlappende deel een opstaand randje in de verf. – Het meest aanwezig is de bloem linksonder. Hierbij heb ik geprobeerd de bladeren te overlappen. Knoop: ik had eerst de grote bloem geschaafd en daarna de kleine blaadjes erachter. Ik had beter eerst de achterliggende blaadjes kunnen afschaven, zodat de overlapping in de dikkere lijn ertussen beter uitkomt. – Bij sommige bloemen had ik teveel verf weggeschrapt, dit heb ik met korte bewegingen met een klein paletmes weer weggeveegd. Dit zie je links naast de bloem rechtsboven.

9

10 Casuïstiek

11 Intervisie - de incidentmethode Een methode met een duidelijke structuur om casussen met een groep te bespreken, op zo’n manier dat er verschillende antwoorden/oplossingen uitrollen. De structuur biedt zekerheid en openheid zodat op een overzichtelijke, veilige en snelle manier een casus kan worden besproken.

12 1.Iedereen brengt om de beurt kort zijn casus naar voren. De inbrenger zoekt nog naar een oplossing. 2.Met zijn allen wordt één casus gekozen 3.Dit voorval wordt uitgebreider door de inbrenger uitgelegd. Ook bespreekt hij wat hij al heeft bedacht. Waar is hij tot nu toe gebleven en waarom zit er precies een probleem in? 4.De deelnemers stellen om de beurt open en informatieve vragen. De inbrenger mag antwoord geven. De vragen zijn open, waardevrij en zonder oordeel. 5.De deelnemers bespreken wat ze hebben gehoord met elkaar. Ze leggen verbanden in inhoud/ oorzaken/ aanleidingen/ verhoudingen/ omgevingsfactoren. De inbrenger diet niet mee en luisters alleen maar. 6.Adviesronde: iedere deelnemer geeft een advies (op papier.) De inbrenger reageert hier niet op. 7.De inbrenger geeft aan welk advies hij meeneemt.

13 Huiswerk: -Maken opdracht Proces: Een fotoreportage beeldend werk in 10 stappen (foto ‘s+ beschrijvingen of filmpje)


Download ppt "Rineke Dijkstra, strandportretten (1992 – 1994). Proces van het maken."

Verwante presentaties


Ads door Google