De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

Aanpassingen bij planten Paragraaf 8 B.Bouwman - Biologieweb.nl.

Verwante presentaties


Presentatie over: "Aanpassingen bij planten Paragraaf 8 B.Bouwman - Biologieweb.nl."— Transcript van de presentatie:

1 Aanpassingen bij planten Paragraaf 8 B.Bouwman - Biologieweb.nl

2 Aanpassingen bij planten Planten zijn aangepast aan de biotoop waarin ze leven. Planten vertonen aanpassingen om: - periodes van kou te overleven - droogte te overleven - bestuiving te laten plaatsvinden - vruchten en zaden te (laten) verspreiden

3 Behoeftes van planten Planten hebben licht nodig voor de fotosynthese. Planten hebben vooral behoefte aan zonlicht en water. Deze behoeftes aan zonlicht en water zijn niet voor alle planten gelijk.

4 Roos van Jericho De roos van Jericho komt oorspronkelijk uit de Chihuahua- woestijn in het grensgebied tussen Mexico en de Verenigde Staten. Het is een plant met een bijzonder kleine behoefte aan water. Tijdens droogteNa regenval

5 De roos van Jericho kan wel 50 jaar zonder water. Wanneer het dan eindelijk regent komt de plant binnen een paar uur weer helemaal tot leven.

6 Zonplanten Zonplanten hebben een grote behoefte aan zonlicht. Zonplanten groeien op plekken zonder schaduw. Zonplanten komen onder andere voor in: - open veld - woestijnen

7 Bescherming tegen uitdroging Zonplanten kunnen aanpassingen bezitten om uitdroging tegen te gaan, zoals: - een groot wortelstelsel. (om snel water op te kunnen nemen) - kleine, dikke bladeren. (om verdamping tegen te gaan)

8 Cactussen zijn zonplanten. Het oppervlak van de bladeren (doorns) is verkleind. De stengel kan veel water vasthouden. Cactussen hebben een groot wortelstelsel waarmee snel veel water kan worden opgenomen. Cactussen

9 Verschillende soorten cactussen.

10 Schaduwplanten Schaduwplanten groeien het beste bij weinig zonlicht. Schaduwplanten groeien op schaduwrijke plaatsen. Schaduwplanten komen o.a. voor in de bodembegroeiing van loofbossen.

11 Aanpassingen van schaduwplanten Schaduwplanten hebben vaak grote, dunne donkergroene bladeren. Schaduwplanten bloeien in het voorjaar (dan is het meeste licht beschikbaar).  Schaduwplanten zijn voorjaarsbloeiers. NB: Bij veel planten heeft de hoeveelheid licht invloed op de vorming van bloemen.

12 Verschillende soorten schaduwplanten.

13 Waterplanten Voor waterplanten bestaat er geen gevaar van uitdroging. Waterplanten hebben minder behoefte aan stevigheid. Ze worden door het water “gedragen”. Waterplanten hebben dan ook weinig stevige delen. Ook waterplanten hebben zonlicht nodig voor de fotosynthese.

14 Distributie van waterplanten Zonlicht dringt moeilijk in water door. Wanneer water modderig of vervuild is, dringt zonlicht minder diep door. De meeste waterplanten groeien alleen in de bovenste waterlagen. Op dieptes waar geen zonlicht doordringt is geen plantengroei mogelijk.

15 Waterlagen waarin zonlicht doordringt. Zonlicht dringt moeilijk in water door.

16 Aanpassingen van waterplanten Waterplanten hebben weinig stevige delen (stengels zijn slap). Bloemen van waterplanten steken boven het wateroppervlak uit.

17 De waterhyacint heeft holle stengels zodat de plant blijft drijven. De wortels van de plant hangen los in het water. Waterhyacinten

18 De waterhyacint groeit erg snel.

19 Vleesetende planten Vleesetende planten produceren net als andere planten hun eigen voedsel door middel van fotosynthese. Deze planten leven op plekken waar de bodem weinig voedingszouten bevat (bijv. moerassen). Deze stoffen halen ze uit prooidieren.

20 Verschillende soorten vleesetende planten.

21 De Venus vliegenval in actie.


Download ppt "Aanpassingen bij planten Paragraaf 8 B.Bouwman - Biologieweb.nl."

Verwante presentaties


Ads door Google