De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

De Grote Prijs voor Sociologie

Verwante presentaties


Presentatie over: "De Grote Prijs voor Sociologie"— Transcript van de presentatie:

1 De Grote Prijs voor Sociologie
Sociaal-WETENSCHAPPELIJK ONDERZOEK VOEREN © soc.kuleuven.be/prijssociologie

2 Feiten of meningen De jeugd van tegenwoordig is minder beleefd dan 50 jaar geleden – Op 28 juni 1914 werd troonopvolger Franz Ferdinand doodgeschoten - Rood is een mooie kleur - Mensen hebben 206 botten- Mening Feit Mening Feit © soc.kuleuven.be/prijssociologie

3 Feiten of meningen FEITEN MENING
Wat men zeker weet over een bepaald onderwerp Wat iemand vindt of denkt over een bepaald onderwerp Zien, meten, opzoeken Je kan het eens of oneens zijn met een mening en dit beargumenteren Controleerbaar Oncontroleerbaar Kritische bedenking! Feiten zijn afhankelijk van meetmethoden en meetapparatuur. Nota voor leerkrachten: Bijvoorbeeld: als je ‘politieke interesse’ meet op een schaal van 1-10 of op een schaal van 1-5, dan bekom je andere resultaten. Je kan ‘politieke interesse’ ook meten als ‘hoe geïnteresseerd ben je in politiek’, of ‘hoe vaak kijk je naar politieke programma’s’ of ‘Ken je de belangrijkste punten in de partijprogramma’s’. Je kan dit allemaal onder de noemer ‘politieke interesse’ plaatsen, maar het kan zijn dat respondenten heel verschillend antwoorden op deze drie vragen. © soc.kuleuven.be/prijssociologie

4 De onderzoekscyclus © soc.kuleuven.be/prijssociologie

5 Persoonlijk interesseveld Recent maatschappelijk fenomeen
Thema kiezen Persoonlijk interesseveld Recent maatschappelijk fenomeen Onderzoekbaarheid THEMA © soc.kuleuven.be/prijssociologie

6 Bijvoorbeeld… Sociale stratificatie Massacommunicatie
man/vrouw, kapitalisme/communisme, arm/rijk Massacommunicatie impact sociale media, beeldvorming door reclame,… Individualisering persoonlijke waarden/sociale normen, euthanasie, baas in eigen buik, afnemend belang religie Politieke participatie stemrecht vs stemplicht, alternatieve vormen politieke participatie Globalisering impact van de EU, impact van multinationals, McDonaldization, ecologie, verspreiding homogene cultuur © soc.kuleuven.be/prijssociologie

7 Schriftelijke neerslag Inleiding Sociale problematiek
Rapporteren en presenteren Schriftelijke neerslag Oriënteren Inleiding Sociale problematiek Plannen en verzamelen Probleemformulering Onderzoeksplan Analyseren en concluderen Gegevensverwerking Wetenschappelijk analyse Besluit en kritische blik © soc.kuleuven.be/prijssociologie

8 1. Inleiding en sociale problematiek
Groter maatschappelijk kader Algemene doelstellingen van het onderzoek Waarom gebeurt het? Wat wil men ermee bereiken? Waarom is het relevant? Onderzoekbaarheid Is het meetbaar? Is het ethisch verantwoord? Is de populatie bereikbaar en bereid? Is er voldoende tijd en geld? Inleiding en probleemomschrijving © soc.kuleuven.be/prijssociologie

9 2. Probleemformulering en Onderzoeksplan
Plannen en verzamelen Probleem formulering Onderzoeksdoelstelling Literatuurstudie Vraagstelling Onderzoeksplan Plaats Tijd Eenheden Methode Probleemformulering en onderzoeksplan © soc.kuleuven.be/prijssociologie

10 Probleemformulering (1)
ONDERZOEKSDOELSTELLING Het algemene wordt specifiek. Wat willen we bereiken met ons onderzoek? Voorbeeld De invloed van advertenties op jongeren Welk soort advertenties? Radio, tv, affiches, advertenties in tijdschriften, … Welke invloed? Invloed op koopgedrag? Invloed op waarden en normen? Jongeren? -25j? -18j? -12j? Probleemformulering en onderzoeksplan © soc.kuleuven.be/prijssociologie

11 Probleemformulering (2)
LITERATUURSTUDIE Wat weten we al over het onderwerp? Verschillende invalshoeken met een kritische blik benaderen Gebruik betrouwbare bronnen Gesprek met specialist of iemand met ervaring ter zake Probleemformulering en onderzoeksplan © soc.kuleuven.be/prijssociologie

12 Goede bronnen, slechte bronnen
Wetenschappelijke databanken online Web of science, JSTOR, Wetenschappelijke tijdschriften Demos, Sociologiemagazine, Over Werk, … Trends, Mo, Knack, Demos, Sociologiemagazine, Over werk Dag Allemaal, Flair, Story Kranten De Standaard, De Morgen, De Tijd Het Laatste Nieuws, Streekkranten Boeken Gespecialiseerde boeken Internet deredactie.be, overheidssites, mediargus, steunpunt WSE, online databanken wikipedia TV-programma’s Het Journaal, De Zevende dag, Koppen, Terzake, Telefacts De Ideale Wereld, Reality-tv Probleemformulering en onderzoeksplan © soc.kuleuven.be/prijssociologie

13 Probleemformulering (3)
VRAAGSTELLING Specifiek: Wat? Wie? Waar? Wanneer? Eénduidig Eventueel opdelen in deelvragen Probleemformulering en onderzoeksplan © soc.kuleuven.be/prijssociologie

14 Probleemformulering (4)
Voorbeeld Vraagstelling Hoe is het gesteld met de gezondheidstoestand van de Europese bevolking? Deelvraag 1: Hoe is het gesteld met de lichamelijke gezondheid van de Europese bevolking? Deelvraag 1a: Welke proportie van de Europese bevolking lijdt aan een chronische ziekte? Deelvraag 1b: Zijn er verschillen tussen de landen van de Europese unie wat betreft de proportie van de bevolking die lijdt aan een chronische ziekte? Deelvraag 2: Hoe is het gesteld met de geestelijke gezondheid van de Europese bevolking Probleemformulering en onderzoeksplan © soc.kuleuven.be/prijssociologie

15 2. Probleemformulering en onderzoeksplan
Plannen en verzamelen Probleem formulering Onderzoeksdoelstelling Literatuurstudie Vraagstelling Onderzoeksplan Plaats Tijd Eenheden Methode Probleemformulering en onderzoeksplan © soc.kuleuven.be/prijssociologie

16 Onderzoeksplan (1) PLAATS
Waar wordt het onderzoek gevoerd? Het onderzoek wordt in de ruimte begrensd. Voorbeeld Sociale interacties in de wachtzaal van de dokter GAS-boetes in Antwerpen Stemgedrag in België Vergelijking tussen klassen/gemeenten/landen Probleemformulering en onderzoeksplan © soc.kuleuven.be/prijssociologie

17 Onderzoeksplan (2) Wanneer loopt het onderzoek?
TIJD Wanneer loopt het onderzoek? Wordt er een evolutie onderzocht? Het onderzoek wordt in de tijd begrensd. Voorbeeld Internetdaten in de 21ste eeuw Evolutie van sociale media sinds 2000 Het aantal echtscheidingen tijdens het WK 2014 Probleemformulering en onderzoeksplan © soc.kuleuven.be/prijssociologie

18 Onderzoeksplan (3) EENHEDEN
Het voorwerp van je onderzoek. Wie of wat wordt onderzocht? Voorbeeld Microniveau: Individuen: alle leerlingen van de klas, leerkrachten wiskunde, werklozen, … Macroniveau: klassen, scholen, gemeenten, landen, … Verschil micro en macro toelichten voor de leerkracht Probleemformulering en onderzoeksplan © soc.kuleuven.be/prijssociologie

19 Onderzoeksplan (4) WERKWIJZE: KWANTITATIEF vs KWALITATIEF
Kwantitatief onderzoek Kwalitatief onderzoek Hoeveel? Waarom? Hoe? Er wordt een meting uitgevoerd. Uitkomsten worden getalsmatig verwerkt. Minder of geen harde cijfermatige feiten Meetinstrument onafhankelijk van de onderzoeker Volledige objectiviteit van onderzoeker niet mogelijk Smalle onderzoeksvraag. Vaak verband tussen twee begrippen. Brede onderzoeksvragen Voorspelling van onderzoeksresultaten is mogelijk Uitkomsten zijn niet voorspelbaar Onderzoeksvraag staat vast Onderzoeksvraag kan evolueren Probleemformulering en onderzoeksplan © soc.kuleuven.be/prijssociologie

20 Hoe kies je de juiste onderzoeksmethode?
Kwalitatief onderzoek Exploratief: onderzoek naar het hoe en waarom van nieuwe sociale fenomenen Voorbeeld: observatie-onderzoek, literatuuronderzoek, casestudies, diepte-interviews Kwantitatief onderzoek Hypothesetoetsend: is een bepaalde veronderstelling correct of niet? Voorbeeld: surveyonderzoek, secundaire analyse, experimenteel onderzoek Probleemformulering en onderzoeksplan © soc.kuleuven.be/prijssociologie

21 Kwantitatief onderzoek(1)
Surveyonderzoek Het beschrijven en wetenschappelijk verklaren van verschijnselen door een relatief groot aantal respondenten te bevragen over een relatief groot aantal kenmerken Kenmerken Grootschalig Respondenten gekozen via een steekproef uit de populatie Vragen zijn gelijk voor alle respondenten Vragen hebben vaak een beperkt aantal antwoordmogelijkheden Aanvullende informatie voor de leerkracht Weblink naar info over de kenmerken van surveyonderzoek: Weblink naar info over de do’s en don’ts om een surveyonderzoek op te stellen: Probleemformulering en onderzoeksplan © soc.kuleuven.be/prijssociologie

22 Kwantitatief onderzoek(2)
Voorbeeld Surveyonderzoek Sexpert (UGent en KULeuven) ontkrachten 13 populaire mythes over seksualiteitsbeleving. Mythe 2: De Vlaming heeft 2 tot 3 keer seks per week. Aanvullende informatie voor de leerkracht Het SEXPERT-onderzoek Voor het eerst werd in Vlaanderen werd op wetenschappelijke wijze de seksuele gezondheid van de Vlaming onderzocht, en dit zowel in de algemene bevolking als in etnische en seksuele minderheidsgroepen. Het SEXPERT-onderzoek is gebaseerd op een representatieve steekproef van Vlamingen tussen 14 en 80 jaar oud, met evenveel jongeren (14-25 jaar), volwassenen (26-49 jaar) als 50-plussers zodat over elk van de groepen betrouwbare uitspraken kunnen worden gedaan. Daarnaast werden 432 tweedegeneratie Vlamingen van Turkse origine bevraagd én personen die minstens 1 homoseksuele, lesbische of biseksuele component (gedrag, fantasie, verlangen of zelfbenoeming) in hun leven erkennen. Toelichting voorbeeld Mythe 2: De Vlaming heeft 2 tot 3 keer seks per week. SEXPERT-feit: De Vlaming heeft gemiddeld 1 keer seks per week. Seksueel ervaren Vlamingen hebben gemiddeld 1.2 keer seks per week; dat is 5 keer per maand. De seksfrequentie is lager bij tieners, hoger bij twintigers, dertigers en veertigers en opnieuw lager (gemiddeld minder dan 1 keer per week) bij 50-plussers.  Weblink naar het persbericht over de ontkrachting van 13 populaire seksmythes: Probleemformulering en onderzoeksplan © soc.kuleuven.be/prijssociologie

23 Kwantitatief onderzoek(3)
Secundaire analyse De analyse van (cijfermatig) materiaal dat door anderen verzameld is, vaak met een ander doel. Voorbeeld: het gebruik van rijksregistergegevens om de groei van de bevolking van België in beeld te brengen Aanvullende informatie voor de leerkracht Weblink naar bronnen van secundaire data die nuttig kunnen zijn binnen je onderzoeksproject: European Social Survey (ESS) European Values Study (EVS) World Values Survey (WVS) United Nations Statistics Studiedienst Vlaamse Regering FOD Economie Probleemformulering en onderzoeksplan © soc.kuleuven.be/prijssociologie

24 Kwantitatief onderzoek (4)
Experimenteel onderzoek Bij experimenteel onderzoek worden de onderzoekseenheden willekeurig over twee of meer groepen verdeeld, waarna deze groepen aan verschillende proefomstandigheden worden blootgesteld. Op deze manier verzamel je gegevens van proefpersonen in een gecontroleerde situatie, om zodoende een hypothese te toetsen. Kenmerken Voor- en nameting om effect te kunnen bepalen Gecontroleerde omgeving (vb. laboratorium) Slechts 1 ‘nieuwe’ variabele per experiment Twee groepen: experimentele groep vs controlegroep Aanvullende informatie voor de leerkracht Weblink naar artikel over de kenmerken van het experiment: Weblink naar artikel over het belang van ‘het sociale experiment’ voor de sociologie: Weblink naar Engelstalige bijdrage over gecontroleerde experimenten binnen de sociologie: Probleemformulering en onderzoeksplan © soc.kuleuven.be/prijssociologie

25 Kwantitatief onderzoek (5)
Voorbeeld Experimenteel onderzoek Milgram onderzoek: In welke mate volgen mensen een autoriteit, wanneer ze denken dat de verantwoordelijkheid bij deze autoriteit ligt? Aanvullende informatie voor de leerkracht Milgram experiment Oorsprong Het Milgramexperiment vindt zijn oorsprong in de nasleep van WO II. De onderzoeker Stanley Milgram wou nagaan hoe het kon zijn dat zovele soldaten en burgers blindelings de bevelen van Hitler opvolgden tijdens de Holocaust die aan miljoenen het leven zouden kosten. Opzet van het experiment Milgram bedacht een experiment om na te gaan wat het effect is van een autoriteitsfiguur op de beslissingen van gewone mensen. Hij koos voor een opzet waarbij de proefpersoon als leerkracht fungeert die het geheugen van een leerling tracht te trainen door middel van oefeningen met woordenreeksen. Iedere keer dat de leerling een fout antwoord geeft zal de leerkracht hem een elektrische schok moeten toedienen. Bij elk volgend foutief antwoord zal de schok steeds sterker worden tot op een punt dat deze een dodelijke dosis bereikt. Indien de proefpersoon aarzelt om de schok toe te dienen zal de onderzoeker, hier gekleed in een witte labojas, de proefpersoon tot viermaal toe aansporen om de schok toe alsnog toe te dienen. Resultaten 65% van de proefpersonen (hier ‘de leerkracht’) bleven schokken toedienen tot en met 450 volt (de dodelijke dosis). Alle proefpersonen gingen minimaal door tot het toedienen van een schok van 300 volt. Milgram heeft dit experiment 18 maal herhaald in verschillende settings maar steeds met gelijkaardige resultaten. Conclusie Gewone burgers hebben de neiging om bevelen op te volgen indien deze gegeven worden door een autoritair figuur, dit gaat zelfs zo ver dat ze een medemens zouden doden indien dat van hen wordt gevraagd.  Gehoorzaamheid aan autoriteit heeft immers diepe wortels, het wordt ons reeds bijgebracht in de beginjaren van onze opvoeding. Mensen zijn geneigd de orders van andere mensen aan te nemen als zij hun autoriteit als moreel goed of wettelijk gelegitimeerd beschouwen. Deze ogenschijnlijk natuurlijke reactie op gelegitimeerde autoriteit vinden we terug in verschillende settings van ons dagelijkse leven met name het gezin, de school of de werkplek. Meer informatie over de Milgram experimenten: Bijkomende voorbeelden van sociale experimenten ‘The Stanford-Prison experiment’ Weblink naar Engelstalige informatie over het originele experiment: Weblink naar videofragment over het Stanford-Prison experiment: https://www.youtube.com/watch?v=sZwfNs1pqG0 Weblink naar radio-interview prof. A. Van Hiel: ‘The Wave’ Weblink naar lesmateriaal over het experiment: Weblink naar lesmateriaal over de bijhorende film: Probleemformulering en onderzoeksplan © soc.kuleuven.be/prijssociologie

26 Kwalitatief onderzoek (1)
Participerend observatie-onderzoek De onderzoeker is lichamelijk aanwezig in het veld en verzamelt daar gegevens over alledaagse omstandigheden door deel te nemen aan alledaagse activiteiten Kenmerken Levensechte beschrijving van de waargenomen verschijnselen Langdurig onderzoek Belang van positie binnen het onderzoeksveld Open of verborgen observatie Weinig of veel participatie Aanvullende informatie voor de leerkracht Een uitgebreid overzicht van de kenmerken van participerend observatie-onderzoek en tips om met deze methode aan de slag te gaan in sociaal-wetenschappelijk onderzoek kan je terugvinden in het dictaat van de collegetekst van Reulink & Lindeman (2005), pg. 8 t.e.m. 12. Weblink naar het dictaat van de collegetekst: Probleemformulering en onderzoeksplan © soc.kuleuven.be/prijssociologie

27 Kwalitatief onderzoek (2)
Voorbeeld Participerend observatie-onderzoek Margaret Mead: ‘Coming of Age in Samoa’ Aanvullende informatie voor de leerkracht Margaret Mead: ‘Coming of Age in Samoa’ Historische achtergrond Tijdens de jaren 20 van de vorige eeuw werd het wetenschappelijke veld van de antropologie, letterlijk ‘studie van de mens’, geboren. Onder leiding van Franz Boaz gingen onderzoekers op zoek naar een antwoord op de vraag: zijn wij, mensen, in essentie allemaal gelijk? Later zouden we deze vraag gaan definiëren als het ‘nature-nurturedebat’ waarbij we ons afvragen of biologische factoren dan wel de opvoedingskenmerken de doorslaggevende factor zijn binnen de menselijke ontwikkeling. De stijgende interesse in antropologisch onderzoek ging hand in hand met de koloniale tijdsgeest, waarbij niet-Westerse beschavingen als ‘exotische specimen’ werden geobserveerd. Margaret Mead in Samoa Als kersvers antropologe trok de Amerikaanse Mead in 1925 richting Samoa in de Stille Zuidzee om onderzoek te doen naar de puberteitsbeleving bij jonge meisjes. Ze wou er ontdekken of de adolescentie een universeel traumatische en stressvolle periode was voor pubers als gevolg van de biologische veranderingen in het lichaam of dat deze turbulente periode eerder een cultureel gegeven was. Margaret Mead verbleef ongeveer negen maanden op het eiland en nam er deel aan het dagelijkse leven. Gedurende deze periode verzamelde ze data via interviews, psychologische tests en uiteraard (participerende) observaties. Ze documenteerde haar observaties door middel van foto’s en veldnotities. Haar bevindingen zouden later resulteren in het boek ‘Coming of Age in Samoa’. Belangrijkste resultaten? Mead concludeerde dat de adolescentie in Samoa helemaal niet zo’n ingrijpende en stresserende periode was als bij Amerikaanse pubermeisjes. De verklaring voor die opmerkelijke verschillen kon men volgens Mead terugbrengen tot een verschil in cultuur. Ze stelde vast dat jongens en meisjes in de Samoaanse samenleving in zeer diverse activiteiten deelnemen en gemotiveerd worden om eigen interesses te gaan ontwikkelen. Daarenboven krijgen zij ook zeer concrete dagdagelijkse taken (vb. vissen, matten weven, …) waardoor zij minder interne conflicten zouden ervaren of geen onbereikbare ambities zouden koesteren. Tot slotte zag Mead in Samoa, in tegenstelling tot in de VS, een zeer tolerante houding ten opzichte van seksuele zelfontplooiing. Jongeren mochten er voorhuwelijkse seksuele relaties aangaan, wat in de VS niet werd getolereerd. Kritiek van Freeman Derek Freeman, een theoretische volgeling van Mead, keerde in de jaren 40 en de jaren 60 terug naar Samoa om er het veldwerk van Mead verder te zetten. Freeman kwam echter tot hele andere vaststellingen dan zijn voorgangster. Hij meende dezelfde stresskenmerken waar te nemen bij Samoaanse jongeren die hij ook had gezien bij Westerse jongeren. Hij beschuldigde Mead nadien van het ‘wenselijk interpreteren’ van data en het negeren van data die haar theorie zou hebben tegengesproken. De discussie over ‘het grote gelijk’ werd tot op heden nog niet definitief beslecht. Weblink naar presentaties met meer informatie over Margaret Mead en Derek Freeman: Weblink naar de korte samenvatting van het boek ‘Coming of Age in Samoa’, voorzien van Nederlandse commentaren: Probleemformulering en onderzoeksplan © soc.kuleuven.be/prijssociologie

28 Kwalitatief onderzoek(4)
Documentenanalyse Een document is een product met een communicatieve functie. Documenten kunnen privé of openbaar zijn en hoeven zich niet te beperken tot geschreven tekst. Prive Brief | Agenda | Notities Openbaar Jaarverslag | Boek | Krantenartikel | Vergadering Verschillende ‘vormen’ Tekst | Kunstwerk | Videoboodschap | Foto | Tekening Aanvullende informatie voor de leerkracht Een uitgebreid overzicht van de verschillende soorten ‘documenten’ alsook waar ze te vinden en hoe ze aan te wenden in sociaal-wetenschappelijk onderzoek kan je terugvinden in het dictaat van de collegetekst van Reulink & Lindeman (2005), pg. 18 t.e.m. 20. Weblink naar het dictaat van de collegetekst: Probleemformulering en onderzoeksplan © soc.kuleuven.be/prijssociologie

29 Kwalitatief onderzoek(5)
Voorbeeld Documentenanalyse ‘Latrinalia’: Graffiti op het toilet! Openbaar: publiek toilet Vorm: tekeningen en tekstjes Waarom onderzoeken? Anoniem Vrije meningsuiting met weinig sociale remmingen of taboes ‘Wat leeft er onderhuids in de samenleving?’ Ergernissen Frustraties Verlangens Aanvullende informatie voor de leerkrachten Een mooi uitgewerkt voorbeeld van onderzoek naar latrinalia is de bekroonde Scriptie van Ena Langendijk (2005). De kleine boodschap. Een kwalitatief onderzoek naar teksten en tekeningen op het openbare toilet. Inleiding Al zolang de mensheid bestaat, wordt er op muren getekend en geschreven. Graffiti komen overal ter wereld voor en worden gezien als een uiting van cultuur en identiteit. Wat alle vormen van graffiti gemeen hebben is dat ze verschijnen op openbare plaatsen en dat de auteurs, omwille van de illegale aard van deze praktijken, veelal anoniem blijven voor het grote publiek. Veel mensen zien de teksten en tekeningen en niemand weet precies wie de maker is. Dat maakt dat graffiti een aantrekkelijk expressiemiddel zijn voor de meest uiteenlopende onderwerpen, zonder dat er sprake is van sociale druk. Dit is in bijzonder het geval bij toiletgraffiti (latrinalia), omdat de teksten geschreven worden in een afsluitbare ruimte waar men ongestoord zijn gang kan gaan. Onderzoeksvragen Wat zijn de kenmerken (vorm en inhoud) van Nederlandse latrinalia? Zijn er verschillen tussen mannen- en vrouwentoiletten en wat zeggen de grafitti over de sociale en culture constructie van gender? Opzet Langendijk onderzocht 64 toiletten in de gebouwen op de sociale faculteit van de Katholieke Universiteit Nijmegen. Haar steekproef bestond uit 29 mannentoiletten, 32 vrouwentoiletten en 3 gemengde toiletten. In totaal vond ze 2175 latrinalia. De latrinalia werden allemaal letterlijk overgeschreven, inclusief spellingsfouten, op voorwaarde dat ze leesbaar waren. De verzamelde data werd vervolgens verwerkt door middel van een kwalitatieve inhoudsanalyse uitgevoerd met behulp van de Kwalitan-software. Resultaten Inzake vormkenmerken heeft de onderzoeker vastgesteld dat er heel wat interactie plaatsvindt. Elke losse boodschap heeft het potentieel om een discussie te starten. Teksten waarbij over controversiële onderwerpen wordt gesproken geven aanleiding tot commentaar. Oproepen waarbij bewust contact wordt gezocht creëren vaak een stroom van reacties. Veel van de latrinalia zijn bovendien negatief geformuleerd of hebben een aanvallend karakter. De onderzoeker wist zes inhoudelijke categorieën te onderscheiden. In volgorde van frequentie zijn dat: namen, seksualiteit, emoties en waarden, politiek, sport, en latrinalia die inspelen op de situatie waarin ze geschreven worden. Mannen schrijven meer latrinalia dan vrouwen, maar hun boodschappen zijn eerder kort en krachtig. De latrinalia in de vrouwentoiletten lijken vaker op volwaardige conversaties waarbij men in volledige volzinnen schrijft. Bij vrouwen spreekt men niet over sport terwijl dit bij de mannen de op twee na grootste categorie blijkt te zijn. Seksualiteit is voor beide groepen een geliefd onderwerp van toilettengraffiti. In de vrouwentoiletten schrijft men vier keer vaker over de liefde dan in de mannentoiletten. Het schrijven van namen op de muur is in beide groepen zeer populair. Vrije samenvatting van het artikel ‘De kleine boodschap. Een kwalitatief onderzoek naar teksten en tekeningen op het openbare toilet.’ (Langendijk, 2005) Kwalon 30 (2005, 10(3)), p Weblink naar het volledige artikel: Probleemformulering en onderzoeksplan © soc.kuleuven.be/prijssociologie

30 Kwalitatief onderzoek(6)
Casestudy Een casestudy beperkt zich in het onderzoek tot één enkele onderzoekseenheid maar combineert wel verschillende methoden om data te verzamelen. Kenmerken 1 onderzoekseenheid 1 bedrijf | 1 persoon | 1 evenement | … in de natuurlijke setting Zeer intensief Langere tijd | verschillende dataverzamelingsmethoden Resultaten zijn niet veralgemeenbaar Diepgaande analyse van die ene onderzoekseenheid Aanvullende informatie voor de leerkracht Een uitgebreid overzicht van de kenmerken van een casestudy of gevalsstudie binnen sociaal-wetenschappelijk onderzoek kan je terugvinden in het dictaat van de collegetekst van Jochems & Joosten (2005), pg. 1 t.e.m. 4. Verder vind je hier ook de nodige informatie over het opzetten en uitvoeren van een casestudy (pg. 7 t.e.m. 21). Weblink naar het dictaat van de collegetekst: Probleemformulering en onderzoeksplan © soc.kuleuven.be/prijssociologie

31 Kwalitatief onderzoek(7)
Voorbeeld Casestudy ‘The identical stranger’ Tweeling gescheiden sinds geboorte Adoptie-ouders niet ingelicht Nature vs. Nurture Belang van genen? Belang van opvoeding? Looptijd onderzoek: jaren 60 – jaren 80 Dataverzameling: observaties | testen | interviews ‘Het perfecte sociaalwetenschappelijke onderzoek’ ?! Aanvullende informatie voor de leerkracht The identical stranger Achtergrond Paula Bernstein en Elyse Schein zijn eeneïige tweelingzussen geboren in 1968, maar ze wisten niet van elkaars bestaan af tot in 2004. Na hun geboorte werden de zussen opgegeven voor adoptie. De zussen werden afzonderlijk geadopteerd. De ouderparen werden nooit op de hoogte gesteld van het bestaan een tweelingzus. Pas toen Elyse Schein op zoek ging naar haar biologische ouders en familieleden kwam de waarheid aan het licht: beide zussen waren opzettelijk gescheiden omdat ze –onwetend- onderdeel waren van een wetenschappelijk experiment. Nature versus Nurture: Het ‘perfecte’ experiment De onderzoekers Neubauer en Bernard hebben in de tweede helft van de twintigste eeuw onderzoek verricht naar het zogenaamde ‘Nature vs Nurture’-debat. Welke factor weegt het zwaarste door bij de ontwikkeling: de biologische genen of de opvoeding? Het scheiden van de tweelingzussen leek hen het perfecte experiment om de biologische factoren, permanent vervat in hun genen en DNA, te scheiden van de opvoeding, beide zussen zouden immers andere sociale invloeden ondergaan in verschillende gezinnen. De onderzoekers zagen hier de kans om een situatie te creëren die (bijna) gelijk is aan een laboratoriumexperiment waarbij men steeds één constante variabele kon controleren, met name het identieke DNA van de tweelingzussen. Zulke (quasi-)experimenten zijn zeer moeilijk te verwezenlijken binnen de sociale wetenschappen omdat mensen zich anders gaan gedragen wanneer ze zich in een laboratoriumsetting bevinden. Het was voor de onderzoekers dan ook van het grootste belang dat beide zussen niet van elkaars bestaan afwisten. De methode van de casestudy Aan beide ouderparen werd verteld dat hun dochter deelnam aan een langdurig onderzoek over de ontwikkeling van kinderen. Onderzoekers maakten tijdens de jarenlange onderzoeksperiode onder andere gebruik van psychologische tests, gestandaardiseerde vragenlijsten, interviews met personen uit de omgeving en observaties (vb. familiefilmpjes op verjaardagen, eerste keer op de fiets, …). Het onderzoek naar deze tweelingzussen werd stopgezet in 1980, zij waren toen 11. Ethiek Het hele onderzoek doet echter heel wat ethische vragen rijzen. Kan en mag men dit doen? Primeert de nood aan wetenschappelijke kennis op de familierelaties van het individu? Reeds in de jaren 80 en 90 bestond er een sterk maatschappelijk debat over de grenzen van het wetenschappelijk onderzoek. Neubauer en Bernard hebben toen besloten om hun bevindingen niet te publiceren. De documenten die betrekking hebben tot deze studie zijn momenteel nog steeds verzegeld op de Universiteit van Yale. Weblink naar transcript radio-interview: Weblink naar krantenartikel: Weblink naar videofragment: https://www.youtube.com/watch?v=1gwnzW4jOMI Probleemformulering en onderzoeksplan © soc.kuleuven.be/prijssociologie

32 Kwalitatief onderzoek(8)
Diepte-interviews Het vergaren van informatie tijdens een georganiseerde bevraging van de respondenten om zodoende een vooropgestelde probleemstelling te beantwoorden Kenmerken ‘los’ gesprek versus strikte vragenlijst Goede voorbereiding is noodzakelijk Onderzoeker moet het interview in goede banen leiden Onderzoeker is neutraal Respect voor de respondent is prioritair! Aanvullende informatie voor de leerkracht Een uitgebreid overzicht van de verschillende soorten ‘Open interviews’ (diepte-interviews) alsook de kenmerken en hoe ze aan te wenden in sociaal-wetenschappelijk onderzoek kan je terugvinden in het dictaat van de collegetekst van Reulink & Lindeman (2005), pg. 13 t.e.m. 17. Weblink naar het dictaat van de collegetekst: Weblink naar slides over het correct afnemen van een diepte-interview: https://associatie.kuleuven.be/altus/seminaries/1112/131011/interviews.pdf Probleemformulering en onderzoeksplan © soc.kuleuven.be/prijssociologie

33 Kwalitatief onderzoek(9)
Voorbeeld Diepte-interview ‘Doodgeboren’: onderzoek naar de emoties en ervaringen van ouders met een doodgeboren baby Waarom interviews? Weinig bestaande informatie Emoties en beleving niet terug te vinden in officiële documenten Mondelinge geschiedenis: getuigen over verschillende generaties Aanvullende informatie voor de leerkracht Jan Bleyen (KU Leuven) nam diepte-interviews af bij ouders van een doodgeboren baby. Hij sprak zowel mensen die vijftig jaar geleden een kind hebben verloren als ouders die dit recent hebben meegemaakt. Uit zijn onderzoek blijkt dat de omgang met doodgeboorte in een halve eeuw grondig is veranderd. Bleyen concludeert dat rouwen vandaag een psychologisch proces is geworden waarbij je aan jezelf moet werken, en dat het dus een hoogst individueel goed is geworden. Vroeger was het meer een groepsgebeuren. In het bijhorende radio-interview gaat Bleyen dieper in op het belang van de ‘mondelinge geschiedenis’ en de rol van interviews binnen deze vorm van geschiedschrijving. Weblink naar videofragment waar Jan Bleyen dieper ingaat op het onderzoek naar de ervaringen van ouders met een doodgeboren baby: (vanaf minuut 19) Probleemformulering en onderzoeksplan © soc.kuleuven.be/prijssociologie

34 3. Analyseren en concluderen
Kwantitatief onderzoek Kwantitatief onderzoek onderzoekt de samenhang tussen verschillende variabelen/veranderlijken. Dit zijn eigenschappen die je meet bij de onderzoekselementen Bijvoorbeeld het individu: geslacht, gewicht, aantal uur tv kijken per dag, de bloedgroep, … Bijvoorbeeld de klas: de grootte van de klas, het aantal jongens in de klas, … Bijvoorbeeld het land: het BBP, het aantal inwoners, de werkloosheidsgraad Er zijn verschillende manieren om deze samenhang statistisch weer te geven. Analyseren en concluderen © soc.kuleuven.be/prijssociologie

35 Gemiddelden vergelijken
Analyseren en concluderen © soc.kuleuven.be/prijssociologie

36 Kruistabel Geslaagd Ja Nee Geslacht Jongen 50.2% 49.8% 100% Meisje
Geslaagd Ja Nee Geslacht Jongen 50.2% 49.8% 100% Meisje 46.3% 53.6% Analyseren en concluderen © soc.kuleuven.be/prijssociologie

37 Histogram Stemgedrag Vlamingen in 2010 63% 36%
Analyseren en concluderen © soc.kuleuven.be/prijssociologie

38 Taartdiagram Analyseren en concluderen
© soc.kuleuven.be/prijssociologie

39 3. Analyseren en concluderen
Kwalitatief onderzoek: coderen ‘from the ground up’ Aanvullende info voor de leerkracht Coderen ‘from the ground up’ Wat? Een belangrijk aandeel van alle analysetechnieken binnen het terrein van het kwalitatief onderzoek vindt zijn oorsprong in de ‘Grounded Theory’ benadering van Glaser en Strauss. De ‘Grounded Theory’ benadering heeft tot doel om een theorie te genereren die verklaart hoe een bepaald aspect van de sociale realiteit ‘werkt’. Deze benadering stelt dat sociale theorieën (vanzelf) zichtbaar worden doorheen het proces van kwalitatieve data-analyse. Wanneer interessant? De ‘Grounded Theory’ benadering kan je voornamelijk aanwenden als je… een brede(re) theorie of verklaring van een ‘proces’ wil bekomen Voorbeeld: Hoe maken leerlingen een studiekeuze? Op welke manier ervaren mannen en vrouwen ‘Het Journaal’? Hoe wordt een sollicitatieprocedure ervaren? Hoe bereiden sporters zich voor op een grote wedstrijd? een nieuw fenomeen wil bestuderen waar nog niet zo veel onderzoek naar is gevoerd Volgens welke patronen verloopt een SnapChat-gesprek? Waarom nemen mensen deel aan Facebook-uitdagingen (zoals ‘neck nomination’ of ‘brug duiken’)? Welke invloed had het gebruik van sociale media op het ‘Haarlem X’ evenement? Hoe? De ‘Grounded Theory’ benadering omvat het idee dat je start met het lezen van de ‘tekstuele database’ die je aangemaakt hebt op basis van je dataverzameling. Je mag de term ‘tekstuele database’ eerder ruim interpreteren: de neerslag van een diepte-interview, de nota’s of het beeldmateriaal van een (participerende) observatie, artikels, foto’s, publiciteitsadvertenties, historische documenten, … Tijdens het lezen van de database zal je bepaalde delen van de data gaan labelen en variabelen gaan ontdekken. Het labelen van de data zal plaatsvinden in verschillende stappen en heeft heel wat gelijkenissen met bv. het archiveren van CD’s De eerste labeling bevindt zich doorgaans op het niveau van het open coderen, nadien zullen gelijkende codes worden samengenomen tot concepten, de concepten worden op hun beurt met elkaar in verbonden tot grotere categorieën. Vervolgens worden de relaties tussen de categorieën beschreven. Voorbeeld Tekstuele database = CD-collectie 1e ronde (codes) = Titel van ieder album 2e ronde (concepten) = Alle albums van eenzelfde artiest worden samengeplaatst ( ‘Cut like a knive’ ; ‘’18 ‘til I die’; ‘Anthology’ = allemaal Bryan Adams) 3e ronde (categorieën) = Alle artiesten uit eenzelfde muziekgenre worden samengeplaatst ( Bryan Adams; Aerosmith; Bon Jovi = allemaal 80-ies Rock) Analyseren en concluderen © soc.kuleuven.be/prijssociologie

40 3. Analyseren en concluderen
Kwalitatief onderzoek: coderen ‘from the ground up’ Voorbeeld Aanvullende info voor de leerkracht Coderen ‘from the ground up’: Voorbeeld Onderzoeksvraag Welke soorten interacties nemen we waar bij kleuters op de speelplaats? Tekstuele database Videobeelden van alle pauzemomenten/speeltijden van deze speelplaats geduren één schoolweek 1e ronde: Open coderen van de data Als we het videomateriaal een eerste maal bekijken dan trachten we om iedere interactie te ‘isoleren’ en per interactie samen te vatten (in één woord of in enkele termen) wat we zien. Analyseren en concluderen © soc.kuleuven.be/prijssociologie

41 3. Analyseren en concluderen
Kwalitatief onderzoek: coderen ‘from the ground up’ Continue Comparatieve Analyse Aanvullende info voor de leerkracht Coderen ‘from the ground up’: Voorbeeld Onderzoeksvraag Welke soorten interacties nemen we waar bij kleuters op de speelplaats? Tekstuele database Videobeelden van alle pauzemomenten/speeltijden van deze speelplaats geduren één schoolweek 1e ronde: Open coderen van de data Als we het videomateriaal een eerste maal bekijken dan trachten we om iedere interactie te ‘isoleren’ en per interactie samen te vatten (in één woord of in enkele termen) wat we zien. 2e ronde: Codes samenvoegen tot concepten Hier twee mogelijke indelingen Codes samenvoegen op basis van hun connotatie = negatief en positief Codes samenvoegen op basis van soort waarneming = werkwoorden (gedrag) en gevoelens Analyseren en concluderen © soc.kuleuven.be/prijssociologie

42 3. Analyseren en concluderen
Kwalitatief onderzoek: coderen ‘from the ground up’ Aanvullende info voor de leerkracht Coderen ‘from the ground up’: Voorbeeld Onderzoeksvraag Welke soorten interacties nemen we waar bij kleuters op de speelplaats? Tekstuele database Videobeelden van alle pauzemomenten/speeltijden van deze speelplaats geduren één schoolweek 1e ronde: Open coderen van de data Als we het videomateriaal een eerste maal bekijken dan trachten we om iedere interactie te ‘isoleren’ en per interactie samen te vatten (in één woord of in enkele termen) wat we zien. 2e ronde: Codes samenvoegen tot concepten Hier twee mogelijke indelingen Codes samenvoegen op basis van hun connotatie = negatief en positief Codes samenvoegen op basis van soort waarneming = werkwoorden (gedrag) en gevoelens Beide indelingen kan men vervolgens ook combineren Positieve handelingen Negatieve handelingen Positieve emoties Negatieve emoties Analyseren en concluderen © soc.kuleuven.be/prijssociologie

43 3. Analyseren en concluderen
Kwalitatief onderzoek: coderen ‘from the ground up’ Aanvullende info voor de leerkracht Coderen ‘from the ground up’: Voorbeeld Onderzoeksvraag Welke soorten interacties nemen we waar bij kleuters op de speelplaats? Tekstuele database Videobeelden van alle pauzemomenten/speeltijden van deze speelplaats geduren één schoolweek 1e ronde: Open coderen van de data Als we het videomateriaal een eerste maal bekijken dan trachten we om iedere interactie te ‘isoleren’ en per interactie samen te vatten (in één woord of in enkele termen) wat we zien. 2e ronde: Codes samenvoegen tot concepten Hier twee mogelijke indelingen Codes samenvoegen op basis van hun connotatie = negatief en positief Codes samenvoegen op basis van soort waarneming = werkwoorden (gedrag) en gevoelens Beide indelingen kan men vervolgens ook combineren Positieve handelingen Negatieve handelingen Positieve emoties Negatieve emoties 3e ronde: Concepten worden categorieën Als we de behandelde concepten nog een stap verder abstraheren dan bekomen we twee ruime categorieën: emoties en handelingen. Na nauwkeurige analyse van het beeldmateriaal voelen we ons voldoende zelfzeker om ook de relatie tussen de categorieën te beschrijven: Op basis van de verzamelde data stellen we vast dat de interacties tussen kleuters op de speelplaats bestaan uit twee opeenvolgende componenten. Eerst is een zichtbare emotie waar te nemen op het aangezicht en/of in de lichaamshouding van de kleuter, nadien volgt een handeling (een ‘actie’ als het ware) die eenzelfde positieve of negatieve connotatie met zich meedraagt als de eerder waargenomen emotie. Analyseren en concluderen © soc.kuleuven.be/prijssociologie

44 3. Analyseren en concluderen
Besluit: Algemene trends worden nog eens herhaald Kritische blik op eigen onderzoek Beperkingen van het onderzoek? Suggesties voor volgend onderzoek? Verklaringen voor verrassende resultaten? Beleidsimplicaties? Analyseren en concluderen © soc.kuleuven.be/prijssociologie

45 4. Rapporteren en presenteren
Verloop van het onderzoek neerschrijven Academisch artikel Onderzoeksrapport Persbericht maken Eigen onderzoeksrapport omzetten naar een krantenartikel waarin de resultaten van het onderzoek worden uiteengezet op begrijpbare en beknopte wijze © soc.kuleuven.be/prijssociologie

46 Contactgegevens Tel: Website: soc.kuleuven.be/prijssociologie Facebook: De Grote Prijs voor Sociologie © soc.kuleuven.be/prijssociologie


Download ppt "De Grote Prijs voor Sociologie"

Verwante presentaties


Ads door Google