De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

Antwoorden 8.1 1 2 3 4 5 6 7 mobieltje- uit lagelonenlanden dus goedkoper. Kiwi's- groeien niet in het Nederlands klimaat. Aardolie- Niet in de bodem van.

Verwante presentaties


Presentatie over: "Antwoorden 8.1 1 2 3 4 5 6 7 mobieltje- uit lagelonenlanden dus goedkoper. Kiwi's- groeien niet in het Nederlands klimaat. Aardolie- Niet in de bodem van."— Transcript van de presentatie:

1 Antwoorden mobieltje- uit lagelonenlanden dus goedkoper. Kiwi's- groeien niet in het Nederlands klimaat. Aardolie- Niet in de bodem van Nederland T shirt- uit lagelonenlanden dus goedkoper. Import betekent dat Nederland producten van het buitenland koopt. Nederland betaalt hiervoor geld aan het buitenland. doordat de kwaliteit goed is; doordat de prijzen (redelijk) laag zijn dankzij automatisering en het gebruik van robots. Export betekent dat Nederland producten aan het buitenland verkoopt. Nederland ontvangt hiervoor geld uit het buitenland × € 0,362 = € Een overschot op de handelsbalans, want de uitvoer (export) is groter dan de invoer (import). € 370,5 miljard (uitvoerwaarde) – € 335,9 miljard (invoerwaarde) = € 34,6 miljard. Dit is een overschot op de handelsbalans

2 8a b 9 10a b 11 1Voeding. 2Chemische producten. 3Machines Bij de brandstoffen en de fabricaten. Import: mlrd / mlrd x 100 = 57,9% Export: mlrd / mlrd x 100 = 63.9% Import: mlrd / mlrd x 100= 10,7% Export: mlrd / mlrd x 100= 14,4%. b Japan is minder afhankelijk van de import en export dan Nederland. In vergelijking met Nederland was Japan dus minder afhankelijk van internationale handel en had Japan een gesloten economie.

3 a b c 15a b 16 Antwoorden 8.2 C Bij de handel tussen de EU-landen zijn er geen protectiemaatregelen, dus ook geen invoerrechten. Exportsubsidie Invoerrechten Importquotum Eigen Bedrijven kunnen de prijs van de producten verlagen. Hierdoor beter concurreren met het buitenland. Producten worden dan door extra belasting (invoerrechten) duurder gemaakt. Of kunnen door een importquotum producten helemaal niet kopen. Bij vrijhandel kunnen consumenten profiteren van goedkopere producten. Nederlandse bedrijven organiseren hun werk zo efficiënt dat ze suiker en computergames kunnen maken in minder tijd dan in Cuba en India

4 17a b c d 18 19a b Antwoorden 8.2 Vrij verkeer van personen. Vrij verkeer van goederen. Vrij verkeer van kapitaal. Vrij verkeer van diensten. Als je in verschillende landen verschillende stekkers nodig hebt, kopen minder mensen een elektrische auto en is er meer luchtvervuiling, maar als één stekker overal bruikbaar is, kopen meer mensen een elektrische auto en vermindert de luchtvervuiling. Daardoor zijn er o.a. minder mensen met gezondheidsproblemen waarvoor medische hulp betaald moet worden. Denemarken, Hongarije en Zweden hebben het hoogste btw-tarief (25%). Cyprus en Luxemburg hebben het laagste btw-tarief (15%). In Denemarken, Hongarije en Zweden is de btw: € × 25 = € 46,25. In die landen betaal je dus: € 185,00 + € 46,25 = € 231,25. In Denemarken, Hongarije en Zweden is de btw: € × 25 = € 46,25 In die landen betaal je dus: € 185,00 + € 46,25 = € 231,25.

5 20a b 21 22a b 23a b Antwoorden 8.2 De totale Nederlandse export was: € 231 miljard + € 79 miljard = € 310 miljard € 231 miljard € 310 miljard× 100 = 74,5%. De totale Nederlandse import was: € 153 miljard + € 123 miljard = € 276 miljard. De import uit EU-landen was: € 153 miljard € 276 miljard × 100 = 55,4%. De import uit niet-EU-landen was: € 123 miljard € 276 miljard × 100 = 44,6%. Ja, want Nederland heeft de euro als munteenheid. Een te hoge inflatie; een te hoog begrotingstekort; een te hoge staatsschuld. Die andere importeurs moesten namelijk meer Nederlands geld betalen voor één Duitse mark. Er is dan geen sprake meer van veranderende wisselkoersen.

6 b C € : € 40 = leerlingen. Nederland: € 291,8 miljard – € 283,1 miljard = € 8,7 miljard, dus een overschot. Bulgarije: € 16,2 miljard – € 23,3 miljard = –€ 7,1 miljard, dus een tekort. Haïti: € 0,5 miljard – € 2,0 = –€ 1,5 miljard, dus een tekort. Nederland: nationaal inkomen/ inwoners dus 478,7 mld / 16,7 mln= € Bulgarije: 66.4 mld / 7,2 mln = € 9222 Haiti: 8,5 mld / 9 mln = € 944 Bulgarije:22,9% : 0,7% = 33 × Haïti:47,7% : 3,0% = 16 × ArmInwonersRijk 10% 3% 47,7% zelfvoorziening doen, zodat ze toch in hun behoeften kunnen voorzien.

7 a b Bulgarije: Nee, uit de gegevens blijkt dat de gezondheidszorg en het onderwijs bijna net zo goed zijn als in Nederland. Haïti: Ja, uit de gegevens blijkt dat de gezondheidszorg en het onderwijs veel slechter zijn dan in Nederland zie de sterftecijfers De prijzen van voedsel liggen veel lager dan in Nederland, tenminste van voedsel dat in Haïti zelf geproduceerd wordt. De gemiddelde prijzen van voedsel op de wereldmarkt zijn gestegen met 40% en de prijs van rijst, die geïmporteerd wordt, met 100%. Nu kunnen de Haïtianen geen voedsel meer betalen. Venezuela exporteert olie en importeert computers. In de afbeelding hierboven moet Venezuela meer olie gaan exporteren om evenveel computers te kunnen importeren. 0,6 kilo × € 1,20 = € 0,72. de transportbedrijven (vrachtwagenbedrijven en rederijen) die de broek hebben vervoerd; de groothandel; de importeur; de haven waar de spijkerbroek Nederland is binnengekomen; de fabriek waar de broek gemaakt is.

8 33a b c Dan stijgt de vraag naar Soja De prijs stijgt Voordeel ze ontvangen meer geld voor de soja die ze naar Nederland exporteren. Nadeel: Ze moeten meer geld betalen voor SOJA waar ze zelf gebruik van maken. Nicaragua kan een hogere prijs vragen voor zijn koffie vragen of zich meer richten op andere exportproducten. B


Download ppt "Antwoorden 8.1 1 2 3 4 5 6 7 mobieltje- uit lagelonenlanden dus goedkoper. Kiwi's- groeien niet in het Nederlands klimaat. Aardolie- Niet in de bodem van."

Verwante presentaties


Ads door Google