De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

Taalkundige feiten en hypothesen. Het proces van taalontwikkeling  prelinguale periode (circa eerste levensjaar): vocaliseren, frazelen, brabbelen, onverstaanbareklanken.

Verwante presentaties


Presentatie over: "Taalkundige feiten en hypothesen. Het proces van taalontwikkeling  prelinguale periode (circa eerste levensjaar): vocaliseren, frazelen, brabbelen, onverstaanbareklanken."— Transcript van de presentatie:

1 Taalkundige feiten en hypothesen

2 Het proces van taalontwikkeling  prelinguale periode (circa eerste levensjaar): vocaliseren, frazelen, brabbelen, onverstaanbareklanken Computeranalyse: Er wordt onderscheidt gemaakt tussen typisch Nederlands gebrabbel van soortgelijke gebrabbel in andere talen. Zelfs het verschil tussen een Limburgse en een Hollandse baby is al vanaf ongeveer de 7e maand hoorbaar.  vroeglinguale periode (tot circa 2,5 jaar): herkenbare woorden  Eenwoordfase  tweewoordenfase  meerwoordenzin  verrijkings- of differentiatiefase (tot aan de leeftijd waarop het kind naar de lagere school gaat): Vooral de uitbreiding van de woordenschat. van 300 naar 3000 woorden  voltooiingsfase

3 Kritieke periode hypothese  Taalkundige en neuroloog Eric Lenneberg  Kritieke periode hypothese (1967): Er bestaan twee levensfasen waarin je een taal op moedertaalniveau kan  Sommige taal gerelateerde biologische gebeurtenissen alleen op jonge leeftijd kunnen plaatsvinden.  lateriseren van de hersenen  tussen de leeftijd 2-5 en eindigt rond de pubertijd  Vanuit verschillende onderzoeken blijkt dat volwassenen en kinderen met beschadigde hersenen met een andere snelheid genezen.  Bij kinderen: Het kan langer duren maar de kans op herstel is groter  Bij volwassenen: indien er direct na de beschadiging geen verbetering optreedt, de kans op herstel waarschijnlijk nooit meer zal plaatsvinden.

4  Kinderen die volledig geïsoleerd zijn van menselijk contact:  Victor van Aveyron = ‘wolfskind’. Hij werd in 1798 dichtbij Aveyron gevonden toen hij ongeveer 12 jaar oud was. Hij kon hij niet praten en zijn gedrag leek op dieren.  Ontmoeting met Jean Marc Gaspard Itrad: Hij werkte 5 jaar lang samen met Victor.  Ontwikkeling: zichzelf aankleden en met minimale hulp zelfstandig eten × praten.  Amala (1,5) en Kamala (8): Ze konden niet met andere mensen konden communiceren omdat ze het gedrag van de wolven volledig hadden overgenomen. Uiteindelijk kon één van de twee een paar woorden zeggen.

5 Sensitieve periode hypothese  John L. Locke: Amerikaanse biotaalkundige  Hij kwam met het idee van de ‘gevoelige periode’  Deze term past beter bij het proces  Het leren van een taal is niet uitsluitend op een jonge leeftijd mogelijk.  De hersenen op een jongere leeftijd zijn het meest geschikt om een taal te leren.  het meest optimaal van 6 tot 8 jaar  daarna de poorten van de hersenen zich sluiten.  Na de sensitieve periode wordt de taalontwikkeling langzamer, moeilijker en minder perfect.

6 Meertaligheid  Spreken = noodzakelijk middel van de menselijke communicatie.  "In tegenstelling tot wat een derde van de ouders en twee derde van de leerkrachten denkt, heeft de andere taal géén negatieve effecten op het Nederlands. Beide talen kunnen elkaar juist versterken." Vroeger waren veel ouders bang dat meertaligheid bij kinderen de taalontwikkeling zou kunnen beïnvloeden. Kinderen zouden de talen met elkaar verwarren.  achterstand in de integratie zou ontstaan. In deze tijd kunnen wij steeds meer voorbeelden zien van kinderen die in gemengde huwelijken zijn geboren. Natuurlijk trekt dit onderwerp de aandacht van de experts aan en dit motiveert hun om steeds meer onderzoeken te doen.

7 Bedankt voor jullie aandacht!

8  https://www.youtube.com/watch?v=MMmOLN5zBLY


Download ppt "Taalkundige feiten en hypothesen. Het proces van taalontwikkeling  prelinguale periode (circa eerste levensjaar): vocaliseren, frazelen, brabbelen, onverstaanbareklanken."

Verwante presentaties


Ads door Google