De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

BEGRIJPEND LEZEN. Wat werkt op de werkvloer? Dr. Kees Vernooy Lector emeritus Effectief taal- en leesonderwijs Expertisebureau Effectief onderwijs 16 september.

Verwante presentaties


Presentatie over: "BEGRIJPEND LEZEN. Wat werkt op de werkvloer? Dr. Kees Vernooy Lector emeritus Effectief taal- en leesonderwijs Expertisebureau Effectief onderwijs 16 september."— Transcript van de presentatie:

1 BEGRIJPEND LEZEN. Wat werkt op de werkvloer? Dr. Kees Vernooy Lector emeritus Effectief taal- en leesonderwijs Expertisebureau Effectief onderwijs 16 september 2015

2 Wat komt aan de orde? Aanleiding bijeenkomst Uitgangspunt bijeenkomst Systematische verkenning begrijpend lezen Vragen scholen Problemen scholen Huidige inzichten m.b.t. begrijpend lezen (het wat en hoe) Het concreet verbeteren van het begrijpend lezen Wat doen voor zwakke begrijpende lezers? Uitgangspunt: gezamenlijke verantwoordelijkheid van groep voor de leesvaardigheid van elk kind dat na groep 8 de school verlaat.

3 Vooraf: Catherine Snow (2014) De belangrijkste 21e eeuwse vaardigheid? Goed kunnen begrijpend lezen! Begrijpend lezen is de basis voor alle leren! Maar ook de samenleving stelt hogere eisen aan leesvaardigheid.

4 Resultaten scholen Grote spreiding tussen scholen m.b.t. Cito Eindtoets. Taal/begrijpend lezen speelt een belangrijke rol bij de resultaten; Grote spreiding resultaten woordenschat: van 0% tot 50% DE; Opmerkelijk de positieve resultaten voor TvK; Grote spreiding in resultaten DMT: Van 100% A tot 40% DE.

5 Vervolg resultaten M.b.t. DMT: -Groep 6 – 8: een spreiding van 0 – 50% DE; -Groep 6: een spreiding van 3% DE tot 38% DE. Tot slot groep 3: -Groep 3: een spreiding van 1% DE tot 34% DE; -Te veel scholen 25% of hoger DE.

6 Wat bepaalt de resultaten/opbrengsten bij de basisvaardigheden? Doelen X Effectief curriculum X Voldoende tijd X Effectieve instructie + Omgaan met verschillen preventief curatief/intensief

7 Wat is begrijpend lezen? De vaardigheid om teksten letterlijk te begrijpen en teksten te interpreteren, maar ook vanuit de optiek van leren informatie uit een tekst kunnen halen. Dit vraagt het begrijpen van de tekst die je leest. Daarvoor is nodig: de tekst geautomatiseerd kunnen lezen om alle aandacht op de inhoud te kunnen richten, waarbij de lezer tegelijkertijd zijn voorkennis verbindt/integreert met de inhoud van de tekst. Wat betekent de tekst niet begrijpen? Dit kan betekenen dat de lezer de tekst niet geautomatiseerd kan lezen en/of dat de lezer onvoldoende voorkennis over de inhoud van de tekst heeft.

8 Wat is het doel van onderwijs in begrijpend lezen? Het doel van onderwijs in begrijpend lezen is kinderen helpen teksten te begrijpen en te interpreteren.

9 Samenhangende beïnvloedende competenties begrijpend lezen

10 Toelichting Begrijpend lezen is geen single-factor, maar een complex proces dat van veel factoren afhangt en daardoor door leerkrachten als lastig wordt ervaren. In wezen is interactie tussen al die competenties nodig voor begrijpend lezen. Cöp (2009): Voor veel leerkrachten is begrijpend lezen het vaagste vak ooit!

11 Van begrijpend luisteren naar begrijpend lezen: de leerlijn woordenschat fonemisch bewustzijn decoderen begrijpend luisteren zinsopbouw, praten vlot lezen Begrijpend lezen

12 Wat beïnvloedt het begrijpen van een tekst vooral? 1. Niveau leerling: -Vlot en vloeiend kunnen lezen -Woordenschat/voorkennis over de inhoud 2. Niveau van de tekst: -Aanwezigheid van het aantal moeilijke woorden -De manier waarop de tekst is geschreven. Is de tekst begrijpelijk geschreven?

13 En de leesstrategieën? Belangrijkste kritiek op leesstrategieën Je moet vlot kunnen lezen en over een goede woordenschat beschikken; Je moet er niet te veel tijd aan besteden; Veel strategieën zijn vaardigheden. Bijv. een samenvatting maken of visualiseren; Het is een misverstand om te denken, dat het bij begrijpend lezen alleen om leesstrategieën gaat! Begrijpend lezen dat alleen op leesstrategieën steunt, is onvoldoende! Cito (2007): ze hebben vrijwel geen effect!

14 Een direct contact met de tekst is effectiever 1.Strategiebenadering: indirect Lezer Strategie Tekst 2. Op de tekstinhoudgerichte benadering: direct Lezer Tekst Illustratie

15 Begrijpend lezen en Nederlandse methoden voor begrijpend lezen. -Kenmerk: eenzijdige gerichtheid op leesstrategieën -Wat ontbreekt daardoor? Een doorgaande leeslijn tekstcomplexiteit, terwijl leerlingen met steeds moeilijkere verhalende en informatieve teksten moeten leren omgaan. Goede begrijpende teksten. De inzet van effectieve didactieken. Aandacht voor kennis van tekststructuren. Aandacht voor de tekstinhoud.

16 Wat moeten we doen om van kinderen goede begrijpende lezers te maken? De belangrijkste aanbevelingen. 1.Groep 1 – 8: aandacht voor woordenschat/kennis van de wereld (van begrijpend luisteren naar begrijpend lezen. Voorkennis heeft volgens Hattie (2012) een effectgrootte van Begrijpend lezen is kennis afhankelijk! 2.Groep 1 – 8: aandacht voor vlot en vloeiend lezen (van fonemisch bewustzijn naar vlot en vloeiend lezen). Speelt een vitale rol bij begrijpend lezen! 3.Groep 1- 8: aandacht voor doelgericht actief spreken/leren argumenteren 4.Groep 4 – 8: kinderen met allerlei en steeds moeilijker wordende teksten leren omgaan (ook bij de kennisgebieden) en met enkele leesstrategieën, waarbij kunnen omgaan met voorkennis, afleidingen maken en monitoren het belangrijkst zijn. Toelichting: zijn de pijlers van het begrijpend lezen en moeten de meeste aandacht krijgen.

17 Groepen Taalvaar- digheid Woorden- schat/voor- kennis Technisch lezen Meta cognitieve strategieën Tekstken- merken Schrijven Groep 1 - 2Begrijpend luisteren Taalgebruik Leren argumenteren Continu Omgaan met voorkennis Mondelinge taal Fonemisch bewustzijn Letterkennis Begrijpend luisteren Omgaan met voorkennis PrentenboekenInvented spelling Groep 3Begrijpend luisteren Taalgebruik Leren argumenteren Continu Omgaan met voorkennis Leren lezenBegrijpend luisteren Omgaan met voorkennis E3/E4 - Letterlijk begrijpen Eenvoudig schrijven Groep 4 -6Begrijpend luisteren Taalgebruik Leren argumenteren Continu Omgaan met voorkennis Stilleesbeleid Vlot en vloeiend lezen Omgaan met voorkennis Afleidingen maken Leren monitoren E4-E6 -Letterlijk begrijpen -Afleidingen maken Doelgericht schrijven zie Focus op schrijven teksten Groep 7 - 8Begrijpend luisteren Taalgebruik Leren argumenteren Continu Omgaan met voorkennis Stilleesbeleid Uitbouw en onderhoud vlot en vloeiend lezen Omgaan met voorkennis Afleidingen maken Leren monitoren E6 en hoger -Letterlijk begrijpen -Afleidingen maken Doelgericht schrijven zie Focus op schrijven teksten Samenhangende componenten: geïntegreerd model van geletterdheid

18 Bespreek in viertallen wat u uit dit onderdeel van de presentatie meeneemt voor uw eigen school. Waar zou uw school mee aan de slag moeten gaan?

19 Hoe betere resultaten begrijpend lezen? Leesresultaten zijn het gevolg van: Wat we onderwijzen en Hoe we onderwijzen Mike Schmoker “The Real Causes of Higher Achievement”

20 Een nieuw kader: EFFECTIEF BEGRIJPEND LEESONDERWIJS Leerlingen teksten leren begrijpen en interpreteren Preventieve dimensie Het Wat -Taalvaardigheid/leren argumenteren -Vlot en vloeiend lezen -Woordenschat/voorkennis -Tekstkennis -Metacognitieve aanpak -Schrijven Het Hoe -Doelgericht -Voldoende leestijd -Tekst centraal -Goed geschreven teksten -Voorlezen -GRRIM-instructiemodel -Peer tutoring -Vrij lezen -Effectieve feedback Intensieve dimensie Het Wat -Zie ‘Wat’ Preventieve dimensie -Ondersteunende suggesties -Lezen en herlezen Het Hoe -Doelgericht -Vroegtijdig signaleren -Meer tijd -Verlengde instructie (Reteaching en preteaching) -Peer tutoring -Effectieve feedback Data en Monitoren

21 Stel realistische doelen. Illustratie taal/lezen Doelen I, II en III% leerlingen die dat zou moeten halen DMT85% AVI90% TvK80% Woordenschat70% Spelling80% Begrijpend lezen80% Instromen VOMinimaal 75% 1F

22 Heim Meijerink en doelen (Didactief september 2014)

23 John Hattie over doelen en verwachtingen We ontdekten de enorme impact van doelen en verwachtingen. Zo maakt het een groot verschil of je als leraar echt uitdagende doelen geeft aan je leerlingen of volstaat met doe-gewoon-maar- je-best-doelen. Leraren zijn vaak bang om de leerling te overvragen en hakken daarom de lesstof in behapbare mootjes. Dat werkt averechts. Juist als je leerlingen een grote uitdaging geeft, bereiken ze meer.

24 I. Het “Wat”

25 1. Het belang van een goede taalontwikkeling Taal is het fundament van begrijpend lezen. De mondelinge taal - kunnen vertellen - legt het fundament voor de leesontwikkeling en is de basis voor succesvol lezen en schrijven. Mondelinge taalvaardigheid is ook de vaardigheid om behoeften, gedachten en ideeën betekenisvol/doelgericht naar voren te brengen. De woordenschat in de kleutergroepen voorspelt het begrijpend lezen halverwege de basisschool! (Catherine Snow, 2006). Kinderen die in de begingroepen problemen hebben met praten/vertellen, lopen het risico leesproblemen te krijgen.

26 Rol mondelinge taal bij lezen Mondelinge taal   Fonologische gevoeligheid Begrijpend lezen   Leren lezen

27 Vervolg Mondelinge taalvaardigheid Problemen mondelinge taalvaardigheid werken negatief door op het (latere) leren lezen en begrijpend lezen. Daarom: Signaleer in groep 1 en 2 kinderen met problemen op dat gebied. Deze hebben extra-zorg nodig; Gebruik de SNELtoets: Controleer in groep 1 en 2 het gehoor! (Keegstra 2010); Gebruik een fonemisch bewustzijnprogramma voor deze kinderen. Onvoldoende werking: schakel een logopediste in; Leer kinderen argumenteren.

28 2. Woordenschat/kennis doet er voor begrijpend lezen alles toe! Woordenschat is een belangrijke voorspeller van het begrijpend lezen Woordenschat is significant verbonden met begrijpend lezen, technisch lezen, spelling en schoolprestaties in zijn algemeenheid. Voorkennis is cruciaal voor begrijpend lezen! Een effectgrootte van 1.04! Woordenschat is een voorwaardelijke pilaar voor begrijpend lezen! Je moet 95% van de woorden kennen om de tekst te begrijpen. Woordenschat wordt vooral in de bovenbouw belangrijk.

29 Doe veel aan woordenschat en lees in de onderbouw veel voor Doet voorlezen ertoe? (Mol & Bus 2011)

30 Gebruik ook digitale prentenboeken (Verhallen 2010) Probleem: kinderen met een beperkte woordenschat haken bij voorlezen dikwijls af; Vooral bewegende digitale prentenboeken houden kinderen beter bij het verhaal. Ook tijdens derde of vierde herhaling; Door herhaling leren kinderen verhalen begrijpen en nieuwe woorden. Zet dit medium vooral bij kinderen met beperkte woordenschat in.

31 Maar ook …. kinderen moeten de woorden van het leren lezen kennen - Een goede woordenschat versterkt ook het leren lezen. Het is van groot belang dat kinderen de woorden kennen die tijdens het leren lezen aan de orde komen. Dit versterkt, dat kinderen het leren lezen als betekenisvol ervaren. - De woorden tijdens het leren lezen kennen, maakt het leren lezen ook gemakkelijker!

32 Directe en indirecte activiteiten woordenschat (groep 4 – 8). Vooral de rood gemaakte zaken zijn belangrijk DIRECT Woorden uitleggen (pre-teaching: sterk! Ontwikkelen woordbewustzijn (denken-delen-uitwisselen) Strategieën voor het leren van onbekende woorden Inzet computer Viertaktstrategie Woorden op het bord schrijven Gebruik woordenboek Woorden uit methoden behandelen INDIRECT Dagelijkse gesprekken met volwassenen en andere kinderen Door luisteren naar volwassenen die hen voorlezen Veel zelf te lezen. Vooral in de vrije tijd: sterk!

33 Stimuleer lezen in de vrije tijd (Mol en Bus, 2011) Uit wetenschappelijk onderzoek tot nu toe blijkt: Vrijetijdslezen = drijvende kracht achter geletterdheid en taalvaardigheid. Een steeds groter percentage van het verschil in woordenschat is te herleiden tot vrijetijdslezen.

34 Wat altijd doen met belangrijke woorden? Wat is effectief? Drie zaken: 1.Preteaching van twee kernwoorden; niet te lang aandacht aan voorkennis besteden! 2.De nieuwe woorden in een verwant cluster/domein plaatsen. De nieuwe woorden met bestaande kennis verbinden; 3.Af en toe de woorden herhalen.

35 3. Besteed veel aandacht aan technisch lezen Goed technisch lezen is fundamenteel voor begrijpend lezen. Technisch lezen heeft een effectgrootte van 0.54 (Hattie, 2012) Zorg voor een goede leesstart (spraak-/taal, fonemisch bewustzijn letterkennis) in groep 1 en 2; Geef excellent onderwijs in groep 3, want: kinderen die slecht starten worden nooit een goede lezer; Groep 3 en 4: de eerste 10 minuten aandacht voor automatisering. Automatiseren is cruciaal voor vlot technisch lezen; Onderhoud het technisch lezen na groep 5. Help kinderen in de bovenbouw bij het decoderen van onbekende moeilijke woorden

36 Technisch lezen, werkgeheugen en automatisering Verwerking leestaak Verwerking leestaak Spellende lezerVlotte lezer Werkgeheugen

37 Stimuleer bij vlot en vloeiend lezen Op tempo lezen Op toon lezen Nauwkeurig lezen heeft minder effect voor het begrijpend lezen. Sommige technische fouten tasten het begrip niet aan.

38 Preventieve dimensie groep 3 werk met een goede methode voor leren lezen (directe instructie); Stel een toetsbaar leesdoel: eind groep 3 AVI- 2/E3; besteed 400 minuten per week aan leren lezen (exclusief taal); behandel de methode volledig in groep 3; geef zwakke lezers vanaf begin groep 3 en zeker na de herfstsignalering minstens één uur extra tijd; besteed veel aandacht aan automatisering; zorg voor leesdeskundige leerkrachten

39 Verbeteren vlot en vloeiend lezen: een aantal tips voor de bovenbouw Behandel vooraf voor leerlingen onbekende woorden. Model vlot en vloeiend lezen, waarna de leerlingen de tekst zelf kunnen herlezen. Spreek moeilijke woorden rustig uit. Meetbaar = meet - baar Locatie = lo - ca - tie Invalide = in - va - li- de

40 4. De rol van de tekst. Wat mankeert er aan teksten in veel methoden? Veel gefragmentariseerde teksten die negatieve effecten voor het begrijpend lezen hebben; kinderen doen het beter bij teksten met verbindingswoorden. Korte zinnen; geen samengestelde zinnen (geen kopjes) Geen verbindingswoorden (terwijl, en, zoals etc.) Gefragmentariseerde presentatie Illustraties nemen meer plaats in dan de tekst Geen doorlopende teksten Verhalende versus niet verhalende informatieve teksten De rol van de layout

41 Waarom zijn verbindingswoorden zo belangrijk? Verbindingswoorden zijn o.a. omdat, en, daarna, bovendien, want, maar, dan, etc.. Ze tonen de lezer expliciet hoe het ene tekstdeel verbonden is aan het andere, waardoor de lezer de informatie beter integreert en inhoudelijke verbanden tussen de zinnen kan leggen; Volgens Sanders (2001) zijn verbindingswoorden een belangrijk middel om het tekstbegrip te vergroten; Leerlingen hebben baat bij geïntegreerde zinnen en profiteren veel minder van in korte, hapklare brokken aangeboden hoofdzinnen.

42 Grip op lezen (groep 4)

43 Grip op lezen (groep 6)

44 Gebruik interessante en goede teksten Helpt een kusje tegen de pijn? Kun je je dood vervelen? Waarom groeien spieren als je ze traint? Hoe landt een vlieg op het plafond? Is heel internet te Googlen? Waarom zie je dubbel als je dronken bent? Maken kinderen gelukkig?

45 Gebruik ook actuele teksten Volgens Guthrie (2002) is de interactie met de echte wereld (actualiteit), zoals in Nieuwsbegrip en Kidsweek, voor de leerlingen cruciaal. Bij die interactie met de echte wereld zijn ze automatisch bezig met het uiterst belangrijke proces van activering en het opbouwen van voorkennis. Ze denken na over wat ze al weten. Daarnaast beïnvloedt interactie met de echte wereld ook hun motivatie om te lezen, omdat deze teksten meer aansluiten bij hun belevingswereld.

46 5. De niveaus van begrijpend lezen: van letterlijk begrijpen naar afleidingen maken en evalueren Evaluatief Afleiden/ interpreteren Letterlijk “Daar staat het” “Denk en zoek” of tussen de regels lezen “Denk en zoek” en boven de tekst staan (beoordelen)

47 LEER LEERLINGEN HOE ZE AFLEIDINGEN MOETEN MAKEN - Voor het lezen (de kaft van een boek, aanwijzingen uit afbeeldingen, vooraf de vragen lezen, voorkennis en nadenken, en de aanwijzingen aan het begin van de tekst) - Tijdens het lezen (tekst, illustraties, aanwijzingen in de tekst, ervaringen/voorkennis, vergelijkingen, oorzaak en gevolg) - Na het lezen (voorkennis, ervaringen, tekst aanwijzingen, vergelijkingen, oorzaken en gevolgen,en verbindingen met de tekst leggen)

48 Helpt leerlingen hoe ze moeten handelen als ze het niet begrijpen Herlezen, vooruit lezen, nadenken, kijken naar afbeeldingen Het aanpassen van de leessnelheid Om hulp vragen

49 6. Stimuleer kinderen veel te lezen Recent vonden we, dat de omvang van het lezen van leerlingen in de school één van de belangrijkste verschillen in ervaringen was in meer of minder effectieve klassen.” (Allington, 2003) Boeken lezen van hoog niveau verhoogt kans op goede Cito-score (Kortlever & Lemmens 2012). Zorg voor een stilleesbeleid, waarbij leerlingen wat te kiezen hebben! Verplicht ze 20 boeken per jaar te lezen!

50 7. Leesbevordering. Wat werkt? 1. Zorg dat kinderen een competente lezer worden. Anders ontstaat vermijdingsgedrag. De meeste leesproblemen zijn problemen met technisch lezen! 2. Volgens onderzoek sterk: -Voorlezen -Stilleesbeleid/Vrij lezen -Tutor lezen -Gebruik in groep 1 – 8 van informatieve teksten 3. Stimuleer kinderen boeken te lezen over wat ze later willen worden.

51 Bespreek in viertallen wat u uit dit onderdeel van de presentatie meeneemt voor uw eigen school. Waar zou uw school mee aan de slag moeten gaan?

52 II. Het Hoe

53 Bernard (2010) Geef kinderen bij begrijpend lezen veel sociaal emotionele ondersteuning en dan in het bijzonder de gemiddelde en zwakke lezers; Hoe? -Het samen delen en beoordelen van de doelen van de les; -Zorgen dat leerlingen goed voorbereid en met een positief gevoel aan de les beginnen; -Met hen praten en discussiëren over werkhouding en leren; -Discussiëren over positieve meningen over leren; -Geef veel feedback.

54 1. Opkomst van de strategie ‘het belang van herlezen’ Herlezen/herhaald lezen leidt tot een beter en dieper tekstbegrip. Heeft volgens Hattie (2012) een effectgrootte van Leerkrachten moeten leerlingen aanmoedigen teksten nog een keer te lezen. Lees en herlees!

55 Het belang van herhaald lezen. Een meta-analyse van Therrien (2004) toont dat herhaald lezen een evidence based strategie is voor zowel vlot en vloeiend lezen als voor begrijpend lezen. Kinderen met leesproblemen profiteren daarvan. Het effect voor vlot lezen is groter (d.83) dan voor begrijpend lezen (d.67).

56 2. Meta-cognitief handelen en begrijpend lezen: lezen vraagt denkactiviteit Dimensies: 1. Nadenken over hoe je het gaat aanpakken om je doel te realiseren; 2. Controleren/nadenken of de aanpak effectief is of moet worden bijgesteld. Metacognitief handelen komt niet aangewaaid; het moet worden verworven door goede voorbeelden in de omgeving (ouders, leerkrachten) of door expliciete training. We weten dat metacognitie in hoge mate het leerresultaat bepaalt (ca. 40%)(Veenman, 2013)

57 Perfetti (2009) en het controleren van het begrijpen Het monitoren van het begrijpend lezen (zelfsturing, metacognitie) is de centrale strategie voor het controleren van het “begrijpen”.

58 Rol metacognitief handelen (Vernooij 2015) De tekst Voor Leesdoel Denken/handelen Tijdens Denken/controleren handelen Na Denken/controleren handelen

59 Integratie Close reading- metacognitief handelen (Vernooy, 2015) Voor -Waarom ga ik de tekst lezen: wat is mijn leesdoel? -Hoe ga ik dat aanpakken? Tijdens -Stap 1: Stap 1: Lees de tekst en probeer te begrijpen waar de tekst overgaat. Scan als het ware de tekst in een hoog tempo om informatie over de inhoud te vinden; -Stap 2: Lees de tekst voor de tweede keer en kijk naar tekstkenmerken, zoals de opbouw, cursief of vetgedrukte woorden, illustraties, inleiding, samenvatting, lastige woorden, enz.; -Stap 3: Lees de tekst nogmaals en ga dieper op de tekst in. Wat wil de schrijver duidelijk maken? Wat betekent de tekst voor mij als lezer? Hoe beoordeel ik de bruikbaarheid van de tekst? Kan ik de inhoud samenvatten? Na -Kan ik mijn leesdoel beantwoorden? -Wat weet ik nu? Kan ik conclusies trekken? Kan ik samenvatten? Kan ik de informatie gebruiken?

60 Wat zijn essentiële vaardigheden voor close reading? 1 e stap: lees de tekst -Verbind je voorkennis met inhoud tekst -Ga na wat moeilijke woorden betekenen -Stel een leesdoel 2 e stap: herlees de tekst -Zelfmonitoren van het begrijpen van de tekst -Stel vast wat belangrijk is 3 e stap: herlees de tekst om - Een samenvatting vanuit je leesdoel te kunnen geven

61 Kennis over de structuur van teksten is nodig Vooral om informatieve teksten te begrijpen; Schrijvers hanteren een bepaalde opbou om lezers hun tekst te laten begrijpen; Begrijp je de opbouw van de tekst, dan begrijp je de informatie beter. Het is van belang om op een functionele manier aandacht aan tekstkennis te besteden.

62 Structuur verhalende teksten Setting waarin het verhaal speelt; Kent een plot/thema; Personen/karakters die doelen hebben; Gebeurtenissen die gevolgen hebben; Doorgaans opbouw: introductie/setting, kern van het verhaal en daarna de afronding/afloop.

63 Structuur informatieve teksten Geven een beschrijving; Volgorde; Vergelijkingen en tegenstellingen; Oorzaak en gevolg; Problemen en oplossingen.

64 3. Wat is voor het leren omgaan met teksten en strategieën belangrijk? 1. Het gegeven, dat ‘modeling’ - voordoen en tegelijkertijd hardop denken - ertoe doet! Observerend leren! Niet laten aanmodderen! 2. Leerlingen veel laten (begeleid) toepassen (automatiseren en toepassen). 3. Ook feedback geven tijdens het zelfstandig werken. 4. Yan (2010): 1 – 3 motiveren leerlingen te participeren.

65 Verantwoordelijkheid leerkracht Verantwoordelijkheid leerling Introductie/uitleg/modeling Begeleide inoefening “Ik doe het” “Wij doen het” “Jullie doen het samen” Samenwerken Risicolezers: Verlengde instructie De rest: werkt zelfstandig “Je doet het alleen” Een succesvol instructiemodel voor alle leerlingen Fisher, D., & Frey, N. (2008). Better learning through structured teaching: A framework for the gradual release of responsibility. Alexandria, VA: Association for Supervision and Curriculum Development.

66 Geef veel taak- en procesgerichte feedback! Taakgerichte feedback is informatie over: Waar ga ik heen? Hoe doe ik het? Wat moet ik vervolgens doen? Tip: Geef ook feedback tijdens het zelfstandig werken Sterke onderwijsfactor. Effectgrootte.73

67 Laat leerlingen meer samenwerken. De effecten van Peer Tutoring Vooral effectief bij begrijpend lezen! Zorg voor effectieve koppels! Tutors uit hogere klassen (d = 0.79) zijn effectiever dan tutors van dezelfde leeftijd (d = 0.52) of volwassen tutors (d = 0.54) De effecten van peer-tutoring waren er ook als kinderen met problemen als tutor functioneerden (Vernooy & Egbertsen 2012) Hattie, 2009/2012

68 Waarom peer tutoring? Betere leesresultaten Betere motivatie Betere relaties tussen de kinderen Biedt leerkrachten de mogelijkheid om V- leerlingen te helpen

69 En…betrek de ouders bij het onderwijs bij het leesonderwijs Veel onderzoek laat positieve correlaties zien tussen de betrokkenheid van de ouders bij de school en het schoolsucces van hun kind. Ouderlijke betrokkenheid heeft een positieve invloed op het leren lezen van het kind. Een effectgrootte van.68 en dat is een redelijk groot effect (Sénéchal, 2006). Leer ouders hun kind met lezen en rekenen te helpen door hen dat modelend voor te doen. Dat heeft grote effecten.

70 Maar vraagt leerlingen ook regelmatig ……. Welke hulp van mij heb je voor je begrijpend lezen nodig? Wat heb je sinds de laatste keer geleerd over begrijpend lezen? Wat zou je nog over begrijpend lezen willen leren? Tip: doe dat minstens elke maand een keer.

71 Bespreek in viertallen wat u uit dit onderdeel van de presentatie meeneemt voor uw eigen school. Waar zou uw school mee aan de slag moeten gaan?

72 III Zwakke begrijpende lezers

73 Problemen begrijpend lezen. Waaraan toe te schrijven? Is het een probleem met begrijpend lezen of met de taalvaardigheid? Is het een probleem met begrijpend lezen of met decoderen/vlot en vloeiend lezen? Is het een probleem met begrijpend lezen of met woordenschat/voorkennis? Is het een probleem met begrijpend lezen of met het nadenken over de inhoud van de tekst? Is het een probleem met begrijpend lezen of met de werkhouding? Is het een probleem met begrijpend lezen of met het omgaan met tekstgenres?

74 De zwak begrijpende lezer zelf Zwak begrijpende lezers moeten zich leren afvragen: - Begrijp ik dat woord? - Begrijp ik die zin? - Begrijp ik de paragraaf? Het moet daarbij niet bij afvragen blijven, maar tot actie leiden om het wel te begrijpen.

75 Aanbevelingen van McMaster e.a. (2014) voor kinderen die al kunnen lezen en problemen met het begrijpen van teksten hebben 1. Behandel in het kort (preteaching) de woordenschat en begrippen die nodig zijn om de tekst te begrijpen; 2. Stel vragen waarmee de lezer verbindingen tussen de belangrijkste delen van de tekst gaat leggen en model expliciet hoe ze goede verbindingen binnen de tekst kunnen leggen, o.a. door waarom- of hoe-vragen te stellen; 3. Geef expliciete feedback aan individuele leerlingen

76 Leer ze wat ze kunnen doen als ze de tekst niet goed begrijpen 1. Lees nog een keer wat je gelezen hebt. Misschien heb je iets niet goed gelezen. Herlezen helpt leerlingen hun gedachten verduidelijken. Onderzoek laat zien dat herlezen een zeer effectieve aanpak is; 2. Laat de leerling de tekst of het tekstdeel dat hij niet goed begrijpt hardop lezen; 3. Kijk of er aanwijzingen in de tekst zijn die helpen de tekst te begrijpen. Kijk naar de titel, kopjes, vetgedrukte woorden, illustraties; 5. Stel je vragen zoals: wat zou dat gedeelte kunnen betekenen? Wat was de titel of het leesdoel? Waar gaat het in de tekst verder over? 6. Denk na over wat je al gelezen hebt en brengt dat in verband met het lastig te begrijpen tekstdeel en vraag je af wat het doel van de tekst is? 7. Lees het tekstdeel eens langzaam. Misschien begrijp je het dan. 8. Denk na over het doel van de schrijver. Dit kan je helpen het lastige tekstdeel te begrijpen.

77 Bespreek in viertallen wat u uit dit onderdeel van de presentatie meeneemt voor uw eigen school. Waar zou uw school mee aan de slag moeten gaan?

78 IV. Tot slot: een formule ‘begrijpend lezen’ Begrijpen van de tekst is: Metacognitief bewustzijn (taalvaardigheid x vlot lezen x woordenschat/voorkennis x tekstkennis) moeilijkheid tekst

79 Vragen?

80 Voor meer informatie:

81 Bijlage 1 Barometer van effectiviteit Boven de 0.4 = Zone van gewenste effecten 0.15 tot 0.4 = Lichte effecten 0 tot 0.15 = Geringe effecten Lager dan 0 = Negatieve effecten


Download ppt "BEGRIJPEND LEZEN. Wat werkt op de werkvloer? Dr. Kees Vernooy Lector emeritus Effectief taal- en leesonderwijs Expertisebureau Effectief onderwijs 16 september."

Verwante presentaties


Ads door Google